Voor de harddenkende Rotterdammer
VersBeton_Daan_001_Anne-Claire-Lans
Beeld door: beeld: Anne-Claire Lans

Liefhebbers van Rotterdamse torens kunnen hun hart ophalen met de Hoogbouwvisie die het stadsbestuur dit najaar publiceerde. Tot 250 meter mogen we nu de lucht in, op méér plekken, en er zijn nu strikte regels voor de bijdrage van het gebouw aan de wijk. Ook architect en stedenbouwkundige Daan Zandbelt (1975) is positief over die visie, benadrukt hij direct. De Rijksadviseur voor de fysieke leefomgeving en partner bij architectenbureau De Zwarte Hond is al jaren een bekende voice of reason over hoogbouw. Dus hij wil in het gesprek maar meteen duidelijk maken dat hij niet mordicus tegen is. 

Zandbelt is blij met de Hoogbouwvisie omdat daarmee fouten uit het verleden voorkomen kunnen worden. “We hebben een lange traditie van hoogbouw die niet goed in de stad staat: geen aansluiting op de plint, veel valwinden op de begane grond.” Een goed voorbeeld daarvan vind je volgens hem onderaan de Erasmusbrug. “Daar staat een sociale-woningtoren die je vermoedelijk nooit is opgevallen. Anoniem, onduidelijke entree, trespa op de gevel. Die voegt weinig toe aan Rotterdam. En dat aan het meest prominente kruispunt van de stad!” 

Hij is dus te spreken over de vele eisen die de hoogbouwvisie stelt aan nieuwe torens. Zo moeten ze voortaan onderdeel uitmaken van een bouwblok (en niet moederziel alleen staan, zoals De Maastoren), zorgen voor een goed klimaat rondom het object (en niet voor bijvoorbeeld onmogelijke valwinden, zoals bij First Rotterdam), aansluiten op het ov, en anonimiteit voorkomen (zodat je niet met de auto naar binnen rijdt, de lift pakt en ongezien een appartement in kunt verdwijnen, om criminele praktijken tegen te gaan).

Alles abstracter

“Hoogbouw is géén geldterugverdienmachine. Het is géén garantie voor stedelijkheid. En soms helemaal niet dé manier om te verdichten”

Dat neem niet weg dat Zandbelt nog altijd kritisch is op ‘hoogbouw om de hoogbouw’. Het is volgens hem van cruciaal belang om enkel op basis van de juiste redenen te kiezen voor de vlucht naar de lucht. “Tien jaar geleden deed ik onderzoek, nota bene voor de Stichting Hoogbouw, naar de valkuilen van hoogbouw. Daaruit werd duidelijk dat er goede emotionele argumenten zijn om voor hoogbouw te kiezen. Bijvoorbeeld: ‘het is mooi’, ‘het voegt iets toe aan mijn skyline’, ‘het structureert de stad’ of ‘het kan werkgevers in mijn stad houden’.”

Maar de rationele argumenten die vaak gebruikt worden, gaan níet op. “Hoogbouw is géén geldterugverdienmachine. Het is géén garantie voor stedelijkheid. Het is soms helemaal niet dé manier om te verdichten. En het is niet per se een succes. Al die argumenten zijn allemaal mythes, tien jaar geleden en nu.”

VersBeton_Daan_002_Anne-Claire-Lans
Beeld door: beeld: Anne-Claire Lans

Bovendien zijn er de nodige praktische nadelen aan hoogbouw. Zo geldt: hoe hoger je bouwt, hoe extremer het weer. “Er is dan niets meer dat schaduw oplevert, dus de zon en wind zijn kneiterhard. En je hebt per definitie heel veel energie en installaties nodig om het klimaat goed te maken: airco, verwarming, ventilatie.”  Verder zorgt hoogbouw voor afstand, en daarmee voor anonimiteit. “Tot een meter of 40, horizontaal of verticaal, kun je een ander persoon nog herkennen. Maar als ik vanaf mijn kantoor op dertien hoog, überhaupt al een mens kan ontwaren, dan weet ik echt niet wie dat is. Hoogbouw maakt alles abstracter.” 

En dan is er ook het financiële aspect. “Je hebt veel liftkernen nodig, veel installaties, veel vluchttrappenhuizen. Hoogbouw is echt duurder. Daarom worden torens vaak gecombineerd met laagbouw. Die laatste subsidieert de eerste.”

Kers op de taart

Maar desondanks, benadrukt Zandbelt nogmaals, is er veel te zeggen voor hoogbouw. All was het maar omdat de emotionele argumenten staan als een huis. Sterker nog: ook zijn bureau De Zwarte Hond werkt aan hoogbouwprojecten. “Steden zijn aantrekkelijk omdat ze heel divers zijn in de keuzemogelijkheden hoe je wilt leven. Daarvoor biedt hoogbouw een fantastische extra optie.” 

Bovendien kun je het heel mooi vinden, verbetert het je oriëntatiemogelijkheden in de stad, en biedt het statussymbolen waarmee je bepaalde typen bewoners en bedrijven kunt trekken, zoals Nationale Nederlanden en KPN. “Dat zijn allemaal valide argumenten waarom je zo’n toren wilt. Hoogbouw is absoluut een vorm om met de grote verstedelijkingsopgave om te gaan.”

“Je kunt ook zeggen: de basis is 6 tot 10 lagen hoog, maar in heel speciale gevallen mag je een geweldige toren bouwen!”

Maar toch. Toch wringt het bij Zandbelt. Want zo’n hoogbouwvisie etaleert volgens hem dat Rotterdam vooral wil inzetten op torens, waarbij de uitzondering de regel wordt “Als in de krant staat dat je hier tot 250 meter hoog mag bouwen, dan krijg je daarvoor plannen van marktpartijen. Je kunt ook zeggen: de basis is zes tot tien lagen hoog. Maar in heel speciale gevallen, als je veel ambities en hartstikke goede plannen hebt, mag je ook een geweldige toren bouwen! Dat levert een heel ander gesprek op met de markt: hoogbouw als kers op de taart.”

De beoogde Zalmhaventoren vindt hij bijvoorbeeld niet aan dat criterium voldoen. “Hij is alleen heel hoog, maar niet heel goed. Daarvoor is het gebouw niet slank genoeg.”

VersBeton_Daan_004_Anne-Claire-Lans
Beeld door: beeld: Anne-Claire Lans

Ga je standaard voor hoogbouw, waarschuwt Zandbelt, dan dreigt onder te sneeuwen waar het écht om gaat: de verstedelijkingsopgave van 50 duizend woningen die de stad moeten versterken. “Bestuurders denken dan al snel: als we moeten verdichten, dan moeten we de hoogte in. Maar neem de Montevideo. Dat is een L-vormig gebouw, met een groot blok beneden, en aan het einde een toren. Je had op dat hele oppervlak ook een gebouw van 18 verdiepingen hoog kunnen zetten, in plaats van één toren van 43.”

Zo staat er ook op de meest dichtbebouwde plek in Europa – het 10e arrondissement van Parijs rondom station Gare du Nord – niets hogers dan acht lagen. De reden daarvoor is simpel: hoogbouw zelf is compact, maar eromheen is heel veel ruimte nodig, zoals vanwege schaduw, windval en installaties. Tel je die ruimte bij de oppervlakte op, dan gaat een woontoren helemaal niet zo efficiënt om met zijn ruimte.

250 Montevideo’s

vb-mailchimp

Lees meer

Op de hoogte blijven van nieuwe artikelen?

We hebben een speciale architectuurnieuwsbrief (maandelijks) óf een wekelijkse Vers Beton-nieuwsbrief!

Volgens hem kan het stadsbestuur daarom veel beter inzetten op middelhoogbouw. Dáár wil hij ook een visie voor zien. “Je hebt hier als basis de Rotterdamse laag, van zo’n 30 meter hoog, ofwel zes tot tien lagen. De regel zou moeten zijn: bouw middelhoog, tenzij je voldoende geld en ambitie hebt voor een echt goed hoog gebouw.” Als goed voorbeeld haalt Zandbelt De Hofdame aan: negen verdiepingen hoog. En met 231 woningen een stuk verdichtender dan de Montevideo, die inclusief laagbouw ‘slechts’ 192 appartementen telt. 

De voordelen van middelhoogbouw zijn volgens hem legio. “Je zit binnen de boomgrens, waardoor je in de schaduw kunt zitten en je ramen open kunt doen. Hoe dichter je bij het maaiveld zit, hoe makkelijker en goedkoper het is om met natuurlijke oplossingen een fijn klimaat te krijgen.” En omdat lagere gebouwen niet gelijk iconisch hoeven te zijn, kun je ook met lagere budgetten nog steeds objecten neerzetten die misschien niet zo opvallend zijn, maar wel de bestaande stad versterken.

“Middelhoogbouw geeft veel meer potentie om de klimaat- en leefomgevingsdoelen van de stad te bereiken”

Volgens Zandbelt geeft middelhoogbouw bovendien meer potentie om de doelen van de stad te bereiken, zoals beter en meer ov, prettige buitenruimtes, lager energiegebruik en een klimaatadaptieve inrichting. Verder kun je gebouwen van zes tot tien verdiepingen ook gefaseerd bouwen (wat de financiering makkelijker maakt) en biedt zo’n gebouw vaak veel meer mogelijkheden voor transformatie als de marktvraag verandert.

“Wat kun je met The Red Apple, behalve erin wonen? Een hotel kan nog, misschien, maar voor kantoren zijn de vloeren te klein, en voor klaslokalen al helemaal.” En hoe goed bouwmaterialen soms ook opnieuw inzetbaar zijn, de meest circulaire bouwmethode blijft: bestaande gebouwen zo lang mogelijk (her)gebruiken.

Om al die redenen is het de zelfverklaarde missie van de Rijksadviseur om het bestuur te laten zien dat de verstedelijkingsopgave ook te realiseren valt met andere middelen dan hoogbouw, die bovendien voordeliger en effectiever uitpakken. “Voor 50 duizend woningen heb je méér dan alleen 250 Montevideo’s nodig. Het is makkelijker en goedkoper om kantoren te transformeren en blokken middelhoogbouw bij te bouwen, en op die manier te verdichten. Daarom roep ik hierbij op tot een middelhoogbouwvisie.”

Deze banner kun je wegklikken, maar....

..je kunt ook supporter worden! Vers Beton kan alleen bestaan dankzij een bijdrage van lezers. Vanaf 6 euro per maand maak jij onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk.

Nee, ik lees eerst het stuk verder

Inge Janse

Inge Janse

Inge Janse (1981) is geboren en getogen in Nieuw-Lekkerland en woont in Delfshaven. Hij werkt als freelance journalist, redacteur en presentator.

Profiel-pagina
Portret LansRader

Anne-Claire Lans

Fotograaf

Anne-Claire Lans is een conceptueel en documentair foto- en videograaf uit Rotterdam. In 2009 startte zij haar creatieve carrière aan de Willem de Kooning Academy en is daar opgeleid tot allround creator. Ze heeft vaak een antropologische insteek in haar werk, doet onderzoek naar gemeenschappen en subculturen en vertaalt dit “onderzoek” vervolgens vaak naar conceptueel werk.
Profiel-pagina
Lees 4 reacties
  1. Profielbeeld van Henk Licher
    Henk Licher

    Ik voeg er nog aan toe, zoals ik schreef in NRC -Rotterdam van zaterdag 23 november dat in deze fanatieke hoogbouw-verdichtingsstrategie weinig aandacht bestaat voor de open ruimten in de stad, die bijdragen aan de sfeer en ambiance van de stad als geheel. Een ( niet fraai) voorbeeld hiervan is de ware jacht van een private bouw-en beheercombinatie om de zogeheten Parkstrook, koste wat kost, te bebouwen met een hoge ongeveer 800 meter (!) lange wand woningbouw ( minstens 30 meter) aan weerskanten van de Euromast. Deze groene zone vormt de overgang van het mooie Park tussen Maas en Westzeedijk aan de ene kant en de Parkhaven aan de andere kant. Geliefde plek voor vele Rotterdammers als uitloopgebied uit de drukke stedelijke verkeersroute en toegang tot de Maastunnel en de Maasoever. Maar liefst 700 woningen denken de Ontwikkelaar en de Gemeente hier te kunnen bouwen als bijdrage aan de grote woningvraag in Rotterdam. Die vraag is er, dat zal niemand willen ontkennen, maar het doet opnieuw de vraag rijzen wanneer Rotterdam ook deze “zachte” plekken in de stad gaat koesteren en haar toch al weinige monumenten en iconen zo massief wil verbergen achter staal, glas en steen. Zowel de Euromast, het Tunnelgebouw en het Park zijn bijzondere plaatsen in de stad, en niet voor niets aangewezen als Rijksmonument.
    Samen met een andere kijk op continuering van hoogbouw door heel de centrale stad verdienen ook deze groene en open ruimten een andere , nieuwe aanpak. Een mooie en leefbare stad bestaat niet alleen uit technische hemelzoekende hoogstanden, maar geeft ook de mensen de ruimte om de stad te beleven als een aangename afwisseling van versteende en groene ruimten, in een zekere harmonie tot elkaar ontwikkeld én in stand gehouden. Voor het programma van 18.000 woningen, dat Rotterdam zich gesteld heeft in één collegeperiode te realiseren in voornamelijk stedelijk gebied, dreigt de vijand te worden van de kwaliteit van de stad zelf, en dat kan toch niet de bedoeling zijn? er moet naarstig gezocht worden naar open plekken, en zelfs dat zoeken laat men nu over aan private ondernemingen. Bijna zoals in de 19e eeuw… Maak voor die grote te bouwen woningaantallen goed plannen in de open ruimten rondom de stad en behandel de centrale stad met wat meer zorg voor de aanwezige kwaliteiten.
    Ikzelf woon op de Mullerpier. Wandel er eens rond. Mooi, het uitzicht op Parkhaven, Jobshaven en de oeroude Maas. Maar voel ook eens de tochthoeken door de wanordelijke combinatie van hoogbouw en lage delen , met zijn tochtgaten in de tussenruimten. Zie de overdadige stenige openbare ruimte met een enkel schamel veldje met wat bomen. Is humane stedenbouw niet meer dan dit?

  2. Profielbeeld van Henk Licher
    Henk Licher

    Het Rotterdamse gemeentebestuur en haar stedenbouwkundige dienst is blijkens haar stedelijk beleid gefascinneerd , welhaast obesessief, door hoogbouw in de centrale stad. Dat maakt de sfeer op de begane grond van de stad er bepaald niet aangenamer op. De hoge gebouwen, hebben zoals rijksbouwmeester Daan Zandbelt betoogt, veel, teveel effecten op,hun interne en vooral ook externe omgeving. Extern geven zij veel slagschaduw en met hun wind- en tochtgaten veroorzaken zij een onaangename sfeer op de omgeving, vooral voor fietsers en voetgangers. Zijn dragen bepaald niiet bij het veraangenamen van de ” ambiance” in de stedelijke omgeving, zeker niet in de centrale stad. Vergroten zij dan wel de gewenste verdichting van het stedelijk milieu om dat tot een plezierige omgeving en sfeervoller te maken?
    Integendeel, het zijn door hun introverte karakter, juist ‘ atomiserende’ elelementen in de stad, die het gevoel van ontbrekende samenhang juist versterken. Zoals Zanbelt ook betoogt, het zou de stedelijke sfeer sterk verbeteren als middelhoogbouw ( 4-7 lagen) als belangrijkste principe wordt gebruikt in de verdichting van de centrale stad. Bij deze hoogte hebben de bewoners en gebruikers van het gebouw nog ” feeling” met de straat en omgekeerd hebben de voetgangers en fietsers ( de voornaamste gebruikers van de stad, en tegelijk de essentie daarvan) een meer humaan milieu om zich heen. De grote sociale betekenis van deze relatie – verbinding tussen gebouw en straat- wordt door de stedelijk isolerende hoogbouw teniet gedaan. De zo bijna frenetiek toegepaste hoogbouw geeft daarom geen sociaal-humane stad, maar een visueel- technocratische stad. Dat is dan ook precies waarom het centraal stedelijk gebied van Rotterdam nog niet, en bij vortzetting nooit niet, een aangename sfeer zal oproepen. Maar is hoogbouw dan niet verdichtend dan lagere bouwvormen? In het geheel niet. Tal van verkavelingsstuddies hebben uitgewezen dat middelhoogbouw de meest verdichtende vorm van stedenbouw is, en bovendien een vorm waarmee de stedelijke essentie van straten en pleinen het best kan worden gemaakt. Waarom Rotterdam dan toch zo stijf in de toepassing van hoge gebouwen staat. Ik vermoed dat het een nog lang nawerkend gevolg is van de wederopbouwfase, waarin besloten werd Rotterdam tot een moderne wereldstad te maken. Lijkend op de steden uit de nieuwe wereld en nieuw Azië, en zo ook in Nederland een nieuw stedelijk aanzien te verwerven. Maar tijden veranderen, en wij daarin. Rotterdam is geen New York en geen Dubai en zal dat ook niet worden. En , natuurlijk, ook de centrale kernen van Amsterdam, , Utrecht en Den Haag zijn buiten beeld. Maar een aangename en humane stedelijke sfeer zal nooit worden bereikt door het nog hoger maken van nog meer los staande gebouwen. Daartoe is nodig dat aangename straat en pleinvorming met middelhoge gebouwen, en dat in een gesloten bouwblokken, dé gebruikelijke vorm van inbouw en verdichting in het centrale stedelijke gebied gaat vormen. Dat geeft , als gezegd, contact tussen woning en straat, een aangename sfeer, minder tocht en windhoeken, en een humaner straatbeeld. Stop daarom met die hemelzoekende gebouwen en keer terug naar de straatgerichte woning- en kantoorbouw. Dan kan de verzameling losse bouwwerken, die Rotterdam heet,
    ( weer) de aangename stad Rotterdam worden met een prettige,stedelijke ambiance. Om het adagium van de fameuze architect Koolhaas weer op zijn voeten te zetten :
    ” Do not fuck the context”.

    Henk Licher

  3. Profielbeeld van Theresia van Laak
    Theresia van Laak

    Welke plekken mijd je als voetgangster of fietster, of sjees je doorheen ? Precies daar waar hoogbouw domineert: de Wilhelminapier, vooral daar waar de Rotterdam staat, het Wijnhaveneiland, behalve langs de kade waar de zon kan komen, het Weena, inclusief de Delftsestraat, Kruisstraat, Weena Zuid.

  4. Profielbeeld van Elbrig de Groot
    Elbrig de Groot

    Eindelijk een visie, die inhoud heeft en goede argumenten.
    Voor het Wijnhaveneiland helaas te laat. Daar is de waan van de dag doorgeschoten met alle nadelen, die Daan Zandbelt opnoemt. Middelhoge bouw past bovendien veel beter bij de historische structuur van dit stadsdeel met bijzondere kwaliteiten, zoals de havens en niet te vergeten de Maas. De rivier wordt door de opdringerige hoogbouw helaas aan het zicht onttrokken. Een skyline is meer dan een decor. Er moeten ook mensen kunnen wonen.

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.