Voor de harddenkende Rotterdammer

Ruimte is schaars, en dus duur, in de Nederlandse binnensteden. De druk op de binnenstad neemt toe door de veranderende woningmarkt, nieuwe voorzieningenvraag, binnenstedelijke mobiliteit en grote transities (energie en klimaat) die ook ruimte vragen. Zoals we hebben gezien in de vorige artikelen, kunnen daken een oplossing bieden voor deze schaarste aan binnenstedelijke ruimte.

Bouwen op bestaande daken van waardevolle (wederopbouw-) panden kan een verrijking van de stad zijn, zoals we ook al hebben gezien in deel 3 over de Karel Doorman. Het toevoegen van een woonlaag op het bestaande stadscentrum betekent een verschuiving in gebruik en levendigheid naar een nieuw hoofdstuk in de bestaande stad.

Doorbouwen op het bestaande en goed benutten van platte daken is een kansrijke en bijna vanzelfsprekende stap in Nederlandse steden met veel wederopbouwarchitectuur, dus zeker in Rotterdam. Rotterdam heeft een geschiedenis van zichzelf opnieuw uitvinden om het hoofd te kunnen bieden aan de vragen die de nieuwe tijd stelt, denk bijvoorbeeld aan de ontwikkeling van de haven en aan de wederopbouwperiode.

Maar dakontwikkeling gekoppeld aan de noodzaak tot verdichting, komt echter lastig op gang. De paar succesvolle voorbeelden hebben niet tot navolging geleid en wat er tot op heden gebeurt gaat vaak meer over vergroening dan verdichting. Ook vanuit de gemeente Rotterdam wordt nu nog met name op vergroening ingezet. Begrijpelijk, want het is de meest simpele vorm van dakontwikkeling, maar ook jammer, want het is zeker niet de meest spannende en impactvolle wijze.

‘Teveel gedoe’

Het jonge internationale architecttenbureau Cityförster (met ook een vestiging in Rotterdam) ziet dat het onder opdrachtgevers nog geen populair idee is om op bestaande gebouwen door te bouwen. In Hannover realiseerden zij zestien luxe penthouses bovenop een parkeergarage. Het bureau won daar de prijsvraag met hun plan om de parkeergarage in het centrum van de stad te renoveren en het gebruik ervan te stimuleren, door woningen toe te voegen. Ze waren al langer aan het studeren op manieren om de stad verder te verdichten met een nieuwe mix van wonen en publieke ruimte bovenop bestaande gebouwen. Maar ondanks het goede voorbeeld in Hannover zijn twee vergelijkbare plannen voor Hannover en Berlijn niet gerealiseerd, omdat het economisch gezien interessanter bleek om het bestaande parkeergebouw te slopen en er iets nieuws voor in de plaats te bouwen.

“Bouwen in de binnenstad is een ingewikkelde operatie”, vertelt Verena Brehm ons via Skype vanuit Berlijn, “Alle omliggende winkels en bedrijven moeten kunnen door draaien. Het levert een complex eigenaarschap op en investeerders zijn niet happig op projecten met ‘teveel gedoe’. Dat terwijl veel parkeergarages nu al halfleeg staan en de auto steeds meer uit de stad wordt verbannen. Parkeergebouwen lijken daarom hun beste tijd gehad te hebben en zijn goede transformatie-kandidaten. Ombouwen tot rijke binnenstedelijke gebouwen, met een mix aan functies en woningen erbovenop, ligt voor de hand.”

Eerst zien, dan doen

Wat is er dan nodig voor een succesvolle en impactvolle dakontwikkeling in onze stad? Hoe moeten we beginnen? Zou de gemeente Rotterdam een ‘optoploket’ in het leven moeten roepen – om dergelijke opties echt te stimuleren? Paul van Roosmalen, programmamanager multifunctionele daken bij de gemeente Rotterdam, ziet drie grote uitdagingen: toegankelijkheid, draagkracht en geld.

“De meeste daken in de stad zijn helemaal niet bedoeld om gebruikt te worden: ze hebben geen of alleen beperkte toegang via een dakluik of technische ruimte. Alleen glazenwassers en dakdekkers komen er om – aangelijnd – hun werk te doen, omdat een borstwering of hekwerk vaak ontbreekt. Daken zijn ook meestal dunner geconstrueerd dan gewone vloeren in een gebouw. Ze kunnen ten hoogste een flinke laag sneeuw dragen en moeten dus aangepast worden om meer belasting aan te kunnen: dat kost geld. Gebouweigenaren moeten ervan overtuiging zijn dat een dergelijke investering zinvol is.”

Het toegankelijk maken van daken maar ook het laten zien van de onontdekte kwaliteiten van de bovenkant van de stad, zijn dus belangrijke voorwaarden voor verdere dakontwikkeling. In de woorden van Anders Berensson, de Zweedse architect uit deel 2 van deze serie: “Breng mensen naar boven en toon ze het potentieel van het ongebruikte daklandschap. Toon ze, of leer ze, over de economische voordelen van het gebruiken van daken. Hoe dit extra ruimte is, die al bestaat.”

Een volgende stap kan zijn om daken met elkaar te verbinden door bruggen of nieuwe gebouwen, zodat er een route ontstaat. Zo een koppeling voegt een nieuwe stedelijke structuur toe, die het belang van een particuliere dakontwikkeling overstijgt. Winy Maas ziet naast verbindingen tussen daken ook andere routes in de lucht: “Op de Autosalon in Genève afgelopen jaar was ‘s werelds eerste vliegende auto al te koop. Als die dingen echt op de markt komen, zijn er landingsplatforms nodig. Daken kunnen dan nieuwe stukken stad ontsluiten, een nieuw maaiveld vormen. Dat is precies waar ik nu met mijn opdrachtgever in Parijs over ga praten.”

Maar voordat het zover is, zijn er voldoende hobbels te nemen. Een hele belangrijke is de afhankelijkheid van particuliere gebouweigenaren. Een grote groep private eigenaars, al dan niet bewust van de potentie die zij voor de stad in bezit hebben, moet geënthousiasmeerd worden en bereid zijn om een nieuw en wellicht enigszins experimentele weg in te gaan. Waarbij uitdagingen op het gebied van regelgeving, toegankelijkheid en ontwerp op hun pad zullen komen. We staan nog in de kinderschoenen wat betreft (lange termijn) uitvoering, ontwerp, regelgeving en het koppelen van locaties aan programma.

Stap 0: Overzicht en visie

DAKEN_ART3_DEF

Lees meer

Hoe het oude Ter Meulen ‘De Karel Doorman’ werd

Deel 3 in een serie over Rotterdamse dakendaden: een succesvol voorbeeld van 'optoppen'

Naast de uitdagingen die Paul van Roosmalen ziet, constateren wij nog twee belangrijke uitdagingen: een gebrek aan overzicht en een gebrek aan visie. Er is al veel onderzoek gedaan naar de mogelijkheden die daken bieden: groene daken, blauwe daken voor waterberging, gele daken voor energieopwekking, rode daken voor recreatie, oranje daken voor mobiliteit. Maar wat nog ontbreekt is goed inzicht in het Rotterdamse daklandschap. Hoe groot is het Rotterdamse dakoppervlak? Hoe zien de Rotterdamse daken eruit? Voor welke functies zijn ze geschikt? Welke daken zijn al benut en waar liggen nog kansen?

Het ‘zien’ van de kansen is essentieel voor de ontwikkeling van het daklandschap, blijkt uit al onze gesprekken voor deze serie. Een overzicht van daken met potentie ontbreekt, waardoor dakeigenaren die wél willen ontwikkelen, steeds weer opnieuw het wiel uit moeten vinden en ook niet kijken naar mogelijkheden tot combinatie en overeenkomsten met andere daken.


Stadsplattegronden en gebiedskaarten geven alleen de stad op maaiveldniveau weer, niet op dakniveau. Op luchtfoto’s en bijvoorbeeld Google Maps zie je de stad wel van boven, maar zonder data over eigendom, ontsluiting of beschikbaar dakoppervlak. Juist dit overzicht is nodig om de ambitie waar te kunnen maken die de gemeente Rotterdam heeft uitgesproken en waar we ons eerste artikel mee begonnen: voor 2030 in ieder geval één vierkante kilometer plat dak in het centrum ontwikkeld te hebben.

Pas als dit overzicht er is, is het ook mogelijk om de ambitie te vertalen in een concrete visie. Wat kan er ontwikkeld worden, hoe, wat voor functies zijn gewenst en welke doelgroepen worden ermee bediend? Want het kan toch niet zo zijn dat de gemeente voor ieder gebied gebiedsvisies maakt, en voor deze ambitieuze vierkante kilometer genoegen neemt met het vage ‘ontwikkeling’? Dit moet niet dichtgetimmerd zijn, maar juist inspiratie bieden voor de dakeigenaren die deze ambitie moeten waarmaken.

Moet er dan een masterplan komen voor de Rotterdams Bovenstad? “Absoluut niet!” zegt Anders Berensson, ”Masterplannen maken is voor modernisten! Zie het als een groeiend dorp: een paar huizen, dan een weg, en dan nog een, en dan een hotel… de bovenstad moet organisch groeien. Zet de regelgeving aan de kant en geef gebouweigenaren wat vrijheid om hun woning uit te breiden. Verschillende architecten met verschillende oplossingen zullen een rijke nieuwe laag toevoegen. En wanneer er genoeg ontwikkeld is om verbindingen te leggen: maak die route in de lucht!”

Over deze serie

Nederland staat aan de vooravond van een aantal grote transities die de ruimte om ons heen gaan veranderen. Om de groeiende druk op de stad op te vangen en haar voorzieningen efficiënter te gebruiken zal moeten worden bijgebouwd. Maar waar? Met ruim 2000 voetbalvelden aan plat dak heeft Rotterdam hier een unieke kans voor verdichting én ander gebruik. De grote verbouwing van Nederland kan in Rotterdam dus zomaar leiden tot Rotterdam Bovenstad! In deze serie zoeken Yvonne Rijpers en Joep Klabbers uit hoe de vorming van Rotterdam Bovenstad tot stand kan komen en wat dat voor stadsbewoners betekent.

Rotterdam Bovenstad is mede mogelijk gemaakt met een subsidie van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie. Bekijk hier de hele serie!

Voordat je verder leest...

Wij kunnen alleen bestaan dankzij support van lezers. Help jij ons om onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk te blijven maken? Vanaf 6 euro per maand ben je supporter!

Nee, ik lees eerst het stuk verder

Marieke-Odekerken-portret-Joep-Klabbers

Joep Klabbers

Joep Klabbers (1969) is architect en tevens initiator en oprichter van het succesvolle festival Rotterdamse Dakendagen, waarvan hij tot eind 2017 inhoudelijk directeur was. Met zijn bureau zoarchitecten werkt hij aan de opgaven van de bestaande stad. Plinten en daken hebben daarbij in het bijzonder zijn aandacht. Ook nog frontman van WLDRF.

Profiel-pagina
Yvonne Rijpers

Yvonne Rijpers

Yvonne Rijpers (1980), Eindhovense Rotterdamse, sociologe en metropolitaan onderzoekster. Vindt Rotterdam-West veruit het best. Is werkzaam in en schrijft over stedelijke ontwikkeling. Probeert daarnaast ook nog te promoveren op iets met beleid, Berlijn en creatieve steden en werkt als coördinator voor Vereniging Deltametropool.

Profiel-pagina
MATZWART_LOGO

Matzwart

Illustrator

Matzwart studeerde in 2012 af aan de Willem de Kooning Academie en werkt nu als allround ontwerper met een voorliefde voor illustratie. Hij werkt overal waar hij aan WiFi kan komen.

Profiel-pagina
Nog geen reacties

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.