Voor de harddenkende Rotterdammer
VB-Fleur-Beerthuis-Ellen-Schindler-2
Beeld door: beeld: Fleur Beerthuis

Wie googlet op afbeeldingen van architectenbureau De Zwarte Hond, ziet tussen de beelden van hun projecten ook een foto van negen mannen in pak: de partners van het bureau, in 2015. Een treffend beeld voor de scheve man-vrouwverhouding in de architectuurwereld [zie kader hieronder]. “Toen ik hier een jaar geleden begon besefte ik al snel dat het onderzoeken en opzetten van inclusiviteitsbeleid éen van mijn taken moest worden,” zegt Ellen Schindler, partner nummer tien en de eerste vrouw in de top van De Zwarte Hond. 

Je voelde je dus direct geroepen tot het onderzoeken en opzetten van inclusiviteitsbeleid binnen De Zwarte Hond. Hoe heb je dat aangepakt?

“Als partner en algemeen directeur houd ik mij onder andere bezig met de branding van het bureau en de positionering in de markt. Om het bureau beter te leren kennen ben ik mij gaan verdiepen in het bureau zelf: wie zijn wij en waar staan wij voor? Door alle lagen en in alledrie de vestigingen (Rotterdam, Groningen en Keulen) heb ik gesprekken gevoerd met medewerkers.”

“Tegelijkertijd speelde de discussie rondom het congres met alleen vrouwelijke sprekers ‘Next Power of Dutch Architecture’ [zie kader onderaan dit artikel]. Dit triggerde mij om uit te zoeken hoe dat bij ons zat. Ik heb dus eerst gekeken naar de algemene cijfers over de man-vrouwverhoudingen van de BNA, als benchmark. Toen heb ik De Zwarte Hond en de stand van zaken bij de verschillende vestigingen en de verschillende functies onderzocht. Tenslotte heb ik alle vrouwen in het bureau uitgenodigd in Rotterdam en met hen een gesprek gehad over dit thema. Daar hebben we aan aantal eerste conclusies uit getrokken, waar we volgend jaar acties aan gaan verbinden.”

De cijfers

In de architectuurwereld ligt de man-vrouwverhouding scheef. In Europa is 39 procent van de architecten vrouw. Samen met Oostenrijk en Tsjechië bungelt Nederland onderaan met 23 procent. In 2003 was dit 15 procent. De Branchevereniging Nederlandse Architectuurbureaus (BNA) concludeert dat met dit tempo pas over 50 jaar de man-vrouwverhouding gelijk is. Bovendien kent slechts 12 procent van de BNA-bureaus een vrouwelijke eigenaar. Terwijl Nederland genoeg potentieel talent in huis heeft: iets meer dan 50 procent van de eerstejaarsstudenten Bouwkunde aan de TU Delft is vrouw. In 2003 was dit nog 33 procent. “Over de verhoudingen binnen bureaus in de verschillende functiegroepen weten we niet zoveel. Er zijn helaas weinig statistieken”, zegt Nathalie de Vries, BNA-voorzitter en partner bij het Rotterdamse architectenbureau MVRDV.

En wat waren je conclusies voor De Zwarte Hond?

“In Groningen ligt de man-vrouwverhouding veel schever (79 procent man) dan in Rotterdam (57 procent man) en Keulen (50 procent man), waarschijnlijk omdat we daar een grotere techniek-tak hebben waarin mannen doorgaans oververtegenwoordigd zijn. In de juniorlaag is het over het algemeen 50/50, maar naarmate je hoger in functie gaat, loopt het verder uit elkaar. In stedenbouw is het gelijker verdeeld: waarom weet ik nog niet. De loonkloof hebben we redelijk onder controle. We zijn vrij strikt over die schalen en niveaus, juist om gelijkheid te creëren.”

“Recent hebben we een kader van waarden opgesteld: wat vinden wij belangrijk en hoe gaan we met elkaar om. Die waarden kan je op verschillende manieren in het bureau implementeren. Op ‘technische’ wijze, via regelgeving, kans- en ontwikkeltrajecten en op financiële wijze, door dus alert te zijn op de gender pay gap. Dat moet zijn als ‘tandenpoetsen’, daar denk je niet over na, dat doe je gewoon. Het is essentieel om inclusiviteit te verankeren in de normen en waarden, in de structuur van het bureau. Zo voorkom je dat het verwatert. Zonder die verankering houd je een vrijblijvendheid, daar moeten we vanaf.”

Inmiddels is 50 procent van de Bouwkunde-studenten vrouw: is het nu een kwestie van wachten totdat zij de top bereiken, of is het ook zo dat vrouwen stilletjes verdwijnen bij elke stap op de carrièreladder?

“Ik denk dat beide situaties gelden. De toename van vrouwelijke studenten moet ons in de toekomst in nieuwe aanwas wel iets gaan opleveren. Maar dat verklaart niet het grote lek dat daarna ontstaat. Als je naar de cijfers kijkt van vrouwelijke studenten Bouwkunde in het eerste jaar aan de TU Delft en vervolgens naar het aantal vrouwen in de top van bureaus vraag je je af waar de vrouwen blijven na hun studie. Als we beter begrijpen waar dat lek zit dan kan je het ook dichten.

En waar zit het lek, denk je? Waardoor ‘verdwijnen’ vrouwen op de weg naar de top?

“Er zijn verschillende factoren. De positie van de vrouw binnen de architectuur is van oudsher niet best. Het was – en is nog steeds – een behoorlijk mannelijk bolwerk. Dan moet je als vrouw stevig in je schoenen staan. Zaken als een economische crisis, kinderen krijgen, en een grote werkdruk door onder meer een systeem van aanbestedingen vinden vaak het eerste hun weerslag bij vrouwen.

Want we zijn eenmaal geen broodjesbakkers: je komt naar je werk, bakt broodjes, verkoopt ze, je gaat naar huis en morgen weer een nieuwe dag… zo werkt ontwerpen helaas niet. Je hebt aanbestedingen en deadlines die zich niets aantrekken van je privéleven. Het is hollen of stilstaan. Die onregelmatigheid maakt de werk-privé combinatie soms heel ingewikkeld.

Kinderen krijgen is een onderdeel van dat privé-leven. De opvang voor kinderen is in Nederland helaas nog steeds niet optimaal geregeld. Heel veel vrouwen hebben bovendien de wens om minder te werken als ze een kind krijgen. Volkomen begrijpelijk, maar dit vertraagt hun carrière. Als bureau moet je daarom kijken hoe je het werken in combinatie met ouderschap kunt faciliteren. Niet alleen tijdens de zwangerschap, maar ook – en vooral – daarna.

VB-Fleur-Beerthuis-Ellen-Schindler-4
Beeld door: beeld: Fleur Beerthuis

Willen mannen niet minder dagen werken, bij De Zwarte Hond?

“Over het algemeen minder. Af en toe krijgen we een verzoek om vier dagen te werken, maar dat kan je niet meer echt parttime noemen tegenwoordig.”

Hoe wil jij die combinatie tussen werk en privéleven beter faciliteren?

“We zijn allereerst tegen de cultuur van veel overwerken. Als medewerkers structureel tot laat op kantoor zitten, ben je als bedrijf niet goed bezig. Mensen moeten ook thuis bij hun partner of gezin zijn, investeren in zichzelf en kunnen opladen. Daarnaast merken we dat sommigen het als zwaar ervaren om in hun eentje een project te trekken. Je kunt de werkdruk minder goed delen, niet even elkaars werk overnemen als je in de knel komt met bijvoorbeeld de zorg over je gezin. Dat levert aan de andere kant wel weer discussies op over efficiency, want meer mensen op een project kan de marge onder druk zetten. Dus dat moeten we goed organiseren. Tenslotte is er wat flexibiliteit nodig, om mensen de ruimte te geven privé en werk optimaal te combineren. Het is overigens belangrijk om dat goed af te stemmen binnen een project, want ontwerpen is en blijft teamwork.”

De Zwarte Hond heeft nu ook ontwikkeltrajecten binnen het bedrijf, zijn die specifiek gericht op vrouwen?

“We hebben al ongelofelijk veel talent. Het is echt heel spannend om te kijken hoe we deze mensen kunnen laten groeien, in plaats van steeds nieuw talent buiten je bureau te zoeken. Dat ontwikkeltraject is niet specifiek voor vrouwen, maar er zitten – niet geheel toevallig – op dit moment iets meer vrouwen dan mannen in. Zeker binnen ons bureau, met veel mannen aan de top, moet je het nog iets zichtbaarder en explicieter maken. In principe ben ik niet voor vrouwenquota, maar ik vind wel dat je vrouwen een extra duw in de rug kunt geven. Wij willen graag meer vrouwen in de seniorposities. En zoals Madeleine Albright het verwoordt: “There is a special place in hell for women who don’t help other women”. Dus ik probeer daar op mijn manier een rol in te spelen.”

“In principe ben ik niet voor vrouwenquota, maar ik vind wel dat je vrouwen een extra duw in de rug kunt geven”

De beroemde architect Denise Scott Brown schreef in 1975 een essay dat ze uit angst voor carrièreschade pas publiceerde in 1989. Het ging over haar strijd om door journalisten en collega-architecten erkend te worden als volwaardig partner van het bureau dat ze samen met haar man, Robert Venturi, runde. Een strijd tegen seksisme en het systeem van ‘starchitects’ waar je als vrouw moeilijk tegenop kan, stelde ze. Geldt dit nog steeds?

“Ik ben van mening dat het fenomeen van de mannelijke ‘starchitect’ tanende is. De nieuwe generatie ontwerpers zit anders in elkaar: let minder op geld, maar nóg meer op de inhoud, is maatschappelijk betrokken en meer een teamspeler. De crisis heeft, denk ik, een humbling effect gehad op de architectuurwereld. En er zijn heel veel succesvolle, bekende vrouwelijke architecten.

Wel moeten we veel bewuster omgaan met het zichtbaar maken van vrouwelijke architecten. Dat gaat nog steeds niet goed. Een schone taak voor de media, organisatoren van events én de bureaus zelf. Binnen het bureau willen we bijvoorbeeld bewuster vrouwelijke ontwerpers naar voren schuiven bij interviews of lezingen. En het kan ook in kleine dingen zitten, zoals de afspraak dat iedereen zich voorstelt aan het begin van externe meetings. Vaak gebeurt dit niet, waardoor niet altijd duidelijk is wat ieders functie is in een project. Dat werkt helaas voor vrouwen nog altijd niet in hun voordeel.”

Toch uitte je ook kritiek op lijstjes en congressen met alleen vrouwelijke architecten.

“Ik ben het eens met het betoog van de Deense architect Dorte Mandrup die zich verzet tegen dit soort lijstjes. We moeten ervoor moeten waken dat de discussie niet averechts werkt. Dat vond ik achteraf gezien ook lastig van het symposium met alleen maar vrouwen [zie kader onderaan dit artikel]. Voor je het weet maak je het een probleem van vrouwen, terwijl het duidelijk een maatschappelijk probleem is. Daarom moeten we het breder aanpakken, vanuit de maatschappij, de opleidingen en de bureaus.”

Maar toonde het symposium juist niet het probleem van de architectuurwereld: de onzichtbaarheid van vrouwelijke architecten?

“Begrijp me niet verkeerd, we moeten vechten om het beter te krijgen. Maar als je het verkeerd aanpakt verwordt het tot een stereotype. Er waren namelijk ook tegengeluiden te horen. Sommige vrouwen hadden geen behoefte om deel te nemen aan een symposium met alleen vrouwen. Andere vrouwen hoor ik zeggen dat ze weinig problemen ondervinden en dat ze zelfs hun vrouw-zijn soms gebruiken. Het is dus goed en noodzakelijk om de aandacht hierop te vestigen en het debat open te breken, maar we moeten uitkijken dat we het niet te lang ‘vrouwen in de architectuur’ noemen.”

FFH3553kopieren

Lees meer

Gemeentelijk HR-directeur Abigail Norville: “Diversiteit staat leuk op de foto maar inclusie gaat veel verder”

Interview over inclusie, racisme, en het aannemen van de juiste mensen.

Hoe moeten we het dan noemen?

“Ik noem het liever inclusiviteit in de architectuur. Het gaat ook om cultuur, religie en LGBTQI. Ik zeg ook bewust niet ‘diversiteit’. Want zoals Abigail Norville [voormalig gemeentelijk HR-directeur, red.] aanhaalde in haar interview op Vers Beton: ‘Diversity is being invited to the party. Inclusion is being asked to dance.’ Als bureau moeten we inclusiviteit dus verankeren in onze waarden, om een veilige en prettige werkomgeving bieden voor iedereen.”

Abigail Norville zei ook dat je niet alleen gelijke rechten moet waarborgen. Je moet ook zorgen voor goede beoordelingsmethode en beoordelaars bewust maken van hun vooroordelen, stelde zij. Wat vind jij hiervan?

“Je moet het niet alleen zoeken bij de beoordelingsmethode, maar meer nog bij de beoordelaar. Zorg dat er ook vrouwen zitten in het sollicitatieteam. Toch weet ik niet of ik liever door een vrouw beoordeeld zou willen worden of door een man. Want vrouwen kunnen elkaar pas écht doormidden zagen. Het gaat er vooral om dat je een brede blik nodig hebt om inclusiviteit in je bureau te bewerkstelligen.”

“Ik moet wel opmerken: als wij een vacature uitzetten voor een seniorfunctie, moeten we vaak met een vergrootglas zoeken naar vrouwen. Waar zijn ze? Misschien zijn zij voor zichzelf begonnen omdat ze dan meer flexibiliteit hebben? Of zijn vrouwen iets anders gaan doen dat schurkt tegen het vakgebied? Ik weet het niet. Maar ze zijn echt moeilijk te vinden.”

Inclusiviteitsexperts adviseren om vacatureteksten anders op te stellen: met minder mannelijke taal en minder harde eisen. Blijkbaar solliciteren vrouwen minder snel dan mannen op functies waarvoor zij niet aan alle eisen voldoen. 

“Dat vind ik een lastige. Je probeert in een vacaturetekst zo helder mogelijk te verwoorden waar je naar op zoek bent. Is dat dan ‘mannentaal’? Laat ik een andere vraag stellen: als we denken dat vrouwen te bescheiden zijn en minder voor zichzelf opkomen, waarom besteden opleidingen daar dan bijvoorbeeld geen aandacht aan?”

vb-mailchimp

Lees meer

Schrijf je in voor de wekelijkse nieuwsbrief

Op de hoogte blijven van Vers Beton per mail? Schrijf je in voor de wekelijkse nieuwsbrief

Jij legt op dat gebied ook een bepaalde verantwoordelijkheid bij vrouwen, klopt dat? 

“Natuurlijk. Iedereen heeft een eigen verantwoordelijkheid als het gaat om je eigen ontwikkeling. De ervaring leert dat mannen beter voor zichzelf opkomen. Ze vragen eerder om een loonsverhoging en bluffen wat meer om een baan te krijgen. Dat is iets dat je wel kunt leren. Ik heb daar regelmatig gesprekken over met vrouwelijke medewerkers. Als je iets wilt, moet je erom vragen. Simpel. Ik wil voorkomen dat we een soort exclusiviteitspositie voor vrouwen maken. Op de lange termijn werkt dat ook niet. En veel vrouwen die ik spreek hebben daar ook geen behoefte aan.”

“Ikzelf hink op twee gedachtes: we moeten dit onderwerp serieus nemen en actief adresseren. Daar werk ik dus dagelijks aan als leidinggevende en als mentor. Maar soms denk ik ook: Kom op, vrouwen. Guts!”

Symposium van vrouwelijke sprekers

Een Nederlands architectuursymposium met alleen vrouwelijke sprekers: The Next Power of Dutch Architecture – A Change of Perspective. De Rotterdamse Christine de Baan organiseerde dit op 21 november 2018 als alternatief voor het congres ‘De kracht van de architectuur’ van vakblad De Architect met alleen mannelijke sprekers. “Te bizar voor woorden”, zegt De Baan. “Dertig jaar geleden moest je nog zoeken naar vrouwelijke sprekers, maar nu? Ik had in twee minuten een lijst op papier die de kracht van de Nederlandse architectuur glansrijk vertegenwoordigt. We willen voor eens en voor altijd afrekenen met de onzichtbaarheid van vrouwen in het Nederlandse architectuurdebat.”

Voordat je verder leest...

Je kunt dit artikel gratis lezen, maar wij kunnen het niet gratis maken. Vers Beton kan alleen bestaan dankzij een bijdrage van lezers. Vanaf 6 euro per maand maak jij onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk!

Nee, ik lees eerst het stuk verder

Profielfoto-Marianne-Klerk

Marianne Klerk

Marianne is historicus en journalist. Rotterdam is in haar ogen de mooiste stad van Nederland, waar eeuwen van stadsvernieuwing en -vernieling kriskras door elkaar lopen.

Profiel-pagina
Fleur.2

Fleur Beerthuis

Fotograaf

Fleur Beerthuis studeerde aan de Willem de Kooning Academie en werkt nu als fotograaf. Ze vindt Rotterdammers geweldig. Door mensen te portretteren ziet zij een glimp van hun werelden. Ze is nieuwsgierig naar hoe andere mensen leven en denken. Met beelden probeert zij hun verhalen zo goed mogelijk over te brengen.

Profiel-pagina
Nog geen reacties

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.