Voor de harddenkende Rotterdammer
DSC0456
Beeld door: beeld: Khalid Amakran

Het is wat onhandig wandelen met een grote fotolijst onder je arm, maar Carlos Gonçalves houdt het toch een dik uur vol. Op de foto die hij met zich meedraagt is de kop van de Beukelsdijk te zien, met het huis waarin zijn oom João Silva in de jaren zestig het roemruchte Kaapverdiaanse platenlabel Morabeza begon. 

Dat pand op de foto is volledig blauw, net als de huizen eromheen: een kunstwerk van Florentijn Hofman, die de gevels in 2004 met 700 liter blauwe verf overschilderde. Op dat moment huisde Morabeza allang niet meer aan de Beukelsdijk, maar Carlos wil toch even een indruk geven – de panden zijn inmiddels gesloopt en vervangen door nieuwbouw. 

vb-mailchimp

Lees meer

Op de hoogte met onze wekelijkse nieuwsbrief

Op de hoogte blijven van Vers Beton per mail? Schrijf je in voor de wekelijkse nieuwsbrief

Carlos is nu de curator van Morabeza, hoewel hij de oprichting van het label niet heeft meegemaakt. Toen hij geboren werd, in 1966 in Kaapverdië, draaide Morabeza in Rotterdam al een jaar op volle toeren. Op driejarige leeftijd emigreerde hij met zijn ouders naar Nederland, waar ze het eerste jaar bij oom João aan de Beukelsdijk woonden. “Ik kan me herinneren dat er er beneden een bedrijfsruimte was en dat er veel mensen over de vloer kwamen. Ik was vooral druk met spelen; wist ik veel dat er aan iets bijzonders gewerkt werd.” 

Kwestie van geluk

Even wat cijfers. Kaapverdië telde in 2017 560 duizend inwoners, verspreid over negen eilanden. De Kaapverdische diaspora telt inmiddels meer mensen, waarvan zo’n half miljoen in de VS en 150 duizend in Portugal. In Nederland zijn iets meer dan 30 duizend mensen met Kaapverdische wortels; tweederde van hen woont in Rotterdam.

Carlos’ oom João Silva (1929), ook wel bekend als Djunga de Biluca, is een van de allereerste Kaapverdiërs die zich eind jaren vijftig definitief in Rotterdam vestigde. Destijds was het voor zeelieden strikt verboden om voor langere tijd aan land te verblijven. Dat het de matroos João toch lukte, was een uitzondering. 

“Op een van de schepen waar mijn oom werkte, was een Nederlandse jongen die gepest werd door de bemanning”, vertelt Carlos. “Mijn oom was een flinke vent en nam deze Jannus van Dijk onder zijn hoede. Jaren later ontmoette mijn oom aan wal in Rotterdam een Kaapverdiaanse zeeman, die hem meenam naar de woning van een Nederlandse familie die goed voor hem was geweest. Komt even later Jannus van Dijk de woonkamer binnenlopen: het bleek zijn ouderlijk huis te zijn.”

Vanaf dat moment had João altijd een plek om te overnachten in Rotterdam. Drie jaar later kwam hij permanent in de stad wonen en trouwde hij met Jannus’ zus. 

Platen smokkelen

Carlos slaat vanaf de West-Kruiskade een zijstraat in en leidt ons zigzaggend door de wijk naar de Diergaardesingel. Daar richtte zijn oom de Associacão Caboverdiana op, de eerste vereniging voor de Kaapverdische gemeenschap in Europa. Kaapverdië – toen nog een kolonie van Portugal – streed vanaf de jaren vijftig om onafhankelijkheid, onder leiding van Amílcar Cabral, oprichter van de Afrikaanse Partij voor de Onafhankelijkheid van Guinea en Kaapverdië (PAIGC)

DSC0423
Beeld door: beeld: Khalid Amakran

Carlos: “Mijn oom was altijd uitgesproken over de Portugese onderdrukking. Toen Cabral daar hoogte van kreeg, gaf hij mijn oom de opdracht om het verzet in de diaspora vanuit Rotterdam aan te sturen. Daar hoorde het beschermen en behouden van de Kaapverdische cultuur bij. Volgens Cabral was dat de sleutel om ons te onderscheiden van de Portugezen. Met onze muziek konden we laten zien dat we een eigen culturele identiteit hadden. Vanuit dat idee is mijn oom in 1965 Morabeza gestart.”

Van 1965 tot begin jaren ‘80 bracht Morabeza een vijftigtal platen uit. Samen met Carlos wandelen we verder naar de plek aan de Beukelsdijk waar het allemaal begon. In hetzelfde pand opende zijn oom João ook een pension en een winkel voor werkkleding. “Het geld dat hij daarmee verdiende, stak hij deels in het platenlabel.” 

De muziek die Morabeza uitbracht, werd in Kaapverdië vrijwel direct verboden door de Portugezen. Maar dat maakte weinig uit: Kaapverdische zeemannen die vanuit Rotterdam terugvoeren, wisten ze regelmatig mee te smokkelen zonder de originele hoezen.

Geheime boodschappen

In de beginjaren van het platenlabel waren twee genres het populairst: de morna, een soort melancholische levensliederen, en de coladeira, een iets meer uptempo variant. De wereldberoemde zangeres Cesária Évora, bekend als de koningin van de morna, nam zelfs haar eerste plaat op bij Morabeza. 

“In de nummers die Morabeza uitbracht, zaten vaak geheime boodschappen verborgen”, vertelt Carlos. “Een tekst over de liefde voor je moeder ging dan eigenlijk over de liefde voor je moederland. Zo werden Kaapverdianen via muziek opgeroepen om zich te verenigen en voor hun land te strijden, zonder de argwaan van de Portugezen te wekken.” 

Overigens waren ook lang niet alle Kaapverdianen voorstander van de onafhankelijkheidsstrijd. “Ook niet in Rotterdam. Als eigenaar van Morabeza en vertegenwoordiger van de PAIGC heeft mijn oom behoorlijk gevaar gelopen. Hij is een flink aantal keren bedreigd en het schijnt dat er zelfs meerdere keren opdracht is gegeven om hem om te leggen.” 

Zo ver kwam het gelukkig niet: toen Kaapverdië in 1975 na jaren van strijd onafhankelijk werd, bracht Morabeza nog altijd muziek uit. Ironisch genoeg ging het juist vanaf dat moment steeds minder met het label. “Omdat mijn oom een belangrijke rol had vervuld in het verzet tegen de Portugezen, werd hij na de onafhankelijkheid gevraagd om de eerste Kaapverdische consul-generaal van de Benelux te worden. Dat betekende dat hij zijn ondernemingen op moest doeken.

Morabeza droeg hij in eerste instantie over aan zijn dochter, maar zij had simpelweg niet de contacten en knowhow die haar vader door de jaren heen had opgedaan. Bovendien veroorzaakte de komst van cd’s een crisis in de platenindustrie. Zo viel in de jaren tachtig het doek voor het label.”

DSC0465
Beeld door: beeld: Khalid Amakran

Mastertapes

We lopen over de Beukelsdijk richting het westen en slaan de Graaf Florisstraat in, waar Carlos een hotel aanwijst dat destijds ook van zijn oom was. Daarna gaan we terug naar de West-Kruiskade, waar de foto van de Beukelsdijk weer in de kofferbak van Carlos’ auto verdwijnt. We stappen in en rijden richting de Nieuwe Binnenweg. 

Vier jaar geleden vertelde João, inmiddels bijna negentig, aan Carlos dat hij overwoog om de mastertapes van Morabeza weg te gooien. Ze lagen al jaren stof te verzamelen in zijn huis. “Waarschijnlijk blufte hij, maar het gaf wel aan dat hij hoopte dat iemand de opnames van hem zou overnemen”, glimlacht Carlos. “Met hulp van Jantje Steenhuis, een vriendin die gemeentearchivaris is, hebben we alle platen toen gedigitaliseerd. De mastertapes hebben we vervolgens aan het Stadsarchief geschonken. Daar zijn ze veiliggesteld voor de toekomstige generaties.”

Het verhaal van Morabeza verdient het volgens Carlos om gekoesterd en doorverteld te worden. Het is immers belangrijk cultureel erfgoed, zowel van Kaapverdië als van Rotterdam. “Verhalen als deze kunnen bijdragen aan het zelfbeeld van een gemeenschap”, vindt hij. “Als je opgroeit tussen twee culturen, kan je in een flinke identiteitscrisis belanden. Ik heb het meegemaakt bij veel vrienden met wie ik in West opgroeide: zij belandden op het verkeerde pad of raakten psychisch in de war.”

“Ik heb daar zelf nooit last van gehad, en ik denk dat dit voor een belangrijk deel komt doordat ik mijn wortels goed ken. Ik heb nooit een minderwaardigheidsgevoel gehad; kennis van de cultuur waar ik vandaan kom heeft me geholpen om sterker in de samenleving te staan.” 

Bedolven door fans

We stappen uit bij de Urban Espresso Bar, waar Jorge Lizardo Olivieira op het terras op ons wacht. Jorge is een neef van Carlos, muzikant en betrokken bij de heropleving van Morabeza. Komend jaar hebben de mannen grootse plannen voor het label. Zo moeten alle platen beschikbaar worden op Spotify, komt er een Nederlandstalige versie van João Silva’s biografie, staan er evenementen op de planning en zal er uiteindelijk zelfs nieuwe muziek opgenomen worden.

DSC0579
Jorge Lizardo Olivieira Beeld door: beeld: Khalid Amakran

“Het is opvallend hoeveel Kaapverdisch muzikaal talent Rotterdam afgelopen jaren heeft voortgebracht. Vlak voordat jullie aanschoven, liep de bassist van Livity nog voorbij”, zegt Jorge. “Hier kunnen Kaapverdisch-Rotterdamse muzikanten nog anoniem over straat, misschien op de jongens van Broederliefde na”, vult Carlos aan. “Maar iemand als Nelson Freitas wordt in Portugeessprekende landen als Kaapverdië en Angola, bedolven door fans zodra hij de deur uitstapt.” 

“Zelfs een van de grootste Kaapverdische sterren van dit moment, Mayra Andrade, heeft een connectie met Morabeza”, vervolgt Carlos. “Onze oom heeft haar vader destijds gerekruteerd om mee te vechten tegen de Portugezen”, beaamt Jorge. “Bijzonder toch? Er zijn wereldwijd maar iets meer dan een miljoen Kaapverdianen, maar we hebben immens veel muzikanten in ons midden.” Met een knipoog: “Je zou bijna denken dat het in ons bloed zit.”

DSC0597

Lees meer

Unorthadox: “Ik heb me altijd opgesteld als bruggenbouwer tussen de oude en de nieuwe Kaap”

Interviewserie over de persoonlijke geschiedenis van markante Rotterdammers in hun wijk

Over deze serie 

Deze serie wordt gemaakt in samenwerking met TENT. Lees hier alle interviews in deze serie. 

Vaak worden personen en gebeurtenissen die niet vergeten mogen worden herdacht in materiële en officiële vormen, zoals monumenten, straatnamen en nationale feestdagen. Maar hoe manifesteren herinnering en waardering zich nog meer? Van 12 juli t/m 22 september staat dit thema bij kunstplatform TENT centraal bij tentoonstelling ‘No You Won’t Be Naming No Buildings after Me’, samengesteld door Vincent van Velsen. 15 kunstenaars tonen werk waar andersoortige, vaak immateriële vormen van herinnering worden gepresenteerd. Tijdens de expositie zijn er diverse live events en performances. 

‘No You Won’t Be Naming No Buildings after Me: TENT, Witte de Withstraat 50.

Voordat je verder leest...

Wij kunnen alleen bestaan dankzij support van lezers. Help jij ons om onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk te blijven maken? Vanaf 6 euro per maand ben je supporter!

Nee, ik lees eerst het stuk verder

profielfoto

Jelena Barišić

Jelena Barišić (Bugojno, 1990) kan het heus wel over iets anders dan hiphop hebben, maar alleen als het moet. Ze groeide op onder de rook van Rotterdam en werkt nu als freelance journalist, (eind)redacteur en programmamaker. 

Profiel-pagina
2018_Khalid-Amakran_01_007

Khalid Amakran

Fotograaf

Khalid Amakran is een geboren Spangenaar met Marokkaanse ouders. Fotografie begon voor hem niet met een camera, Rotterdam veranderde in een videoclip als hij zijn mp3 speler in had. Beelden uit die clip zie je nu terug in de portretten die hij maakt.

Profiel-pagina
Nog geen reacties

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.