Voor de harddenkende Rotterdammer
HERDENKEN
Beeld door: beeld: Matzwart

Voorheen ging in Rotterdam alle aandacht naar het Duitse bombardement van 14 mei 1940. Vanaf 2017 herdenken (oud)-bewoners van het Nieuwe Westen ‘het vergeten bombardement’ in Park 1943 en vanaf 2018 herdenkt de Treubstraat in Rotterdam-Noord ‘de laatste bom op Rotterdam’. Het is opvallend dat bij de bewoners de behoefte is ontstaan om apart van 14 mei en 4 mei te herdenken.

Een van de algemene oorzaken is de grotere behoefte aan lokale stadsidentiteit en aan herdenken in het algemeen, ziet Susan Hogervorst – coauteur van het in 2015 verschenen boek Rotterdam en het bombardement, 75 jaar herinneren en vergeten. Dit zie je ook terug in stille tochten of knuffels bij plekken van ongevallen. Maar zij denkt dat de oorzaak daarnaast ligt bij de specifieke wijze waarop Rotterdam het grote bombardement herdenkt.

“Er is in Rotterdam geringe aandacht voor het leed van mensen. De aandacht gaat meestal uit naar gebouwen”

“Een trend die al een tijd aan de gang is, is de herdenking betekenisvol te maken voor nu. Dat zie je ook in het programma voor 14 mei. In de bibliotheek kan je op die dag een mens lenen met wie je anders nooit in gesprek raakt, een vluchteling bijvoorbeeld. Het doel is een verbinding maken, tussen heden en verleden maar ook tussen hedendaagse Rotterdammers. Daarbij staat de boodschap centraal: nooit meer oorlog. Het is een mooi initiatief, maar je kunt je voorstellen dat mensen dan de behoefte krijgen aan concrete historische gebeurtenissen en plekken. Een soort tegenreactie op te abstract herdenken ten behoeve van een politieke les.”

Als tweede oorzaak voor de groeiende behoefte om lokaal te herdenken wijst Hogervorst op de relatief geringe aandacht in Rotterdam voor het leed van mensen. De aandacht gaat meestal uit naar gebouwen. Het slachtofferschap van mensen die zijn omgekomen bij het bombardement paste niet in het wederopbouwverhaal. Het verhaal ging over ‘de nieuwe stad’ en ‘sterker door strijd’. Het was een positief verhaal dat de blik op de toekomst richtte, niet op het traumatische verleden, legt Hogervorst uit. “In Nederland vond de ommezwaai naar het herdenken van slachtoffers plaats vanaf de jaren zestig, na het strafproces tegen Adolf Eichman.  Maar in Rotterdam bleef het gaan over de verwoeste stad, niet over de verwoeste levens.”

De recente lokale herdenkingen zetten daarentegen het slachtofferschap centraal. Jan Polet is één van de initiatiefnemers van de herdenking van het Amerikaanse vergissingsbombardement op de wijk Tussendijken op 31 maart 1943. “De herdenking is in eerste instantie bedoeld voor slachtoffers als mijn vrouw. Haar vader kwam om bij het bombardement maar is nooit gevonden. Mijn vrouw heeft een trauma eraan overgehouden. Nooit werd erover gesproken thuis maar altijd was haar vaders afwezigheid aanwezig. De herdenking stopt dit stilzwijgen en biedt ruimte voor verwerking.”

Rotterdam als geheel vergat liever dit friendly fire, ondanks de complete ravage die het één-na-grootste bombardement achterliet: 417 doden, honderden gewond en 17.000 mensen dakloos. “In 1993 werd een monument onthuld aan de Rosener Manzstraat en erna zijn er enkele herdenkingen georganiseerd, maar al snel werd het verplaatst naar 4 mei”, zegt Polet licht afkeurend.

“Ik woon hier nu drie jaar, maar wist niets hiervan. Er is geen gedenkteken”

Ook het bombardement op de Treubstraat van 18 maart 1945 – door een verdwaalde Duitse V1: 48 gewonden en tenminste 34 doden – werd gewist uit het collectieve geheugen van Rotterdam, van de buurt zelfs. “Ik woon hier nu drie jaar, maar wist niets hiervan. Er is geen gedenkteken, er is nooit een herdenking geweest en in de geschiedenisboeken is er nauwelijks iets over te vinden. Zelfs het Museum 40-45 NU heeft niets over deze rampdag.”, vertelt organisator van de herdenking Ewoud Kieviet. Zijn medeorganisator Frank Zwinkels woont er al 25 jaar en was bekend met het globale verhaal. “Ik dacht dat het niet meer leefde, totdat ik een paar jaar geleden met dodenherdenking een bos bloemen zag liggen bij het informatiebord van het Buitenmuseum hierover.”

Persoonlijk leed herdenken

Deze bloemen bleken afkomstig te zijn van Jos Verweij. Hij en zijn broer Ben, destijds jongetjes van 3 en 5 jaar oud, waren de enige overgeblevenen van een gezin met zes kinderen. Via een oproep in de wijkkrant Bergpolder & Liskwartier kwam Zwinkels in contact met Verweij. Daarna sloten andere ooggetuigen aan, mensen die elk jaar het bombardement herdachten, zelfs teruggingen naar de plek. Ze wilden graag een blijvende plek, een monument, om bij te herdenken. Kieviet en Zwinkels besloten eerst een herdenking te organiseren. Beiden werkzaam als journalist interviewden ze ooggetuigen. De vaak traumatische verhalen, begeleid met familiefoto’s, tekenden zij op in een speciale editie van de wijkkrant die twee weken voor de herdenking verscheen. Zo memoreert Ben: “Na de ontploffing van de V1 viel de muur waaraan ons bed bevestigd was opzij. Daardoor belandden wij in het trapgat, waar we schuin in bleven hangen. Dat heeft ons leven gered.”

Waarom is het zo belangrijk dit persoonlijk leed te herdenken? Voor zowel Polet als voor Kieviet en Zwinkels geldt: opdat we niet meer vergeten, én omdat er haast geboden is. De oorlogsgeneratie sterft uit. Bovendien biedt het kans op verzoening met het verleden. “Ik zie meer ontspanning, alsof ze iets kwijt zijn geraakt”, legt Zwinkels uit.  

Daarnaast: “Nu ik weet wat hier heeft plaatsgevonden en wie hier hebben gewoond, heeft mijn huis, mijn wijk, een gezicht gekregen”, verklaart Kieviet. “Hier wonen vooral jonge mensen, yuppen. De meesten hebben geen idee van deze geschiedenis”. Zwinkels is sowieso geïnteresseerd in oorlogsgeschiedenis, vertelt hij. En in het bijzonder in de geschiedenis van de wijk en in de verhalen van oude en nieuwe bewoners. “Van de oorlogsgeneratie woont niemand hier meer. Maar via hun verhalen kunnen wij ons verplaatsen in de wijk. En de belangstelling is groot onder zowel vroegere als huidige bewoners.” Kieviet vult aan: “De verbinding tussen oud en nieuw is een belangrijke doelstelling voor ons.”

Op zoek naar je sporen

Is dit nieuw? Volgens Hogervorst is het in het reine komen met het oorlogsverleden al langer bezig, sinds de jaren ’80. “Ooggetuigen spelen daarbij een grote rol. De urgentie om hen te interviewen is decennia oud. Het opvoeren van ooggetuigen bij herdenkingen heeft haast een ritueel karakter gekregen. En ook niet nieuw is het uitvinden van je authentieke zelf door op zoek te gaan naar je eigen sporen, betekenis te geven aan jezelf door een relatie te smeden tussen plek en persoon. Wat anders is, is de afstand tot de Tweede Wereldoorlog. Hoe verder weg je staat in de tijd en directe links met het verleden verkruimelen, hoe dichterbij je gaat zoeken: tot in je eigen straat. Met het benoemen van concrete plekken, mensen, en gebeurtenissen maak je het verleden weer levend.”

Kieviet: “Door het klein te houden, breng je het leed dichterbij voor nabestaanden en nieuwe bewoners.” Tijdens de herdenking vertellen nabestaanden hun verhaal, worden de namen opgelezen van de slachtoffers en houden ze een moment van stilte. Op de exacte plek, op de exacte datum. Samen inleven in het verleden. Zwinkels voegt daaraan toe: “Vorig jaar waren zelfs de weeromstandigheden gelijk als toen in 1945: koud en zonnig.”

Is dat nu beter, zo concreet herdenken, in plaats van abstract? Liesbeth Levy van de Stichting Herdenking 14 mei verwerpt deze tegenstelling. “Het onderscheid tussen abstract en concreet levert je niets op. Het gaat juist om de verbinding daartussen. Je kan niet elke generatie hetzelfde verhaal vertellen.” Haar stichting is opgericht in 2006 en viel samen met de markering van de Brandgrens. De herdenking van het bombardement werd gekoppeld aan een essay. Henk Hofland schreef het eerste over hoe je iets kunt herdenken dat steeds verder in het verleden ligt.

Aleppo herdenken

“In 2014 begonnen we het op een andere manier te doen: door het bombardement te verbinden met andere stadsverwoestingen”, vertelt Levy. “In 2015 maakte Arna Mačkić haar essay de vergelijking met het verwoeste Mostar uit haar jeugd in Bosnië Herzegovina. Mostar is herbouwd, maar een vijand verwoest bewust gebouwen om oude wortels te verbreken, beschreef ze. De manier waarop Rotterdam omgaat met haar geheugen is een direct gevolg van het bombardement. Rotterdam is niet een stad zonder hart, maar zonder geheugen.”

De link leggen met andere gebombardeerde steden, zoals in Syrië is een nieuwe herdenkingstrend

De link leggen met andere gebombardeerde steden, zoals in Syrië is een nieuwe herdenkingstrend. Johan van der Hoeven van Museum ’40-45 vindt ook dat er meer aandacht moet komen voor huidige bombardementen. “Wanneer gaan wij Aleppo herdenken?” Hoogleraar stadsgeschiedenis Paul van der Laar: “Het bombardement is altijd gekaderd in een triomfgeschiedenis van ’sterker door strijd’. Maar het was een vreselijk trauma op zichzelf. Hierin kan je verbinding leggen met de hedendaagse bombardementen op Syrië bijvoorbeeld.” 

Hogervorst meent dat een herdenking geen “sausje nodig heeft van hedendaagse relevantie, over Syrië, over waarom we het moeten herdenken. Het hoeft niet. Dat kunnen mensen die willen herdenken zelf wel doen. Je doet geen recht aan het verleden als je het gaat forceren in een kader van een politieke les dat we allemaal aardig tegen elkaar moeten zijn.”

Levy ziet het anders, op ethisch gebied. “Je neemt juist de verantwoordelijkheid voor de ander én de herinnering aan de oorlog. We staan niet stil bij het fysieke van het 14 mei-bombardement maar gaan het gesprek aan. We bevragen de geschiedenis voor mensen voor wie het verleden niet leeft.”

Lokaal herdenken is heel belangrijk voor mensen die er wonen, vindt Levy. “Maar tegelijkertijd wil je reflecteren op wat er toen gebeurd is, en hoe dat uitwerkt in het heden. De identiteit van Rotterdam is bepaald door het bombardement. Iedereen voelt zich Rotterdammer, ongeacht afkomst. Via het abstracte maken we de koppeling met het verleden. Zo kan je alle verhalen van diverse Rotterdammers combineren tot een multidimensionaal Rotterdams verhaal.”

Of de Treubstraat wat gaat doen met Syrië in hun herdenking? Kieviet: “Het idee is mooi. We werken al samen met de plaatselijke moskee en zij willen graag de link met Syrië benadrukken. Maar ik weet niet of wij daaraan toekomen. Vooral omdat we dit vrijwillig doen en het veel tijd kost. De link is trouwens wel springlevend voor de nabestaanden. Bij de aanblik van ingestorte gebouwen in Mosul op tv zapt Jos snel weg. Hij kan het niet aanzien.”

Vers Beton heeft jouw support nodig!

Voordat je verder leest: Vers Beton kan alleen blijven bestaan dankzij support van onze lezers. Maak jij ook onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder

Profielfoto-Marianne-Klerk

Marianne Klerk

Marianne is historicus, promoveerde aan de Erasmus Universiteit en is nu verbonden aan de Universiteit van Oxford. Al 15 jaar woont zij in Rotterdam, in haar ogen de mooiste stad van Nederland, waar eeuwen geschiedenis van stadsvernieling en -vernieuwing kriskras door elkaar lopen.

Profiel-pagina
MATZWART_LOGO

Matzwart

Illustrator

Matzwart studeerde in 2012 af aan de Willem de Kooning Academie en werkt nu als allround ontwerper met een voorliefde voor illustratie. Hij werkt overal waar hij aan WiFi kan komen.

Profiel-pagina
Nog geen reacties

Reageren is voorbehouden aan Vers Beton-supporters. Meld je hier aan als supporter of log in.