Voor de harddenkende Rotterdammer
VersBeton-De-ridder-van-Rotterdam-3360-1880
Beeld door: beeld: Ez Silva

Op de achterbank van de taxi die ons terugreed naar de andere kant van de Maas herlas ik de brief die de ridder voor me had achtergelaten. Al kon je de drie regels – geschreven in gelijkmatige, krullende letters – nauwelijks een brief noemen. Hij schreef dat het hem speet dat we elkaar vannacht waren misgelopen, maar als ik nog steeds antwoord wilde op al mijn vragen kon ik hem vinden bij een goede vriend van hem: de heer van Henegouwen. De ridder had geen adres achtergelaten, maar gelukkig wist oma Broere – zoals altijd – precies waar we naartoe moesten.

            ‘Wist je dat Rotterdam zijn stadsrechten aan hem te danken heeft?’ zei ze tegen de slaperig uitziende taxichauffeur die ons door de donkere straten reed. ‘Willem de vierde, graaf van Henegouwen, een ridder met een kort lontje en een hang naar avontuur. Op 7 juni 1340 veranderde hij Rotterdam van een nederzetting in een échte stad.’

            Terwijl ik met een half oor naar oma’s geschiedenisles luisterde keek ik nog eens goed naar de brief. Ik wist zeker dat ik het handschrift van de ridder eerder had gezien. Bijna zeker.

            Oma stak een vinger op. ‘Er woonden toen nog maar tweeduizend mensen – kun je je dat voorstellen? Tweeduizend mensen?’

            ‘Lekker rustig,’ bromde de chauffeur. ‘Nooit geen file.’

            ‘Maar het is niet goed met Willem afgelopen,’ ging oma verder, ‘een paar jaar later liep hij in het noorden in een hinderlaag en werd hij door de Friezen een kopje kleiner gemaakt. Zo zie je maar, op het platteland ben je je leven ook niet zeker.’

            ‘Nee,’ zei de chauffeur, ‘het stikt er van de teken.’

            Onderweg naar de Erasmusbrug hadden we alle stoplichten mee. En ook aan de andere kant van het water was er haast niemand op straat, maar als je goed keek kon je zien dat de dag al voorzichtig op gang begon te komen. Ik zag veegwagens en een enkele fietser die op weg was naar zijn werk of juist op huis aanging na een lange nacht. We staken de Westblaak over en sloegen rechtsaf op de Coolsingel, daar parkeerde de taxi op een hoek.

            ‘Weet je zeker dat jullie hier moeten zijn?’ geeuwde de chauffeur terwijl hij de meter uitzette en een bonnetje uitdraaide. ‘Ze gaan pas over een paar uur open.’

            ‘Meer dan zeker.’ Oma borg haar portemonnee op en gooide het portier open. ‘Ik denk zelfs dat we aan de late kant zijn.’

 

Het Schielandshuis werd overschaduwd door reuzen van glas en beton. Hoewel de rode luiken voor de ramen van het oude gebouw allemaal openstonden was het museum duidelijk nog gesloten. Ik was er ooit met mijn vader geweest. Van de tentoonstelling kon ik me niets herinneren, maar wel dat het een gebouw was waar je goed verstoppertje kon spelen. We hadden uren naar elkaar gezocht, alle geheime hoeken van het pand verkend, tot grote ergernis van de suppoosten. Op een gegeven moment was ik mijn vader zo lang kwijt dat ik dacht dat hij stiekem naar huis was gegaan, maar uiteindelijk vond ik hem in de binnentuin, verstopt achter een struik waar zijn gympen onderuit staken. Hij was gniffelend tevoorschijn gekomen en had de aarde van zijn broek geklopt. ‘Je hebt nog betere ogen dan ik, Senna. Jij ziet alles.’

            Ik zag alles. Dat zei hij altijd. En toch was het bronzen standbeeld dat voor de deur stond me die dag niet opgevallen. Ik liep er een rondje omheen. De heer van Henegouwen zat op een steigerend paard. Hij hield een zwaard vast en een schild waar vier leeuwen op stonden. Zijn gezicht ging schuil achter een vizier. Hij zag eruit alsof hij elk moment van zijn sokkel kon springen – maar dat deed hij natuurlijk niet.

            ‘En nu?’ vroeg ik.

            ‘Nu wachten we af,’ zei oma.

            Ik gooide mijn rugtas op de grond en ging teleurgesteld in kleermakerszit onder het standbeeld zitten. Oma begon zachtjes te neuriën, een vrolijk melodietje zonder begin of eind. Ik trok mijn capuchon over mijn hoofd en probeerde de kou die door mijn broek trok te negeren. Zo zaten we te wachten tot er in de verte een merel begon te fluiten, tot de hemel zo licht werd dat de straatlantarens uitgingen, en oma eindelijk ophield met neuriën.

            ‘Dit is zo stom.’ Ik sloeg mijn armen over elkaar. ‘Waarom laat de ridder een brief achter als hij toch niet van plan is om op te dagen?’

            ‘Geduld, Senna, hij komt vast wel.’

VersBeton-De-ridder-van-Rotterdam-3360-1880

Lees meer

De Ridder van Rotterdam #5: De Bomenklimmer

Senna en haar stoere, Rotterdamse oma horen voetstappen in de kerk in Charlois...

            Maar mijn geduld was op. We waren al uren op zoek; we waren natgeregend, bijna gearresteerd, hadden in een kerk geslapen en de halve stad doorkruist – allemaal voor niks. ‘Wat heb je aan een ridder die alle antwoorden heeft maar er nooit is als je hem nodig hebt?’

            Oma keek me scherp aan. ‘Dat zou je aan hem moeten vragen.’

            ‘En wat als dat niet kan?’ riep ik. ‘Wat als hij helemaal niet bestaat?’ Ik greep mijn rugtas en wilde de envelop tevoorschijn halen, haar het handschrift laten zien dat me bekend voorkwam maar op dat moment verscheen er een brede grijns op oma’s gezicht. Ze wees naar de overkant van de straat. Er stond iemand naar ons te kijken.

Vers Beton heeft jouw support nodig!

Voordat je verder leest: Vers Beton kan alleen blijven bestaan dankzij support van onze lezers. Maak jij ook onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder

Daphne-Huisden

Daphne Huisden

Daphne Huisden (1988) debuteerde eind 2010 bij Uitgeverij Prometheus met de roman Alles is altijd fictie. In 2013 verscheen haar tweede boek Dit blijft tussen ons, genomineerd voor de Halewijnprijs in datzelfde jaar. Daarnaast publiceerde ze verschillende stukken en korte verhalen, o.a. in literair tijdschrift Das MagazinTirade en het Rotterdam-katern van NRC Handelsblad. Momenteel werkt ze aan haar derde roman, Charlatans, die binnenkort verschijnt.

Profiel-pagina
Foto-Ez-Silva

Ez Silva

Illustrator

Met haar achtergrond als industrieel vormgever en productontwerper, maakte Ez Silva (Cabo Verde, 1985) een switch naar allround vormgever, illustrator en kunstenaar. Haar werk kan omschreven worden als vrouwelijk, dromerig en mysterieus (de innerlijke gevoelswereld van de hedendaagse vrouw). Omdat in het hedendaagse leven al zoveel digitaal gebeurt, kiest Ez er juist voor om op papier te tekenen. 

Profiel-pagina
Lees één reactie
  1. Profielbeeld van Ien Broere
    Ien Broere

    Wat een leuk vervolgverhaal, en ook nog educatief, geschiedenis en een speurtocht door de stad,

Reageren is voorbehouden aan Vers Beton-supporters. Meld je hier aan als supporter of log in.

Advertentie

Logo_giraffe_01_600x500