Voor de harddenkende Rotterdammer

1. De Rhoonse Grienden en Het Klein Profijt

Laatst hoorde ik voor het eerst de term ‘schaamgroen’: boompjes en kleine niksige perkjes langs straten of op parkeerplaatsen die meegeteld worden om de groenquota maar te halen. Een geliefde Rotterdamse bezigheid. Nee, naar echt groen is het in deze stad, en eigenlijk de hele regio, even zoeken.

Eén zo’n echt groene plek vind je net buiten Rhoon. De Rhoonse Grienden beslaan zo’n dertig hectare, begroeid met knotwilgen. Ertussendoor loopt een smal wandelpad. Afhankelijk van het jaargetijde loop je er tussen de vrolijk piekende wilgentakken of door een surrealistisch landschap van geknotte stompjes.

Loop verder over de smalle paden en bruggetjes in de richting van golfclub de Oude Maas. Sla daar rechtsaf naar de Oude Maas, en je stuit op een dicht begroeid stuk groen dat naar de rivier leidt. Ook dit verwilderde natuurgebied Het Klein Profijt is begroeid met wilgen, maar dan met exemplaren die al lang niet meer worden geknot. Je komt uit bij de rivier. Sterk aan met een broodje kroket op het terras van de golfbaan, en loop over de dijk weer terug naar Rhoon.

En het mooiste van dit alles? Je kan er gewoon met de metro naartoe. Stap uit bij halte Rhoon en loop in de richting van het jachthaventje.

Guido van Eijck

2. Wijkpark Oude Westen

Op een druilerige vrijdagmiddag is Wijkpark Oude Westen een ouderwets troosteloze bedoening. Een klein gezin kijkt naar de geitjes, een enkeling verpoost op een bankje. Onlangs werd ik hier achtervolgd door een enge man. Ik schudde hem af door schuin het veld over te steken. Hier kan mij niks gebeuren.

Deze plek heeft, ondanks, of misschien wel dankzij, de dolende zielen, alcoholisten, van ziektes degenererende duiven en opgeschoten jeugd een ongekend geruststellend karakter. Hier geen rose-slurpende bakfietsmoeders met overslaande schelle stemmen en mekkerend nageslacht. In plaats daarvan een prachtige tuin, een minuscule kinderboerderij die bewijst dat sommige ‘concepten’ tijdloos zijn en het allermooiste: een groot, groen, rechthoekig grasveld, dat bijna altijd leeg is.

Op warme dagen frisbee ik hier met mijn favoriete collega en vormen we een attractie voor de op bankjes hangende mensen die niet meedoen aan de wedstrijd van het leven. Leegte, rust en rafelranden.

Tijdens mijn rondje langs de meest afgelegen uithoek van het park verschijnt een man uit de bosjes, zijn wollen jas vol takjes. De regen heeft hem uit zijn middagslaapje gewekt. Even omklemt mijn hand de volgesnoten zakdoek in mijn jas. ‘Ontspan’, vermaan ik mezelf. Dit is het Wijkpark Oude Westen, hier kan mij niks gebeuren.

Tara Lewis

3. Algemene Begraafplaats in Crooswijk

Er schuurt iets tussen het diep persoonlijke van verlies en de openbaarheid van een begraafplaats. Ik betrap mezelf dan ook op een wat ongemakkelijk gevoel bij het aanprijzen van de Algemene Begraafplaats in Crooswijk als een plek om voor je plezier op te zoeken. Maar tsja, ik kom er graag, zonder dat ik er zelf iemand ga herdenken. Er zullen mensen zijn die het morbide vinden, wandelen over een begraafplaats. Maar ik ben dan ook een wat morbide persoon. Weinig kan me zo kalmeren als het idee dat alles tijdelijk is.

Echt verborgen of onontdekt kan je de begraafplaats niet noemen. Het is een Rijksmonument, midden in Rotterdam Noord. Het is er rustig en lommerrijk. Je vindt er monumentale bomen en beeldende kunst. Dwalend over de paden lees je de geschiedenis van de stad af aan de namen op de zerken. Families Van Traa, Van der Vorm en Van Beuningen delen het terrein met de doden van het bombardement en de Hongerwinter en generatie op generatie Rotterdammers met elk hun eigen verhaal. Mijn favoriete plek is op het bankje onder de Rode Beuk uit 1822.

Ook hardlopers hebben de begraafplaats ontdekt. Als wandelaar ben ik daar zelf ook ter recreatie, maar met een rustige wandeling zal ik andermans rouw niet verstoren. Met hardlopen, met bijbehorende snelheid en gehijg en gezweet in spandex, doe je dat wel. Daarom mijn verzoek aan de hardlopers van Crooswijk en omstreken: ren een fijn rondje, maar sla de begraafplaats over. De dood achtervolgt je toch wel.

(Bonustip voor hardlopen: steek de Boezemlaan over en ren langs de Rotte, dat doe ik zelf ook.)

Fay van der Wall

4. Volkstuin Vereniging Wielewaal

Het paradijs ziet er voor iedereen anders uit.

In de volkstuintjes van de Wielewaal zag ik dit jaar de wereld weer uit z’n schulp kruipen na een diepe winterslaap. De eerste warme zonnestralen in februari lokten voorzichtig groene blaadjes uit hun knoppen. Inmiddels lijkt het alsof er een explosie van levenskracht heeft plaatsgevonden en is Volkstuin Vereniging Wielewaal een lusthof voor al dat leeft. Molletjes helpen mee met het ploegen van de vruchtbare grond en bijen doen zich tegoed aan de bloemenpracht.

Ook menselijke bezoekers zijn van harte welkom om te genieten van het buitenleven. En natuurlijk ook om een glimp op te vangen van hoe de volkstuinders met passie hun stukjes groen bestieren. Want het palet aan volkstuinleden is bijna net zo kleurrijk als hun bloementuinen.

Hier geen strenge eisen over hoe strak het gazon erbij moet liggen of hoe hoog de heg moet zijn. Alle tuinders cultiveren een eigen paradijsje. Van een strakke siertuin met tuinkabouters en speelgoed voor de kleinkinderen, tot een weelderige ecologische tuin met een vuurkorf en een hangmat, tot een moestuin met verse groenten voor bij het barbecuefestijn.

Manon Dillen

5. Hertenkamp in het park van Park Zestienhoven

Er zijn weinig hobby’s zo nuttig als hardlopen, als het gaat om groene plekken in je eigen wijk of stad ontdekken. Ik kom nog steeds, na jaren van omzwervingen, op nieuwe plekken terecht.

Even leek mijn hardloopgebied bedreigd. Want er is in pakweg twee jaar tijd een hoop veranderd, daar net achter het verkeersknooppunt Schieplein. Vanaf de Gordelweg, of de Schieweg, het Schieplein over, liep ik een paar jaar geleden nog de leegte in. De doorgaande weg naar Berkel & Rodenrijs en metro Melanchtonweg rechts van je, en op links de ruimte! Maar nu zijn daar – sneller dan mijn hardloopschoenen konden slijten – de woonwijken uit de grond verrezen. De wijk Zestienhoven is in rap tempo volgebouwd.

Maar het loont de moeite om daar voorbij te gaan. Even door de nieuwe, strakke stoepen en net aangeplante, identieke heggetjes heenbijten. Want daarachter wacht nog altijd het park van Park 16Hoven, zoals het officieel heet. De allerleukste verrassing: het hertenkamp. Soms hoog op hun heuvel, soms sta je gewoon langs het pad oog in oog met een serieus gewei. Op tien minuten hardlopen van de stad blijft dat elke keer bijzonder.

Willemijn Sneep

6. Landgoed De Tempel, Overschie

Het is haast kitsch, dat landgoed De Tempel. Een vijver met barokke beelden bij binnenkomst, langs een oprijlaan die naar de statige witte villa leidt. Overwoekerde kronkelpaden, pauwen in de tuin en op de veranda. De laatste keer dat ik er was cirkelden een tiental ooievaars over de boomtoppen. En dat aan de rand van Rotterdam.

De beschreven geschiedenis van landgoed De Tempel gaat terug tot de vijftiende eeuw. De in 1619 op het Haagse Binnenhof onthoofde staatsman Johan van Oldenbarneveld was een tijdje eigenaar. Midden vorige eeuw kocht de gemeente het landgoed, schijnbaar onder de voorwaarde dat de tuin bleef zoals ‘ie was. In de gebouwen wonen nu antikrakers, maar het groen is openbaar toegankelijk.

Om er te komen fiets je de Schie af in de richting van De Zwet. Het landgoed ligt naast het chique seniorenverblijf Residence Oldenbarnevelt. De wandelpaden zijn maar een kilometer of  anderhalf lang, maar door het ontwerp in Engelse landschapsstijl lijkt je oneindig over het landgoed te kronkelen. Langs het koetsgebouw, een ingestorte brug, bijenkasten en een klein prieeltje. In de verte raast de A13.

Guido van Eijck

7. Het eiland van Brienenoord

Een industrieterrein tussen de Kuip en de Maas. Je passeert de grote vreetschuren, de groothandel en slaat tussen de tegelboer en de tapijtboer een straatje in. Je arriveert bij een klein bruggetje. Als je de brug over bent zit je plots in een groene stadsoase aan de Maas. Tegen de achtergrond van het mooiste uitzicht op de hoogbouw van het centrum drinken een Schotse Hooglander en een kalfje uit een voormalig bouwdok voor de Rotterdamse metro.

Wat ik normaal gesproken erg fijn aan Nederland vind, vind ik vaak een beetje jammer aan de natuur in Nederland: dat het allemaal zo goed geregeld is. Het eiland van Brienenoord is gelukkig nog niet zo strak gemanaged. De grote grazers kunnen overal je zandpaadje (zonder wegwijzers) plotseling kruisen.

Het eiland bestaat uit verschillende delen die je kunt ontdekken. Het is een goede plek voor vogelaars. De laatste keer dat ik er was, zag ik zelfs een ijsvogel. Ik raad aan om helemaal door te lopen naar de uiterst oostelijke kant van het eiland. Je passeert een bossig stuk, de nieuwe projectruimte Buitenplaats Brienenoord (waar binnenkort ook geprogrammeerd gaat worden), een natuurspeeltuin en een volkstuinvereniging. En dan zie je de imposante pijler van de Van Brienenoordbrug waar je ook onderdoor kunt lopen. Stadsnatuur in optima forma.

Eeva Liukku

Voordat je verder leest...

Vers Beton heeft jouw support nodig! Wij kunnen alleen blijven bestaan dankzij support van lezers. Maak jij onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder

de redactie

de redactie

De redactie van Vers Beton.

Profiel-pagina
Oana_headshot

Oana Clitan

Illustrator

Oana Clitan houdt zich bezig met collages, GIFs en tekeningen over de relatie van mensen met technologie en massamedia. Haar werk kan ontwerp, kunst of illustratie zijn, en ze houdt er van referenties naar de jaren 90 te gebruiken.

Profiel-pagina
Lees één reactie
  1. Profielbeeld van André de Baerdemaeker
    André de Baerdemaeker

    Het ligt er maar net aan wat je zoekt in het groen. De één gaat voor een loopje met de hond, terwijl de ander graag op gras zonder drollen wil liggen. Zelf ben ik meer het type natuurvorser. Zingende vogels, dwarrelende vlinders en wilde bloemen, dat maakt het net wat leuker. Maar mooie natuur vinden in een stad klinkt nogal tegenstrijdig. Toch ken ik wel zo’n plek in Rotterdam: de Wolvenvallei in het Kralingse Bos. Er komen misschien weinig hardlopers, skaters en barbequërs, maar het wemelt er van de bijzondere libellen, waterplanten en kikkers. De Wolvenvallei mondt uit in de vistrap, waar jonge snoekjes en waterhoentjes opgroeien. Een soort kraamkamer, eigenlijk. De Wolvenvallei is een pareltje van onze stadsnatuur. Iedere keer als ik er loop, vergeet ik heel even dat ik gewoon nog in Rotterdam ben.

Reageren is voorbehouden aan Vers Beton-supporters. Meld je hier aan als supporter of log in.