Voor de harddenkende Rotterdammer
Vers Beton – Laura Liza – Cultuurplan
Beeld door: beeld: Laura Liza

Bij veel van de culturele instellingen in de stad wordt op dit moment driftig gewerkt aan documenten waarin hun plannen voor de komende jaren uitgebreid beschreven en onderbouwd worden. Er staat veel op het spel: dit jaar wordt namelijk weer besloten welke culturele organisaties terechtkomen in het zogenaamde Cultuurplan, en dus de komende vier jaar kunnen rekenen op een subsidie van de gemeente. Alle instellingen die hier kans op willen maken, moeten hun aanvraag uiterlijk op 31 januari indienen.

Afgelopen oktober werd een ingrijpende verandering in dit Cultuurplan aangekondigd: het invoeren van de Rotterdamse Culturele Basis (RCB), die gevormd wordt door acht grote Rotterdamse instellingen – de Doelen, Theater Rotterdam, Luxor Theater, Theater Zuidplein, Museum Boijmans Van Beuningen, het Maritiem Museum, de Kunsthal en het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Voor het eerst zijn deze acht instellingen nu al verzekerd van een subsidie voor de komende vier jaar; in totaal wordt ruim 42 miljoen euro per jaar over deze acht verdeeld.

Wat betekent dat voor de Rotterdamse cultuursector? Aan de hand van vijf vragen probeer ik dit te verduidelijken.

1. Hoe komt het vierjaarlijkse Cultuurplan eigenlijk tot stand en wat is er deze keer anders?

Eerst even een terugblik: in november 2016 werd het Cultuurplan 2017-2020 voor Rotterdam vastgesteld. Toen was er per jaar 75,9 miljoen euro voor meerjarige cultuursubsidies, dat over 83 Rotterdamse organisaties verdeeld werd. Voor het Cultuurplan 2021-2024 zit er voor de meerjarige subsidies ruim 80 miljoen euro (83.979.500 euro, om precies te zijn) per jaar in de pot

De cultuursubsidies zijn gemeenschapsgeld, en om te beslissen welke instellingen er in aanmerking voor komen en welk bedrag een aanvrager dan ontvangt, wordt elke vier jaar een proces doorlopen dat bij elkaar bijna twee jaar duurt. Dit proces staat uitgebreid omschreven op de website van de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur (RRKC) en is een soort heen-en-weertje tussen de RRKC en de gemeente. 

In het kort komt het erop neer dat de RRKC een Cultuurplanadvies maakt, waarop de gemeenteraad de uiteindelijke verdeling van het geld baseert. In dit advies staat van alle ingediende aanvragen omschreven of die toegekend moeten worden, en zo ja, een geadviseerd bedrag. 

De Cultuurplanaanvragen van de instellingen worden getoetst door commissies, die de RRKC speciaal daarvoor samenstelt. Die kijken bijvoorbeeld naar de artistieke kwaliteit en bedrijfsvoering van de aanvragers, maar gaan ook na of de plannen passen bij de ambities die de gemeente heeft voor de cultuursector. Die ambities staan beschreven in een publicatie van de gemeente: de uitgangspuntennota

Voor de Doelen, Theater Rotterdam, Luxor Theater, Theater Zuidplein, Museum Boijmans Van Beuningen, het Maritiem Museum, de Kunsthal en het Rotterdams Philharmonisch Orkest geldt nu een iets ander proces. Zij gaan samen de Rotterdamse Culturele Basis vormen. Hoewel deze acht instellingen nog steeds een aanvraag indienen bij de RRKC voor een inhoudelijke beoordeling, doet deze geen uitspraken meer over de hoogte van het toe te kennen bedrag. Daarover beslist het college van B en W zelf, zonder advies van de RRKC.  

2. Waarom zijn juist deze acht instellingen in de Rotterdamse Culturele Basis opgenomen?

Het college heeft zes criteria opgesteld waarop instellingen in de Rotterdamse Culturele Basis geselecteerd zijn.  Daarvan zijn er drie formeel en meetbaar: de instellingen moeten in de Cultuurplanperiode 2017-2020 al minstens 2 miljoen euro subsidie per jaar ontvangen en al 20 jaar (of langer) meerjarige subsidie van de gemeente Rotterdam krijgen. Verder komen alleen instellingen met minstens 100.000 bezoekers per jaar in aanmerking. Daarbij moeten ze kunnen aantonen hun best te doen om een nieuw publiek aan te spreken. 

Drie andere criteria gaan meer over het karakter van een instelling. Er wordt verwacht dat de artistieke kwaliteit in voorgaande Cultuurplannen goed beoordeeld is (iets wat je sowieso wel mag verwachten, van een instelling die zo’n 2 miljoen euro per jaar ontvangt). De overgebleven criteria komen eigenlijk op hetzelfde neer: een instelling moet een goed en groot netwerk hebben, veel samenwerken met anderen, en bereid zijn dat nog meer te gaan doen. 

3. Krijgen de acht instellingen in de Rotterdamse Culturele Basis nu een groter stuk van de subsidietaart?

Uit het totale cultuurbudget is vooraf zo’n 42 miljoen euro voor de instellingen in de Rotterdamse Culturele Basis apart gezet, dat door het college verdeeld wordt. Een ander deel van het budget is gereserveerd voor andere nieuwe regelingen: de Impulsregeling Cultuur, voor organisaties die (nog) te klein zijn voor een Cultuurplanaanvraag, maar meer nodig denken te hebben dan projectsubsidies, en Plusprogramma’s om ‘interconnectiviteit en participatie’ te ondersteunen. Voor beide regelingen is €750.000 gereserveerd. Zo blijft er ruim 37 miljoen over voor de ‘reguliere’ Cultuurplanaanvragen. 

Als je de bedragen uit het huidige Cultuurplan bij elkaar zet, kom je op de volgende rekensom uit:

De Doelen                                                    4.363.500

Theater Rotterdam                                       8.726.000

Luxor Theater                                               2.496.963

Theater Zuidplein                                         2.347.000

Museum Boijmans Van Beuningen             9.211.000

Maritiem Museum Rotterdam                      4.936.003

Kunsthal Rotterdam                                      2.800.000

Rotterdams Philharmonisch Orkest             6.733.500

——————————————————————————————— +

Totaal:                                                             41.613.966 euro

 

Met elkaar tikken deze acht instellingen in de periode 2017-2020 dus ook al bijna de 42 miljoen per jaar aan. Dit betekent dus dat ze na invoering van de Rotterdamse Culturele Basis niet plots een veel grotere punt van de subsidietaart zullen krijgen dan voorheen. Maar het houdt wel in dat zij nu al verzekerd zijn dat dit bedrag hun kant op gaat komen, onafhankelijk van hun aanvragen. Of de acht instellingen in de RCB er los van elkaar in absolute bedragen op vooruit gaan, hangt af van de onderlinge verdeling van de 42 miljoen euro, die later dit jaar pas bekend wordt.

4. Waarom zou het een goed idee zijn om acht grote instellingen buiten het normale proces te plaatsen?

De invoering van de Rotterdamse Culturele Basis is onderdeel van maatregelen om de toegang tot het Cultuurplan rechtvaardiger te maken, en de drempel voor kleinere en jongere instellingen te verlagen. Dat is nodig om de ambities uit de uitgangspuntennota van de gemeente te realiseren. Inclusiviteit, innovatie en interconnectiviteit zijn daarin de speerpunten, en deze zijn stuk voor stuk gebaat bij nieuwe (jonge) instellingen in het Cultuurplan. Nu worden die nog op dezelfde manier beoordeeld als grote en langer bestaande instellingen. Terwijl een kleinere, jongere instelling zeer waarschijnlijk in een heel andere situatie verkeert als het bijvoorbeeld gaat om huisvesting, personeel en bedrijfsvoering.

Dit constateerde ook KWINK, een onafhankelijk adviesbureau dat de totstandkoming van het huidige Cultuurplan evalueerde. KWINK beval in 2017 dan ook aan om in een volgende Cultuurplanperiode onderscheid te maken tussen kleinere en grotere instellingen: “Op deze wijze bestaat meer ruimte voor diversiteit van culturele instellingen. Ook zal het indienen van een subsidieaanvraag, met name voor de kleine en nieuwe instellingen toegankelijker worden, wanneer zij aan inrichtingseisen moeten voldoen die op maat zijn. Eén suggestie om dit te bewerkstelligen is om grote instellingen niet in dit Cultuurplan mee te nemen. Daarbij kan de gemeente Rotterdam het A-Bis model van de gemeente Amsterdam zien als inspiratie.” 

De acht instellingen die de RCB vormen, krijgen op deze manier bovendien meer financiële zekerheid op een langere termijn. Vier jaar lijkt misschien lang, maar als je op de schaal van de Doelen of het Luxor Theater opereert, is dat best een korte periode om steeds weer in onzekerheid te verkeren over een belangrijk deel van je begroting. Het onderhouden van gebouwen en/of een collectie, het aannemen van personeel en het uitvoeren van een grootschalige artistieke visie zijn zaken die een langere adem nodig hebben.

5: Klinkt goed, maar waarom is er dan toch kritiek op de invoering van de Rotterdamse Culturele Basis?

Om te beginnen: de invoering van de RCB is een flinke verandering in het subsidiesysteem, die goed voorbereid moet worden, niet in de laatste plaats in overleg met de culturele sector zelf. Voordat in Amsterdam de vergelijkbare culturele basis Amsterdam-Bis werd ingevoerd, vond een pilotperiode van vier jaar plaats. Van een dergelijke voorbereiding is in Rotterdam geen sprake, ondanks dat de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur dat geadviseerd heeft.

Als je de Rotterdamse plannen vergelijkt met de Amsterdam-Bis, zie je een ander punt van mogelijke kritiek. De Amsterdam-Bis heeft als uitgangspunt dat instellingen die er onderdeel van uitmaken onmisbaar en uniek zijn in de culturele wereld van de stad. De selectie is daarnaast aangevuld met een aantal instellingen die goed passen bij de doelen uit het gemeentelijke kunst- en cultuurbeleid. Dankzij de inhoudelijke criteria is de Amsterdam-Bis een mix van heel verschillende instellingen, met o.a. het Stedelijk Museum en het Koninklijk Concertgebouworkest, maar ook cultuurpodium Tolhuistuin en het Bijlmer Parktheater. 

Door de instellingen te selecteren op inhoud in plaats van vorm, kan zo’n culturele basis waardevol gereedschap zijn om samen met de gehele culturele sector aan een langetermijnvisie en -ambities te werken. Maar dat is een kans die Rotterdam nu laat liggen. Voor de Rotterdamse Culturele Basis zijn namelijk minder inhoudelijke criteria opgesteld, maar wel een aantal strikte kwantitatieve eisen. Dat een instelling minstens twintig jaar een meerjarige subsidie ontvangt, waarvan de laatste vier jaar op zijn minst twee miljoen euro, zegt natuurlijk iets over de stabiliteit van een instelling in het verleden. Maar als harde toegangseis leidt het ertoe dat de RCB een afspiegeling is van de Rotterdamse culturele sector van (minstens) twee decennia geleden. 

Bovendien kunnen ook grote instellingen die jaarlijks miljoenen aan subsidie ontvangen ook best ter discussie komen te staan, laten bijvoorbeeld de recente ontwikkelingen rondom Theater Rotterdam zien. 

Eén ding is duidelijk: het is hoog tijd dat het culturele aanbod in Rotterdam zich ontwikkelt op een manier die aansluit bij de ontwikkeling van de stad (en maatschappij) als geheel. Niet alleen in de uitgangspuntennota van de gemeente, maar ook vanuit de RRKC, het Directeurenoverleg, de International Advisory Board (IABx), en meerdere opinies op Vers Beton is er al jaren een roep om een diversere, innovatievere, en beter samenwerkende cultuursector. 

Maar nadat de grote instellingen hun hap van de taart hebben genomen blijft er – met of zonder Rotterdamse Culturele Basis – minder dan de helft van het totaal beschikbare structurele subsidiebudget over voor de rest. Het Cultuurplan toegankelijker maken voor kleinere en jongere instellingen, en het belonen van instellingen die dat ondersteunen, zijn mooie ambities. Maar het lijkt er niet op dat de invoering van de Rotterdamse Culturele Basis die ambities zal verwezenlijken. 

grassroots_II

Lees meer

Beleidsmakers over de nieuwe cultuurperiode: “Subsidie flexibeler en criteria herijken”

Komt er in het volgende Cultuurplan meer aandacht voor grassroots-initiatieven?

Deze banner kun je wegklikken, maar....

..je kunt ook supporter worden! Vers Beton kan alleen bestaan dankzij een bijdrage van lezers. Vanaf 6 euro per maand maak jij onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk.

Nee, ik lees eerst het stuk verder

  1. IAB Rotterdam bestaat uit circa 15 topbestuurders uit het internationale bedrijfsleven, overheden en kennisinstellingen. Zij adviseren het gemeentebestuur over de kansen voor de Rotterdamse economie. Zij wordt door het college van B&W van Rotterdam gevraagd te adviseren over een relevant Rotterdams thema, vanuit de gedachte dat een blik van buiten leidt tot nieuwe inzichten. Rotterdam Partners is de organiserende partij. ↩︎
  2. De commissie is in 2018 klankbord voor de activiteiten rond Inclusiviteit en ondersteunt de RRKC bij het opstellen van advies aan het College van B&W. ↩︎
profile pic VB

Fay van der Wall

Fay van der Wall (1983) werkt als freelance schrijver en maker. Schrijft voor Vers Beton over popcultuur, kunst, muziek, media en de stad

Profiel-pagina
Laura Liza

Laura Liza

Illustrator

Laura Liza is een illustrator die altijd op zoek is naar de mooie details in het leven. Haar werk kan omschreven worden als vrouwelijk en kleurrijk, met een bijdehand randje. Naast illustratie uit ze zich ook graag in andere media, zoals ceramiek, textiel en animatie.

Profiel-pagina
Lees 2 reacties
  1. Profielbeeld van Jan Riezenkamp
    Jan Riezenkamp

    Een gemiste kans om ook het functioneren van gevestigde instellingen tegen het licht te houden; de politiek schaft zichzelf af.

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.