Voor de harddenkende Rotterdammer
DSC9298
Clyde drinkt een cappuccino bij Richard Shoes. Beeld door: beeld: Khalid Amakran

“Kijk dan, ik ben beroemd”, roept Clyde Wong-Loi-Sing naar een passant op de Kruiskade. Hij gebaart naar fotograaf Khalid, die het ene na het andere portret van hem schiet. In de twee uur die we op een snikhete ochtend in juni met Clyde doorbrengen, herhaalt hij de grap nog een paar keer tegen bekenden die hij op straat tegenkomt. “Straks moeten ze nog dranghekken om me heen plaatsen!” 

Toch is het niet de fotograaf die boekdelen spreekt over Clydes bekendheid in de wijk, maar vooral de hoeveelheid voorbijgangers die hem tijdens onze wandeling aanspreken. Om de zoveel meter is het raak. Er worden beleefdheden uitgewisseld, praatjes gemaakt, vanuit rijdende auto’s gezwaaid. “Fafi?” roept Clyde naar een man die voorbij fietst.  “Hoe is het met u?” vraagt hij even later aan een oudere vrouw.

Van dranghekken zal het waarschijnlijk nooit komen, maar Clyde is een begrip op en rondom de Kruiskade. Zijn persoonlijke geschiedenis is onlosmakelijk met de buurt verweven. Dat kan ook niet anders: het grootste gedeelte van zijn leven speelde zich er af. Hij woont er sinds zijn tienerjaren, voedde er zijn kinderen Yootha (actrice in o.a. Hoe duur was de suiker) en Cye (mede-oprichter van creatief bureau Brand New Guys) op en werkt er al meer dan veertig jaar als kapper. 

Een beetje knippen

Clyde was vijftien jaar oud toen hij begin jaren zeventig met zijn broer de oceaan overstak en in Rotterdam belandde. Zijn ouders bleven achter in Suriname, maar zijn twee oudere zussen woonden al in Nederland. “Ik vond de overtocht per boot leuk en spannend, maar eenmaal in Nederland heb ik zeker een jaar heimwee gehad. Ik miste mijn familie en ik voelde me hier opgesloten. En wat ook zuur was: een week voor mijn vertrek uit Paramaribo was ik gescout door een voetbalclub. Het had een opstapje kunnen zijn naar een professionele carrière, dus daar heb ik behoorlijk van gebaald.” 

DSC9583
Clyde steekt de weg over naar Tiendplein. Beeld door: beeld: Khalid Amakran

Gelukkig had Clyde andere talenten: “Ik speelde gitaar en ik kon een beetje knippen.” In 1978 mocht hij aan de slag bij kapsalon Elaine, dat toen nog Angie heette en gerund werd door Elaine’s ouders Ben en Angie . Eerst in de Bloemstraat en al snel op de Kruiskade, die vanwege de toestroom van Surinamers naar de wijk toen bekend stond als ‘Kroeskade’. 

Al snel had Clyde klanten uit alle hoeken van het land, want Angie was een van de eerste kapsalons in het land die gespecialiseerd was in black hair. “In Amsterdam had je ze ook al hoor, maar wij liepen voor op de rest. We kenden de populaire stijlen.” In de kapperszaak liep het zo storm, dat Clyde blij was toen er  concurrentie kwam. “Ik had het veel te druk joh!” 

Na een paar jaar in de leer bij Angie en Ben, besloot Clyde een kappersopleiding te doen. Om een eigen zaak te kunnen openen, had je immers een papiertje nodig. Maar de kappersschool had in die tijd alleen aandacht voor Europees haar. “Daar moest je ook examen in doen, het was niet mogelijk om je in black hair te specialiseren. Na het eerste jaar ben ik gestopt, heb ik een kamertje voor mezelf ingericht en ben ik daar vrienden en bekenden gaan knippen.” 

Kungfufilms

Volgens Clyde kon je de Kruiskade in die tijd in twee woorden samenvatten: gezellig en gewelddadig. “Er waren dealers, gebruikers en zakkenrollers. Er werden invallen gedaan, er werden mensen vermoord.” Terwijl we richting Kruisplein wandelen, wijst hij naar een stukje weg naast de tramhalte. “Ik heb daar een keer iemand gereanimeerd zien worden.” En bij Mixed People, de kapperszaak waar hij nu werkt, heeft ook een keer een moord plaatsgevonden, weet hij nog. Nou ja, niet in de kapsalon natuurlijk, maar in het café dat in de jaren zeventig op diezelfde plek zat, zegt hij er snel achteraan. “Die jongen is met 21 messteken om het leven gebracht.” 

“Mensen hebben het nog steeds over de criminaliteit van toen, maar de cultuur en levendigheid in de wijk zijn de meesten vergeten.” Clyde wist in die tijd wel wie de zware jongens waren, maar hing niet rond in de kroegen waar zij te vinden waren. Hij was liever creatief bezig; hij volgde muziekcursussen bij de RMS (de voorloper van SKVR) en ging wekelijks met zijn vrienden jammen in cultuurcentrum Eksit, dat tot 1981 gevestigd was in de Eendrachtsstraat. 

DSC9732
Clyde met zijn vrienden Jerry Heirath en Richardo Tuinfort voor vishandel Andaluce. Beeld door: beeld: Khalid Amakran

We lopen terug richting het Westen en passeren vishandel Andaluce, waar Clyde twee oude vrienden tegenkomt. Samen beginnen ze in rap tempo herinneringen op te halen. Hoe heette het café van de gebroeders Nunez ook alweer? Draaide bioscoop Rex nou wel of geen kungfufilms? En weten jullie nog hoe makkelijk het was om een paar haltes zwart te rijden in tram 11? 

“In de kappersstoel hebben bewoners het nog wel eens over de Kruiskade van toen, maar ik ben meer vergeten dan ik me herinner”, zegt Clyde. “Ik denk dat veel van de verhalen van oude buurtbewoners verloren zullen gaan, tenzij iemand de tijd neemt om ze op te schrijven. Sommige sleutelfiguren uit de wijk zijn al overleden, of zijn heel ziek.” 

 

“Veel van de verhalen van oude buurtbewoners verloren zullen gaan, tenzij iemand de tijd neemt om ze op te schrijven”

Serendipiteit

We slaan even de Duivenvoordestraat in. Waar nu smartshop Babylon gevestigd is, lukte het Clyde in 1993 om eindelijk zijn eigen kapsalon te openen. “De voorgevel heeft nog steeds dezelfde kleur als toen.” Hij draait zich om en wijst naar een raam pal tegenover de zaak. “En dat daar was het eerste appartement waar ik op mezelf ging wonen.” 

Het heeft allemaal iets symbolisch, geeft hij met een glimlach toe. Ook omdat zijn zoon Cye tegenwoordig op een steenworp afstand kantoor houdt. Breng je het grootste gedeelte van je leven door op een paar vierkante kilometer, dan is serendipiteit nooit ver te zoeken. 

Tien jaar lang wist Clyde zijn eigen zaak draaiend te houden. Dankzij een fout van zijn boekhouder moest hij in 2002 de deuren sluiten. Om de hoek kon hij wel weer aan de slag bij Ben, die inmiddels kapsalon Chic aan het Middellandplein begonnen was. We turen even door de ruit van de lege ruimte – ook Chic is inmiddels opgedoekt – voordat we een bezoekje brengen aan Cye. 

DSC9740
Clyde voor een mural die Franky Sticks maakte als eerbetoon aan Feis (1e Middellandstraat). Beeld door: beeld: Khalid Amakran

Echt iets doen

Als Clyde spreekt over de Kruiskade van nu, gebruikt hij woorden als ‘opgeknapt’ en ‘levendig’. Maar vergelijkt hij de straat met vroeger, dan is hij kritisch. Allemaal leuk en aardig, die smartshops en nieuwe restaurants, maar vroeger was er veel meer variatie. “Een theespecialist, een kaasboer, bioscopen, noem maar op.” En of het er echt gezelliger op is geworden, durft hij ook niet te zeggen. “Er wordt nog steeds geschoten, nog steeds gedeald. De criminaliteit is zeker niet uit de buurt verdwenen.” 

Het grootste gemis? Een buurtcentrum waar mensen uit de wijk terecht kunnen. Niet alleen om samen te komen, want dat kan altijd wel – in de toko’s, op straat en natuurlijk in zijn kappersstoel. “Nee, om echt iets te dóen. Een instrument leren spelen, een talent ontwikkelen, iets nieuws proberen.” 

Vooral jongeren zouden baat hebben bij zo’n plek, denkt hij. “Mijn kinderen zijn hogeropgeleid en goedgebekt, zij hebben zich altijd wel gered. Maar dat geldt natuurlijk niet voor alle jongeren in deze stad. Hebben jonge mensen met minder middelen hier de ruimte om zich verder te ontwikkelen? Volgens mij kan dat veel beter. Er is zoveel talent in deze buurt, ik zie zoveel creativiteit en ondernemerschap. Het zou goed zijn als de gemeente daar meer faciliteiten voor creëert, want het zou eeuwig zonde zijn als dat verloren gaat.”

Over deze serie 

Deze serie wordt gemaakt in samenwerking met TENT. Lees hier alle interviews in deze serie. 

Vaak worden personen en gebeurtenissen die niet vergeten mogen worden herdacht in materiële en officiële vormen, zoals monumenten, straatnamen en nationale feestdagen. Maar hoe manifesteren herinnering en waardering zich nog meer? Van 12 juli t/m 22 september staat dit thema bij kunstplatform TENT centraal bij tentoonstelling ‘No You Won’t Be Naming No Buildings after Me’, samengesteld door Vincent van Velsen. 15 kunstenaars tonen werk waar andersoortige, vaak immateriële vormen van herinnering worden gepresenteerd. Tijdens de expositie zijn er diverse live events en performances. 

Opening ‘No You Won’t Be Naming No Buildings after Me: donderdag 11 juli, 19:00h. TENT, Witte de Withstraat 50.

Voordat je verder leest...

Je kunt dit artikel gratis lezen, maar wij kunnen het niet gratis maken. Vers Beton kan alleen bestaan dankzij een bijdrage van lezers. Vanaf 6 euro per maand maak jij onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk!

Nee, ik lees eerst het stuk verder

profielfoto

Jelena Barišić

Jelena Barišić (Bugojno, 1990) kan het heus wel over iets anders dan hiphop hebben, maar alleen als het moet. Ze groeide op onder de rook van Rotterdam en werkt nu als freelance journalist, (eind)redacteur en programmamaker. 

Profiel-pagina
2018_Khalid-Amakran_01_007

Khalid Amakran

Fotograaf

Khalid Amakran is een geboren Spangenaar met Marokkaanse ouders. Fotografie begon voor hem niet met een camera, Rotterdam veranderde in een videoclip als hij zijn mp3 speler in had. Beelden uit die clip zie je nu terug in de portretten die hij maakt.

Profiel-pagina
Nog geen reacties

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.