Voor de harddenkende Rotterdammer
MAA-757-BAF
Uit de collectie van het Nederlands Fotomuseum Beeld door: beeld: Jan van Maanen

Hoezeer Rotterdam is getekend door de Tweede Wereldoorlog zal slechts weinigen zijn ontgaan. Toch wemelt het van de pogingen om uiteenlopende aspecten van dit oorlogsverleden steeds opnieuw voor het voetlicht te brengen. Onlangs verscheen het computerspel Battlefield V waarin gamers virtueel tegenstand kunnen bieden aan de Duitse aanval op Rotterdam in de meidagen van 1940. Het recent uitgebrachte boek Target Rotterdam toont daarentegen de impact van geallieerde bombardementen op de stad. Ook heel andere presentaties brengen én brachten de oorlogsgeschiedenis onder de aandacht, zoals het Junker gevechtsvliegtuig dat in 2015 een grote tentoonstelling over het  bombardement van 14 mei opluisterde, of de Brandgrens die op locatie de omvang van de bombardementsschade voorstelbaar maakt.

Deze pogingen om het vergeten tegen te gaan kennen een geschiedenis die al kort na de bevrijding begon. 

Alsof de oorlogsschade onvoldoende zichtbaar was, verrees op de hoek van Coolsingel een acht meter hoog puinrestant, als reclamezuil voor een tentoonstelling

‘Rotterdam bouwt een puinhoop’ kopte Het Vrije Volk eind april 1946, nog geen jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog. Alsof de oorlogsschade onvoldoende zichtbaar was, verrees op de hoek van Coolsingel en Kruiskade in het stadshart een acht meter hoog puinrestant ‘waaruit half verkoolde balken steken om de ravage zo realistisch mogelijk te doen zijn’. Het bouwwerk, voorzien van een affiche van kunstenaar Dick Elffers, diende als reclamezuil voor de prestigieuze tentoonstelling ‘Weerbare democratie’ in het Centraal Belastinggebouw aan de Westzeedijk. De tentoonstelling was een initiatief van de Grote Advies Commissie der Illegaliteit, een landelijke bundeling van verzetsgroepen. Verzet was dan ook het centrale thema van waaruit het kersverse oorlogsverleden werd bezien.

Eerder was de expositie in de Nieuwe Kerk in Amsterdam te zien geweest, en na Rotterdam zou de tentoonstelling naar Almelo gaan. Bijzonder is dat de tentoonstelling aan de plaatselijke situatie werd aangepast. In Rotterdam waren, dankzij medewerking van het voormalig Rotterdams verzet, maquettes te bewonderen waarin lokale verzetsdaden waren gereconstrueerd, zoals een overval op het hoofdbureau van politie aan het Haagsche Veer.

Opmerkelijk was dat het accent doelbewust niet lag op authentieke objecten, zoals het geval is in de historische musea van nu – zoals Museum Rotterdam ’40-’45 NU aan de Coolhaven. De makers van ‘Weerbare democratie’ streefden ernaar geen ‘resten en overblijfselen van het praktische verzetswerk’ tentoon te stellen, want dit waren enkel ‘dode voorwerpen’ die ‘pas belangwekkend [worden] door wat men erbij denkt’. Het centrale uitgangspunt van de tentoonstelling was om uit te beelden ‘wat men erbij denken moet’. En dat kon beter aan de hand van kunstwerken, speciaal voor de tentoonstelling gemaakt door gerenommeerde kunstenaars.

OVM007152
Het “Ausweis” uit de tentoonstelling “Weerbare Democratie”. Beeld door: beeld: Museum Rotterdam

Voor één authentiek historisch object maakten de tentoonstellingsmakers een uitzondering. Zowel in Amsterdam als in Rotterdam was een drukpers te zien waarmee tijdens de oorlog valse persoonsbewijzen waren gemaakt. Bezoekers konden deze gereconstrueerde illegale drukkerij niet alleen echt in werking zien, ze konden zelfs een Ausweis laten drukken (zie afbeelding hierboven). Op deze van allerhande stempels met adelaars en hakenkruisen voorziene facsimile kon de bezoeker zijn of haar naam invullen en de datum waarop de tentoonstelling was bezocht. Daarmee werd verklaard dat het ‘gedurende de bezettingstijd niet mogelijk gebleken [was] hem/haar een Nationaalsocialistische of Fascistische gezindheid bij te brengen’, zo stond er op het document. De authentieke drukpers diende daarmee een doel van het (toenmalige) heden: het uitdragen van de verzetsidealen. Met de Ausweis nam de bezoeker als het ware een aandeel in een antinazistische identiteit.

De Ausweis doet denken aan de (eveneens nagemaakte) identiteitskaart van Holocaustslachtoffers die bezoekers van het United States Holocaust Memorial Museum in Washington DC krijgen uitgereikt, waarna ze er in het museum achter komen of ‘hun’ slachtoffer de vervolging heeft overleefd of niet. Zoiets was in de jaren 1990 state of the art in museumland, maar tegenwoordig zetten veel historische musea zulke strategieën in om de bezoeker te stimuleren zich in te leven in het verleden. De afstand tussen verleden en heden wordt daarmee voor even overbrugd, zo is althans het streven.

Het accent lag doelbewust niet op authentieke objecten, zoals het geval is in de historische musea

Een belangrijk verschil met ‘Weerbare democratie’ is echter dat het oorlogsverleden in 1946 nog vers in het geheugen lag. Het was dan ook niet de afstand in de tijd die hier diende te worden overbrugd – al was de oorlog inmiddels geschiedenis geworden – maar de afstand tussen de uiteenlopende posities in bezettingstijd. Slechts een kleine minderheid van de bevolking had immers actief een rol in het verzet vervuld en dat gold ook voor Rotterdam. De tentoonstelling voorzag de bezoekers dus van een opgepoetste collectieve identiteit die eenheid en houvast bood in de naoorlogse samenleving die opnieuw moest worden opgebouwd; letterlijk maar ook ideologisch.

Het verzet had het Nederlandse volk samengebonden, zo heette het, en werd nu toegeëigend als ideologisch fundament van de naoorlogse vrijheid en een ‘weerbare democratie’. Pas later zou in er de naoorlogse decennia aandacht komen voor minder heldhaftige aspecten van het oorlogsverleden. Dat er ook sprake was geweest van collaboratie, van Jodenvervolging en andere pijnlijke zaken stond nog niet op de voorgrond. Die geschiedenissen kwamen en komen geleidelijk aan uit de schaduw – maar lenen zich niet altijd voor enthousiaste en eensgezinde toe-eigening.

Voordat je verder leest...

Wij kunnen alleen bestaan dankzij support van lezers. Help jij ons om onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk te blijven maken? Vanaf 6 euro per maand ben je supporter!

Nee, ik lees eerst het stuk verder

foto-susan-LI

Susan Hogervorst

Susan Hogervorst is historicus en werkt als docent en onderzoeker aan de Open Universiteit en de Erasmus Universiteit Rotterdam. Samen met Patricia van Ulzen schreef ze ‘Rotterdam en het bombardement. 75 jaar herinneren en herdenken’.

Profiel-pagina
1edd88ee9519f1ef07fdf59a314759b3

Kees Ribbens

Kees Ribbens is cultuurhistoricus. Hij is als senior onderzoeker verbonden aan het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies in Amsterdam en als bijzonder hoogleraar Populaire Historische Cultuur & Oorlog aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Zijn onderzoek en publicaties richten zich op uiteenlopende herinneringen en verbeeldingen van vooral de Tweede Wereldoorlog.

Profiel-pagina
Nog geen reacties

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.

Advertentie

Logo_giraffe_01_600x500