Voor de harddenkende Rotterdammer
Bron: beeld: www.youtube.com

U heeft vast het nieuws meegekregen over de Tweebosbuurt op Zuid. Woningcorporatie Vestia wil daar 535 sociale huurwoningen slopen. Er worden 374 nieuwe woningen gebouwd, vooral duurdere woningen en maar 130 sociale huurwoningen – ongeveer een kwart van wat er nu staat. Dat betekent dat de meeste mensen dus niet terug kunnen naar hun buurt.

Het AD interviewde mensen in de buurt. Sommige mensen wonen er lang, zoals Henk die in 1980 naar de buurt verhuisde en er zijn vrouw Lies ontmoette. Anderen wonen er kort, er zitten oudere mensen tussen en gezinnen met jonge kinderen. Voor de meesten geldt dat een gedwongen verhuizing enorme impact heeft. Zij zijn gehecht aan hun buurt, hebben daar hun sociale netwerken. Soms komt daarbij ook de stress van de rechtszaak die Vestia voert om ze hun huis uit te zetten.

Langdurig sloopbeleid

De sloop van de Tweebosbuurt is onderdeel van een al veel langer durend beleid in Rotterdam om goedkope woningen te vervangen door duurdere woningen. Sinds 2000 zijn er 30.000 goedkope woningen verdwenen, tussen 2017 en 2030 verdwijnen er nog eens 17.000. Het corporatiebezit zal in 30 jaar met 55.000 verminderen.

Het aanbod van goedkope woningen slinkt dus, wat leidt tot minder plek voor arme huishoudens in de stad, zelfs als ze al hier wonen. Dus Rotterdam jaagt in elk geval een deel van de arme mensen de stad uit.

Verpaupering als argument

Hiermee heb ik in zekere zin antwoord gegeven op de vraag. Maar ik wil graag aandacht besteden aan een gerelateerde vraag: waarom is dit al zo’n 20 jaar het beleid? Vaak wordt gesproken over het tegengaan van verpaupering. Vlakbij waar ik woon staat een groot bord met daarop de tekst ‘Hou je huis heel’ en een website met tips over woningonderhoud. Niet voor niets wordt onderhoud van woningen gestimuleerd op Zuid: er is relatief veel achterstallig onderhoud. Al zijn er ook prachtige panden op Zuid.

Maar waardoor zijn woningen verpauperd? De meeste bewoners in goedkope woningen zijn geen eigenaar van hun woning. Het onderhoud moet gedaan worden door de particuliere verhuurder of door de woningbouwcorporatie, zoals Vestia in de Tweebosbuurt. Het is wel erg zuur dat bewoners van die woningen eerst de dupe zijn geweest van achterblijvend onderhoud, last hadden van tocht en schimmel, en nu hun woning en misschien zelfs buurt of stad moeten verlaten, omdat hun woning is verpauperd.

Woonbeleid voor hoogopgeleiden

Maar verpaupering is maar een klein deel van het verhaal. Verpaupering is immers geen reden om de goedkope woningen te vervangen door duurdere. Als verpaupering de grootste zorg is, dan bouw je dezelfde huizen terug, maar dan van goede kwaliteit, zodat de bewoners terug kunnen.

De transformatie van de woningvoorraad past in een bredere strategie voor stedelijke ontwikkeling, die gericht is op het economisch versterken van de stad. Als je de beleidsstukken van afgelopen jaren leest, dan lijkt het erop dat Rotterdamse bestuurders goed geluisterd hebben naar de analyses van Amerikaanse stadswetenschapper Richard Florida. Hij signaleerde in zijn boek The Rise of the Creative Class uit 2003 dat vroeger mensen naar steden trokken omdat daar de bedrijven en het werk waren (denk aan de Rotterdamse haven) maar in de huidige kennis- en diensteneconomie is dat omgekeerd: bedrijven trekken naar plekken waar mensen zich vestigen. Omdat mensen willen wonen waar het prettig leven is, moet het stedelijk beleid zich dus richten op een aantrekkelijke stad: je moet er fijn kunnen wonen, je kinderen kunnen opvoeden, je vrije tijd kunnen doorbrengen.

Omdat we van een industriële economie zijn omgeschakeld naar een kennis- en diensteneconomie, moeten steden het vooral prettig maken voor mensen met beroepen in de kennis- en dienstensector, en dat zijn meestal hoogopgeleiden in beter betaalde beroepen. Daarom stemmen steden hun woningbeleid (en ook hun cultuurbeleid) vooral af op de wensen van kapitaalkrachtige groepen. Florida introduceerde het concept ‘de creatieve stad’. Dat klinkt heel prikkelend en positief en Florida was ervan overtuigd dat zijn analyses en oplossingsrichtingen voor steden heel inclusief waren.

Rotterdam als winner-take-all stad

Maar Florida kreeg nogal wat kritiek op zijn analyse – en op het feit dat hij als consultant steden adviseerde over hoe zij creatieve steden konden worden. Een belangrijke kritiek is dat hij geen oog had voor de verliezers van deze stedelijke ontwikkeling: de lage inkomensgroepen die geen beroepen in de goedbetaalde kennis- en dienstensector hebben.

Richard Florida is tot het besef gekomen dat hij zich heeft vergist en schreef onlangs een nieuw boek, The New Urban Crisis, waarin hij de negatieve gevolgen van de creatieve stad onderkent en waarschuwt voor de gevolgen. Hij schrijft hoe een winner-take-all-samenleving zich manifesteert in de steden: de ongelijkheid tussen rijke en arme bewoners neemt toe en het beleid wakkert dat aan. We zien daarvan ook tekenen in Rotterdam.

Bijvoorbeeld dat de woningwaarde in Rotterdam vorig jaar het hardst steeg van alle gemeenten, namelijk met 16 procent. Prijzen stijgen door meer vraag – we zijn populair – maar ook door investeerders en speculanten. Heel Nederland kampt bovendien met een woningtekort dat de prijzen opdrijft. Dat is slecht nieuws voor mensen met weinig geld (armen en modale verdieners), voor starters en voor de sociale stijgers die Rotterdam zo graag wil vasthouden. Gezien de enorme vraag naar woningen is dit misschien niet het moment om woningen te slopen.

Een ander teken: gisteren organiseerde de Pauluskerk voor het tweede jaar de Rotterdamse Daklozendag. In Rotterdam zijn er naar schatting 4000 dakloze mensen, zo’n 10 procent van het totaal in Nederland. Sinds 2009 is het aantal daklozen in Nederland meer dan verdubbeld. Er zijn steeds meer economische daklozen: zij zijn dakloos puur vanwege geldgebrek. Is dit dan wel het moment om goedkope woningen te slopen?

Vorige week was ook in het nieuws dat steeds meer mensen in huurwoningen moeite hebben om rond te komen. Al langer worden mensen aan de onderkant geraakt door regeringsbeleid: bezuinigingen op uitkeringen en toeslagen, de mantelzorgkorting, bezuiniging op de rechtsbijstand, het verdwijnen van de studiebeurs, flexcontracten, tijdelijke huurcontracten, verhoging van de zorgkosten en duurdere dagelijkse boodschappen door de Btw-verhoging. Nogmaals: dit is misschien niet het moment om ook nog eens 15.000 goedkope woningen te slopen.

Wij wonen hier goed, wij blijven

Richard Florida is niet de enige stedelijke onderzoeker die laat zien dat beleid dat zich richt op het aantrekken van hogere inkomens kan doorslaan en ten koste gaat van armere huishoudens. Dat er inmiddels zoveel voorbeelden zijn van steden in de V.S. en Europa waar de armen worden weggejaagd heeft een voordeel: dat we kunnen leren van die voorbeelden. Verschillende steden zijn met oplossingen gekomen om de trend van uitsluiting te keren.

Het is niet zo erg als in Londen, en ook niet zoals in Amsterdam, en misschien kan niemand dat zich voorstellen, maar toch is het onverantwoord om te denken dat het wel zal loslopen in Rotterdam. Laten we niet, zoals Richard Florida, ons de nadelige effecten van stedelijk beleid te laat realiseren. Ik stel mij Rotterdam als kennisstad heel anders voor: als een wereldberoemd levend laboratorium waarin stedelijke onderzoekers samen met bewoners en beleidsmakers onderzoeken hoe je een stad aantrekkelijk kan maken zonder een deel van de armere bewoners weg te jagen.

Zodat iedereen kan zeggen: wij wonen hier goed, wij blijven.

Naschrift

In dit minicollege reageerde ik op de vraag of Rotterdam arme huishoudens de stad uit jaagt, maar het beleid raakt niet alleen arme huishoudens. Ook voor huishoudens met een modaal inkomen wordt het moeilijk een woning te vinden. In het genoemde artikel in Trouw zegt hoogleraar woningmarktbeleid Peter Boelhouwer dat het met een bruto jaarinkomen van 38.000 euro al vrijwel onmogelijk is om in een van de grote steden een woning te kopen, als iemand geen eigen geld meeneemt. Zelf betwijfel ik ook dat de stad – ook Zuid – met deze oververhitte markt betaalbaar blijft voor de sociale stijgers die Rotterdam zo graag wil behouden.

Voordat je verder leest...

Wij kunnen alleen bestaan dankzij support van lezers. Help jij ons om onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk te blijven maken? Vanaf 6 euro per maand ben je supporter!

Nee, ik lees eerst het stuk verder

gwen van eijk portret

Gwen van Eijk

Gwen van Eijk is criminoloog en stadssocioloog en werkt als universitair docent en onderzoeker aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Ze woont op Zuid.

Profiel-pagina
Lees één reactie

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.

Advertentie

Logo_giraffe_01_600x500