Advertentie

Pionect top banner_V2
Voor de harddenkende Rotterdammer
bas_kwakman_10_WEB__Willem-de-Kam
Beeld door: beeld: Willem de Kam

Om maar gelijk met de deur in huis te vallen: waarom stop je als directeur van Poetry?

“Het is een pittige baan, directeur van een festival zijn. Dat vraagt je volle inzet. Terwijl ik zelf in de loop der tijd steeds meer de behoefte kreeg om me op inhoud te richten, kreeg het festival steeds meer behoefte aan een zakelijk leider; een manager. Dat ben ik jaren geweest, maar het paste me steeds minder goed. Ik heb nog een tijd geprobeerd om zowel het zakelijke als het inhoudelijke naast elkaar te doen, maar dat werd te veel. Je zou kunnen zeggen dat ik een beetje moegestreden ben. Ik kreeg een koppijn die niet meer wegging en ik wist dat het daaraan lag. Ik concludeerde: 16 jaar lang, 70 uur per week op de barricades staan voor de poëzie is geweldig geweest, maar het is tijd dat iemand anders het gaan doen. Ik heb het festival goed door een moeilijke tijd geloodst. Dat vind ik een mooie erfenis om aan iemand over te dragen.”

Het festival kondigt dit jaar een koerswijziging aan: van dichtersfestival naar publieksfestival. Hoe kijk je daar tegenaan?

“Toen ik in 2003 begon, werd onze programmeur Erik Menkveld geïnterviewd. Hem werd gevraagd wat hij hoopte en verwachtte van de nieuwe directeur. Hij zei toen: ‘ik hoop dat hij totaal andere dingen gaat doen. Dat mag zelfs zo ver gaan dat ik me er kapot aan erger. Het is belangrijk dat er iets totaal nieuws gebeurt, dat is goed voor het festival.’ Dat is hoe ik er nu ook over denk: laat ze vooral ontwikkelen, veranderen.”

bas_kwakman_01_WEB__Willem-de-Kam
Beeld door: beeld: Willem de Kam

Op het aankomende festival, 13- 16 juni, presenteer je je boek ‘In Poëzie en Oorlog’, waarin je met een verzameling van anekdotes over excentrieke dichters, verre reizen, strijd en schoonheid de geschiedenis van Poetry beschrijft. Je maakte eerder al het boek Hotelkamerverhalen waarin je een deel van je reizen als directeur optekende. Je deelt je ervaringen dus graag met de wereld?

“Oogsten noem ik dat! Ik ben me er steeds erg bewust van geweest dat ik een heel bijzondere baan had. Me iedere dag bezig kunnen houden met de internationale poëzie, de reizen die ik maakte, de groten der aarde ontmoeten. Ik kan niet doen alsof dat niks is; ik moet dat verwerken door het op te schrijven. In Hotelkamerverhalen las je tussen de regels door al een korte geschiedenis van Poetry. Van daaruit is het idee ontstaan om de hele geschiedenis van het festival op te gaan tekenen. Het zijn losse verhalen, met sfeeromschrijvingen en dialogen, die bij elkaar toch laten zien hoe het festival zich heeft ontwikkeld. Gelukkig heb ik aantal mensen die er vanaf het eerste uur bij betrokken waren kunnen interviewen, zoals Adriaan van der Staay. [Invloedrijk directeur van de Rotterdamse Kunststichting van 1968 tot 1979, red.]”

“Wij zijn op dit moment de belangrijkste stad van misschien wel heel Europa op het gebied van spoken word”

Hoe kan het dat 50 jaar geleden in Rotterdam zo’n groot en intussen gerenommeerd poëziefestival ontstond? Het lijkt totaal niet te passen bij mijn idee van de stad op dat moment.

“Juist omdát het een van de minst waarschijnlijke steden daarvoor was, is dat gebeurd. Het grootste poëziefestival ter wereld is in Medellín, Colombia. Daar staan 70 dichters een week lang voor 20.000 man op te treden. Ongelofelijk. Dat is ontstaan in een stad die tot een jaar of tien geleden de gevaarlijkste stad ter wereld was. Het gebeurt juist in de steden waar voor de poëzie weinig ruimte lijkt te zijn, dat zo’n festival als een soort tegengeluid, zijn plek vindt.”

Bestaat er poëzie die deze stad het best vertegenwoordigt?

“Lange tijd is het idee van Rotterdamse poëzie geweest dat het anti-poëzie moest zijn. Met veel straattaal de schoonheidsidealen van de poëzie onderuithalen: niet-lullen-maar-poetsen, provocerend, grof. Dat is het verhaal van Hans Sleutelaar, Vaandrager, de Zestigers. Het heeft mooie dingen opgeleverd, maar het is gevaarlijk om te denken dat het de enige poëzie van Rotterdam kan zijn. Door aan dat beeld vast te houden, komen dichters die andere dingen doen, ten onrechte in de schaduw te staan. In het verleden is mij wel eens verweten dat er te weinig Rotterdamse poëzie op het festival te zien was. Daar bracht ik dan tegenin dat Hester Knibbe, Esther Naomi Perquin en Anne Vegter allemaal op het festival stonden. Zelden waren er zoveel Rotterdamse dichters bij! De reactie was dan ‘maar ik bedoel échte Rotterdamse dichters’, waarmee die welbekende Rotterdamse stijl bedoeld werd. Gelukkig is dat nu helemaal voorbij. De traditioneel Rotterdamse poëzie verdient alle waardering en aandacht, maar het is onderdeel van een veel groter en breder geheel van poëzie in de stad.”

Hangt de manier waarop de Rotterdamse poëzie zich ontwikkelt samen met de groeiende populariteit van de stad?

Ik ben blij dat daar geen heel direct verband tussen zit. De opleving die ik nu in de poëzie zie, heeft te maken met een generatie die hier opgegroeid is en die zich op een bepaalde manier wil verhouden tot de stad waarin ze leeft. De mensen die zich daarmee bezighouden, hebben elkaar onderling heel goed gevonden met een open, nieuwsgierige en betrokken houding, wat bijvoorbeeld tot 010 Says it All heeft geleid. Dát heeft de laatste jaren de poëzie in Rotterdam verder gebracht, niet de internationale aandacht en de leuke lijstjes. Het is eerder andersom: de taalontwikkeling maakt Rotterdam alleen maar interessanter voor mensen van daarbuiten.”

bas_kwakman_09_WEB__Willem-de-Kam
Beeld door: beeld: Willem de Kam

Op welke manier is de programmering van Poetry veranderd in de loop der jaren?

“Dat gaat met golfbewegingen. Ooit was er veel politiek getinte poëzie op het festival, daarna was dat een aantal jaren juist taboe, en nu zie je weer dat veel dichters politiek bewust zijn. Dat levert iets heel krachtigs op: dichters die de taal als strijdmiddel gebruiken om iets te zeggen over de wereld.

Omdat Poetry een belangrijk poëziefestival is, krijgt het veel kritiek op het programma te verduren. Maar het is niet zo dat het festival een koers dicteert en dat iedereen zich daaraan te houden heeft. Het is een organisatie die continu bezig is om te bekijken wat er wereldwijd gebeurt met de poëzie. Als er een ontwikkeling gesignaleerd wordt in – bij wijze van spreken – Georgië, dan gaan de programmeurs op onderzoek uit en bedenken hoe ze dat kunnen laten zien op het festival. De programmeurs zijn in staat om altijd op het spreekwoordelijke puntje van die golf te surfen en dat zorgt ervoor dat Poetry toonaangevend blijft.”

In de geschiedenis die het boek beschrijft, komt soms ook strijd voor. Tussen een gevestigde orde en een nieuwe groep die aan de spreekwoordelijke hekken rammelt. Is er in Rotterdam nu zo’n strijd gaande?

Dat is iets dat constant aan de hand is. Als ik als directeur uitgenodigd werd op buitenlands poëziefestival, bezocht ik natuurlijk alles wat het festival officieel te bieden had. Maar ik ging ook altijd op zoek naar hoe het verder zat. Ik vind het prachtig als er een gevestigde orde is, waar een nieuwe orde de strijd mee aan gaat. Want dat is wat poëzie levend houdt. Maar strijd is niet het goede woord voor wat er nu in Rotterdam gaande is. Wij zijn op dit moment de belangrijkste stad van misschien wel heel Europa op het gebied van spoken word. In Amsterdam en Antwerpen kijken ze tegen Rotterdam op; het bruist nergens anders zoals hier. En je zal zien: zo’n nieuwe orde wordt vanzelf weer een gevestigde orde, waarna er weer andere mensen tegenaan kunnen schoppen. Dat buitelt altijd over elkaar heen.”

Je maakte als directeur de periode van de grote cultuurbezuinigingen vanaf 2011 mee. Hoe heb je dat ervaren?

“Heel praktisch gezien betekende het dat we minder geld kregen. Daar moesten we mee dealen door te bezuinigen en dergelijke. Maar naast die praktische kant, deed een bepaalde houding ten opzichte van kunst en cultuur toen zijn opgang. Zelf ben ik opgegroeid in een periode waarin de kunst- en cultuursector iets was waar de stad trots op was. Sinds die bezuinigingen wordt het nut van kunst en cultuur erg kritisch bekeken en door sommigen zelfs ontkend. Door die jarenlange vanzelfsprekende warmte, was de sector wat in een spreekwoordelijke slaap gewiegd, dus het was een schok. De kunstinstellingen krijgen nu minder geld, maar moeten daarvoor aan meer eisen voldoen en continu verantwoorden wat ze met het geld gedaan hebben. Het voelt soms bijna alsof het bestaan van de kunstinstellingen gedoogd wordt, in plaats van dat ze iets waardevols aan de stad bijdragen. Daar heb ik veel moeite mee gehad en het was moeilijk om daar een antwoord op te vinden. Niet alleen voor mij, maar voor de gehele culturele sector.”

bas_kwakman_04_WEB__Willem-de-Kam
Beeld door: beeld: Willem de Kam

In het boek omschrijf je hoe jouw voorgangers als directeur van Poetry hun stempel op het festival drukten. Martin Mooij zorgde voor een politiek geëngageerd festival, Tatjana Daan ging voor hoge kwaliteit en het professionele publiek. Wat is het stempel dat jij nu achterlaat?

“Ten eerste: de samenwerking van poëzie met andere disciplines, met name beeldende kunst en muziek. Op het festival heb ik dat nooit als een decor of een geluidsbehang in willen zetten, maar ik wilde zien hoe de unieke stem van een muzikant of kunstenaar naast die van een dichter kan bestaan. Samen krijgt dat een meerwaarde. Maar dat is misschien niet echt een stempel te noemen. Als er over tien jaar wordt teruggekeken, denk ik dat mijn stempel is dat ik Poetry door een roerige periode heb geloodst. De directeur van het festival in Medellín heeft Poetry omschreven als een ‘lighthouse for international poetry’. Als je dát erft, zoals mij overkwam, is het heel belangrijk dat je dat niet onderuithaalt. Ik durf zestien jaar later wel te zeggen dat dat me gelukt is, ondanks alles wat er ook gebeurd is.”

Wat mis je aan de baan, nu je gestopt bent?

“Het reizen, het contact met de dichters en het programmeren samen met de club van medewerkers. Kortom: het hele inhoudelijke opzetten van dat festival. Maar het aanvragen van de subsidies en de verantwoording, het sponsorjagen, het bedelen, dat mis ik absoluut niet.”

“Het is de meest nutteloze bezigheid die je kan bedenken: poëzie schrijven”

De dichters die in het boek voorkomen, bevestigen bijna zonder uitzondering het clichébeeld van excentrieke, gevoelige en moeilijke personen die het graag op een zuipen zetten. Had je dat niet liever wat willen nuanceren?

Nee, maar die clichés bestaan ook niet voor niks. Poëzie schrijven is een eenzaam en excentriek beroep. Wil je een goed dichter zijn, dan staan je zintuigen 24 uur per dag wijd open. Want alles kan poëzie worden. De meeste mensen hebben een systeem om dat een beetje te reguleren en af te sluiten, anders functioneer je niet. Maar dichters functioneren vaak ook niet. Het komt erop neer dat je heel je ziel en zaligheid geeft aan de kunst waar niemand iets aan verdient. Jijzelf niet, de uitgever niet. Het is de meest nutteloze bezigheid die je kan bedenken: poëzie schrijven. Dat maakt ze bijzonder, vreemd, maar ook eenzaam.

En het kan er ook toe leiden dat ze de fles zoeken. Als die mensen elkaar ontmoeten op een festival, krijg je heel interessante clashes en daar heb ik enorm van genoten.”

Welk advies zou je aan je opvolger mee willen geven?

“Dan denk ik weer aan wat Erik Menkveld zei toen ik aantrad. Ik hoop op iemand die brutaal en eigenwijs is en de ruimte krijgt om zijn of haar eigen stempel op Poetry te zetten, samen met het team natuurlijk. Ik word liever verrast dan bevestigd, in mijn ideeën en keuzes uit het verleden. Op dit moment zie ik in de stad mooie dingen gebeuren rondom taal en poëzie. Er is weer veel aandacht voor, ook door jongeren! Dat vind ik prachtig om te zien en mijn wens is dat het festival die ontwikkeling omarmt. Sterker nog: iemand vanuit die hoek zou de nieuwe directeur moeten worden. Daar is het wel tijd voor.”

Waar kijk je naar uit tijdens het festival van dit jaar?

“In het boek begin ik met een anekdote over mijn aanstelling bij het festival. Toentertijd twijfelde het bestuur aan twee dingen bij mij: of ik wel genoeg kennis van poëzie had en of ik me tijdens de gesprekken aan de bar wel staande zou weten te houden tussen alle kopstukken. Maar ik kan zeggen dat ik er nu erg naar uit kijk om tijdens het festival eens rustig met de kopstukken aan de bar te gaan staan. Er staat daar heel iemand anders dan er zestien jaar geleden stond.”

Poetry International Festival Rotterdam 2019: What happened to the future

Poetry International Festival Rotterdam verandert van dichtersfestival naar publieksfestival. Dat leidt tot veranderingen in het programma. Programmeur Feline Streekstra: “In het verleden was Poetry een langer festival, waarbij de ontmoeting tussen de verschillende dichters heel belangrijk was. Zij trokken met elkaar op, gingen elkaars werk vertalen. Dat was mooi en heel belangrijk, maar het publiek was secundair. Nu programmeren we juist voor een breed, meer divers en jong publiek. In vergelijking met voorgaande jaren duurt het festival nu ook korter, maar de dagen zijn voller, van de ochtend tot in de nacht.”

Na een openingsavond op 13 juni met o.a. het Metropole Orkest volgen drie volle festivaldagen. Streekstra: “In de ochtend kan je workshops beleven op het gebied van poëzie schrijven, lezen, performen, vertalen. Vanaf het einde van de middag zijn er discussies en interviews over onder andere sociaal maatschappelijke thema’s in relatie tot poëzie. Dat loopt parallel aan het programma waarbij de aanwezige dichters voorlezen uit hun werk, afgewisseld met muzikale acts. Op vrijdag en zaterdag wordt de dag na elf uur afgesloten met een Poetry Night in de Doelen Studio. Een feestje met dichters die samen met muzikanten optreden, een open podium en muziek van dj’s.” 

Streekstra licht twee programmaonderdelen uit voor de Vers Betonlezer: “De komst van The Last Poets zal voor veel mensen indrukwekkend zijn. Zij zijn grondleggers van hiphop en spoken word. Op vrijdagochtend geven ze een exclusieve workshop, op vrijdagavond worden ze geïnterviewd en ze zijn onderdeel van de opening op donderdagavond. Op de zondag brengen we Poetry Park terug, het festival dat ooit de basis legde Dunya Festival. We organiseren dat in samenwerking met De Nieuwe Lichting [de organisatie achter onder andere het Eendracht Festival en A Festival Downtown, red.]. Het vindt plaats op het Schouwburgplein en is gratis toegankelijk.”

Voordat je verder leest...

Je kunt dit artikel gratis lezen, maar wij kunnen het niet gratis maken. Vers Beton kan alleen bestaan dankzij een bijdrage van lezers. Vanaf 6 euro per maand maak jij onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk!

Nee, ik lees eerst het stuk verder

versbeton 1111

Fay van der Wall

Fay van der Wall (1983) werkt als freelance schrijver en maker. Schrijft voor Vers Beton over popcultuur, kunst, muziek, media en de stad

Profiel-pagina
Willem1

Willem de Kam

Fotograaf

Willem de Kam (1988) studeerde grafisch ontwerp aan de Willem de Kooning Academie. Hij fotografeert nu full-time alles van schreeuwende voetbalsupporters tot kruiswoordpuzzelende bejaarden. Hij doet dit voor diverse media en opdrachtgevers uit de culturele en commerciële sector.

Profiel-pagina
Nog geen reacties

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.

Advertentie

Logo_giraffe_01_600x500