Voor de harddenkende Rotterdammer
Vers Beton – Lisa van Vliet – Stadsverhaal Witers Guide
Beeld door: beeld: Lisa van Vliet

Zwijgend zitten beide broers naast elkaar, het lage brommende geluid van de motor een achtergrondgeluid bij hun film. Boris’ handen zijn klam, zijn vingers wit uitgeslagen door het knijpen in het stuur. Af en toe maakt hij een van zijn handen los en smeert het zweet, dat plakt aan zijn handpalmen, af aan zijn broek. Toby ziet het niet, die zit met zijn neus tegen het raam aan de bijrijderskant gedrukt, de riem snijdt in zijn hals. Boris’ ogen schieten van links naar rechts en bij iedere auto die hem inhaalt verstijft hij even. Het is drie uur ’s nachts, hij is zestien jaar oud. Hun ouders liggen thuis in bed te slapen. Zij rijden richting de brug. Naast hem laat Toby’s adem het raam beslaan. Eens in de zoveel tijd veegt zijn broertje de condens met de achterkant van zijn mouw weg en tuurt dan weer naar buiten.

Er valt daar niets te zien. De hele wereld lijkt zich op dit moment in een grote wolk te bevinden. Buiten de koplampen en een sporadische lantaarnpaal is de omgeving in duisternis gehuld. Voorwerpen in hun directe nabijheid lijken als geesten in een horrorfilm te verschijnen en binnen enkele seconden zich weer terug te trekken. De wereld is heel klein geworden. Perfecte omstandigheden.

De allereerste keer dat ze door zulke dichte mist reden zaten Boris, Toby en Keanu alleen met hun moeder in de auto. Ze moesten alle drie op de achterbank, terwijl Boris allang oud genoeg was om voorin te zitten. Mokkend zat hij naast zijn twee broertjes, die flauwe moppen aan het tappen waren. Keanu, zijn jongste broertje, was een paar dagen daarvoor zes geworden. Ze gingen op bezoek bij hun oma die in Kralingen woonde. Voor zijn verjaardag had hij een Supermancape gekregen, die hij voor de gelegenheid alvast had aangetrokken.

Vlak voor de brug zette hun moeder ineens de auto aan de kant en zei tegen Keanu dat hij voorin mocht zitten. Boris protesteerde luid, maar hun moeder reageerde niet en zette het kleinste broertje voorin. Langzaam draaiden ze de brug op. Boris drukte zijn hoofd tegen het raam, probeerde het geluid van zijn jolige broertjes niet te horen.

 

Van de omgeving was die dag weinig te herkennen. Flarden grijs blokkeerden het zicht. Slechts af en toe ving hij glimpen op: lappen gras, een stuk stoep. Alsof er een gordijn aan de kant geschoven werd. Alleen de auto voor hen was goed te zien, leek deel uit te maken van dezelfde wereld als die van hen. Toen ze bijna bovenop de brug waren draaide hun moeder zich naar hen om.

 “Kijk, Keanu.” Hun moeders stem piepte van enthousiasme. “Nu is het net alsof we vliegen!”

Hun moeder wees naar rechts, naar de zijkant van de brug.

Boris volgde haar uitgestrekte vinger en zag hoe de mist zich voor zijn ogen terugtrok. Hier, bovenop de Van Brienenoord, hoog boven het water, was het alsof de mist tegen een plafond aan was gekomen. Het knuffelde de onderkant van de stalen constructie, leek zich over de brug te willen uitrollen, zoals golven aan de kust. Op de brug leek de mist verwaterd, dunner en fragieler, maar onder hen, daar waar je normaal de Maas zou moeten zien, strekte zich een landschap van grijs uit met toefjes als van slagroom. Toby schoof over de bank naar rechts, leunde over het middengedeelte heen en lag met zijn hoofd bijna bij Boris op schoot om het ook te kunnen zien. Voor heel even leek het wolkendek zich onder hen te bevinden en het asfalt in de lucht te zweven. En zij, met hun auto, daar middenin.

Hun moeder boog zich over Keanu en draaide het raam open. Als in trance stak hij zijn hoofd eruit, de cape aan zijn nek werd door de wind buiten de auto gesleurd. Op hun moeders gezicht nestelde zich langzaam een grote glimlach. Ze ging zelfs een beetje langzamer rijden.

“Keanu! Je zweeft! Je zweeft echt!” riep Toby enthousiast uit.

Boris zei niets. Eerst had hij willen protesteren tegen de koude lucht die nu in zijn gezicht blies, maar toen hij de gezichten van zijn broers en moeder zag had hij zijn mond gehouden. Van het uitzicht zag hij niets. Het enige waar hij zicht op had was de felrode wapperende cape van Keanu.

Omstandigheden zoals die dag waren zeldzaam. Over de jaren die daarna volgden maakten ze er bij iedere voorspelling van mist gretig gebruik van, hopend op een zelfde soort tafereel als die allereerste keer. Het begon altijd met hun moeder, die een ritje met de auto verzon en met een smoesje er vervolgens voor zorgde dat zij degene was die reed. Dat was het startsein voor de broers. Boris en Keanu wisselden geruisloos van plek. Vlak voor de brug haalde Keanu zijn cape uit het vakje achter de bijrijdersstoel – waar ze hem voor de zekerheid neer hadden gelegd. Boris hielp zijn jongere broertje met het leggen van een stevige knoop. Hij knikte daarop naar Toby en die begon onmiddellijk luidkeels mee te zingen met de radio. Terwijl hun vader diep zuchtte en oogcontact met hun moeder zocht, draaide Boris geruisloos het raampje naar beneden en stak Keanu zijn hoofd naar buiten. En dan gebeurde de echte magie pas. Boris keek naar zijn jongste broertje. Zijn ogen die strak op de mist waren gericht, zijn mond die een beetje open viel en soms, als hij er echt zin in had, zijn rechterarm die uit het raam meebewoog. Nooit evenaarde het de omstandigheden van die ene dag jaren daarvoor. Voor Keanu maakte dat niet uit. Bij het minste beetje mist had hij al het gevoel te zweven; en Boris dus ook.

De afgelopen maanden waren ze niet vaak meer de Van Brienenoord over gegaan. Oma bezoeken had op het moment geen prioriteit. Ook de mist bleef weg, alsof hij begreep dat dit niet het juiste moment was om te verschijnen. De keren dat ze wel met zijn allen in de auto stapten reden ze die andere brug over, de Erasmusbrug, en sloegen na de brug gelijk linksaf, richting het ziekenhuis. Er werd niet gezongen. De Supermancape bleef in het vakje. De plek in het midden op de achterbank leeg.

Vanochtend, toen Boris de gordijnen van zijn slaapkamer open had gedaan had hij het onmiddellijk gezien; de nevel was terug. Dikke plakken grijs zweefden voor zijn raam. Het was het soort dat aan de grond kleefde en zichzelf uitbreidde als celdeling,  waarvan waterdruppels in je haren bleven steken. Boris liep met lood in zijn schoenen de trap af; het idee dat ze hierdoorheen naar school moesten fietsen vond hij verschrikkelijk. Beneden stond Toby al naast hun vader, hem te smeken om hen met de auto naar school te brengen. Maar hun vader zag niet in waarom twee fitte jongens niet door een beetje dauw konden fietsen. Hij controleerde nog wel even hun lampjes en dat was dat. Met gebogen hoofden fietsten Boris en Toby naar school, sneller dan op andere dagen, stiller dan normaal. De mist was zo dik, het leek wel een zacht kussen waar je op kon fietsen. Het was de beste in jaren.

Heel de dag hield het aan. Op de radio werd gepraat over lange files, ongelukken, en werd gewaarschuwd om niet zonder licht naar buiten te gaan. Morgenochtend zou het allemaal weg zijn. Toby had die avond nog hun moeder proberen over te halen om naar oma te rijden, maar hij moest ook wel geweten hebben dat het kansloos was. Hun moeder was al in geen maanden buiten geweest. Boris had zich teruggetrokken op zijn slaapkamer en de gordijnen dicht gedaan. Als ze niet zouden gaan rijden dan hoefde hij het ook niet te zien.

Die avond kon Boris niet slapen. Hij lag in bed, zijn handen onder zijn hoofd gevouwen, te staren naar het plafond. Toen hij  iets na drieën nog niet in slaap was gevallen, stond hij op. Hij liep Toby’s kamer binnen, fluisterde zachtjes zijn naam en knipte het licht aan. Toby lag aangekleed onder de dekens, een verlegen grijns op zijn gezicht.

De brug doemt voor hen op. Het asfalt buigt zich langzaam in een bocht omhoog, de duisternis in. In het donker ziet de mist er anders uit. Grijzer, onheilspellender. Een monster dat in het holst van de nacht uit het donker verschijnt. Met zijn rechterhand voelt Boris in het vakje achter de bijrijdersstoel. Heel even maakt zijn hart een sprongetje als hij de cape niet voelt, maar dan is het toch daar, de zachte gladde stof. Hij laat hem daar zitten. Op het moment dat ze de brug oprijden vertraagt Boris, zoals zijn moeder al die jaren geleden ook deed.

Toby draait zich naar hem om. Boris stuurt de auto zo ver mogelijk als hij kan naar rechts, richting de wolken. Heel even kijkt hij achterom, naar het middenstuk van de achterbank en dan draait hij zijn raampje open. Toby doet aan de andere kant hetzelfde. Koude lucht wurmt zich naar binnen, rukt flarden mist de auto mee in en als op commando steken ze allebei tegelijkertijd hun hoofd naar buiten. Toby beweegt zelfs zijn hand mee. De cape blijft in het vakje.

The Writer’s Guide

Dit verhaal is gemaakt door een cursist van The Writer’s Guide (to the Galaxy), een literair cursuscentrum in Rotterdam onder leiding van Silvana Sodde. Lees meer.

Deze banner kun je wegklikken, maar....

..je kunt ook supporter worden! Vers Beton kan alleen bestaan dankzij een bijdrage van lezers. Vanaf 6 euro per maand maak jij onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk.

Nee, ik lees eerst het stuk verder

Nikki van Manen

Nikki van Manen

Nikki van Manen (1988) had als klein meisje maar één wens: schrijver worden. Gepassioneerd tikte ze wat weg op haar typemachine. Die is inmiddels vervangen door een laptop, maar de kinderlijke voorliefde voor verhalen met een magisch randje is gebleven. Sinds december 2014 houdt ze een blog bij op www.nachtwaker.net, waarop ze korte verhalen plaatst. Binnen The Writer’s Guide is ze bezig met een langer verhaal over twee vrouwen die een wandeltocht over een gedempte Noordzee maken.

Profiel-pagina
Tumbnail-Lisa-Vers-Beton-300×300

Lisa van Vliet

Illustrator

Lisa van Vliet is een illustrator die met haar beelden op zoek is naar humor en klein geluk. 
Haar inspiratie uit het stadsleven, haar plantencollectie of bijvoorbeeld een mooie kleur, kunnen via allerlei technieken het plaatje vormen waar ze naar op zoek is.
Profiel-pagina
Nog geen reacties

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.