Voor de harddenkende Rotterdammer
Slavernijgeschiedenis-_-Ez-Silva_3360-x-1880
Beeld door: beeld: Ez Silva

De onlangs verschenen Gids Slavernijverleden Nederland presenteert honderd locaties die sterk verbonden zijn met het slavernijverleden: vijf per stad of regio. Ook Rotterdam komt aan bod. Rotterdam was immers betrokken bij de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) en West-Indische Compagnie (WIC) en herbergde het op een na grootste particuliere slavenhandelshuis van Nederland. Ook werd in Rotterdam de allereerste petitie voor afschaffing van de slavernij aan de koning verstuurd. Dit verleden is vrij onbekend. 

Historicus Rowan van der Stelt, kunstenaar Serana Angelista (beiden van Counter/Narratives, platform voor het vertellen van verborgen verhalen zoals over het koloniale verleden) en journalist-historicus Tessa Hofland, onderzochten en selecteerden de vijf Rotterdamse locaties: koloniaal handelshart de Boompjes, de Engelse Kerk St Mary’s, het VOC-magazijn in Delfshaven, Surinaamse organisatie Wi Masanga en het Slavernijmonument op de Lloydkade. 

“De betrokkenheid met slavernij ging verder dan een elitegroep: veel burgers uit de middenklasse hadden aandelen in de compagnieën”

Op welke wijze hebben jullie de locaties geselecteerd? Hebben jullie bepaalde criteria gehanteerd? 

Rowan van der Stelt:Vanuit Counter/Narratives waren wij al eerder in gesprek met Nancy [Jouwe, een van de initiatiefnemers van de gids, red.] over het onderzoeksproject Mapping Slavery. Wij vonden dat Rotterdam als stad – haar koloniale verleden en erfenis – daarin niet zichtbaar was en wilden daar verandering in brengen. Wat later kwam deze gids. Nancy vroeg ons toen vijf locaties te bepalen die de verscheidenheid van de koloniale erfenis weerspiegelen. We zijn in de geschiedenis gedoken en hebben in overleg met Nancy de verschillende verhalen zichtbaar gemaakt.”  

“Zo hebben we het voormalig VOC-pakhuis in Delfshaven gekozen om te laten zien dat slavernij ook verbonden was aan de VOC en niet alleen aan de WIC, zoals sommigen nog steeds denken. En dat betrokkenheid met slavernij veel verder ging dan een kleine elitegroep. Van arbeiders die werkten in de scheepswerven tot aan de bakkers die hun brood verkochten aan de schepen. Bovendien hadden veel burgers uit de middenklasse aandelen in de compagnieën.”

Tessa Hofland: “De Rotterdamse vrouwenpetitie van 1841-1842 voor de afschaffing van slavernij vonden we ook heel sprekend. Omdat veel mensen denken – als ze er überhaupt over nagedacht hebben, want zo vaak is dat geen onderwerp van discussie – dat het besef in Europa dat het fout was pas vanaf 1800 geleidelijk kwam, als product van de Verlichting. En in Nederland nog later. Maar er heeft altijd protest bestaan tegen het systeem, tegen mensen tot slavernij dwingen. De petitie heeft overigens weinig effect gehad. “Het systeem is niet afgeschaft wegens het besef dat mensen onmenselijk werden behandeld, maar omdat het financieel niet meer voldoende opbracht”

Een andere locatie uit de gids – het slavernijmonument aan de Lloydkade – staat op het toenmalig grondgebied van Delft. Waarom staat het monument daar en niet aan de Boompjes, de locatie die de gids beschrijft als ‘economisch hart van de koloniale handel in Rotterdam’?

Van der Stelt: “Vanaf de Lloydkade vertrokken schepen, maar inderdaad: de Boompjes en Blaak waren het centrum van de Rotterdamse koloniale handel. Ik ben eigenlijk wel benieuwd op welke bronnen die keuze toentertijd is gebaseerd.” 

Serana Angelista: “Ik vind het overigens geen geschikte plek om te herdenken: in een gekke hoek, ver uit de stad. De Lloydkade staat bovendien ver van de mensen die de nadelige effecten van het slavernijverleden hebben meegemaakt. Bij de herdenking vorig jaar voelde het er heel onveilig. De politie stond in een cirkel om de mensen heen, doorzocht hun tassen.”

De vijfde locatie is Wi Masanga aan de Rauwenhoffstraat 39, een van de oudste Surinaamse organisaties in Nederland. Waarom hebben jullie ook gekozen voor deze hedendaagse plek?

Van der Stelt: “Ik stuitte op een krantenbericht over een Rotterdamse bijeenkomst tegen racisme op 21 maart 1975 in dit ontmoetingscentrum. Het was een bijeenkomst van de Landelijke Organisatie van Surinamers in Nederland (LOSON), die streed tegen racisme, het pensionbeleid en het Nederlandse spreidingsbeleid. Niet alleen in de VS, met de Jim Crow-wetten, maar ook in Nederland had je segregatie door middel van wetgeving. In Rotterdam mochten in 1972 zoals de gemeente het omschreef: ‘maximaal vijf procent Surinamers, Antillianen en Mediterranen’ wonen per wijk. Wij wilden laten zien dat het koloniale verleden ook verbonden is aan hedendaags racisme.”

Welke locaties hebben de selectie niet gehaald?

Hofland: “We hadden veel onderwerpen waar niet direct een locatie bij was. Bij Leuvehaven heeft een huis gestaan van een rijke koopman-regent Joshua van Belle die samenwerkte met de Spaanse koning in de slavenhandel. Het is het perfecte voorbeeld van de directe link met het slavernijverleden. Mensen leggen de link met de huidige Rotterdammers van Surinaamse en Antilliaanse afkomst maar Rotterdam heeft ook een directe historische link. Door het bombardement zijn alleen veel plekken weggevaagd die het slavernijverleden tastbaar maakten.” 

“Het zou beter zijn als ze er een bordje bijhangen dat verwijst naar de andere Rochussen, de slavenhandelaar”

Het op één na grootste private slavenhandelshuis van Nederland was Coopstadt & Rochussen. Van 1747 tot 1777 heeft dit Rotterdamse handelshuis ongeveer 20.000 tot slaaf gemaakten vervoerd. Waarom is de Rochussenstraat geen locatie in de gids?

Hofland: “Volgens de Gemeente is de straat naar een kunstschilder vernoemd [Charles Rochussen, 1824-1894, -red.] en niet naar de bewuste koopmansfamilie. Maar het zou beter zijn als ze daar een bordje bijhangen dat verwijst naar de andere Rochussen, de slavenhandelaar. Dat zorgt voor meer inzicht in het Rotterdamse slavernijverleden.”

‘Rotterdam vervoerde ruim 60.000 tot slaaf gemaakten van West-Afrika naar de Caraïben en in stad werden diverse producten vervaardigd die werden ingezet bij de slavenhandel’, aldus de gids. Waarom is er zo weinig bekend over het Rotterdamse slavernijverleden? Het lijkt of bijvoorbeeld Amsterdam en Middelburg er wel meer aandacht aan besteden.

Hofland: “Ik weet niet of dat typisch voor Rotterdam is, maar deze stad heeft wel beperkt historisch besef. In Rotterdam lijkt het wel alsof de geschiedenis pas begonnen is bij het bombardement terwijl het stadsrechten kreeg in 1340.”

Angelista: “Ik kom uit Amsterdam maar ik ken eigenlijk geen specifieke verhalen over Amsterdam die plaatsgebonden zijn. Ik zie eerder een geheel Nederlands stilzwijgen. Als ik kijk naar de kringen waarin ik me in begeef moeten wij in onze zoektocht naar het slavernijverleden Wikipedia raadplegen, op eigen houtje. Op school heb ik geen onderwijs gekregen in het Nederlandse koloniale verleden.”  

Van der Stelt: “Ik vind het ook typisch Nederlands dat die stilte bestaat, maar als je gaat kijken naar de Rotterdamse gemeenteraad en hoe bepaalde partijen zoals Leefbaar Rotterdam zich uiten over het lopende onderzoeksproject naar het koloniale verleden van Rotterdam dan zie je dat er niet altijd veel belang aan wordt gehecht in Rotterdam.” 

Angelista: “Eigenlijk vind ik het eng om die stilte toe te spitsen op een plek. Het is een algehele stiltecultuur rondom het slavernijverleden in Nederland.”

Hoe kan Rotterdam beter met haar slavernijverleden omgaan, bijvoorbeeld op het gebied van onderwijs?

Angelista: “Ten eerste moet de witte stem veel minder centraal komen te staan, maar wel verantwoordelijkheid dragen over de koloniale erfenis. Wees je bewust van hoe het koloniale verleden doorspeelt in het heden, in kansenongelijkheid en alledaags racisme. Ik ben daarbij ook benieuwd wat wij, zwarte mensen en mensen van kleur, te bieden hebben in de vertaling van het slavernijverleden.” 

Van der Stelt: “Het educatieve materiaal moet compleet herzien worden. Het witte eurocentrische verhaal domineert. Historici moeten daarbij bewust zijn van hun positie als gatekeeper van de geschiedenis. Bewust zijn van wat ze schrijven, voor wie dat consequenties heeft en hoe ze het opschrijven.”

“Historici moeten zich bewuster zijn van hun positie: voor wie het consequenties heeft wat ze ze schrijven en hoe”

“Hoe ze het opschrijven”, bedoel je daarmee ook de taal die wij gebruiken voor het slavernijverleden? 

Van der Stelt: “De taal moet worden aangepast. Zo impliceert het woord ‘slaaf’ een natuurlijke status, ‘tot slaaf gemaakte’ wijst naar het proces van feitelijke vrijheidsberoving.”

Angelista: “We hebben ook geen geschikte taal voor jezelf tot meester maken van een ander. Ik heb daarnaast heel veel moeite met de term ‘zwarte bladzijde’. Dat impliceert dat het slavernijverleden een los onderdeel is in de Nederlandse geschiedenis, een bladzijde die je kan omslaan. Terwijl het een fundamenteel onderdeel is van de Nederlandse geschiedenis.”

Hofland: “Het is geen bladzijde. Eerder een zwarte draad door de Nederlandse geschiedenis heen.”

Wat moet er gebeuren met de straatnamen van bijvoorbeeld historische zeehelden als Witte de With?

Hofland: “Ik vind dat de straatnamen niet moeten verdwijnen uit ons straatbeeld want dat is onderdeel van onze geschiedenis: de verheerlijking van mensen om één natie te vormen. Maar meer uitleg is nodig. Bij het standbeeld van Lodewijk Pincoffs bijvoorbeeld. Hij was actief in de handel op West-Afrika in voornamelijk palmolie en heeft indirect veel profijt heeft gehad van de slavernij. Of meer volledige informatie bij het standbeeld van Piet Heyn.”

Van der Stelt: “In de straat waar Piet Heyn is geboren, hangt een informatiebordje dat geen aandacht besteedt aan de gevolgen van de bezetting van de zilvervloot in relatie tot het slavernijverleden van Nederland. Van de zilvervloot is namelijk een deel gebruikt om schepen uit te rusten voor de Nederlandse bezetting van het noordoosten van Brazilië. Om dit gebied winstgevend te maken bedacht men dat arbeid van tot slaafgemaakten nodig was. Er werd toen opdracht gegeven om Fort Elmina in West-Afrika te bezetten. Zo ontstond een trans-Atlantisch systeem van slavernij. Nederland werd in de periode van 1636 tot 1648 een van de grootste handelaren in tot slaaf gemaakten.

Welke namen willen jullie eren in Rotterdam met straatnamen en standbeelden?

Van der Stelt: “Boy Ecury, een verzetsheld in de Tweede Wereldoorlog van Arubaanse afkomst.”

Hofland: “Tula, een belangrijke leider in de slavenopstand op Curaçao in 1795.”

Angelista: “Sowieso Tula, maar dat is ook persoonlijk. Mijn voorouders hebben in het plantagewerkkamp gezeten waar Tula zijn verzet startte. Mijn achternaam staat in een straflijst van de plantage: een meisje van 21 dat vier weken onder de grond werd opgesloten omdat ze brutaal was. Ik ben dit verder aan het uitzoeken. Daarnaast zou meer aandacht moeten worden besteed aan de zwarte vrouwen in de geschiedenis. Zij zijn onderbelicht gebleven. Ook in de huidige zwarte verzetsbewegingen ligt de focus op mannelijke historische figuren. We moeten actief op zoek naar namen.”

“Opdracht aan archieven: maak het openbaar toegankelijk met een duidelijk segment op de website over het koloniale verleden”

Van der Stelt: “Een opdracht aan de archieven, ook het Rotterdams archief: maak het openbaar toegankelijk door een duidelijk segment op de website aan te bieden over het koloniale verleden. Nu is het vaak nog lastig zoeken. Stukken opvragen duurt lang en kost bij sommige archieven veel geld.”

Tijdens de Keti Kotiviering Rotterdam in 2018 zei burgermeester Aboutaleb: “Om echt een punt te zetten achter deze bloedige geschiedenis, moet de Nederlandse regering zijn excuses aanbieden. Voor het leed dat tienduizenden is berokkend.” Amsterdam wil als eerste gemeente excuses aanbieden voor slavernijverleden. Moet Gemeente Rotterdam dat ook doen?

Van der Stelt: “Excuses moeten gepaard gaan met acties in de praktijk.”

Hofland: “Wat als je als stad excuses aanbiedt, maar verder niets onderneemt? Als je niet investeert in educatie, het verdiepen en verspreiden van kennis, of in andere projecten binnen deze thematiek? Wel je excuses aanbieden voor het slavernijverleden, maar niet breken met Zwarte Piet? Dat gaat in mijn ogen niet samen.”

Angelista: “Voordat Rotterdam excuses aanbiedt moet zij eerst weten waarvoor zij excuses aanbiedt. Dit begint door in te zien dat achter het slavernijverleden geen punt maar een komma staat.”

De vijf locaties van het Rotterdamse slavernijverleden

  • Economische hart (De Boompjes)
  • Rotterdamse Vrouwenpetitie (Engelse Kerk St. Mary’s, Pieter de
  • Hoochweg 131)

  • VOC-magazijn (Achterhaven 148)
  • Wi Masanga (Rauwenhoffstraat 39)
  • Slavernijmonument (Lloydkade)

De Gids Slavernijverleden Nederland  is tot stand gekomen onder redactie van Dienke Hondius, Nancy Jouwe, Dineke Stam en Jennifer Tosch en onderdeel van het project Mapping Slavery over het Nederlandse slavernijverleden en het hiermee verbonden erfgoed. Het brengt de historische plaatsen in kaart van het slavernijverleden van het Nederlandse koloniale rijk. Eerder verschenen Gids Slavernijverleden Amsterdam en Geschiedenissen van Nederlands New York.  

Alex van Stipriaan (hoogleraar Caribische geschiedenis aan de Erasmus Universiteit): “De gids is belangrijk omdat het laat zien hoezeer Nederland en in dit geval Rotterdam betrokken was. Niet slechts een paar kooplieden of regenten, maar de gehele economie van de Rijnmond. Van scheepswerven en touwslagers tot kaarsenmakers, jeneverstokers en smederijen. Het gaat over veel meer dan de slavenhandel. Het gaat ook over de slavernijproductie – koffie, suiker, cacao, katoen – daar ging veel meer geld in om dan in de handel in mensen. Zeggen dat de Nederlandse slavenhandel ‘slechts’ 5 procent van het totaal aantal slaafgemaakte Afrikanen betrof is raar en niet relevant. Dit argument zeggen we ook nooit over de 102.000 Joodse slachtoffers op een totaal van 6 miljoen. En als we dan toch eens een veelzeggend cijfer willen noemen, gebruik dan de recente berekening dat tussen 1740 en 1780 de slavernij gerelateerde activiteiten van de Republiek voor 40 procent van de totale economische groei zorgden. Maar laten we vooral bedenken dat ook al was het geen economisch succesverhaal geweest, dan was de verschrikkelijke impact op de betrokkenen er niet minder om. Die is ook heden nog te merken. Bovendien waren er ook toen al stemmen die tegen de slavernij protesteerden.” 

Voordat je verder leest...

Wij kunnen alleen bestaan dankzij support van lezers. Help jij ons om onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk te blijven maken? Vanaf 6 euro per maand ben je supporter!

Nee, ik lees eerst het stuk verder

Profielfoto-Marianne-Klerk

Marianne Klerk

Marianne is historicus, promoveerde aan de Erasmus Universiteit en is nu verbonden aan de Universiteit van Oxford. Al 15 jaar woont zij in Rotterdam, in haar ogen de mooiste stad van Nederland, waar eeuwen geschiedenis van stadsvernieling en -vernieuwing kriskras door elkaar lopen.

Profiel-pagina
Foto-Ez-Silva

Ez Silva

Illustrator

Met haar achtergrond als industrieel vormgever en productontwerper, maakte Ez Silva (Cabo Verde, 1985) een switch naar allround vormgever, illustrator en kunstenaar. Haar werk kan omschreven worden als vrouwelijk, dromerig en mysterieus (de innerlijke gevoelswereld van de hedendaagse vrouw). Omdat in het hedendaagse leven al zoveel digitaal gebeurt, kiest Ez er juist voor om op papier te tekenen. 

Profiel-pagina
Nog geen reacties

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.

Advertentie

Logo_giraffe_01_600x500