Advertentie

klein_botanical_topbanner
Voor de harddenkende Rotterdammer
CK2A0506
Beeld door: beeld: Fleur Beerthuis

Wanneer ik denk aan mensen uit het MENA-gebied1 is mijn eerste associatie de arbeidsmigrant uit Marokko. Niet zo vreemd, aangezien mijn vader in de jaren zestig met dat doel de oversteek maakte van Rabat naar Rotterdam. Maar ik denk ook aan vluchtelingen uit Syrië, aan het Israël-Palestina conflict, aan Arabische kalligrafie en aan rijke oliesjeiks uit Saoedi-Arabië. Dat alles zogenaamd gelardeerd met een sausje van vrouwonvriendelijke onderdrukking. 

Mijn associaties met het gebied zijn niet bepaald positief en tamelijk algemeen. Ze vinden bovendien geen enkele basis in mijn eigen ervaringen, maar zijn het resultaat van beeldvorming en stereotyperingen. Die zijn zo hardnekkig, dat zelfs mijn eigen ondervindingen met mijn land van herkomst ze niet zonder meer kunnen doorbreken. 

Thuis ontheemd

Echt kwalijk kun je me het niet nemen. Ik groeide op in Vreewijk, in de periode dat het politieke klimaat in Nederland drastisch veranderde. Het essay Het multiculturele drama van Paul Scheffer, de opkomst van Pim Fortuyn en zijn populariteit in mijn wijk – het waren allen symptomen van een samenleving die verhardde. Een samenleving die transformeerde van ogenschijnlijk open en verwelkomend, naar openlijk gesloten en afkeurend. Het werd het tijdperk van de ‘kut-Marokkaan’.

Niet lang daarna werd de Marokkanenhaat gevolgd door een afkeer voor alles dat met de islam te maken heeft. Dubbel bingo dus voor huize El Maroudi.

Net als zo’n beetje alle tieners probeerde ik tijdens mijn pubertijd uit te vogelen wie ik was – gezien de tijdsgeest een tamelijk ingewikkelde exercitie. Als je maar lang genoeg hoort en leest dat ‘jouw soort’ minderwaardig is, ga je het vanzelf geloven. Misschien raak je er niet volledig van overtuigd, maar van de notie blijft altijd iets achter. Het is een giftig residu dat het zelfbeeld van binnenuit kan afbreken, als het maar lang genoeg kan blijven liggen rotten. Het resultaat daarvan was een gevoel ‘thuis ontheemd’ te zijn, zoals zangeres en theatermaker Rajae El Mouhandiz zo treffend weet te omschrijven. Nooit helemaal Marokkaans, maar ook nooit helemaal Nederlands.

Tegenwoordig is daar een nieuwe term voor. Ik ben wat men noemt een Third Culture Kid – al ben ik als dertiger natuurlijk verre van een kid­. Mijn generatie, en de generatie na mij, is er een die tussen wal en schip opgroeide en in die krappe ruimte een eigen cultuur heeft ontwikkeld; een mengelmoes van de Marokkaanse en de Nederlandse. Maar om die derde, nieuwe cultuur te kunnen vormgeven en omarmen moesten we een lange weg afleggen.

CK2A0539
Beeld door: beeld: Fleur Beerthuis

Schikken naar de status quo

Tijdens mijn studie modevormgeving aan de Willem de Kooning Academie bleef ik bijvoorbeeld ver weg van mijn culturele erfgoed. Ik had me kunnen laten inspireren door de prachtige handgeborduurde kaftans van mijn moeder, de door mijn oma geweven wandtapijten of door de okerkleurige vlaktes van het Marokkaanse landschap. Maar dat ook de Marokkaanse cultuur rijk is, zag ik niet. Ik had mezelf wijsgemaakt dat het westerse kunst- en modebeeld waardevoller was. En om er echt bij te horen, om echt mee te kunnen draaien, probeerde ik me te schikken naar de status quo. 

Het resultaat was wanorde. Emotioneel, maar bijvoorbeeld ook in mijn ontwerpen. Ik probeerde me te verzetten tegen dat wat eigenlijk heel natuurlijk aanvoelde, in de hoop geaccepteerd te worden. De kloof tussen de wereld waarin ik was opgegroeid – waarin kunst en mode zaken van de elite waren – en de vrije geesten op de kunstacademie was zo groot, dat ik me er tot op de dag van vandaag nog over verbaas dat ik de opleiding heb kunnen voltooien. Dat het gelukt is, wijt ik aan de lenigheid waarmee ik kan ‘codeswitchen’; kan schakelen tussen verschillende sociale omgevingen. Of dat een positief gegeven is durf ik niet te zeggen, maar handig is het wel gebleken.  

Bovendien had ik vrijwel geen voorbeeldfiguren, mensen die op mij leken en tegen wie ik op kon kijken. Het werk van kunstenaars als Chaïbia Talal en auteurs als Fatema Mernissi kende ik slechts oppervlakkig. Ze stonden bovendien te ver van mijn bed. Talal groeide op in Marokko en wist zichzelf van huishoudhulp te ontwikkelen tot kunstenaar, Mernissi was op haar beurt een kind uit de Marokkaanse elite die opgroeide in de harem van haar rijke oma. 

Feest der herkenning

Het ouderwetse narratief van de kut-Marokkaan kon bestaan bij de gratie van weinig rolmodellen en een gebrekkige kennis van de eigen geschiedenis. Inmiddels heeft iets meer dan de helft van de inwoners van Rotterdam een migratieachtergrond. Dankzij (sociale) media is bovendien niet alleen meer informatie beschikbaar, maar ook de connectiviteit gegroeid. Kon ik me vroeger nog eenzaam voelen in mijn zoektocht, inmiddels is me duidelijk dat er een hele generatie bestaat die zich langs dezelfde weg heeft ontwikkeld. 

Dat zag ik ook op de eerste editie van New Radicalism, een vierdaags festival rondom digitale kunst en nieuwe media vanuit het MENA-gebied en de diaspora. In het Zomerhofkwartier konden bezoekers konden zich afgelopen weekend onderdompelen in werken die het stereotype beeld van mensen uit het MENA-gebied bevragen en doorbreken. 

Voor mij voelde New Radicalism als een feest der herkenning, een toonbeeld van mijn generatie, die al zoekende een eigen stem heeft gevonden en zich niet in een hokje laat drukken. Kritisch waar nodig en met een flinke dosis humor.

CK2A0499
Beeld door: beeld: Fleur Beerthuis

Virtual reality

In een van de vele panels tijdens het festival was journalist Ibrahim Nehme te gast. Vanuit het idee dat het verleden belangrijk is, maar de toekomst nog belangrijker, lanceerde hij het tijdschrift The Outpost. Het blad focust zich op een veranderende Arabische wereld en de nieuwe mogelijkheden hiervan. “Tijdschriften kunnen perspectieven veranderen en mensen helpen beter te begrijpen wie ze zijn, waar ze thuishoren en hoe de toekomst eruit zou kunnen zien. Ze kunnen inspireren om actie te ondernemen en het goede te doen”, vertelde Nehme me. 

Veruit het sterkste werk op het festival is van Solenne Tadros. In een virtual reality-experience neemt ze je mee naar de slaapkamer uit haar grootmoeders jeugd. Gezeten op een bed kun je om je heen kijken en alle elementen uit de slaapkamer in je opnemen: de teddybeer, de kalender, de pantoffels. Alleen: het huis waar de kamer stond bestaat niet meer, het gebied is geannexeerd door Israël. Rondom de kamer zie je dan ook de nieuwe straten, die nu van de bezetter zijn. Het werk van Tadros maakt de illegale bezetting lijfelijk voelbaar.  

Het is niet verwonderlijk dat de werken uit het MENA-gebied, dat de afgelopen honderd jaar door tal van oorlogen en opstanden is getergd, ook een bepaald activistisch engagement met zich meebrengen. Van tijdschriften als Azeema – waarin het stereotype beeld van de ‘Oosterse vrouw’ wordt bevraagd – tot My.Kali, een online platform rondom de LHBTQI-gemeenschap en intersectioneel feminisme.

Heimwee

Hoewel het verleden belangrijk is om de eigen identiteit te kunnen vormen, is het ook belangrijk niet te veel te blijven hangen in de geschiedenis, of in ieder geval waakzaam te zijn voor een te geromantiseerd beeld ervan. In een lezing waarschuwt Sofiane Si Merabat, ook wel bekend als The Confused Arab, voor te veel nostalgie. De mens is geneigd te verlangen naar zaken uit het verleden, maar we verlangen nooit naar het volledige verhaal. Het zijn altijd slechts elementen uit het verleden die ons kunnen bekoren, aldus Si Merabat.

Zijn verhaal doet me denken aan een foto van mijn vader uit de jaren zestig. Hij zit aan een lange tafel met zijn vrienden uit het pension op de Nieuwe Binnenweg. Ze drinken, spelen een kaartspel en roken een sigaretje. Ze zien er gelukkig uit. Wanneer hij over die tijd vertelde, begonnen zijn ogen altijd te fonkelen. Hij keek er duidelijk met heimwee op terug.

Totdat mijn moeder hem eraan herinnerde hoe moeilijk het was om honderden kilometers verwijderd te zijn van zijn kinderen en zijn echtgenote, hoe koud de winters waren, hoe lang de werkdagen en hoe zwaar de aardappelen van de boer die hij moest sjouwen. Ze herinnerde hem eraan dat de geschiedenis lang niet altijd zo rooskleurig is als we soms denken.

CK2A0583
Beeld door: beeld: Fleur Beerthuis

Een hoopvol verhaal

Mijn verhaal – of het nu om mijn geschiedenis, mijn heden of mijn toekomst gaat – voelt soms wat particulier. Maar dankzij het New Radicalism-festival ben ik nog eens doordrongen van het feit dat er niets buitengewoons aan is. Het is juist het verhaal van de archetype Marokkaan – het rotjoch, de niet-geïntegreerde herrieschopper, de salafist – dat buitengewoon is, dat afwijkt van de norm, dat opvalt en handig te gebruiken is voor politiek gewin.

New Radicalism toont het hoopvolle verhaal, in plaats van de dichotomie waarin ‘de Nederlander’ tegenover ‘de Vreemdeling’ wordt geplaatst. Een verhaal waar ruimte voor elkaar wordt gemaakt, en waar uitwisseling en kruisbestuiving kan plaatsvinden. Wie weet werken wij Third Culture Kids in de toekomst toe naar een Fourth Culture Society.

  1. MENA is een acroniem voor Middle East and North Africa. ↩︎
LILITH_HasnaClarice_byLailaCohen-4

Hasna El Maroudi

Hasna El Maroudi (Rotterdam, 1985) is co-founder van Magazine Lilith. Ze is journalist, columnist, programmamaker en presentator. Hasna werkt onder meer voor De Volkskrant, De Correspondent en NPO Radio 1. Ze is presentator van de talkshows Vers Beton LIVE. 

[Foto: Laila Cohen]

Profiel-pagina
Fleur.2

Fleur Beerthuis

Fotograaf

Fleur Beerthuis studeerde aan de Willem de Kooning Academie en werkt nu als fotograaf. Ze vindt Rotterdammers geweldig. Door mensen te portretteren ziet zij een glimp van hun werelden. Ze is nieuwsgierig naar hoe andere mensen leven en denken. Met beelden probeert zij hun verhalen zo goed mogelijk over te brengen.

Profiel-pagina
Nog geen reacties

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.