Voor de harddenkende Rotterdammer
VB_mveere_proloog
Beeld door: beeld: Marieke Veere Vonk

Laat begeleiders een contract tekenen dat ze jongeren ten minste vijf jaar zullen begeleiden, ook al wisselt die jongere van locatie en/of instelling. Begeleiders die langere tijd bij een jongere blijven, krijgen een financiële bonus.”

Het staat er echt. Een financiële bonus om jongeren in jeugdzorg stabiliteit te bieden, is één van de aanbevelingen uit Het is mijn toekomst! waar wachten we op? van de gemeentelijke kinderombudsvrouw. Dit rapport is het resultaat van een open oproep van kinderombudsvrouw Stans Goudsmit aan alle kinderen die met jeugdzorg te maken hebben1. Tussen 1 november en 6 december zette zij haar e-mail, telefoon, en kantoor open om een gesprek aan te gaan.

Aanleiding: een groeiend aantal signalen dat jongeren in jeugdzorg niet de hulp krijgen die ze nodig hebben, omdat er niet genoeg plekken zijn. Doel van het onderzoek: achterhalen welke effecten het uitblijven van de juiste hulp heeft op jongeren en henzelf vragen naar oplossingen.

Schrijnend eenvoudige oplossingen

Die oplossingen liggen soms zo voor de hand dat het schrijnt. “Vertel hoe lang ik moet wachten op een plek in een instelling”, valt te lezen in het rapport. En: “Mag ik, voor ik weer moet verhuizen, eerst een keertje mee-eten op de groep om te kijken of het klikt?” Of: “Laat me niet aan mijn lot over als ik moet wachten.” Sommige jongeren liggen tot wel een jaar op de bank te Netflixen tot er een teken van leven uit de jeugdhulp komt. Al die tijd worden ze niet geholpen en horen ze niet wat er op de achtergrond gebeurt.

De meeste jongeren waarmee de kinderombudsvrouw sprak, krijgen met een beetje pech vijf achtereenvolgende wachtlijsten2 voor hun kiezen. De toegang naar gespecialiseerde jeugdhulp zit ernstig tot volledig verstopt en dat blijkt ook uit het rapport Gezond vertrouwen van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. Eind 2018 legde de Inspectie de Jeugdbescherming Rotterdam-Rijnmond, Enver en de Rotterdamse wijkteams onder de loep.

In de conclusies3 valt het woord ‘onvoldoende’ vaak. Onvoldoende plekken, onvoldoende continuïteit van zorg, onvoldoende zicht op de jongeren en hun veiligheid door wachtlijsten, het belang van jongeren en hun ouders staat onvoldoende centraal.

Doelloos thuis zitten

Al die onvoldoendes leiden ertoe dat jongeren doelloos en zonder hulp thuis zitten. Dat verergert niet alleen het oorspronkelijke probleem maar veroorzaakt bovendien bijkomende complicaties. Schooluitval is daarvan de meest prangende. Kinderen zijn tot hun zestiende verplicht onderwijs te volgen. Maar een kind dat wacht op jeugdhulp en ‘met toestemming’ thuis zit, is van die plicht ontslagen. Vanwege de schotten tussen jeugdhulp en onderwijs zijn er maar twee smaken: een jongere gaat naar school of zit thuis. De weinige mengvormen tussen school, jeugdhulp of dagbesteding die er bestaan, zijn onvoldoende bekend bij de ouders.

“Ik weet niet wat alle instanties doen. Niemand vertelt mij iets”

Ook voor ouders is een thuiszittend kind een zware belasting. Te zorgen dat hun kind de dag door komt, omschrijven ze als een dagtaak. Eén van de geïnterviewde ouders is daardoor in de ziektewet beland. Een andere moeder ziet haar inkomen slinken: “Ik ben telkens bezig om voor mijn kind te zorgen en voor hem op te komen. Ik kan daardoor veel minder werken. Er komt minder geld binnen, maar wat kan ik anders?”  

Hebben de ouders al het idee er alleen voor te staan, de jongeren zelf voelen zich compleet geïsoleerd. Ook omdat zij niet betrokken worden bij bijvoorbeeld hun eigen behandelplan of de zoektocht naar een nieuwe, passende school. “Ik snap niet waarom het zo lang duurt voor mijn oude school mij bij een nieuwe aanmeldt”, zegt ‘Mounir’, een geanonimiseerde jongere in het rapport. “Ik weet niet wat alle instanties doen. Niemand vertelt mij iets.”

Het is de bouw niet

Dat laatste is het leitmotiv uit het rapport: aan de kinderen wordt niets gevraagd of verteld. Precies dat is de reden dat dit rapport ertoe doet, schrijft kinderombudsvrouw Stans Goudsmit. “Aan de zijlijn, wachtend, is het beeld dat in me opkomt als ik aan de gesprekken met jongeren terugdenk. (…) Bovenal: wachtend totdat het betrokken wordt bij de belangrijke beslissingen over zijn eigen leven.”

Jongeren zeggen heel duidelijk: één goede, betrokken hulpverlener kan het verschil maken

Daarbij is niet alles kommer en kwel. De jongeren zeggen klip en klaar dat één goede, betrokken jeugdhulpverlener het verschil kan maken. Een die naar hen luistert (“Hoe ik dat weet? Hij stelt niet telkens dezelfde vraag en onthoudt wat ik antwoord.”) en die hen betrekt in de beslissingen die de instanties over hun leven nemen.

Daarbij, zo raadt de kinderombudsvrouw aan, moet de gespecialiseerde jeugdhulp in Rotterdam Rijnmond misschien wel andere woorden gaan gebruiken dan de huidige: percelen, aannemers, onderaannemers, voorraad en landschapstafels. “Als een buitenstaander deze termen hoort”, schrijft Goudsmit, “waant hij zich in de bouw. Deze termen creëren een onnodige afstand tussen gemeente, jeugdhulpaanbieders en jeugdbeschermers enerzijds en de kinderen anderzijds. Deze afstand draagt een risico in zich: dat vergeten wordt dat het gaat om jongeren van vlees en bloed.”

VB_mveere_header_3.2

Deel van Dossier

Jeugdzorgjungle

Vier jaar geleden trad de nieuwe wet voor de jeugdzorg in. Hoe staat de jeugdzorg ervoor?…

Het verhaal is én én

De groeiende wachtlijsten en het gebrek aan gespecialiseerde jeugdzorg in Rotterdam zijn het gevolg van een jeugdzorgsysteem dat piept en kraakt, zo blijkt uit eerder onderzoek van NRC Handelsblad en Vers Beton. Dat speelt niet alleen in Rotterdam, ook landelijk zijn de tekorten zo nijpend, dat begin mei de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) een brandbrief schreef.

De boodschap: met zoveel extra zorgvragers en zoveel minder geld kunnen gemeenten niet langer goede jeugdzorg garanderen. “De forse tekorten hebben bij veel gemeentelijke bestuurders en ambtenaren tot onbegrip, frustratie en zelfs woede geleid”, schrijft de VNG. “Kabinet en parlement lijken deze forse en complexe taken bij gemeenten neer te leggen zonder verantwoordelijkheid voor de uitvoeringsvraagstukken te nemen.”

De regering trok zich deze noodkreet aan en stelde voor dit jaar 420 miljoen euro extra beschikbaar voor jeugdzorg en 50 miljoen voor geestelijke gezondheidszorg. Hugo de Jonge, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport maakte daarbij wel de kanttekening dat meer geld niet automatisch betere hulp betekent: “Ook in de regie, sturing en samenwerking aan de kant van gemeenten is veel ruimte voor verbetering, het verhaal is: én én.”  

Voordat je verder leest...

Jij kan dit artikel gratis lezen, maar wij kunnen het niet gratis maken. Vers Beton kan alleen bestaan dankzij de support van onze lezers die zo onafhankelijke journalistiek over Rotterdam mogelijk maken. Vanaf 6 euro per maand ben je supporter!

Nee, ik lees eerst het stuk verder

  1. In deze periode deden 35 mensen een melding bij de kinderombudsvrouw over 55 kinderen. ↩︎
  2. Ze wachten op het kennismakingsgesprek, dan het onderzoek, daarna op de behandeling. Dit trio wachttijden herhaalt zich als de jongere bij de verkeerde instelling is aangemeld. Moet een kind naar het speciaal voortgezet onderwijs, dan is het eerst wachten op de afgifte van toelaatbaarheidsverklaring, en daarna op een plek in het speciaal voortgezet onderwijs. ↩︎
  3. Dit zijn de belangrijkste conclusies van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd:
    - Na crisishulp is er onvoldoende continuiteit in de hulp en onvoldoende zicht op de jeugdigen en diens veiligheid door wachtlijsten.
    - Er is sprake van visieverschil tussen JBRR en Enver over de oplossingsrichting om de veiligheid te verbeteren en veiligheidsrisicos weg te nemen, waardoor het belang van de jeugdigen en diens ouders onvoldoende centraal staat.
    - De gemeente Rotterdam draagt geen eenduidige visie uit en geeft vanuit haar opdrachtgeverschap onvoldoende richting aan de hulpverlenende organisaties in het jeugdhulpnetwerk.
    - Het aanbod van wijkteams onderling verschilt zowel in kwalitatieve als kwantitatieve zin. Het aanbod is niet gebaseerd op clientbehoefte, maar op bezetting en expertise van de aanwezige medewerkers in het wijkteam.
    ↩︎
Jeugdzorgjungle
Margot Smolenaars

Margot Smolenaars

Margot Smolenaars (1976) voelt zich al veertien jaar Rotterdammer, maar dan wel eentje met een zachte g. Studeerde journalistiek in Tilburg, begon als archetypische krantenjournalist (d’r héén!), evolueerde tot chef redactie in de bladen en is nu onderzoeksjournalist.
margot@versbeton.nl

Profiel-pagina
mariekeveere-versbeton

Marieke Veere Vonk

Illustrator

Marieke Veere is een Rotterdamse ontwerper en illustrator. Ze studeerde illustratie en gamification aan de Willem de Kooning Academie en de University of the West of England in Bristol. Marieke Veere werkt graag in verschillende stijlen waarbij ze zich laat inspireren door de natuur en alles wat leeft.

Profiel-pagina
Nog geen reacties

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.