Voor de harddenkende Rotterdammer
Vers Beton – Remon Mulder – Architectuurnota
Beeld door: beeld: Rémon Mulder

Rotterdam hééft een dikke vette status op architectuurgebied en dat mag een gemeentelijke Architectuurnota best benadrukken. De vraag is natuurlijk wat er in staat. Ik loop hieronder door de vijf hoofdstukken van de 30 pagina tellende tekst – maar eerst even terug in de tijd.

Want wat is dat eigenlijk, architectuurbeleid? De voorganger van deze nieuwe Architectuurnota stamt uit 2010, en werd vergezeld door de uitreiking van de eerste Rotterdam Architectuurprijs. De hausse van 25 jaar stimuleringsbeleid voor architectuur, grote architectuurprojecten en bakken met geld, was toen in 2010 pijnlijk ten einde gekomen door de financiële en vastgoedcrisis. Veel Rotterdamse bureaus sneuvelden. En degenen die het hoofd wel boven water hielden, gingen mee in de al ingezette internationalisering. Tot overmaat van ramp draaide Halbe Zijlstra met zijn cultuurbezuinigingen het NAi de nek om, dat sinds de opening in 1993 de status van Rotterdam als architectuur(hoofd)stad had bevestigd.

Het architectuurbeleid van Rotterdam is een prima manier om na deze zware jaren opnieuw investeringen in architectuur te legitimeren. Er zijn ook voldoende urgente maatschappelijke opgaven waar ontwerpers een bijdrage aan kunnen leveren. Tegelijkertijd hebben de politiek (Woonvisie, 2016) en de economie (grote investeringen vanuit de vastgoedmarkt) de omstandigheden voor architectuur behoorlijk gewijzigd. Ook de kennisontwikkeling in de architectuur en stedenbouw heeft in tien jaar niet stilgestaan.

Met de komst van een nieuwe Architectuurnota is er niet opeens veel geld en er staan ook niet direct legers ambtenaren klaar om de gestelde doelen uit te voeren. Toch kan deze nota dienen om partijen in de stad aan te spreken op hun ambitie en om te verbinden. Hoe ziet het beleid eruit en op welke manieren wil de gemeente het belang van architectuur te onderstrepen?

1. Rotterdamse eigenheid

Het eerste hoofdstuk gaat over de identiteit van Rotterdam. In de Architectuurnota is ruim aandacht voor de spanning tussen enerzijds Rotterdam als stad om in te wonen en anderzijds de ambities van de stad op internationaal vlak: “In een stad die een internationale concurrentiepositie nastreeft is het van belang aandacht te houden voor kleinschaligheid en lokale identiteit, voor de karakteristieken van een buurt.”

Om je te kunnen hechten aan je (woon)omgeving is het belangrijk om plekken te hebben die niet of nauwelijks veranderen. Hoewel Rotterdam niet bekend staat om de zorg voor de bestaande stad, is er de laatste jaren beleidsmatig meer aandacht ontstaan voor erfgoed. Die aandacht biedt in de praktijk weinig garanties, maar er is tenminste een goed uitgewerkte Erfgoedagenda (december 2016) die het behoud van de gelaagdheid van de stad bepleit.

Wat opvalt in de nieuwe architectuurnota is de aandacht voor de cultuurhistorische waarde van wat in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw gebouwd is. Het voert wat ver om flats van amper veertig jaar oud als monumenten te beschouwen, het gaat dan ook meer om de erkenning dat in elke wijk mensen wonen die herinneringen koesteren aan hun huis, buurt, school of park. Hoe pakt dat uit in de praktijk?

Dat is nog niet eenvoudig, getuige bijvoorbeeld de ingrepen die Woonbron doet in Tuinenhoven, een wijk met rijtjeshuizen in IJsselmonde. De woningcorporatie verbeterde daar haar huurwoningen met behoud van het beeld (cultuurhistorisch heel verantwoord) maar maakte het voor de vele particuliere woningeigenaren in de rijtjes, veel te duur om eraan mee te doen. Dat levert een merkwaardig beeld op. Laten we zeggen: oefening baart kunst.

VersBeton_SylvanaLansu_Ijsselmonde (2)

Lees meer

IJsselmonde toont waar de verduurzaming van een doorsnee woonwijk op stuk loopt

Hoe verduurzaam je een wijk met versplinterd bezit?

2. Architectuur voor alle Rotterdammers

Eén van de verschuivingen in de afgelopen tien jaar zit in de aantrekkelijkheid van Rotterdam – en nee ik ga niet wéér de Rough Guide en de Lonely Planet erbij halen. Laat ik het erbij houden dat het in de ‘beste binnenstad 2015-2017’ van Nederland een stuk drukker is geworden.

Of dat ook aan architectuurtoerisme toe te schrijven is? Dat moeten we wel in perspectief blijven zien, lijken de auteurs van de nota te zeggen met dit zinnetje: “Meestal combineren architectuurtoeristen en delegaties een bezoek aan Amsterdam met een bezoek aan Rotterdam.” Kortom, laten we onszelf niet rijk rekenen hè.

De binnenstad staat er inderdaad goed bij en dat is grotendeels aan investeringen van de gemeente toe te schrijven. Maar interessanter (voor alle Rotterdammers) is het om de rol van architectuur in de dagelijkse leefomgeving te beoordelen. Want ‘architectuur als zaak voor alle Rotterdammers’ zou wat mij betreft niet alleen over het centrum moeten gaan.

Ik denk dan eerder aan: goed ontworpen woningen, een fijne school, een sportterrein op fiets- of loopafstand. En een goede inrichting van de openbare ruimte, zodat ouderen niet van hun sokken gereden worden. In de gemiddelde Rotterdamse woonwijk is daar nog een wereld in te winnen. Daaraan besteedt de nota helaas weinig woorden.

3. Gemeente als opdrachtgever

Het derde hoofdstuk gaat over welke rol de gemeente als opdrachtgever speelt. Het is één van de heetste hangijzers, vanwege het geld dat met grote overheidsopdrachten gemoeid is. Dit onderwerp was zelfs één van de aanleidingen voor de vorige Architectuurnota. Architecten waren toen in rep en roer vanwege de dramatische aanbesteding van het Stadstimmerhuis, die OMA won. De commotie ontstond omdat de gemeente bizar hoge eisen had gesteld, zoals een jaaromzet van €2,4 miljoen. 44 architectenbureaus tekenden protest aan.

iwt-lvd-6

Lees meer

Aan de bak voor inclusieve stadsontwikkeling: de Willemstoren-architecten aan het woord

Het jonge architectenbureau IWT doet hun ontwerp voor de Willemstoren uit de doeken.

Dat die aanbesteding slecht viel zal te maken hebben gehad met de vrije val waar de sector in 2009 in zat. Architectenbureaus komen inmiddels weer aan opdrachten, maar de argwaan over gang van zaken rondom aanbestedingen is nog niet helemaal weg. Nog altijd halen grote bureaus als OMA, MVRDV, De Zwarte Hond en Powerhouse Company de meeste grote aanbestedingen binnen. Achter deze grote bureaus staat een generatie ‘in de wacht’ (zie ook ons dossier Architectuur: de Nieuwe Lichting) die nauwelijks door weet door te dringen tot de bouwpraktijk.

Daar moet nu verandering in komen. De nota stelt dat een ontwerpbureau dat nog nooit een brug ontworpen heeft, niet meer moet worden uitgesloten van een ontwerp voor een brug. Geen willekeurig voorbeeld, want Ben van Berkel was namelijk nog maar 34 toen hij de Erasmusbrug ontwierp.

De gemeente wil dat kleinere bureaus bij aanbestedingen een betere kans krijgen. Maar in het geldende protocol voor aanbestedingen, was ‘eerlijke kansen voor jonge bureaus’ ook al een van de doelen. Werkt het protocol onvoldoende? Daar lijkt het op, want uit navraag bij de gemeente blijkt dat er plannen zijn voor nieuw beleid dat de toegankelijkheid van aanbestedingen moet vergroten.

Overigens werkt het stadsbestuur wel aan kansen voor (jonge) ontwerpers, als die tenminste bereid zijn om vele uren te steken in een ontwerp zonder concrete opdracht. Dit risicovolle verdienmodel – de prijsvraag of open oproep – is in de architectuur echter common practice en werkt als het proces goed begeleid wordt. Zo wordt het winnende plan van de prijsvraag voor ‘gezinsappartementen’ van de jonge architect Laurens Boodt binnenkort gebouwd op de Lloydpier.

De nota noemt deze prijsvraagcultuur niet, terwijl de gemeente daar wel op in blijft zetten, bijvoorbeeld in de wijk Beverwaard met de prijsvraag Panorama Lokaal die gericht is op de specifieke opgaven aan de stadsrand. En met de ontwerpprijsvraag Europan (een samenwerking tussen Europan en AIR) stelde de gemeente zelfs vijf locaties beschikbaar: het Vierhavensblok, Kop Dakpark, Visserijplein, Groot IJsselmonde en Brainpark. Stuk voor stuk gebieden waar ontwerpers van jong tot oud een bijdrage aan kunnen leveren.

4. Talentontwikkeling

Ook in het hoofdstuk over de ontwerpsector is veel aandacht voor talentontwikkeling. De gemeente hoopt dat individuele talentvolle ontwerpers zich binden aan de stad “door laagdrempelige mogelijkheden aan te bieden, bijvoorbeeld voor professionalisering, artistieke ontwikkeling en werkruimte.”

Het doel is een architectuurklimaat waar je graag ‘bij wil horen’: “De architectuursector is bij uitstek in staat om complexe maatschappelijke vraagstukken te doorgronden en met onverwachte oplossingen te komen. Een belangrijk voorbeeld hiervan is de IABR.” 

Wat mij betreft kiezen de auteurs hiermee het verkeerde voorbeeld: de IABR is namelijk maar één maand in de twee jaar zichtbaar en toegankelijk in de stad, daarbuiten fungeert het al bijna twintig jaar als een laboratorium dat onzichtbaar is voor de meeste Rotterdammers.

Daarnaast is er nog iets wat steekt. De interpretatie van ‘talent’ blijft in de nota beperkt tot de hoogopgeleide ontwerpers van de Technische Universiteit of Academie van Bouwkunst. Terwijl architectuurproductie in essentie gaat over plezier en kunde in ontwerpen en dingen maken. En talent hebben we nu keihard nodig in de architectuur, gezien de astronomische tekorten aan bouwpersoneel om woningen te verbouwen. Of installateurs die de energietransitie in no time zullen moeten uitvoeren.

De nota had aandacht kunnen besteden aan lopende initiatieven die ontwerpen voor alle leeftijden en achtergronden promoten. Bijvoorbeeld Buurman op de Keilewerf, waar je laagdrempelig kennis kunt maken met hergebruik van bouwproducten. En de makerspace Bouwkeet in Bospolder-Tussendijken, waar jongeren aan de slag kunnen met lasersnijders en 3d-printers. Of de RDM-Campus, waar je kunt leren (bouw)producten te programmeren en ontwikkelen en daarna met een diploma de arbeidsmarkt op kunt. Zo bestaan er nog tal van initiatieven die het ontwerpen en maken promoten, en op die manier ook een bijdrage leveren aan Rotterdam architectuurstad.

5. Inclusieve stad

Het laatste hoofdstuk gaat over de maatschappelijke uitdagingen: woningbouw, energietransitie en de inclusieve stad. Van de eerste twee is duidelijk waar het over gaat, maar wat is de inclusieve stad nu precies? Dat blijkt voor beleidsmakers lastig te vatten. Het onderwerp blijft dan ook vrij abstract, in de nota. 

Terwijl inclusiviteit juist raakt aan heel concrete onderwerpen zoals vervoersarmoede: je kunt pas genieten van vervoersopties als je ze kunt betalen. Of de energietransitie, die (zonder ingrijpen van beleid) de verschillen tussen arm en rijk verder zal vergroten. En dat de prijs van nieuwbouwwoningen niet aansluit bij portemonnee van veel Rotterdammers, heeft de aanstaande sloop van de Tweebosbuurt ondubbelzinnig aangetoond. 

“Het streven naar kwaliteit en toekomstwaarde door middel van flexibiliteit en diversiteit vereist ruimte voor innovatie en experiment. Daarvoor is ontwerpkracht nodig.” Maar hoe zet je de ideeën van ontwerpers in om bewoners van de stad te dienen? Op dit moment gaat veel van de aandacht uit naar middenhuur (in de praktijk vaak boven de €1.000 per maand) en koopwoningen voor starters en in het dure segment. Het voert te ver om te verwachten dat een architectuurnota de politieke keuzes in het huidige woonbeleid kan veranderen.

Toch is de tijd dat architecten zich veel sterker bemoeiden met politiek nog niet zo ver weg. In de jaren zeventig en tachtig hielp een hele generatie ontwerpers om nieuwbouw neer te zetten die betaalbaar was voor Rotterdammers. Zij verbeterden ruim 70.000 woningen, samen met bewoners van het Oude Westen en andere stadswijken. De architecten wisten zo het pleidooi voor bewoonbare én betaalbare huizen voor arbeiders in daden om te zetten. Ze leverden bij uitstek een bijdrage aan maatschappelijke opgaven door hun ontwerpen en werden daarin voluit ondersteund door gemeentebeleid.

Realiteit

Architectuur bevindt zich met één been in het terrein van de internationale vakwereld van hoogopgeleide ontwerpers en met het tweede been in de dirty reality van vastgoedontwikkeling. Het vak is ook niet los te zien van beide werkelijkheden. Omdat het Rotterdam economisch al een paar jaar voor de wind gaat en investeerders naar de stad toe trekken, vraagt dit tweede been waar de architectuur op leunt om meer aandacht van de gemeente.

De nieuwe Architectuurnota positioneert het doel en de noodzaak van de architectuursector stevig in die woelige praktijk. Helaas is de maatschappelijke rol die architectuur speelt om de levens van Rotterdammers aangenamer te maken, nog niet concreet. En dat terwijl er zoveel grote opgaven liggen.

Maar er mogen ook geen wonderen worden verwacht van een nota – die is vooral bedoeld om condities te scheppen. Dus kom maar op Rotterdam: Make it happen.

De Architectuurnota Rotterdam Architectuurstad – met ontwerpkracht bouwen aan Rotterdam verscheen op 18 december bij de bekendmaking van de 10e Rotterdam Architectuurprijs. Fenix I (Mei Architecten) won zowel de vakjuryprijs als de publieksprijs. De onafhankelijke prijs is een initiatief van de gemeente Rotterdam, georganiseerd door AIR.

Voordat je verder leest...

Je kunt dit artikel gratis lezen, maar wij kunnen het niet gratis maken. Vers Beton kan alleen bestaan dankzij een bijdrage van lezers. Vanaf 6 euro per maand maak jij onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk!

Nee, ik lees eerst het stuk verder

Teun van den Ende

Teun van den Ende

Teun van den Ende laat zich niet graag leiden door hypes, maar gaat juist op zoek naar de lange lijnen in de ontwikkeling van Rotterdam – en ook andere steden trouwens. Teun combineert populaire cultuur met historisch onderzoek naar de stad.

Profiel-pagina
Avatar-remon-mulder

Rémon Mulder

Illustrator

Rémon Mulder (1994) is een dromer en een tekenaar. Hij houdt zich als stedenbouwkundige graag bezig met de stad. Hij gebruikt zijn tekeningen tijdens het ontwerpen om de verbeelding van de toeschouwer aan te wakkeren, en een toekomstige wereld te onthullen.

Profiel-pagina
Nog geen reacties

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.