Voor de harddenkende Rotterdammer
hasna-and-arjen-vb-selection-kjazbec-35
Beeld door: beeld: Katarina Jazbec

Wat er aan de wandeling vooraf ging: als correspondent Groot Rotterdam legde Arjen van Veelen onlangs op De Correspondent uit waarom hij een hekel heeft aan het woord diversiteit. “Het ideaal van sociale rechtvaardigheid lijkt in Rotterdam vervangen door het ideaal van überdiversiteit, dat dus juist mensen uitsluit”, schreef hij. 

De Rotterdamse journalist Hasna El Maroudi had al snel een weerwoord paraat: in dit artikel stelt ze dat ‘diversiteit geen wedstrijd is’ en dat Arjen last heeft van statusangst.

Toch bleef iets knagen: waren ze in deze digitale uitwisseling ook maar iets nader tot elkaar gekomen? Ze nodigde Arjen uit om verder te praten: weg van de toetsenborden, face to face. Samen maakten ze een wandeling in de wijk waar Hasna opgroeide, waarvan ze hier beiden verslag doen.

"We moeten het ideaal van sociale verheffing niet inruilen voor groepsfotodiversiteit"

(Arjen van Veelen)

Als je een scherp debat wilt, lijkt er weinig dommer dan samen te gaan wandelen. Voor je het weet loop je in een lentezon langs roze bloesemende kersenbomen en vind je elkaar te sympathiek. Daar was ik tenminste bang voor, toen Hasna voorstelde om samen door Rotterdam te struinen. Waar ik ook bang voor was: dat ik met mijn mond vol tanden zou staan. Ik vind praten moeilijker dan schrijven. Maar soit, het moest maar.

Hasna woont nu in een verhipsterd stukje Rotterdam-Noord, maar wilde laten zien waar ze vandaan komt. Ze groeide op aan de Ovidiusstraat, als jongste uit een groot gezin van acht. Haar vader werkte in de fabriek, haar moeder ontwierp en herstelde tapijten. En zo zaten we in de tram vanuit het centrum naar Lombardijen in Rotterdam-Zuid. Prachtig weer. Beide doemscenario’s dreigden al gauw uit te komen.

VersBetonColumn

Lees meer

Je kunt het meisje wel uit Zuid halen, maar Zuid niet uit het meisje

Hasna el Maroudi overpeinst Zuid terwijl ze zich afvraagt waarom ze er is weggegaan.

Mooie herinneringen

We liepen door de Ovidiusstraat, ze was er jaren niet geweest. Haar straat was gesloopt en vervangen door nieuwbouw. Destijds woonden in haar buurt vooral mensen van kleur, zonder veel geld. Ze zag dingen die je als kind niet hoort te zien, zoals vluchtende bankovervallers. Maar het geheugen is een goede vriend: vooral de mooie dingen blijven hangen. Zoals de zomerdagen met alle buren bij elkaar op het grasveld. Saamhorigheid.

Vanwege de sloop verhuisde Hasna rond haar elfde naar Vreewijk, een soort wit arbeidersdorp binnen de stad, waar de PVV bij de laatste Tweede Kamerverkiezingen de grootste partij werd. Daar kreeg ze voor het eerst door dat ze ‘anders’ was.

Sloop heeft een niet te onderschatten invloed op kinderlevens, dacht ik. Goede les voor de achteloosheid waarmee deze stad nu opnieuw huizen neerhaalt. 

Hasna vertelde dat ze de verhalen van haar familie op ging schrijven. Dat wordt een heel mooi boek, dacht ik, over heel bijzondere mensen. Bepaalde details bleven me bij. Zoals: haar vader die in pak en das naar zijn werk in de fabriek ging, uit trots. Of: Hasna zelf die erg goed was in turnen, maar moest stoppen omdat er geen geld meer voor was. Ze was selfmade, kwam duidelijk van ver. Bewonderenswaardig.

hasna-and-arjen-vb-selection-kjazbec-15
Beeld door: beeld: Katarina Jazbec

Mond vol tanden

En ja, ik stond een paar keer met mijn mond vol tanden. Bijvoorbeeld nadat ik zei dat ik moest wennen aan de demografische verschuivingen in Rotterdam. In 1980, toen ik hier geboren werd in Overschie, was bijna iedereen wit. En nu ben ik teruggekeerd in een stad waar 70 procent van de schoolkinderen van kleur is. “Eh, veertig jaar is best lang om ergens aan te wennen”, zei Hasna toen. Waarop ik geen weerwoord had.

Maar wat me vooral bijbleef was hoeveel we op elkaar leken. En dat bedoel ik niet als zoetsappige afsluiter. Geenszins.

Opgroeien in een groot Rotterdams gezin? Check. (Ok, zij in een gezin van acht kinderen, ik zeven.) 

Vader werkte in fabriek? Check. (Ok, mijn vader deed papierwerk, maar ging wel op zijn vijftiende of zestiende van school.)

Afkomstig uit een religieus nest? Check. (Ik in een orthodox-gereformeerd gezin; Hasna gaat nog heel af en toe naar de Essalam Moskee bij voetbalstadion de Kuip.)

Het thuis niet heel breed hebben? Check. 

En dan had ik ook nog eens net als Hasna op turnen gezeten, bedacht ik pas toen ik thuiskwam. Slechts drie maanden, de gratis proeftijd. Ik had gelukkig geen talent.

Hekel aan het woord ‘diversiteit’

Er zijn vast ook duizend verschillen. Elk mens is gevormd en gekneed door duizend factoren. Dat is precies de reden is dat ik zo’n hekel heb aan het woord ‘diversiteit’: omdat het negen van de tien keer mensen reduceert tot hun kleur of gender, en onzichtbare diversiteit zoals klasse negeert. En dat is dus waarom ik het slecht trek als ik hoor dat ik ‘als witte man’ in een ketel met privilege ben gevallen.

Maar vergeet mijn verhaal vooral. Bedenk dat in het Rotterdam van nu één op de vijf kinderen opgroeit in armoede. En van welke kleur deze kinderen ook zijn, ze hebben pas echt wat aan goede scholen, goede huizen, goede zorg. We moeten het ideaal van sociale verheffing niet inruilen voor zoiets gratuits als groepsfotodiversiteit.

Anders wordt Rotterdam net als Amsterdam. Een stad die onbetaalbaar is geworden voor mensen van alle kleur en smaak, maar waar het stadsbestuur wel druk bezig is met de straatnaambordjes en of die wel inclusief genoeg zijn.

hasna-and-arjen-vb-selection-kjazbec-1
Beeld door: beeld: Katarina Jazbec

"Diversiteitsbeleid is een noodzakelijk kwaad"

(Hasna El Maroudi)

Wanneer je vanachter de computer elkaars zinnen ontleedt, de woorden weegt om deze vervolgens schriftelijk te bekritiseren, lijkt dat misschien op een echte uitwisseling van gedachten en ideeën. Een nobele manier van discussiëren, zo je wil. 

Maar wat in werkelijkheid plaatsvindt is een oneerlijke dialoog. Een schaakspel, waarin de schaker die het best weet te anticiperen als winnaar uit de bus komt. De ander verliest. Echt nader tot elkaar kom je zelden. 

Na mijn reactie op het artikel van Arjen kreeg ik in mijn omgeving veel bijval. Men vond wat ik had geschreven ‘raak’ en noemde het ‘terecht’ dat ik hem op zijn al dan niet bewuste blinde vlekken had gewezen. En toch knaagde er iets.

Het was me namelijk niet te doen geweest om alleen een weerwoord te bieden of mijn gelijk te halen. Ik wilde Arjen laten zien dat zijn zorgen meer met het beleid van de gemeente Rotterdam te maken hebben, dan met de aanwezigheid of zichtbaarheid van Rotterdammers met een migratieachtergrond. Dat het oneerlijk is om hen die jarenlang onzichtbaar waren en zich in de marge van de samenleving bevonden, te verwijten nu eens in de schijnwerpers te staan.

hasna-and-arjen-vb-extra-kjazbec-38
Beeld door: beeld: Katarina Jazbec

Hard werken loont niet altijd

Ik besloot hem in navolging van onze uitwisseling daarom mee te nemen op een wandeling naar de wijk waarin ik ben opgegroeid: Lombardijen op Rotterdam-Zuid. Om hem te laten zien dat diversiteit geen vanzelfsprekendheid is en waarom het zo ontzettend nodig is. Gelukkig accepteerde hij mijn uitnodiging.

Onze wandeling leidde ons langs de plek waar mijn oude basisschool ooit stond, via mijn oude turnzaal, naar de plaats waar in 1985 mijn wieg stond, in de Ovidiusstraat. Zoals het gaat met nostalgie, herinnerde ik me vooral de fijne momenten, zoals het spelen van ‘busjetrap’ met alle buurtkinderen.

Het waren de vragen van Arjen – “Heb je een ‘trauma’ overgehouden aan het feit dat je van turnen af moest omdat het te duur was?” – die me zo nu en dan emotioneel terugwierpen naar mijn jeugd. Een trauma kan ik het niet noemen, al heeft het me in zekere zin wel getekend. Het was het vroegste besef dat niets in het leven gratis is, en dat hard werken niet altijd loont.

Tijdens de wandeling valt ook mij op hoeveel Arjen en ik eigenlijk met elkaar gemeen hebben: soort opvoeding, samenstelling van het gezin, sociaaleconomische klasse, noem het maar op. Het wordt zowaar een gezellige wandeling, omdat ik doorkrijg dat we beiden een Rotterdam voor ogen hebben waar plaats is voor iedereen. Waar gezorgd wordt voor elkaar en de zwakkeren in de samenleving.

We zijn allebei bezorgd over het sloopbeleid van de gemeente en de wijze waarop dit de sociale cohesie in sommige wijken kapot maakt. De oude woning van mijn familie aan de Ovidiusstraat is er mooi voorbeeld van, merkt Arjen treffend op.

Angst voor een troonsafstand

Alleen wanneer het op diversiteit en inclusie aankomt, blijven we botsen. Hij uit angst om iets kwijt te raken, ik omdat ik vind dat iedereen moet krijgen waar hij of zij recht op heeft, juist omdat ik van ver heb moeten komen.

We lopen over het Lange Pad, langs slootjes waar vroeger grote grasvelden lagen. In het weekend kon ik er uren met de buurtkinderen voetballen of knikkeren. Vlak na Johnny’s verjaardag, de enige witte jongen in onze straat, was het pas echt feest: dan werd er getennist of gehonkbald, afhankelijk van wat hij nu weer cadeau had gekregen.

Wanneer ik Arjen vraag waar hij bang voor is – tussen de regels van zijn essay door had ik angst geproefd – zegt hij onomwonden last te hebben van ‘statusangst’. Hij beseft zich dat de opkomst van intellectuelen, schrijvers en andere creatieven met een migratieachtergrond een feit is. Hij ziet het als een bedreiging voor zijn eigen positie. 

Het is de angst voor ‘troonsafstand’ waar hij eerder over schreef: er is straks simpelweg minder plek bovenaan de sociale ladder. Bovendien gaat de verandering hem te snel: veertig jaar geleden was Rotterdam nog overwegend wit. Wanneer ik hem vraag hoeveel langer dan veertig jaar hij nodig denkt te hebben, valt hij even stil. Daar heb je wel een punt.’

hasna-and-arjen-vb-selection-kjazbec-11
Beeld door: beeld: Katarina Jazbec

Gereduceerd tot één label

De veranderingen in de samenleving lijken door de ontwikkeling van het maatschappelijk debat – bijvoorbeeld rondom diversiteit of quota – sneller te gaan dan daadwerkelijk het geval is. De discussie rondom de figuur Zwarte Piet wordt bijvoorbeeld al jaren gevoerd. Ieder jaar schuift de perceptie een klein beetje op, maar van totale afschaffing is nog steeds geen sprake.

Of neem nu het gebruik van vrouwenquota: links Nederland werd jarenlang voor gek versleten omdat ze vóór was. De overheid bleef in het bedrijfsleven aandringen op verandering, met behulp van richtlijnen en targets, maar deze werden jaar in jaar uit gemist. Uiteindelijk heeft het kabinet moeten toegeven dat het op deze manier niet lukt en dat harde quota toch nodig zijn. 

Niemand wil gereduceerd worden tot zijn etniciteit, religie, gender, klasse of seksuele voorkeur, we zijn allen immers multidimensionale mensen, waarvan sommigen zich op de kruispunten1 van een aantal van die ‘labels’ bevinden. Maar wanneer we weten dat verandering niet vanzelf gaat2 en dat the powers that be er structureel anders (lees: wit en man) uitzien, dan is actief diversiteitsbeleid wat mij betreft een noodzakelijk kwaad. 

Tegen iedereen die bang is dat zijn of haar punt van de taart dan in de toekomst aan een ander toekomt kan ik alleen maar zeggen: koop een grotere taartvorm.

Voor het maken van dit artikel werkten we samen met het landelijke medium De Correspondent. Je kunt hun versie van het artikel hier lezen.

versbeton_opinierubriek-01

Lees meer

In Rotterdam wordt witte angst maar al te goed gehoord

Volgens Eeva Liukku nemen we 'de witte angst' voor diversiteit al serieus genoeg.

  1. De Amerikaanse rechtsgeleerde en burgerrechtenactivist Kimberlé Williams Crenshaw introduceerde hiervoor het begrip intersectionaliteit. Movisie, het Nederlandse kennisinstituut voor het sociaal domein, legt de term als volgt uit: Intersectionaliteit is het idee dat verschillende delen van je identiteit, zoals je geslacht, gender, seksualiteit, ras, klasse, religie, gezondheid, en nog veel meer, elkaar beïnvloeden. Dat betekent dat je in een analyse van ongelijkheden het nooit enkel moet hebben over één van die stukjes identiteit: je kan het niet enkel hebben over vrouwen, mensen van kleur, etcetera, zonder oog te hebben voor de verschillen binnen die groepen. ↩︎
  2. Zo bestaat er zoiets als het kloonsyndroom of affinity bias: bij het aanstellen van nieuwe werknemers kiest een werkgever (onbewust) vaak voor iemand die het dichtst in de buurt van haar of zijn evenbeeld komt. ↩︎
LILITH_HasnaClarice_byLailaCohen-4

Hasna El Maroudi

Hasna El Maroudi (Rotterdam, 1985) is co-founder van Magazine Lilith. Ze is journalist, columnist, programmamaker en presentator. Hasna werkt onder meer voor De Volkskrant, De Correspondent en NPO Radio 1. Ze is presentator van de talkshows Vers Beton LIVE. 

[Foto: Laila Cohen]

Profiel-pagina
arjen-van-veelen-de-correspondent-by-lizzy-ann-crop

Arjen van Veelen

Arjen van Veelen groeide op in Rotterdam en woont er sinds ruim een jaar weer. Hij werkte als redacteur en columnist bij NRC Handelsblad en woonde van 2014 tot 2016 in St. Louis, Missouri. Hij werkte daar als freelance Amerika-correspondent voor o.a. Nieuwsuur, Radio 1 Journaal, Met het Oog op Morgen en de Correspondent. Van Veelen studeerde klassieke talen en journalistiek in Leiden (foto: De Correspondent /Lizzy Ann).

Profiel-pagina
profile photo-katarina jazbec

Katarina Jazbec

Fotograaf

Katarina Jazbec (1991) is een documentaire fotograaf en beeldend kunstenaar. In haar werk onderzoekt ze een breed scala aan effecten van empathie, de interactie tussen realiteit en fictie, vragen over identiteit, ethiek en economie, terwijl ze nieuwe vormen van visuele narratieven die de dialoog aangaan onderzoekt. Ze heeft in 2017 een masterdiploma behaald aan St. Joost in Breda met een film over het gezamenlijk lezen van literaire fictie met een groep Belgische gevangenen.

Profiel-pagina
Nog geen reacties

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.