Voor de harddenkende Rotterdammer
vierluikOKO
Beeld door: beeld: Florian Braakman

Hillegersberg is donker, winderig en vochtig deze avond. Naast een ruïne, te midden van kale bomen en eeuwenoude graven rijst de Hillegondakerk op. Het middeleeuwse bouwwerk, bovenop de heuvel, is sfeervol aangelicht. Mystiek, een beetje spookachtig misschien wel.

Binnenin de kerk branden zeven enorme kroonluchters met échte kaarsen. Hier gaan we kennis maken met ‘Beethovens Valentijn’. Op het programma staan muziekstukken over onbereikbare liefdes, gespeeld door de instrumentalisten van de Van Swieten Society en de bariton Raoul Steffani. En we gaan natuurlijk kennis maken met het publiek van Hillegersberg.

“Muzikanten vinden het dus altijd fantástisch om in deze kerk te spelen,” vertelt Alwin Schogt, bestuurslid van de Concertstichting Hillegersberg, “omdat ie kléin is. Je hebt hier niet die grote galm. De intimiteit zorgt ervoor dat het geluid niet alle kanten opgaat.” Op de achtergrond wordt de fortepiano – een vroege variant van de tegenwoordige piano – gestemd. Inderdaad: geen galm.

FLB_20200215_O8A9144
Beeld door: beeld: Florian Braakman

En al die kaarsen die branden? “Tegenwoordig zijn tijdens onze concerten altijd de middelste twee kroonluchters aan, maar dankzij een euh… speciale sponsor branden ze vanavond alle zeven.” Een speciale sponsor? “Ja, vanavond is het feest”, vult Joke de la Rie aan, voorzitter van de stichting. “De sponsor is de stichting Maçonnieke Initiatieven Rotterdam.” Ik moet even op het woord ‘maçonniek’ kauwen, maar dan roep ik uit: “Aaaah! De Vrijmetselarij!”

“Ik zal je inleiden in de geheimen van de Concertstichting Hillegersberg,” vervolgt De la Rie, waarna ze vertelt over het 35-jarig jubileum dit jaar, de 10 concerten die jaarlijks worden gegeven (altijd in de Hillegondakerk), en de nadruk op kamermuziek.

“Onze kracht is dat we bestaan dankzij onze donateurs, waarvan zo’n 70 procent uit Hillegersberg. En we hebben ook veel sponsors, zoals een notariskantoor, een uitvaartbedrijf en lokale horeca.” Een concert wordt gemiddeld door zo’n 150 mensen bezocht. “Met uitschieters naar de 300, zoals met Kerst.” Een andere topper was recent het middagconcert voor donateurs. “De donateurs kregen gratis entree en ze mochten een introducé meebrengen. Het woordje gratis opent alle deuren.”

Hoe zou de voorzitter het publiek beschrijven? “Euhmmm. Altijd vervelend om een etiketje op mensen te plakken. Maar ik zou zeggen ‘bovenmodaal’. En qua leeftijd: we hebben niet zoveel mensen onder de 50. We proberen de doelgroep wel uit te breiden, we zijn best actief op sociale media. Maar het is heel moeilijk om mensen onder de 40 aan je te binden. Mensen wíllen tegenwoordig ook niet meer zo gebonden worden… Er is trouwens nog een vacature voor het vijfde bestuurslid, zou je dat in je stuk kunnen vermelden?”

Mevrouw De la Rie kijkt naar fotograaf Florian. Hij voelt zich een beetje ongemakkelijk, want hij heeft het uitdrukkelijk verzoek gekregen de aanwezigen niet herkenbaar in beeld te brengen. “Ik vind Florian een leuke naam,” zegt ze.

FLB_20200215_O8A9214
Beeld door: beeld: Florian Braakman

Het Valentijnsthema lijkt niet bij iedereen te leven. “Nee hoor, dat is over!” vertelt een dame (“je mag Laurence zeggen”) bij het koffiebuffet. “Ik ben gelukkig getrouwd geweest, ik ben weduwe.” Laurence komt al tientallen jaren bij de concerten, ze voelt zich hier thuis. “Het is Hillegersberg! Ik heb hier op school gezeten, ik heb hier familie… Ik vind de kerk mooi… Ik maak hier de beste concerten mee. En ik hou gewoon van Hillegersberg, al woon ik in Ridderkerk.”

Intussen loopt de kerk vol. Er worden kussentjes rondgedeeld, vanwege de harde houten banken en stoelen. Het publiek is minder sjiek dan ik had verwacht. Ik zie meer vesten dan jasjes. Ook goedkope vesten. Sterker nog: sommige toeschouwers dragen een fleecetrui. Dat had ik echt niet zien aankomen. Qua gezichtsbeharing bevinden Florian en ik ons overigens in goed gezelschap: opvallend veel mannen dragen een snor. Veel grijze snorren. Toch lijk ik vanavond vooral het gezelschap van vrouwen aan te trekken.

“Ik woon hier vlakbij, maar ik kom oorspronkelijk uit de stad. Ik ben nog door het bombardement gelopen,” vertelt een dame naast me in de kerkbanken. De dame, Marijke, draagt een bril met zwaar montuur, en een blouse met bordeauxrood sjaaltje met amoebe-print. “De man naast me? Nee, we horen niet bij elkaar. We zijn concertvriendjes.”

Marijke benadrukt dat Hillegersberg niet de plek is waar ze zich het meest thuis voelt. Ze groeide op rond de Binnenweg en Mathenesserweg, in een rijk katholiek gezin: “Mijn vader zou zich omdraaien in z’n graf als ie wist dat ik in Hillegersberg woonde. In Hillegersberg mocht je niet wonen. Precies wat ze nu nog zeggen: je woont in Kralingen of je woont in de stad. Hillegersberg is voor de nouveau riche.”

In de rij voor ons zitten twee vriendinnen van Marijke, de één met een blauwe coltrui, de ander met een zwarte coltrui. De dames willen weten waarom Marijke zich zo laat uithoren. “Vers Beton – ‘een online tijdschrift over Rotterdam’, daar zijn de heren van”, vertelt Marijke, terwijl ze haar telefoon over de leuning van de kerkbank steekt, met op haar scherm de Vers Beton-website.

“Witte angst” leest de blauwe coltrui het eerste artikel op de homepage op vanaf het telefoonscherm. Terwijl ze zegt “geen idee wat ze daarmee bedoelen”, roept de zwarte coltrui hard: “Onzin! Ik ben wit en ik ben niet bang.” Marijke: “Oh, daar heb ik ook absoluut geen last van. Ik voel me senang op de Kruiskade. Ik ben niet bang.” De zwarte coltrui breekt in: “Maar nou wonen we ook wel in een paradijsje hier – sorry hoor. Maar Hillegersberg is een klein paradijsje”

FLB_20200215_O8A9160
Beeld door: beeld: Florian Braakman

De blauwe coltrui: “Achter mijn wijk wonen heel veel euh… niet witte mensen. Maar ik laat rustig ’s avonds de hond uit, en dan zeg ik heel vriendelijk gedag tegen alle mensen en ik heb nergens last van.” Ik wil het gesprek weer op een ander onderwerp brengen en vraag wat de zwarte coltrui van het concert verwacht. Ze antwoordt ‘ik sta er blanco in’, en brengt me even in verwarring, daarna moet ik lachen: “Ik dacht dat u weer over huidskleur begon!”

Vlak voor de start van het concert vertelt Marijke nog iets over de ‘speciale sponsors’ van vanavond: de Vrijmetselaars: “Ik ken wel mensen van de Vrijmetselarij, dat zijn heel bijzondere mensen. Ik zal ze dalijk aanwijzen als ik ze zie.” Als ik vraag hoe ik ze dan herken: “Vrijmetselaars zijn zeer kak! Dat ben ik ook, maar in een andere gradatie. Je hebt drie gradaties in kak. Je kan plee zeggen, je kan wc zeggen en je kan toilet zeggen. En plee is het ergste.”

Dan begint het concert, met een pianokwartet, een strijkkwartet en liederen, ontstaan uit Beethovens onvervulde verlangen naar door hem aanbeden vrouwen. Het is een mooi concert. Het publiek geniet van de prachtige akoestiek onder de zeven kroonluchters met misschien wel 200 brandende kaarsen. Tijdens de pauze is er nog een cadeautje van de Stichting Maçonnieke Initiatieven: de wijn is vanavond gratis. De glazen gaan grif van de hand.

Na afloop komt Marijke nog naar me toe: “Ik heb die vrijmetselaars niet gezien hoor. En nog iets: we wonen hier op een compound. Geen paradijs. Een compound. Een beschut, beschermd gebied. Het mag wel wat gemixter.”

Over deze rubriek

Steeds vaker klinkt de zorg dat verschillende groepen in de stad zich opsluiten in ‘parallelle samenlevingen’, dat er ‘kloven’ tussen groepen in de samenleving ontstaan. Is Rotterdam aan het segregeren of hoort dat bij de grote stad? Waar ontmoeten verschillende groepen elkaar nog, en waar verschuilen ze zich? In Ons Kent Ons gaat Vers Beton op bezoek bij verschillende Rotterdamse bubbels. Soms met, en soms zonder een glas, eh, bubbels.

Bekijk hier alle artikelen in ‘Ons Kent Ons’.

Ferrie

Ferrie Weeda

Ferrie Weeda (1977) studeerde geschiedenis en Nederlands. Zijn wieg stond aan de Coolhaven – nog steeds zijn domein. Ferrie houdt van publiek en van de stad. Hij is voorzitter van BuurtBestuurt Coolhaveneiland. Als stadsgids en schrijver deelt hij zijn betrokken en bevlogen verhalen over geschiedenis, samenleving en cultuur. Gerrit, Ferries jack-russell uit Tiel, is vernoemd naar Erasmus.

✉ ferrie@versbeton.nl

Profiel-pagina
braakman

Florian Braakman

Fotograaf

Florian Braakman (1988) is een autonoom-documentair fotograaf. Fotografie is een manier om vragen te stellen en grip te krijgen op onze snelle alledaagse realiteit. De poëtische, associatieve en verhalende kracht van het beeld staan centraal in zijn werk.

Profiel-pagina
Lees 2 reacties
  1. Profielbeeld van Tom Gosselaar
    Tom Gosselaar

    Prettig verslag over een aantal muziek liefhebbers in een mooie omgeving én alles keurig heel gelaten. Compliment.
    Warme groet,
    Tom Gosselaar

  2. Profielbeeld van Arjen van der Straaten
    Arjen van der Straaten

    Leuk stuk, ik woon naast de Hillegondakerk. Zestien jaar geleden uit West hierheen gekomen en nog steeds voel ik me meer thuis in West. Daar ben je kleurenblind, hier merk ik dat mensen met een andere kleur opvallen en dat neem je mee naar waar je gaat. Ik zoek dan ook vaak de stad op voor een antidosis. Ik sprak zondag lokale ondernemers die op de leeglopende Bergse Dorpsstraat een cultureel centrum willen beginnen waar ook mensen uit de stad op af zouden moeten komen. Ben benieuwd of daar een kans voor is, het lijkt mij personlijk sterk, maar wel heel welkom, want als de horeca ergens verkeerd gekleurd is, is het wel in Hillegersberg.

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.