Advertentie

Pionect top banner_V2
Voor de harddenkende Rotterdammer
MarcellaHomsma_02
Beeld door: beeld: Marcella Homsma

Tijdens de Art Rotterdam-week in februari dit jaar, was eigenlijk vooral één kunstwerk populair: de Love Tunnel van VollaersZwart. De voetgangerstunnel van de Maastunnel was met duizenden stickers van hartjes bedekt, en leek gemaakt te zijn als een decor voor selfies. De tunnel werd een perspectivisch ideale achtergrond waarin het hartjespatroon voortkwam uit een onzichtbaar verdwijnpunt achter degene die poseerde voor de foto. Het had geen Instagramfilters meer nodig want het blacklight zorgde voor extra effect. Vrijwel iedereen in de tunnel stond er foto’s en filmpjes te maken, om direct via Whatsapp en Instagram door te sturen aan de buitenwereld.

Dit soort grote, kleurige kunst die erom vraagt om op Instagram te komen, is een zichtbare tendens. Interactieve kunst is het soms ook, zoals de met traptredes beklede muurschildering naast het Oogziekenhuis. De een gaat erop staan, de ander maakt de foto. Hetzelfde functioneert de muurschildering van fietsen in de Delftsestraat. Ter hoogte van de trappers steken er steuntjes uit de muur om op te poseren – ook een Kodakmoment voor de Instagramdoelgroep.

Dat kunst wordt voltooid in de perceptie van de beschouwer is op zich een aan te moedigen en emancipatoire benadering. Maar echt kijken is nog niet hetzelfde als kieken door je lens. Dat was vorige winter ook te merken bij de blauwe lichtwolk van Daan Roosegaarde in het Museumpark. Overal schenen telefoonschermpjes door de wolk heen. Bezoekers keken niet naar elkaar of naar de wolk, maar naar hun schermpjes.

Nog een stapje verder in instagramability, gaat de huizenhoge foto van een waterval achter de Pauluskerk, Calypso Falls. Als je erlangs loopt is het niet veel meer dan een vlak uitziende fotomuur. Het werk functioneert enkel en alleen wanneer je er een selfie voor maakt. Een grap, want het wekt de schijn op dat je middenin de stad voor een waterval staat – op elke vakantiefoto wordt een waterval immers ook vanzelf een stilstaande achtergrond.

MarcellaHomsma_08
Beeld door: beeld: Marcella Homsma

Al die fotogenieke pr-kunst levert mooie plaatjes op die rondzweven op internet. Het past bij de vibe die in Rotterdam heerst sinds Lonely Planet en Amerikaanse toerismelijstjes de stad hebben ontdekt. Het past ook bij hoe mensen online hun leven etaleren. Daar zit iets positiefs in: het vormgeven van je leven kan je bewust maken van je omgeving. Daarbij kan die kleurrijke kunst de betrokkenheid bij je stad vergroten, wanneer je die toont en promoot. 

Maar echt interactief en echt eigen is het niet, als je dit doet met kunst die vooral de stadspromotie dient. Nog nooit was Rotterdam zo zelfingenomen als nu en al die modieuze muurschilderingen dienen om onszelf nog harder te feliciteren met onze populariteit. Een geglobaliseerd uitziende hipheid die van Rotterdam een inwisselbare stad maakt (zoals op het Eurovision promofilmpje vol bbq-ende hipsters dat in elke andere stad gemaakt had kunnen zijn).

Hip is altijd tijdelijk. Coolness daarentegen, is tijdloos, maar de rauwe coolness van Rotterdam wordt rap weggepoetst. Veel van de nieuwste streetart wordt uitgevoerd onder de noemer Rotterdam. Make it Happen, een merkalliantie van verschillende partijen zoals gemeente, Rotterdam Partners, Rotterdam Festivals. Het laat kunst maken om Rotterdam op de kaart te zetten. Steden als Amsterdam gebruiken letters (IAmsterdam), maar zij wilden een andere strategie want Rotterdam is meer ‘echt’ dan dat, licht een communicatiemedewerker desgevraagd toe: met streetart laat je zien hoe tof Rotterdam is.

vb-mailchimp

Lees meer

Schrijf je in voor de wekelijkse nieuwsbrief

Op de hoogte blijven van Vers Beton per mail? Schrijf je in voor de wekelijkse nieuwsbrief

De opdracht voor zulke promotionele streetart wordt uitbesteed aan kunstproducenten als Mothership. Dit bedrijf vroeg acht kunstenaars om de Make it happen-slogan te vertalen naar werken die interactief zijn en de mentaliteit uitdragen van stoer, jong, urban, en een beetje brutaal. Telefonisch licht Mothership toe dat de kunstenaars werden uitgedaagd om er iets bij te plaatsen om de mensen bij het werk te betrekken. Bijvoorbeeld een schommel of – bij de waterval – een steen om op te gaan staan zodat je vanuit de juiste hoek een foto kunt maken. De foto’s worden massaal gedeeld op sociale media waardoor Rotterdam. Make it Happen veel meer aandacht krijgt, meldt Mothership.

Op de acht muurschilderingen zie je dat de kunstenaars de genoemde slogan moesten opnemen in hun werk. Toch hoeven over deze schilderingen geen precariorechten 1 te worden betaald, omdat de kunstenaars de kreet ín het werk hebben verwerkt, en er geen logo bij staat. Maar op deze manier wordt de kunst wel degelijk reclame. En reclame schetst een vals beeld van wat een leefbare stad zou moeten zijn. Binnenkort volgt een nieuw project – dit keer ruimtelijke street art objecten – door Arttenders. Ook weer om de promotionele ideeën van de stad uit te dragen. 

Urban culture als styling werd ook afgelopen septembermaand ingezet bij het POW!WOW! streetartfestival in de Afrikaanderwijk. Nieuwe muurschilderingen verschenen daar pal naast de Tweebosbuurt waar de bewoners en masse uit hun huizen gezet worden omdat de buurt een upgrade moet krijgen. De kunst is vrolijk en ziet er leuk uit. Nergens een kritische noot. De routekaarten staan op Instagram en de website meldt dat bezoekers ‘more than welcome’ zijn om foto’s te maken, om natuurlijk die positieve vibe te instagrammen. Make it happen, staat ook hier onderaan de website, want de merkalliantie is een partner van het festival. 

MarcellaHomsma_11
Beeld door: beeld: Marcella Homsma

Dit soort urban styling leidt tot een tweedimensionale stad, met kunst ter decoratie. Terwijl: de beste kunst in de stad is er nooit als franje neergezet. Het is kunst die herdenkt, poëzie brengt, die buitenproportioneel autonoom is of tegendraads surrealistisch, en die je bovenal vaak niet in één oogopslag kunt duiden. Jaren nadat ik het baksteenreliëf van Henry Moore aan het Weena dacht te kennen, hoorde ik dat het wellicht geïnspireerd is op zijn ontroerende tekeningen die hij tijdens de oorlog maakte in de Londense metrotunnels. Werken waarin lichamen elkaar in het donker koesteren en troosten, omringd door de lineaire functionaliteit van de metro. Dat soort gelaagdheden vind je niet in kunst die vooral eye candy wil zijn en als tamme achtergrondmuziek fungeert.

Zelfs oudere kunst die op reclame lijkt, is dat niet zo letterlijk. De populair uitziende objecten van het driemanschap Kunst & Vaarwerk, zoals een opgerolde krant op Zuidplein of een beschilderde havensilo van Pakhoed in de Botlek, zijn ontstaan uit onvrede met de veel te functionalistisch uitziende post-wederopbouw. Het waren artistieke statements om leesbaarheid, humor en low culture in het veel te unheimische straatbeeld te brengen.

Al met al hebben de Rotterdamse streetart en muurschilderingen een rijke geschiedenis – zie het filmpje in Rotterdam Retour #2. Van reclameschilderingen, via Chileens politiek muralisme en townpainting, de invloed van vernieuwende Amerikaanse graffiti eind vorige eeuw, kwam uiteindelijk de stickercultuur op. Braaf of decoratief was het niet, in die tijd dat nog geen hond naar Rotterdam omkeek. Door de vervlechting van al dit soort artistieke bewegingen heeft Rotterdam een naam opgebouwd als stad voor streetart en natuurlijk kan daar nieuw bloed bij. Deze stad heeft een relatief jonge bevolking die ook op straat een eigen beeldcultuur moet kunnen vormgeven. Maar die moet dan wel waken voor voldoende eigenheid en niet elk contract aangaan.

De nieuwe kunstwerken vertellen het verhaal van de stadsmarketing en gaan niet over herdenken, geschiedenis, of over waar je nu echt bent

Voor toeschouwers is dit openluchtmuseum een mooi gegeven om online hun eigen beeldverhaal mee te scheppen. Ook andere fotogenieke buitenkunst krijgt hierdoor sneller een podium – zoals oudere muurkunst rond de Witte de Withstraat en her en der de Space Invader-tegeltjes, afkomstig van een vernieuwende lichting streetartists uit Frankrijk die rond 2000 internationaal furore maakten.

Daarbij vergeleken reikt de nieuwe artistieke aanwas enkel kant-en-klare ingrediënten aan. De poses om aan te nemen bij de muurschilderingen met traptreden en fietstrappers staan al vast. De foto’s van de Love Tunnel of Roosegaarde’s wolk zijn allemaal inwisselbaar. Ze vertellen niet een verhaal over jezelf, maar het verhaal van de stadsmarketing: een vibrerende, kleurrijke stad met posterachtige decors. Daar mag je van houden, maar het gaat bijvoorbeeld niet over herdenken, over geschiedenis, of over waar je nu echt bent. Over wat een stad maakt.

Zodra een stad dusdanig nadrukkelijk vraagt om geconsumeerd in plaats van geleefd te worden, is dat een voorbeeld van een nauwe en inwisselbare opvatting van place making die de gemeente hanteert. Allerlei steden in Nederland en daarbuiten zetten streetart in. Dat ziet er soms heel goed uit, maar het kan ook van de stad een insta-snelle en inwisselbare plek maken zonder kwalitatieve openbare ruimte. Geen plekken om te verblijven, maar iets waar je langs loopt, kijkt, kiekt, en weer doorloopt. Rotterdam als het zoveelste blije decor. Het is geen kunst die je bijblijft.

MarcellaHomsma_01
Beeld door: beeld: Marcella Homsma

Voor kunstenaars zijn Instagram en sociale media geweldige, democratische podia: je kunt er opvallen zonder galerie. Daarvoor moet je wel het algoritme verslaan: opvallen, likes verzamelen. De kunst is daarom om decoratief te werken, kleurrijk, grafisch, om in één keer op te vallen voordat er wordt doorgeswipet naar de volgende foto. Het appelleert aan een snelle blik. Vertaal je deze tweedimensionale plaatjescultuur naar de stad, dan wordt de kunst daar ook platter.

Maar dat hoeft niet. Er zijn in Rotterdam tal van bevlogen kunstenaars en makers actief die slimmer met de stad omgaan dan cosmetische streetart-initiatieven. Zo ontstonden al Freehouse in de Afrikaanderwijk, NAC in Charlois, Concrete Blossom in West: clubs die de buurten echt onderzoeken en de stadscultuur versterken op kwalitatieve en gedragen wijze. Cosmetische streetart-initiatieven daarentegen verplaatsen het idee van gemeenschappelijkheid van de openbare ruimte naar online communities – een heel ander soort betrokkenheid die zich bovendien heel ergens anders afspeelt, tussen de kattenfilmpjes en foto’s van borden met avondeten.

Als kunstenaar moet je eye candy maken om te overleven, wat vervolgens ingezet wordt als feestelijke verpakking van een beleid dat de woonlasten laat stijgen

Rotterdam heeft ook tal van kunstenaars die actuele en maatschappelijke vraagstukken op een kritische en betrokken manier benaderen. Alleen wordt het hen niet gemakkelijk gemaakt. In het hippe urban plaatjesbeleid passen ze niet. Voor hen is het leven buffelen, zeker nu de bureaucratie en woonlasten stijgen en ateliers plaats moeten maken voor vastgoedontwikkelingen. Dat is de keerzijde van het economisch réveil van die blije stad met zijn mooie buitenkant.

Het woonbeleid van de stad, zoals te zien in de Tweebosbuurt, komt voort uit het gemeentelijk verlangen naar een aantrekkelijke stad met hoge inkomens. Vastgoedontwikkelaars willen er graag ontwikkelen en bouwen. Om het je te kunnen permitteren om hier te blijven wonen en werken, moet je als kunstenaar een cultureel ondernemer of designer zijn, en commercieel slim opereren. Eye candy maken, wat door de toepasbaarheid en likeability impliciet commercieel succes etaleert, als een verdienstelijke beeldtaal. Wat vervolgens wordt ingezet als een feestelijke verpakking van een neoliberaal beleid dat de kunst geen goed doet en eraan bijdraagt dat de woonlasten stijgen. Het is kunst waarvan je nooit zult horen dat er subtiele boodschappen zoals heimelijke oorlogstekeningen aan ten grondslag liggen.

Ook jonge makers moeten een podium krijgen, maar wel een waar hun kunst floreert en die niet wordt getemd door dit soort gemeentelijke agenda’s. Rotterdam heeft heel goede festivalkunst in de openbare ruimte en heel goede muurschilderingen. En zelfs kunst instrumentaliseren hoeft geen probleem te zijn, mits het goed gebeurt.

Wil je kunst functioneel maken, bedenk dan dat een stad ook een plek is voor verbeelding, en dat is wat mensen er zoeken. Daar kun je kunst voor inzetten: voor expressie, ongerijmdheid, onduidbaarheid. Maar zet de kunst niet in ten dienste van de citymarketing. Want dat levert een stad als een decor op, en in een decor kan niemand leven.

MarcellaHomsma_12

Lees meer

Streetart Afrikaanderwijk kent wel degelijk gelaagdheid

Opinie in reactie op ‘Hoe Insta-kunst de stad in de uitverkoop zet'

Voordat je verder leest...

Je kunt dit artikel gratis lezen, maar wij kunnen het niet gratis maken. Vers Beton kan alleen bestaan dankzij een bijdrage van lezers. Vanaf 6 euro per maand maak jij onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk!

Nee, ik lees eerst het stuk verder

  1. Gemeenten heffen precariobelasting (of kortweg: precario) als vergoeding voor het gebruik van openbare grond. De precariobelasting wordt specifiek geheven voor het plaatsen van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond.

    Voorbeelden van belaste voorwerpen zijn kabels en leidingen, terrassen, bouwmaterialen, zonneschermen, luifels, lichtreclames en vlaggen. Precariobelasting wordt wel gezien als de fiscale tegenhanger van een privaatrechtelijke vergoeding om de gemeentegrond te kunnen gebruiken. Bron: www.vng.nl ↩︎

Sandra Smets

Sandra Smets

Sandra Smets is kunsthistoricus en schrijft over beeldende kunst, onder meer over kunst in de openbare ruimte. Ze werkte ruim tien jaar bij het Centrum Beeldende Kunst Rotterdam en is sinds 2006 medewerker beeldende kunst bij het NRC Handelsblad. Daarnaast schrijft ze voor verschillende bladen en publicaties.

Profiel-pagina
D9A5045-1kopie

Marcella Homsma

Fotograaf

Marcella Homsma (1995) benadert de fotografie op een poëtische manier. Belangrijk vindt ze dat een foto een essentie of eigenheid van de persoon, het gebouw of het landschap laat zien. Dit is iets waar ze steeds naar op zoek gaat.

Profiel-pagina
Lees één reactie
  1. Profielbeeld van Maarten Jan van ‘t Oever
    Maarten Jan van ‘t Oever

    Laatst las ik de biografie van Willem de Kooning. Ook hij deed aan reclame schilderen en winkel decors bouwen naast wereldtentoonstelling ontwerp en autonoom schilderwerk. Een hybride kunstpraktijk zoals die nu ook weer normaal aan het worden is.

    Als we kunstenaars een eigen duurzame praktijk gunnen, dan is er toch ruimte om beide vormen van street art mogelijk te maken. Soms via een commerciële commissie dia Mothership uitzet met de MIH slogan. Soms autonoom, soms zelfs illegaal gezet. Een verrijking voor het complete pallet en een vergroting van de wrijving die die uitersten met zich meebrengen – zowel vanuit de makers keuzes gezien als ook vanuit het placemaking gebied gezien.

    Het lijkt alsof in dit artikel verschillende initiatieven over één kam worden geschoren. Neem nou het werk dat uit PowWow is voortgekomen. Zit daar nu echt geen gelaagdheid in? Volgens mij zit daar juist meer achter. Je zou het een vorm van placemaking kunnen noemen waarbij het geen citybranding verhaal voor de toeristen wordt, maar een verhalen machine die bewoners en makers samen laat komen. Waarbij het festival tijdelijk dient als showcase voor bezoekers van dichtbij en verweg. Vooraf en achteraf echter gaat het over de verhalen van de wijk, van de bewoners, van de makers. Daarin zit de gelaagdheid volgens mij, die veel verder gaat dan urban styling (zie ook https://youtu.be/pJMJLw_S6SA).

    En sowhat als het resultaat voor de korte bezoeker (toeristen) een mooi decor oplevert dat ze lokt naar andere delen van de stad. Sommige mensen zoeken precies dat.

    Daarnaast staat het proces van maken dat een duurzame praktijk voor de makers oplevert en de samenwerking tussen makers en bewoners die aandacht voor de verhalen uit de buurten oplevert en wellicht een versterker kan zijn voor deze verhalen.

    Om nog een persoonlijke herinnering op te halen. Ik denk nog vaak terug aan de Tunnel of Love. De foto van mij en van duizenden anderen zijn misschien inwisselbaar voor degenen die er niet bij waren. Maar voor mij dienen ze als waardevolle herinnering aan een gebeurtenis waarbij letterlijk Noord en Zuid, local en toerist, oud en jong, etc goede energie voelden. Waar we in deze kunstvorm samen kwamen en een positieve vibe deelden. En die daarna ook graag share-den met de wereld (hashtag share the love).

    Zou de kunst van de huidige street art niet eens verder kunnen rijken dan de neus van Super A? ;-)

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.

Advertentie

Logo_giraffe_01_600x500