Voor de harddenkende Rotterdammer
FLB_20200207_O8A9046
Beeld door: beeld: Florian Braakman

Ondanks mijn minimale voorkennis van de sport roller derby, hebben twee gebeurtenissen mijn beeld ervan bepaald. Een paar jaar geleden ontmoette ik een fervent roller derby’er tijdens een schrijfcursus. Zéér feministisch, queer, creatief en vrijzinnig. Haar liefde voor de sport uitte ze door er lang over te vertellen tijdens het voorstelrondje. De tweede gebeurtenis? Een luidruchtig en ongevraagd commentaar op mijn kleurrijke sjaal, dat ik kreeg van een mean girl in Rotterdam Roller Derby-jas: “Het is geen carnaval!”

Zo vormde ik mij een – negatief – stereotype van iemand die derby’t: de vermoeiende alto op de middelbare school met manic pixie dreamgirl-aspiraties, die hernieuwde zelfverzekerdheid vond door zich aan te sluiten bij een groepje en nu zowel overenthousiast als overdreven sassy is. Het is erg onaardig van mij om dit beeld te hebben, laat staan om het op te schrijven. Bedenk daarom, mensen: aannames zijn zo gemaakt. Als je onbekenden op straat gaat afzeiken, zorg dat je niet een jas aanhebt van jouw geliefde clubje. Ik ben overigens niet de enige die aannames heeft. Bekenden die ik vertel dat ik de roller derby-wereld ga bezoeken hebben óók een beeld van de derby’ers. “Een sekte.”

Al met al was ik klaar om een avond te haten terwijl ik stuntel op rolschaatsen. Spoiler: ik kan niet langer haten op roller derby en ik vind het best leuk om te rolschaatsen.

Theatraliteit

Bij binnenkomst moet ik onder vier verschillende verklaringen mijn geboortedatum en handtekening zetten. Niemand is aansprakelijk als ik iets breek omdat ik op een pion val. Ik krijg een helm, ellebogen-, pols- en kniebeschermers en een bitje. In de tussentijd vertelt coördinator Marjolein me over de geschiedenis van de sport.

FLB_20200207_O8A9056
Beeld door: beeld: Florian Braakman

Uit de behoefte aan entertainment tijdens de Amerikaanse grote depressie in de jaren 30, ontstond de full contact-sport roller derby: hard rolschaatsen en elkaar omduwen. Goedkoop, veel theatraliteit, lawaai, ellebogenwerk en dramatische valpartijen – vergelijkbaar met pro-wrestling. Hoewel de sport co-ed (voor mannen en vrouwen) begon, had het publiek meer aandacht voor de vrouwen die in korte, strakke broekjes over elkaar heen tuimelden.

In de loop van die eeuw doofde het vuur: betaald roller derby werd afgeblazen en de sport raakte in vergetelheid. Tot 2003, toen in Austin, Texas een groep derde golf-feministen een sport zocht waarin ze ongegeneerd loud and proud konden zijn. Ze zetten een roller derby league op waarin iedereen (behalve cis-mannen1) in tutu, of netpanty, met veel make-up agressief mocht rondrazen. Fanatiek, maar niet heel serieus.

Iedereen had een derby-persona met een bijnaam, meestal een woordgrap, zoals in de drag-scene. Beuken, sterk zijn, je plek opeisen: niet-femme maar toch weer wel. De trainingen, wedstrijden en toernooien werden op eigen kracht georganiseerd. Op steeds meer plaatsen ontsproten leagues met eigen bijnamen, sporttermen en rivaliteiten.

FLB_20200207_O8A9073
Beeld door: beeld: Florian Braakman

Twintig jaar later zijn de tutu’s verdwenen, maar de DIY-mentaliteit is er nog steeds. De league krijgt geen geld, dus wordt door de leden zelf betaald. En leden doen ook de organisatie: training, locatie, scheidsrechteren, toernooien, workshops, marketing, boekhouding, ledenwerving én pr. Ik word dan ook met open armen ontvangen, heel vriendelijk en enthousiast. Zieltjes winnen, betalen, do-it-yourself: ik zie inderdaad overeenkomsten met sektes.

New meat

Nieuwkomers in de league heten overal new meat, behalve in Rotterdam. Hier heet ik, samen met twaalf anderen, een juvie of juvenile delinquent. Ander verschil met veel steden: cis-mannen zijn welkom. Tot mijn verrassing tel ik er wel vijf. Wij krijgen uitleg over de spelregels. Als je een ster op je helm krijgt, moet je proberen een rondje over het parcours te schaatsen. Maar de tegenpartij houdt je tegen, terwijl ze hun eigen sterspeler proberen vooruit te helpen. De tegenstander blokkeren mag alleen met je romp: heupenbeuken en schouderwerk. Hoe ziet dat eruit? Een kluwentje mensen vormt een ondoordringbare muur waar iemand door- of omheen probeert te wurmen. Begrijpelijker dan dit kan ik het niet omschrijven, gelukkig bestaat het internet.

FLB_20200207_O8A9053
Beeld door: beeld: Florian Braakman

Voordat we ons zorgen mogen maken over de spelregels, moeten wij juvies ons zorgen maken over onze enkels: we gaan leren rolschaatsen. Ik krijg een eigen buddy, trainer Lisa (bijnaam: Fliza Minelli) die me leert staan, rollen, remmen, slingeren en keren. Lisa is blond en getatoeëerd, in groene hotpants en winged eyeliner. Niks aan haar is cynisch, ze palmt me helemaal in met haar openheid en charme. Ik weet meteen dat zij nooit iets stoms over mijn sjaal zou zeggen.

Zowel Marjolein als Lisa sloten zich aan omdat ze nieuw waren in de stad, en op zoek naar een teamsport. De luidruchtigheid en de lompheid van roller derby sprak Lisa aan: je kunt er echt energie in kwijt. Op straat staat ze sindsdien ook steviger in haar schoenen, “maar ik moet mezelf er ook weleens aan herinneren dat ik niet zomaar iemand omver mag duwen in de Albert Heijn.”

Er wordt steeds gevraagd of ik oké ben met de mate van aanraking, het tempo en vermoeidheid van mijn spieren. Er wordt goed op me gelet en ik krijg complimenten. Lisa moedigt me aan om mezelf uit te dagen. Ik val maar weinig!

Billen van staal

Maar zweten is het wel, hoor. Je bent voortdurend aan het squatten op wieltjes. Lisa beaamt dat je er benen en billen van staal van krijgt. Tijdens de pauze schaats ik richting twee mannen. Ik wil natuurlijk weten wat zij hier te zoeken hebben. “Gewoon, leuk”, zeggen ze. Een van hen werd lid omdat zijn vriendin ook meedoet. De ander is zijn goede vriend, en kwam na een paar wedstrijden te hebben bezocht, ook eens meedoen. Op de vraag of er een bepaald type op de sport afkomt zeggen ze: nee, iedereen is welkom. Maar voor mij is wel duidelijk dat de sport intolerant is tegen intolerantie.

De voertaal is Engels en iedereen mag aangeven of je als hij, zij of hen aangeduid wordt. Kortom: inclusiviteit voorop. Daarom trekt de sport ook buitenbeentjes, expats en nieuwkomers aan. De verantwoordelijkheid voor de organisatie maakt de leden hecht en betrokken.

FLB_20200207_O8A9062
Beeld door: beeld: Florian Braakman

Als ik op mijn heup val, vertelt Lisa dat mijn toekomstige blauwe plek een derby kiss heet. Die bijnamen voor elkaar, voor situaties en voor lichaamsdelen versterken het gevoel dat je tot een eigen wereld behoort. Lisa’s favoriete bijnaam is die voor de binnenkant van je dij: sweet meat. Normaal haten vrouwen de binnenkant van hun dijen, dus zo’n lieve benaming is mooi, verklaart ze.

Kom ik terug? Dat niet. Ik ben geen teamsporter en te cynisch. Maar ik gun de derby’ers oprecht heel veel nieuwe zieltjes. Want je kunt niet anders dan bewondering hebben voor de positiviteit en het enthousiasme van de leden, en hun zorg voor elkaar.

Over deze rubriek

Steeds vaker klinkt de zorg dat verschillende groepen in de stad zich opsluiten in ‘parallelle samenlevingen’, dat er ‘kloven’ tussen groepen in de samenleving ontstaan. Is Rotterdam aan het segregeren of hoort dat bij de grote stad? Waar ontmoeten verschillende groepen elkaar nog, en waar verschuilen ze zich? In Ons Kent Ons gaat Vers Beton op bezoek bij verschillende Rotterdamse bubbels. Soms met, en soms zonder een glas, eh, bubbels.

Bekijk hier alle artikelen in ‘Ons Kent Ons’.

Voordat je verder leest...

Je kunt dit artikel gratis lezen, maar wij kunnen het niet gratis maken. Vers Beton kan alleen bestaan dankzij een bijdrage van lezers. Vanaf 6 euro per maand maak jij onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk!

Nee, ik lees eerst het stuk verder


  1. Een cis-man is wanneer de genderidentiteit overeenkomt met het geboortegeslacht. De term cis-gender wordt doorgaans gebruikt als de tegenhanger van transgender en transseksueel, waarbij het geslacht en de genderidentiteit niet overeenkomen.
    ↩︎
IMG_2709

Basia Dajnowicz

Basia Dajnowicz (1988) is na de Achterhoek, Arnhem en Antwerpen eindelijk in Rotterdam terechtgekomen. Die krijg je hier nooit meer weg. In het dagelijks leven rammelt ze op haar toetsenbord en maakt ze domme grappen.

Profiel-pagina
braakman

Florian Braakman

Fotograaf

Florian Braakman (1988) is een autonoom-documentair fotograaf. Fotografie is een manier om vragen te stellen en grip te krijgen op onze snelle alledaagse realiteit. De poëtische, associatieve en verhalende kracht van het beeld staan centraal in zijn werk.

Profiel-pagina
Nog geen reacties

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.