Voor de harddenkende Rotterdammer
air_logo_groot

Lees meer

In samenwerking met AIR

Dit artikel is tot stand gekomen i.s.m. het Architectuur Instituut Rotterdam

In het Nationaal Programma Rotterdam-Zuid (NPRZ) is op allerlei manieren becijferd hoe de wijken op Zuid moeten stijgen in de statistieken. De gemeente en het rijk steken er €260 miljoen in, waarvan €160 miljoen voor renovatie en nieuwbouw van woningen. De corporaties investeren naar eigen zeggen ook nog eens €625 miljoen in hun woningen.

Maar doen de ambities ook recht aan de bijzondere bestaande architectuur en stedenbouw van de wijken? Ik trok Bloemhof en Hillesluis in met architectuurfotograaf Ossip van Duivenbode om te bekijken hoe twee nieuw opgeleverde woningcomplexen zich tot de roemrijke architectuurgeschiedenis verhouden.

Bloemhof: hoogtepunt van volkshuisvesting

“Ik ben erg blij met mijn nieuwe woning, het is goed geïsoleerd, een stuk beter dan mijn vorige woning”, verklaart een trotse bewoner van één van de 50 eengezinswoningen aan de Putsebocht. “We hadden een kind op komst, dus we wilden een grotere woning. Niet iedereen mocht hier komen wonen, je moest wel kinderen hebben.”

Deze man en zijn gezin verhuisden uit een ander deel van Rotterdam-Zuid naar Bloemhof. Over Bloemhof zijn complete boeken vol geschreven. In de eerste decennia van de twintigste eeuw wisten bouwheren en bestuurders niet alleen een sprong vooruit te maken in de woonomstandigheden van arbeiders, ze eisten ook spraakmakende architectuur.

01Rotterdam-Zuid©Ossip
Nieuwbouw aan de Putsebocht. Ontwerp: A3 Architecten Beeld door: beeld: Ossip van Duivenbode

Aan de vooravond van de gigantische verbouwing van Zuid, vroeg de gemeente het bureau SteenhuisMeurs onderzoek te doen naar de cultuurhistorie van de zes wijken waar de vernieuwing zich concentreert. In een korte film over Bloemhof vertelt cultuurhistoricus Lara Voerman dat in het begin van de 20e eeuw volop geëxperimenteerd werd: “Bijvoorbeeld in de fraaie Patrimoniumshof, de bijzondere betondorpen Kossel en Stulemeijer, de Oleanderbuurt en natuurlijk de Kiefhoek, ontworpen door stadsarchitect Oud.”

Voordat ik op de eerste nieuwbouwlocatie ben fiets ik een rondje door Bloemhof. Veel van de woningen zijn behouden. Een aanzienlijk gedeelte is zelfs rijksmonument. Maar niet alle woningen blijken voor de eeuwigheid gebouwd. Zo is de Kiefhoek al in de jaren negentig gesloopt en herbouwd. Maar dan wél als een bijna exacte kopie van de oorspronkelijke architectuur. Ik merk dat ik onder de indruk ben van de fraai ontworpen betondorpen in Bloemhof. Hoe zou de nieuwbouw scoren ten opzichte hiervan?

Stedelijk

Ik arriveer op de Putsebocht, waar Woonstad in 2017 vijftig nieuwbouwwoningen opleverde. De corporatie was al eigenaar van de locatie waar voorheen bijna twee keer zoveel gestapelde woningen stonden. De verdunning nemen de gemeente en de corporaties voor lief, om gezinnen die op Zuid willen blijven, grotere en betere huizen aan te kunnen bieden.

Voor de eengezinswoningen aan de Putsebocht bepaalde Woonstad zelf niet de keuze voor de architect, verklaart projectmanager vastgoedontwikkeling Bauke van Poll: “Woonstad sloot jaren geleden al een ontwikkelovereenkomst met aannemer Rizbouw. Rizbouw selecteerde A3 Architecten – overigens een architectenbureau waar Woonstad ook in andere projecten mee samenwerkt.”

De architect moest zich aan de stedenbouwkundige randvoorwaarden en de ideeën over het gewenste woonmilieu houden, dat de gemeente had vastgelegd. Dat was voor de Putsebocht ‘stedelijk’, maar hoger dan drie woonlagen mocht het niet worden. Ik moet denken aan een gesprek dat ik met gevierd stadmaker Robbert de Vrieze voerde: “Op Zuid zie je dat de belangen van ontwikkelaars en gemeente te veel domineerden. Door de Woonvisie en het Nationaal Programma Rotterdam-Zuid zijn de belangen hoog. Ik denk dan: waarom hebben we daar rijtjes eengezinswoningen nodig, zoals in Barendrecht? Fuck it! Dit is de stad! Veel bestuurders die dit beleid verdedigen zijn zelf allang naar de periferie verhuisd.”

Eén van die bestuurders, Marco Pastors van het NPRZ, noemde de Putsebocht in de context van een gesprek over sloop en nieuwbouw op Zuid een project waarover vriend en vijand het erover eens zijn dat het geslaagd is. Maar mij lukt het niet om warm te worden van de behoudende architectuur.

03Rotterdam-Zuid©Ossip
Putsebocht Beeld door: beeld: Ossip van Duivenbode

Komt het door de donkere baksteen van de gevelwand? Of omdat er zo weinig variatie is in de lange rij woningen? Hadden voortuintjes of meer uitgesproken gevels het geheel niet wat meer tot leven kunnen wekken? Het verschil met de experimenteerdrift die achter de woningen uit de jaren ’30 schuilgaat, met de verspringingen, bijzondere geveldetails en het verrassende kleurgebruik, is op het eerste gezicht in elk geval groot.

Het voorontwerp van A3 Architecten voor de vijftig woningen was niet meteen raak, legt Bauke van Poll uit. De Rotterdamse welstandcommissie vond dat het schetsontwerp in stedenbouwkundige zin te kort schoot: “Dat leidde tot de aanpassingen: zo moest de schuine kap vanaf de straat door een hogere bouwmassa worden verhuld, om steviger hoeken te creëren. De gevel op de 2e verdieping loopt daarom ter plaatse van de parkeerplaatsen en aan de uiterste randen, de hoek om. Op de straathoeken is een bebo-woning (beneden-boven, red.) gerealiseerd.”

Verzakt

Deze én andere aanpassingen, zoals in de gekozen gevelmaterialen, maken dat Van Poll trots is op het eindresultaat: “De positieve reacties van bewoners en omwonenden bevestigen dat.” Toch is ze niet 100 procent tevreden. “De woningen aan de Putsebocht zijn gesloopt en vervangen omdat de funderingen op staal slecht waren, een bekend probleem in Bloemhof. Het niveau van de straat is in zijn geheel opgehoogd. Dat is niet gedaan met de woningen aan de Asterstraat, die met de achtertuin aan de tuinen van de nieuwbouwwoningen grenzen. Met als gevolg op sommige plekken een niveauverschil van 60 centimeter.”

Het hoogteverschil tussen de tuinen leverde reacties op van enkele bewoners van de Asterstraat over gebrek aan privacy, dus liet Woonstad een schutting ontwerpen tegen de inkijk. Maar ook in het tussenstraatje valt het hoogteverschil op, je daalt vier traptreden af naar de Asterstraat. Door de verspringende tuinmuren en de overgang van oude naar nieuwe bestrating, voelt het bijna alsof je ook een stap terug in de tijd doet.

02Rotterdam-Zuid©Ossip
Putsebocht Beeld door: beeld: Ossip van Duivenbode

Omhoog kijkend vanuit dit straatje vallen ook de glimmende zonnepanelen op de nieuwbouw op: een extra bevestiging dat de woningen ‘van deze tijd’ zijn. Tegelijkertijd benadrukken ze het verschil met de woningen aan de Asterstraat, waar woningen door bodemdaling ook enigszins verzakt zijn, een probleem dat in heel Bloemhof speelt.

Vernieuwing Riederbuurt, Hillesluis

Aan het Drents Plantsoen in de naburige wijk Hillesluis vernieuwde Woonstad onlangs een compleet bouwblok. Het blok ligt in de Riederbuurt, op een steenworp afstand van de Kuip. Bij de bouw van Hillesluis liet de gemeente, in tegenstelling tot Bloemhof, particuliere bouwers hun gang gaan. Met veel verschillende type woningen tot gevolg. De Riederbuurt is rond 1923 in één adem gebouwd door woningbouwvereniging N.V. het Zuiden en is een uitzondering op de regel. Scheepswerf Piet Smit huisvestte er haar werknemers.

Het buurtje is in 1985 stevig gerenoveerd met witte kunststof kozijnen. Ook zijn kleine woningen deels samengevoegd. Toch is nog heel goed te zien dat de buurt een totaalontwerp is, zoals een oudere bewoner verklaart in de film over de cultuurhistorie van Hillesluis: “Je ziet toch dat het wel architectuur is. Vergelijk het met de Afrikaanderbuurt, dat is een allegaartje van woningen, dat lijkt wel België.”

Projectmanager Maaike Schravesande van Woonstad legt uit waarom in de Riederbuurt toch is gekozen voor sloop van een woningblok: “Wij doen altijd scenario-onderzoek, waaruit de keuze volgt voor renovatie of sloop. Ten eerste waren de funderingen van de woningen aan het Drents Plantsoen extreem slecht. Ten tweede was in de gebiedsvisie afgesproken met de gemeente om in te zetten op een rustig stedelijk woonmilieu voor (jonge) gezinnen omdat er erg weinig geschikte woningen voor hen zijn.”

Zoeken naar evenwicht

In de Walravenbuurt, even verderop in Hillesluis, sloopte Woonstad nog een rij woningen aan de Van Haeftenstraat vanwege slechte funderingen. De corporatie gunde de opdracht voor beide woningcomplexen aan Geurst & Schulze, de architecten van het buurtje Le Medi in Bospolder. “Uit de stedenbouwkundige analyse van de wijk volgde dat we eigenlijk niet om metselwerk heen konden. Geurst & Schulze hebben bewezen goed te zijn in bakstenen woningbouw.”

Het resultaat dat fotograaf Ossip en ik aanschouwen is in evenwicht. Door de toepassing van horizontale bakstenen banden en halfopen metselwerk ter hoogte van de tuinen is diepte in de gevels gecreëerd om te voorkomen dat de gevels saai ogen. Dat is goed zichtbaar als er zonlicht op de gevel valt.

05Rotterdam-Zuid©Ossip
Drents Plantsoen

Ook in dit project had de welstandcommissie commentaar op het eerste ontwerp met twee losse rijen woningen. Schravesande: “De commissie vroeg het stedenbouwkundige principe van het gesloten bouwblok met voordeuren op de hoeken over te nemen. De architect ging daarin mee, wat een minder praktische indeling van de hoekwoningen opleverde. Aan bewoners is dat niet altijd gemakkelijk uit te leggen. Hoewel je bewoners hebt die in staat zijn heel creatief om te gaan met de bijzondere vorm van hun halletje.”

Schravesande en Van Poll zijn zich bewust van hun rol als intermediair tussen architect, gemeente, welstand en bewoners. Ze zoeken dan ook naar een balans tussen budget, esthetiek en gebruik, maar ‘je kunt het toch nooit helemaal goed doen’. Ook het managementteam van Woonstad is weleens kritisch over de kosten die met nieuwbouw gemoeid zijn: ‘hoeveel badkamers zouden we voor dat geld kunnen renoveren?’.

Twee keer geschoten, één keer raak

In zulke discussies over geld kan de aandacht voor architectuur makkelijk ondersneeuwen. Een goede begeleiding van het proces, een vasthoudende architect, deskundig advies van welstand en een toegewijde aannemer maken dan het verschil. Staand voor de woningen aan het Drents Plantsoen heb ik het gevoel dat er door al die partijen hoog is ingezet: zo is bijvoorbeeld de daklijst van de woningen met een verticale rollaag van baksteen en een donkere dakpan, fraai vormgegeven.

Zijn dat soort details geen architecten-fetisj? Misschien. Maar een overtuigend ontwerp kan wel degelijk woongeluk opleveren. Een voorbeeld: naast de voordeur zijn de sleuf voor briefpost, de deurbel en het huisnummer in één natuurstenen tableau ontworpen. Al is het een detail, het doet toch denken aan de zorgvuldigheid waarmee in de jaren twintig en dertig in Bloemhof is ontworpen.

04Rotterdam-Zuid©Ossip
Drents Plantsoen Beeld door: beeld: Ossip van Duivenbode

Ik vind het dan ook jammer om te moeten concluderen dat de woningen van A3 Architecten aan de Putsebocht daarin tekort schieten. De bakstenen gevels ogen vlak, alleen de rijen witte gevelsteentjes brengen daar wat afwisseling in. De hoge gevels die de schijn moeten wekken dat aan de parkeerplaatsen de woningen uit drie lagen bestaan voelen nep aan, als je ze vanaf de achterzijde bekijkt.

Hoe mooi was het geweest die gevels, waar de zon wél op valt, ook meer diepte te geven? Of er een verticale tuin van te maken? Tot slot is de achtergevel, tja, een achtergevel. Netjes, maar daarmee is alles ook gezegd. De woningen zullen hooguit als voorbeeld van de eerste generatie écht energiezuinige woningen gelden. Maar ook daarvan zijn talloze betere exemplaren.

En de tevreden gezinnetjes dan? Natuurlijk zijn die belangrijk, maar ook de rest van stad verdient een architectuur die inspireert en verrast. Zoals de arbeiderswoningen die Bloemhof honderd jaar geleden op de architectuurkaart zetten, waar ook nu nog het ontwerpplezier aan af te lezen is.

Ik begin te denken dat de bouwende partijen op Zuid zich tegenwoordig misschien wat té braaf aan de prestatieafspraken, regels en richtlijnen houden en daarbij het streven naar inspirerende architectuur uit het oog zijn verloren. Maar door de nieuwbouw aan het Drents Plantsoen is mijn conclusie dat architectuur ook onder deze condities, nog in staat is te overtuigen. Benieuwd? Ga er maar eens kijken.

Nieuw dossier: Architectuurkritiek

De verleidelijke plaatjes en ronkende teksten over nieuwbouw vliegen je om de oren. Credo’s als #Makeithappen en ‘Bouwen, bouwen, bouwen’ bevestigen het stoere imago van Architectuurstad Rotterdam. Maar hoe pakken toekomstdromen uit in de praktijk? Vers Beton onderwerpt plannen en ontwerpen van vastgoedjongens en architecten aan een reality check en geeft – indien nodig – ongezouten kritiek.

Dit dossier is een samenwerking met AIR, het Architectuur Instituut Rotterdam. (Meer info)

Vers Beton heeft jouw support nodig!

Voordat je verder leest: Vers Beton kan alleen blijven bestaan dankzij support van onze lezers. Maak jij ook onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder

Teun van den Ende

Teun van den Ende

Teun van den Ende laat zich niet graag leiden door hypes, maar gaat juist op zoek naar de lange lijnen in de ontwikkeling van Rotterdam – en ook andere steden trouwens. Teun combineert populaire cultuur met historisch onderzoek naar de stad.

Profiel-pagina
Ossip

Ossip van Duivenbode

Fotograaf

Ossip van Duivenbode (1981) is architectuurfotograaf. “Architectuur en stedenbouw zijn volledig in mijn bestaan verwikkeld. Als ik door een stad loop, ben ik continu aan het observeren. Wat is de invloed van een gebouw op de omgeving, wat zijn interessante details, hoe verhouden die zich tot de mensen?”

Profiel-pagina
Nog geen reacties

Reageren is voorbehouden aan Vers Beton-supporters. Meld je hier aan als supporter of log in.

Advertentie

Logo_giraffe_01_600x500