Advertentie

Banner Vers Beton
Voor de harddenkende Rotterdammer
Marc-Schuilenburg-Daphne-van-Drenth-1
Beeld door: beeld: Daphne van Drenth

“In de krant, op televisie, in alledaagse gesprekken, in de politiek: het beeld van hysterische burgers en politici die overdreven opgewonden reageren, blijft op het netvlies hangen.” In zijn onlangs verschenen boek Hysterie. Een cultuurdiagnose onderzoekt Schuilenburg dit verschijnsel. Twee hoofdstukken zijn geheel gewijd aan Rotterdam: over het burgerparticipatieproject ‘Buurt Bestuurt’ in Hillesluis en de Afrikaanderrellen in augustus 1972 in de Afrikaanderwijk.

 

Je schrijft dat we in hysterische tijden leven. Wat bedoel je daarmee?

“We leven in tijden waarin mensen zich voortdurend over alles lijken op te winden. Ik heb hysterie ook zo benaderd: niet als een ziektebeeld, maar in sociologische zin, met als belangrijke vraag: waarom mensen hysterisch gedrag vertonen. Het grote doel was om  hysterie niet te zien als iets irrationeels, maar om de symptomen erachter te onderzoeken. Die kunnen namelijk wel degelijk reëel zijn.”

“Ik heb hysterie niet als een ziektebeeld benaderd, maar in sociologische zin: waarom mensen hysterisch gedrag vertonen”

Wat is volgens jou hysterisch gedrag?

“Het begint ermee dat mensen zich slachtoffer voelen van iets abstracts en groots waar ze geen grip op hebben. Als ze het gevoel hebben dat ze grip op zaken verliezen, zoals bij de komst van migranten, kruipen mensen in een slachtofferrol. Die gaat gepaard met overdreven taalgebruik, met uitroeptekens en hoofdletters. Ze zoeken zo aandacht in de hoop serieus te worden genomen. Toen bijvoorbeeld burgemeester Aboutaleb op een informatiebijeenkomst in Beverwaard toelichting gaf over een komend asielzoekerscentrum, zag je veel hysterisch gedrag. Er waren bewoners die zo extreem kwaad reageerden dat ze zich later niet meer herkenden in hun gedrag en er ook geen heldere herinnering meer aan hadden.”

 

Waarom is de huidige tijd zo hysterisch?

“Ik heb drie onderwerpen onderzocht voor dit boek. Ten eerste: de leefbaarheid van de wijk.  Daarom ben ik twee jaar lid geweest van Buurt Bestuurt in Hillesluis. Ik heb daarnaast veiligheid onderzocht, aan de hand van de criminaliteitscijfers en ik heb de komst van immigranten geanalyseerd via het taalgebruik in de Rotterdamse politiek. Waarin de drie onderwerpen overeenkomen, is dat heel veel mensen het gevoel van geborgenheid missen. Ze voelen zich Unheimisch in hun eigen wijk en stad. Iets dat thuis behoort te zijn, voelt niet meer als thuis. Dit gemis aan geborgenheid zie je op verschillende terreinen terugkeren. Dat mensen bijvoorbeeld denken dat criminaliteitscijfers de pan uitrijzen in Rotterdam… terwijl ze in werkelijkheid alleen maar dalen.”

Marc-Schuilenburg-Daphne-van-Drenth-2
Beeld door: beeld: Daphne van Drenth

Waar komt dit gemis aan geborgenheid vandaan?

“Op microniveau zie je dat in wijken de geborgenheid steeds meer onder druk is komen te staan doordat allerlei ontmoetingsplekken – van jongerenhuizen tot de buurtwinkel – zijn verdwenen of hebben plaatsgemaakt voor een groot bedrijf zoals Albert Heijn. Ook een oorzaak is de opkomst van neoliberalisme in Nederland, dat leidt tot vermarkting en ontgrenzing. Tegelijkertijd heeft het verdwijnen van de zuilen geleid tot individualisering.  Afnemende bescherming en toenemende eenzaamheid en onmacht zijn daarvan het gevolg.

 

Je schrijft dat hysterie een verdienmodel is. Kan je dit uitleggen?

“De economie wijst ons voortdurend op iets dat wij tekortkomen en vult dat tekort voor ons in. Als er een nieuwe iPhone uitkomt, verzamelen mensen al dagen van tevoren in totale euforie voor de winkel. Terwijl je dat ding een dag daarna ook kan kopen. Ook Facebook en Twitter werken met algoritmes die de sensationeelste berichten bovenaan je tijdlijn zetten als clickbait, ten gunste van de advertentie-inkomsten. Haal hysterie uit Twitter en Twitter is morgen failliet. Politici gebruiken overdreven taalgebruik, zoals de hyperbool en de uitvergroting, om kiezers te winnen. Ook zij wijzen voortdurend op een tekort in ons leven: ‘We zijn nog steeds niet veilig genoeg, niet gezond genoeg, niet welvarend genoeg.’ Maar als je nuchter kijkt, wonen we in een van de veiligste, gezondste en rijkste landen ter wereld.”

“Dit alles wijst op een typische paradox van onze tijd, die je de succesparadox zou kunnen noemen. Hoe gezonder, welvarender en veiliger ons leven wordt, hoe hysterischer we zijn over het laatste restje tekort.”

 

Tijdens de rellen van 1972 in de Afrikaanderwijk vond er een veldslag plaats. Er werden brandbommen en stenen bij pensions naar binnen gegooid, de ruiten van huizen sneuvelden en het huisraad van Turkse bewoners op straat werd opgegooid. Uiteindelijk moest de ME uitrukken om de rellen definitief de kop in te drukken en de rust in de wijk te herstellen. Jij hebt het taalgebruik naar aanleiding van de rellen genomen als casus voor de Rotterdamse omgang met migranten. Wat zijn je bevindingen?

De rassenrellen als thematiek (etniciteit) blijven tot op dit moment doorsudderen maar krijgen steeds een ander plaatje. Dus aanvankelijk zag de Rotterdamse politiek de rellen als een sociaal probleem: het gevolg van werkloosheid, verpaupering, slechte woonomstandigheden in de Afrikaanderwijk. De gemeente zocht de schuld bij zichzelf. De wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog had die kant van de stad links laten liggen. Vanaf de jaren tachtig werd het steeds meer gedefinieerd als een integratieconflict. Uiteindelijk werd het bij Leefbaar Rotterdam geframed als een veiligheid-  en leefbaarheidskwestie maar daaronder was het een etiniciteitsissue. Bij Leefbaar werd het een onvermijdelijk rassenconflict. Dit zag je terug in het taalgebruik: er moest ‘een allochtenstop’ en ‘een hek rond Rotterdam’ komen.”

 

Wat waren volgens jou de oorzaken van de rellen?

“De media namen het op voor de Turkse bewoners en legden de schuld bij de oude bewoners want die zouden xenofoob en racistisch zijn. Later werd steeds meer onderkend dat er veel meer zaken een rol speelden, waaronder woningnood, oplopende werkloosheid, verpaupering van de wijk en het gevoel van de oorspronkelijke bewoners dat de gemeente geen enkele aandacht had voor hun klachten. Wat ook meespeelde was dat de oud-bewoners meenden dat hun wijk te snel veranderde. Geborgenheid en globalisering laten zich lastig combineren.”

“In plaats van ‘allochtone bewoners’ werd er gesproken over ‘kansarme bewoners’ om de angel uit de discussie te halen”

De rellen zijn niet alleen interessant qua taal maar ook qua diagnose. Als de diagnose klopt dat het veel meer ging om sociaaleconomische omstandigheden, dan is de vraag of de oplossing – een gedeelte van een bevolkingsgroep naar andere wijken dirigeren – juist is. Doe dan meer aan die sociale problemen in plaats van de etnische tamboerijn te kloppen.”

 

Je stelt dat met de Afrikaanderrellen de Rotterdamwet is geboren. Kan je dit uitleggen?

“Na de rellen werden al de eerste voorstellen gedaan om tot een andere verspreiding te komen van niet-Westerse allochtonen over de stad. De term ‘Rotterdamwet’ bestond toen nog niet. Maar de inzet was hetzelfde: een spreidingsbeleid voor buitenlanders door een percentageregeling per wijk op te stellen. De plannen hiertoe werden uiteindelijk vernietigd door de Raad van State omdat ze discriminatoir zouden zijn. In de jaren 2000 lukte het wel om de Rotterdamwet in te voeren, nu met steun van het kabinet-Balkende en onder het mom van een inkomens-eis voor nieuwe bewoners. In plaats van ‘allochtone bewoners’ werd er toen gesproken over ‘kansarme bewoners’ om de angel uit de discussie te halen.”

 

Waarom lukte het wel onder het kabinet Balkenende?

“Het politiek klimaat was ingrijpend veranderd, mede doordat sinds de jaren 1990 de criminaliteit explosief steeg in Nederland. Het was ook de tijd dat het Fortuynisme werd uitgedragen door de LPF en Leefbaar Rotterdam. Pas vanaf 2002 dalen bijvoorbeeld de cijfers van de geregistreerde criminaliteit.”

Je schrijft ook over de hysterie-paradox: dat de overheid de hysterie probeert te bedwingen, maar dan vaak juist de hysterie extra stimuleert.

“Ik ben twee jaar lid geweest van Buurt Bestuurt in Hillesluis. Daar zag je dat het participatiebeleid van Rotterdam vooral is opgezet om de boosheid van de burger te kanaliseren. Zo wordt van hysterie een bureaucratisch model gemaakt. Je geeft burgers meer zeggingskracht in de hoop dat ze daarmee hun boosheid en opwinding temperen.

In Hillesluis zag je het tegenovergestelde plaatsvinden. Alle initiatieven van de bewoners werden tegengewerkt of niet ingewilligd waardoor twee fenomenen tegelijkertijd plaatsvonden. Aan de ene kant zag je dat bewoners hun boosheid hierover stilletjes gingen kanaliseren en steeds passiever werden. Aan de andere kant zag je dat de vergadering een toenemend opgewonden karakter kreeg doordat de andere bewoners steeds bozer werden. Uiteindelijk werden de vergaderingen steeds minder bezocht. Op het laatst zat ik met nog maar drie bewoners en een heel bataljon aan ambtenaren en aanpalende organisaties tegenover ons.”

Marc-Schuilenburg-Daphne-van-Drenth-4
Beeld door: beeld: Daphne van Drenth

Als andere oorzaak voor het mislukken van Buurt Bestuurt Hillesluis noem je gebrekkige informatie vanuit de gemeente naar de bewoners. Dus enerzijds overschat de gemeente het keuzevermogen van de burger en anderzijds onderschat zij de informatiebehoefte van burgers?

“Inderdaad. De gemeente vraagt alles van de burger maar geeft zelf eigenlijk helemaal niets. Zo wordt er gevraagd aan bewoners: wat zijn de problemen in de wijk en wat ga jij zelf aan die problemen doen? Ik merkte in Hillesluis dat de bewoners het bijzonder problematisch vonden dat ze geen informatie kregen over de echte grote problemen in de wijk. Je zou verwachten dat de gemeente eerst cijfers geeft om de grote problemen te schetsen alvorens de bewoners een top-3 van problemen te laten maken. Maar die informatie krijgen ze niet omdat de politie de bewoners niet banger willen maken. Ook kregen ze geen gereedschap om die problemen te kunnen aanpakken, zoals ‘good practises’. Kortom: participatie zonder informatie leidde in Hillesluis vooral tot frustratie.”

“Ook minder regelgeving kan zorgen voor meer veiligheid en leefbaarheid”

Hoe moet het dan wel?

De gemeente zou moeten kijken wat er speelt in een wijk, wat voor soort initiatieven er zijn. Om die vervolgens te enthousiasmeren en ondersteunen in plaats van te overladen met een bureaucratische rondslomp. Ook minder regelgeving kan zorgen voor meer veiligheid en leefbaarheid.”

 

Maar waarom kan de gemeente dit niet?

“Het is geen onwil, het vraag om een ander type ambtenaar. Je moet gemakkelijk met bewoners in gesprek kunnen. Snel kunnen handelen. Doorzettingsmacht hebben. Het heeft er ook mee te maken dat de gemeente vaak zegt dat ze geen uitzonderingen kan maken. Ten derde denk ik dat de verbeelding mist: hoe je kunt werken aan leefbaarheid en veiligheid anders dan de klassiek repressieve manier. Ik mis een sociale verbeeldingskracht op het stadhuis.”

“Ik heb in het afgelopen jaar met bijna 40 gemeenten van Hilversum tot Tilburg gesproken over een positieve benadering van veiligheid. Wat me treft is dat ambtenaren heel graag willen, maar volstrekt vastzitten in het oude stramien van regels, boetes, en de wapenstok.”

Marc-Schuilenburg-Daphne-van-Drenth-6
Beeld door: beeld: Daphne van Drenth

Hoe ziet de positieve benadering van veiligheid er dan uit?

“Bijvoorbeeld werken aan vertrouwen in de wijk, zodat burgers zich ook meer veilig voelen. Zoals in de Woonkamer van de Burgemeester.  Mensen van verschillende nationaliteiten komen hier bij elkaar en ontwikkelen allerlei laagdrempelige activiteiten, van kookcursussen tot discussieavonden. Zelfs de mensen die er niet komen zijn er blij mee, want het drugspand dat hiervoor er zat is nu weg. Zo komen de negatieve en positieve benadering van veiligheid en leefbaarheid samen.”

“Je kan zo’n Huiskamer niet overladen met allerlei paperassen, vergunningen, hoge huren. Die bewoners steken al enorm veel energie in de organisatie ervan. Zulke plekken van geborgenheid faciliteren, betekent dus een totaal andere manier van denken dan het klassieke bestuursmodel dat meer top-down is, duidelijke kaders aangeeft, en met vergunningen en gedetailleerde voorschriften werkt.”

 

Aan het einde van je boek stel je dat hysterie ook voor het goede kan worden ingezet. Hoe zou de gemeente dat dan kunnen doen?

“Er is amper aandacht voor het feit dat in Nederland zo’n 250.000 mensen analfabeet zijn en anderhalf miljoen mensen moeite hebben met lezen en schrijven. Zulke cijfers halen de krant niet eens. Een groot deel van deze personen kan bovendien niet rondkomen van hun inkomen en leeft in pure armoede. In Nederland zijn dat bijna een miljoen burgers, een kwart van hen zijn niet-westerse migranten en alleenstaande moeders met minderjarige kinderen. Niemand lijkt zich hierover druk te maken maar juist dit zijn onderwerpen die schreeuwen om actie. Je zou kunnen zeggen dat ze wat meer hysterie verdienen.”

Voordat je verder leest...

Wij kunnen alleen bestaan dankzij support van lezers. Help jij ons om onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk te blijven maken? Vanaf 6 euro per maand ben je supporter!

Nee, ik lees eerst het stuk verder

Profielfoto-Marianne-Klerk

Marianne Klerk

Marianne is historicus, promoveerde aan de Erasmus Universiteit en is nu verbonden aan de Universiteit van Oxford. Al 15 jaar woont zij in Rotterdam, in haar ogen de mooiste stad van Nederland, waar eeuwen geschiedenis van stadsvernieling en -vernieuwing kriskras door elkaar lopen.

Profiel-pagina
Daphne van Drenth profiel

Daphne van Drenth

Fotograaf

Daphne van Drenth (1991) studeert grafische ontwerpen aan de Willem de Kooning. Ze fotografeert en ontwerpt vanuit fascinatie voor storytelling, architectuur en het gedrag van de mens vanuit haar eigen perspectief.

Profiel-pagina
Lees één reactie
  1. Profielbeeld van Jan Riezenkamp
    Jan Riezenkamp

    Een artikel om in te lijsten, verplichte stof voor bestuurders en ambtenaren, een symposium waard !

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.