Advertentie

unnamed
Voor de harddenkende Rotterdammer
Weena-057211Foto-JanVanDerPloeg
Beeld door: beeld: Jan van der Ploeg

Toen studenten Iris Duivenman, Saskia Braat en Bella Bluemink de opdracht kregen om hun afstudeeronderzoek te doen naar speeltuinverenigingen in Rotterdam, deden ze daar wat lacherig over. Was dit wel een volwassen onderwerp? Daar zijn ze wel op teruggekomen. Want de speeltuin, dat is de samenleving in het klein, vertellen ze nu.

Grauwe steenwoestijnen

“Ik had er nooit eerder bij stilgestaan dat er achter zo’n speeltuin een hele vereniging schuilgaat”, zegt Duivenman, die onderzoek deed in speeltuin Het Westen, in Spangen. De vereniging zorgt ervoor dat er toezicht is in de speeltuinen, dat er genoeg toestellen zijn die onderhouden worden, dat het er veilig is en dat er genoeg activiteiten zijn voor kinderen. Het verenigingsbestuur bestaat meestal uit mensen uit de wijk. Je herkent een speeltuin van een speeltuinvereniging aan het hek dat eromheen staat en meestal is er ook een clubgebouw bij.

De eerste speeltuinverenigingen werden opgericht in de jaren dertig van de vorige eeuw. Met name in de ‘grauwe steenwoestijnen die arbeiderswijken heten’, schreef de Rotterdamse Speeltuin Centrale  (RSC) in 1963, was er behoefte aan een plek waar stadskinderen veilig konden spelen. Speeltuinvereniging Crooswijk was één van de eerste drie in Rotterdam. Het was een razend succes. “Moest je zien hoe ze de tuin veroverden, ja letterlijk veroverden, wanneer we het hek opendeden. Niet te houden waren ze”, schrijft een speeltuinbestuurder in 1938.

Realiteit

Inmiddels telt de stad 57 speeltuinverenigingen. De meesten ontstonden na de Tweede Wereldoorlog, vooral in de kinderrijke stadswijken. De speeltuinen worden gesubsidieerd door de gemeente. Zo kunnen ze de huur en het dagelijks beheer van het speeltuinterrein betalen, maar ook het clubgebouw, activiteiten voor kinderen en wijkbewoners en natuurlijk de aanschaf en onderhoud van speeltoestellen. De meeste verenigingen halen daarnaast zelf ook geld op, via contributies van leden, verkoop en sponsoring.

Voor veel speeltuinverenigingen is het buffelen. Al zeker sinds de jaren negentig lees je dat deze verenigingen moeite hebben om vrijwilligers te werven en om aan steeds hogere eisen te voldoen. Tegelijkertijd zijn de wijken, en daarmee de doelgroep en context van de speeltuinen veranderd. Er kwamen migranten in de oude arbeiderswijken wonen en de afgelopen jaren komen er ook steeds meer hoogopgeleide tweeverdieners. Dan is er ook nog eens veel concurrentie tegenwoordig. Er zijn 1027 speelplekken in Rotterdam, 270 sportvelden en vele andere verblijfsplekken.

En er is behoefte aan spannender, sportiever en eigentijdser vormen van spelen, zoals hardloopparcoursen in de stad of spelen in de natuur. Dat staat in scherp contrast met de wat ouderwets ogende, strak gereguleerde en omheinde speeltuinen van de speeltuinverenigingen. De verenigingen moeten zich dus aanpassen aan de nieuwe realiteit en dat lukt niet alle verenigingen evengoed. Volgens de gemeente functioneerden in 2018 zo’n 17 verenigingen onvoldoende.1 Hoe kijken de speeltuinverenigingen aan tegen hun publieke functie? Hoe willen zij omgaan met de veranderingen in de samenleving? De drie studenten Sociologie onderzochten elk een speeltuin.

Speeltuin Crooswijk: strijd tegen zonnepitten

Saskia Braat trof een in haar schulp gekropen speeltuinvereniging aan. “In de wijk Crooswijk vindt gentrificatie plaats en er zijn steeds meer mensen met een migratieachtergrond komen wonen. Veel oud-Crooswijkers zijn vertrokken, de meeste vrijwilligers wonen niet meer in de wijk”, vertelt ze. “Het ledenaantal neemt snel af: van de oorspronkelijke doelgroep arbeiderskinderen wonen er niet veel meer in Crooswijk”.

Speeltuin Crooswijk is een van de oudste speeltuinverenigingen in Rotterdam. De vereniging werd opgericht in 1932 door ouders en scholen uit de buurt. Die hebben de speeltuinvereniging eigenlijk nooit losgelaten. De harde kern van de vereniging bestaat nu nog altijd uit een stuk of vijftien oud-Crooswijkers die heel hecht met elkaar zijn, enkelen zijn letterlijk familie van elkaar.

Crooswijk-051423Foto-JanVanDerPloeg
Beeld door: beeld: Jan van der Ploeg

Van de drie studenten weegt Braat het meest haar woorden af. Ze vertelt dat ze het onderzoek af en toe best confronterend vond. “Gentrificatie en immigratie bleken zulke belangrijke onderwerpen, ik merkte dat ik het lastig vond om mijn vragen en de antwoorden goed te formuleren.” Ze stuitte ook op zaken waar ze op persoonlijk vlak moeite mee had. Hoe moest ze hier als onderzoeker mee omgaan?  “Ze vragen bijvoorbeeld entreegeld in de speeltuin. Dat is apart, want de meeste speeltuinen zijn gratis. Dan blijkt dat ze dat doen om bepaalde groepen mensen te weren. Als je doorvraagt blijkt het vooral te gaan om mensen met een Turkse of Marokkaanse achtergrond, want ‘die gooien hun zonnepitten op de grond’, zeiden ze. Ik merkte ook dat mensen met een hoofddoek vaker gecontroleerd werden op het meenemen van eigen etenswaren.”

De vereniging organiseert allerlei activiteiten, zoals een maandelijkse bingo-avond, maar daar komen vooral de ‘oude Crooswijkers’ op af. “’Ze komen met rollators en stokken. Een van die vrouwen kwam helemaal uit Groningen voor de jaarlijkse reünie’, vertelden ze trots. Er speelt veel nostalgie”, vertelt Braat. “De speeltuin is voor deze mensen een plek waar het oude Crooswijk nog een beetje mag bestaan”.

Nieuwe aanwas is er nauwelijks. Er zijn wel wat vrijwilligers bijgekomen. Die zijn gestuurd door de gemeente, en werken als tegenprestatie voor een bijstandsuitkering. De vereniging is blij met de versterking, maar de banden met deze nieuwe vrijwilligers zijn niet zo sterk. “’Die hebben niet de juiste mentaliteit’, vinden ze bij de speeltuinvereniging”.

vb-mailchimp

Lees meer

Schrijf je in voor de wekelijkse nieuwsbrief

Op de hoogte blijven van Vers Beton per mail? Schrijf je in voor de wekelijkse nieuwsbrief

Ook de nieuwere bewoners van de wijk vinden geen aansluiting bij het team. “’Ze hebben geen interesse om zich actief bezig te houden met de speeltuinvereniging, of het past niet bij hun culturele achtergrond’, denkt de vereniging”, vertelt Braat. “Zij vinden: dit is onze speeltuin, wij houden de tuin netjes en schoon. Iedereen mag er gebruik van maken, maar je moet wel aan onze regels voldoen”. 

Toch trekt het aantal bezoekers weer een beetje aan, vooral omdat ‘yuppen’, ‘wijndrinkers’ en ‘bakfietsouders’ de speeltuin weer vaker bezoeken. Uiteindelijk zal de vereniging wel mee-veranderen, denkt Braat. “Als het contrast met de omgeving te groot wordt, wordt het steeds lastiger om het oude in stand te houden. Er zullen steeds meer nieuwe mensen bijkomen, dus ze zullen wel een beetje moeten toegeven. Ze moeten toch ergens hun bezoekers vandaan krijgen.”

Speeltuin Het Westen: geen zumba tijdens de Ramadan

De speeltuin in Spangen heeft veel gemeen met die in Crooswijk. Ook deze wijk heeft te maken met een sterke verandering in bevolkingssamenstelling. Er zijn steeds meer mensen met een niet-westerse migratieachtergrond komen wonen en ook in Spangen komen de laatste jaren steeds meer jonge, hoogopgeleide mensen wonen. De speeltuinvereniging bestaat nog grotendeels uit oud-Spangenaren, die bijna allemaal inmiddels naar andere wijken verhuisd zijn.

Het_Westen-052933Foto-JanVanDerPloeg
Beeld door: beeld: Jan van der Ploeg

Toch heeft deze speeltuinvereniging de culturele rijkdom van de wijk juist omarmd en functioneert als een smeltkroes voor mensen van allerlei achtergronden, vertelt onderzoeker Iris Duivenman. “De speeltuin is heel erg gericht op de buurt, op mensen met verschillende achtergronden met elkaar verbinden. Daar ligt meer de nadruk op dan op kindontwikkeling.” De toegang tot de speeltuin is gratis. De volkse speeltuinvereniging organiseert veel activiteiten voor alle culturen die Spangen rijk is, men houdt rekening met elkaar. “Tijdens de ramadan was er geen zumba. Dat vond ik heel respectvol.”

De speeltuinvereniging weet zich minder goed raad met nieuwe hoogopgeleide en rijkere bewoners van Spangen. “Met verschil in hogere sociaal-economische status heeft de vereniging meer moeite dan met etnische diversiteit. Dan gaat het ineens niet over ‘ons’, maar over ‘zij’”. Duivenman, die zelf in Delfshaven woont, begrijpt het gevoel wel. “Ze zien hun vrienden, hun familie uit de buurt vertrekken omdat de huurprijzen stijgen. Die moeten dan opeens ergens anders in Rotterdam gaan wonen”.

Bovendien ervaren de vrijwilligers concurrentie. Zo gaat het verhaal dat ‘de yuppen’ een eigen speeltuintje wilden aanleggen. Dat geld had de bestaande speeltuinvereniging beter kunnen gebruiken, vonden ze, maar ‘de gemeente doet alleen wat zíj willen’.

Volgens de gemeenterichtlijnen is Speeltuin Het Westen een ‘vitale speeltuin’. Het is een label dat je nodig hebt om subsidie van de gemeente te blijven ontvangen. Daarvoor moet een speeltuin veel kinderen trekken, een goede afspiegeling van de buurt vormen en een veilige speelplek zijn. Zonder subsidie kan de speeltuin niet voortbestaan, dus veel medewerkers doen erg hun best om te laten zien dat ze aan alle gemeentelijke regels en veiligheidsnormen voldoen en veel activiteiten organiseren. “Er gaat veel energie op aan het voldoen aan regels voor de buitenwereld”, zag Duivenman. Dat belemmert de ontwikkeling van de vereniging, denkt ze, en het zorgt voor steeds meer spanning.

Volgend jaar moet er van de gemeente een pedagogisch medewerker naar de speeltuin komen. “Dat willen ze echt niet. Ze zijn bang dat zo’n persoon om alles gaat zeuren, gaat controleren, dat er van alles moet veranderen”, vertelt Duivenman. Ze denkt zelf dat de weerstand tegen een pedagoog zo groot is, omdat het team bang is dat zo iemand hen de normen en waarden van hogeropgeleiden op gaat leggen. ‘Dan moeten straks de boeken weg, omdat die op de kinderen kunnen vallen’, zo vrezen de Spangenaren.

Speeltuin Weena: kinderopvang op A-locatie

De speeltuin is van oudsher niet alleen bedoeld om te spelen, maar ook een plek waar buurtbewoners samenwerken en het gemeenschapsleven bevorderd werd. Nog steeds is dat – op papier – een speerpunt van alle speeltuinverenigingen. Bella Bluemink, die onderzoek deed naar Speeltuin Weena, beschrijft de speeltuin inderdaad als een belangrijk onderdeel van het sociale weefsel in de stad. “Het zijn herkenbare plekken in de stad die ruimte bieden voor interactie aan verschillende doelgroepen in de wijk. Daarom functioneren ze vaak al jarenlang als centrale ontmoetingsplek in de wijk”. 

Tijdens haar onderzoek zag ze die publieke ontmoetingsfunctie heel sterk. “De speeltuin wordt heel erg ervaren als ‘van de wijk’. Hij is voor iedereen toegankelijk en de vereniging zorgt voor een groot aantal activiteiten en voor levendigheid. Wijkbewoners komen ook wel eens zonder kinderen even op een bankje zitten om rond te kijken”.

Weena-057202Foto-JanVanDerPloeg
Beeld door: beeld: Jan van der Ploeg

Het is een van de best bezochte speeltuinverenigingen in Rotterdam, met jaarlijks 50.000 bezoekers. Door de centrale ligging vlak bij andere kinderattracties in de buurt zoals Miniworld, trekt de speeltuin veel verschillende mensen. Niet alleen kinderen uit de wijk, maar ook uit andere wijken en zelfs van buiten de stad.

“Je onderschat makkelijk hoe belangrijk speeltuinen zijn voor een stad”, benadrukt Bluemink. “Het is een plek waar kinderen veilig kunnen spelen, de ruimte hebben om te rennen en spelen, maar wel veilig binnen een hek. En de speeltuin bereikt de hele stad met leuke activiteiten en goede glijbanen, een klimrek en een kabelbaan.”

Veiligheid is wel een cruciale randvoorwaarde voor een goede speeltuin, zegt Bluemink. “Niet alleen fysieke veiligheid, zoals een hek rondom de speeltuin, goede speeltoestellen en afwezigheid van gevaarlijke voorwerpen. Maar ook sociale veiligheid: dat er sociale controle is, dat kinderen worden aangesproken op verkeerd gedrag en dat ze niet zomaar de speeltuin kunnen verlaten.”

Carnisse-singel

Lees meer

Waarom middenklassers toch graag in een arme wijk wonen

De papieren waarheid over Carnisse is bikkelhard: wie het betalen kan, vertrekt uit deze…

Dat laatste gaat behoorlijk ver in deze speeltuin. Sommige ouders ‘dumpen’ hun kinderen er na schooltijd. “Ga maar naar de speeltuin”. Die kinderen hangen tot sluitingstijd rond binnen de hekken, zonder begeleider. Bluemink: “De speeltuin is dus niet alleen een speelplaats, het is ook een opvangplek, een plek voor kinderen om naartoe te gaan, waar ze zich veilig voelen.”

Het legt veel verantwoordelijkheid op de schouders van de speeltuinvereniging. Die neemt die verantwoordelijkheid ook serieus. “Er zijn professionele medewerkers in dienst, vaak met een pedagogische achtergrond. Ze gaan heel gericht met kinderen aan de slag, willen bijdragen aan de ontwikkeling van een kind. Dat doen ze heel subtiel. Dan organiseren ze bijvoorbeeld een waterballonnengevecht om de motorische vaardigheden van kinderen te ontwikkelen. Maar ze werken ondertussen ook aan zelfvertrouwen en sociale omgang”.

Een medewerker vatte hun verantwoordelijkheid mooi samen: “Kinderen tot en met twaalf zijn nog kneedbaar, die kun je nog dingen leren. Als ze eenmaal zestien of zeventien zijn en rottigheid uithalen, ben je te laat. Wees dat daarom voor. Leer kinderen om met elkaar te spelen en niemand buiten te sluiten.”

Over dit artikel 

Bella Bluemink (speeltuin Weena), Saskia Braat (speeltuin Crooswijk) en Iris Duivenman (speeltuin Spangen) schreven hun masterscriptie Sociologie over de veerkracht van speeltuinverenigingen. Dit deden ze bij de Veldacademie in Rotterdam. De leidende vraag: hoe gaan speeltuinverenigingen om met tegenspoed en met veranderingen in de wijk? ‘Veerkracht’ is een belangrijk thema in de sociologische literatuur en gaat over het aanpassingsvermogen van gemeenschappen bij crises, zoals economische crises, extremer weer, maar ook grote demografische veranderingen. 

Melissa van Amerongen is voor het schrijven van dit artikel betaald door de Veldacademie. De hoofdredactie van Vers Beton heeft vervolgens ervoor gekozen het resultaat te publiceren.

Deze banner kun je wegklikken, maar....

..je kunt ook supporter worden! Vers Beton kan alleen bestaan dankzij een bijdrage van lezers. Vanaf 6 euro per maand maak jij onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk.

Nee, ik lees eerst het stuk verder

  1. Dat wil zeggen: ze voldoen niet aan de subsidieregels: https://www.rotterdamsportsupport.nl/app/uploads/2019/11/Actieprogramma-Verenigingen.DEF-VERSIE.pdf ↩︎
Melissa

Melissa van Amerongen

Een stad komt pas echt tot leven als mensen er in woord of beeld betekenis aan geven. Daarom vindt Melissa Vers Beton zo leuk. Melissa is socioloog en wetenschapsfilosoof en houdt zich voor Vers Beton onder andere bezig met wetenschappelijke artikelen op de site.

Profiel-pagina
Jan van der Ploeg

Jan van der Ploeg

Jan van der Ploeg is documentair fotograaf met een passie voor mensen. Het liefst fotografeert hij Rotterdammers.

Profiel-pagina
Nog geen reacties

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.

Advertentie

1718_2021_009_600x500_online banner_geef ruimte