Voor de harddenkende Rotterdammer
versbeton_opinierubriek-04
Beeld door: beeld: Michael van Kekem

Wie werkzaam is in de culturele sector, is net als de rest van Nederland om een veelvoud aan redenen bijna dagelijks de rondes langs verscheidene nieuwsbronnen aan het doen. Voor wat informatie. Voor een sprankje hoop. Voor de bevestiging dat de taart nu echt op is en je het maar uitzoekt met je boeltje. 

Tussen de steunbetuigingen van de cultuurminnende medemens en de Instagram-optredens van mijn collega’s door werd er bijzonder weinig helder over hoe niet alleen de instellingen binnen de sector, maar vooral ook de makers zich zouden moeten redden. Optredens worden afgelast en workshops gaan niet door, maar de kosten stapelen zich gewoon op. Een leven onderhouden is voor niemand een goedkope onderneming.

Verloren seizoen

Daarom ook was het bijzonder pijnlijk om afgelopen dinsdag te vernemen dat de minister die ons hoekje van de wereld dient te overzien, zo hopeloos verloren leek in haar gesprek met het Platform Arbeidsmarkt Culturele en Creatieve Toekomst (PACCT).

Uit haar antwoorden op de gestelde vragen bleek minister Ingrid van Engelshoven (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) geen enkel idee te hebben van de complexiteit van het onderhouden van een creatief bestaan. Van de veelvoud aan rollen die een gemiddelde culturele maker stapelt om de eindjes aan elkaar te knopen. Terloops een cultureel seizoen ‘verloren’ verklaren is schadelijk. Verloren seizoenen laten brokken achter.

Misschien was het vooral daarom dat ik op woensdagavond met argusogen de eerste berichten las waaruit bleek dat het kabinet 300 miljoen euro extra beschikbaar maakt voor de culturele sector. Een minister die geen idee heeft van de kwetsbaarheid van de maker in een sector die een aantal kabinetten geleden werd uitgehold, zal moeite hebben met het formuleren van oplossingen en/of hulpmiddelen die precies dat gegeven adresseren.

Maar laten we beginnen bij het begin. Want hoewel ik mijzelf probeer te overtuigen van de goede intenties, is 300 miljoen euro natuurlijk de doodsteek voor heel veel instellingen. Het geschatte verlies in de sector wordt namelijk al geschat op bijna een miljard euro. De redelijke verwachting was dan ook dat het geld uit het nieuwe steunpakket vooral naar ‘de groten’ zou gaan. In het verzachtende politieke jargon heet dat van vitaal belang.1

Begrijp me niet verkeerd. De schouwburgen, musea en concertzalen zijn absoluut van belang. Maar zonder de makers – de kleintjes aan het einde van die keten – is de rest een verzameling nutteloze stenen en geluidsapparatuur. Hoe bescherm je diegenen die de cultuurhuizen, die je tegen deze crisis wenst te bestendigen, ook daadwerkelijk vullen?

Vers Beton – Laura Liza – Cultuurplan

Lees meer

De cultuursector op de schop? Vijf vragen over de Rotterdamse Culturele Basis

Acht kunstinstellingen vormen samen de ‘culturele basis’ van Rotterdam. Wat houdt dit in?

Voelbare verschuiving

In Rotterdam zitten we in het laatste jaar van het lopende Cultuurplan. Dat betekent concreet dat de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur (RRKC) bezig is een nieuw advies op te stellen voor de verdeling van de vierjarige gemeentelijke subsidie voor culturele instellingen en organisaties in de stad. Hoewel dat altijd al een spannende periode was, is dat nu exponentieel gestegen. Wie weet of deze instellingen tegen het einde van dit jaar zijn omgevallen?

Nieuw in de Cultuurplanperiode 2021-2024 is de lancering van een Rotterdamse Culturele Basis (RCB). Het gaat hier om acht grote Rotterdamse instellingen2 die verzekerd zijn van hun subsidiëring. De RCB-instellingen zijn uitgekozen op basis van een zestal criteria. Zo moeten de instellingen minimaal 20 jaar meerjarige subsidie van de gemeente krijgen, in de huidige Cultuurplanperiode (2017-2020) al minstens 2 miljoen euro subsidie per jaar ontvangen en minimaal 100.000 bezoekers per jaar over de vloer krijgen. Ook zaken als artistieke kwaliteit, en hun positie in de stad en in het veld wegen mee. Leest toch een beetje als ‘van vitaal belang’.

En precies hier ligt de crux van het verhaal. Jarenlang was er een strijd om grassroots makers en organisaties meer ruimte te geven in de Rotterdamse culturele sector, en werden gesubsidieerde instellingen bekritiseerd omdat zij die ruimte maar niet wilden bieden. Maar de afgelopen paar jaar was er eindelijk een voelbare verschuiving gaande in het lokale culturele landschap. Steeds meer Rotterdamse instellingen openden hun huizen voor samenwerkingen, interventies en take-overs van nieuwe makers. 

Het zijn jonge, alternatieve en prikkelende stemmen die, volledig geworteld in een hedendaags Rotterdam, de stad een smoel geven voor deze nieuwe eeuw. Nieuwe makers, denkers en doeners die in hun vezels hebben ingebed waar een gemeenteraad beleid op bedenkt. Voor wie inclusie, interconnectiviteit en innovatie3 geen ambities zijn, maar de vanzelfsprekende basis van waaruit zij zich verhouden tot hun praktijk en tot de stad. Zij — of nee — wij zijn de kleintjes aan het einde van de keten.

Gevaarlijk fenomeen

De Rotterdamse instellingen die ruimte voor ons maken zijn meestal niet de allergrootste. En het zijn zelden die instellingen die ‘van vitaal belang’ genoemd worden door ministers die nooit aanwezig zijn op spoken word-avonden, culturele programma’s op een donderdagavond of de uitverkochte show van een lokale rockband. Hoeveel men in die hogere politieke echelons ook hoopt op een doorstromen van de gelden — in de VS noemen ze dat het trickle down-model — zo sceptisch ben ik over hoe dit er werkelijk uit zal komen te zien. 

Too big to fail is een gevaarlijk fenomeen. Vooral in een stad waar de kleintjes haar dynamische hart doen kloppen. Wie een gezonde culturele sector voor ogen heeft, zal die kleintjes moeten bijstaan om van stenen een huis te maken en geluidsinstallaties te laten zingen.

Deze banner kun je wegklikken, maar....

..je kunt ook supporter worden! Vers Beton kan alleen bestaan dankzij een bijdrage van lezers. Vanaf 6 euro per maand maak jij onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk.

Nee, ik lees eerst het stuk verder

  1. NOS meldt dat het vooral gaat om subsidies voor de zogenaamde culturele basisinfrastructuur en voor instellingen en festivals die meerjarig worden ondersteund door de zes rijkscultuurfondsen. Ook gaat er geld naar het Nationaal Restauratiefonds, zodat instellingen daar gemakkelijker geld kunnen lenen. Verder kunnen provinciale musea, poppodia en filmtheaters in aanmerking komen voor steun. ↩︎
  2. De Doelen, Theater Rotterdam, Luxor Theater, Theater Zuidplein, Museum Boijmans Van Beuningen, het Maritiem Museum, de Kunsthal en het Rotterdams Philharmonisch Orkest. ↩︎
  3. Inclusie, interconnectiviteit en innovatie zijn de drie belangrijkste uitgangspunten die de gemeente Rotterdam heeft geformuleerd voor de komende Cultuurplanperiode. Alle instellingen die een Cultuurplanaanvraag doen, worden op deze punten beoordeeld. Lees meer in de Uitgangspuntennota 2021-2024. ↩︎
  4. Hoe het Cultuurplan precies tot stand komt, staat uitgebreid omschreven op de website van de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur: https://www.rrkc.nl/cultuurplan-index/ ↩︎
  5. In beleidstaal: interconnectiviteit. ↩︎
  6. Ik zou ervan maken: Deze nieuwe subsidieregeling is bedoeld voor organisaties die niet terecht kunnen bij de reguliere subsidieloketten voor kunst en cultuur, en voor wie het Cultuurplan nog een te grote stap is. De Impulsregeling biedt vanaf 2021 een tweejarige financiële bijdrage om jonge organisaties te helpen professionaliseren. Jaarlijks is in totaal 750.000 euro beschikbaar. ↩︎
  7. IAB Rotterdam bestaat uit circa 15 topbestuurders uit het internationale bedrijfsleven, overheden en kennisinstellingen. Zij adviseren het gemeentebestuur over de kansen voor de Rotterdamse economie. Zij wordt door het college van B&W van Rotterdam gevraagd te adviseren over een relevant Rotterdams thema, vanuit de gedachte dat een blik van buiten leidt tot nieuwe inzichten. Rotterdam Partners is de organiserende partij. ↩︎
  8. De commissie is in 2018 klankbord voor de activiteiten rond Inclusiviteit en ondersteunt de RRKC bij het opstellen van advies aan het College van B&W. ↩︎
DSC07308-Hilde-Speet

Dean Bowen

Dean Bowen (1984) is stadsdichter van Rotterdam (2019-2020). In 2015 won hij de Van Dale SPOKEN Award in de categorie poëzie en zijn bundel Bokman leverde hem een nominatie op voor de C. Buddinghprijs voor het beste debuut.

Profiel-pagina
michael van kekem portret

Michael van Kekem

Illustrator

Michael van Kekem (1985) werkt als illustratief ontwerper en printmaker. Zijn werk bestaat uit het maken en creëren van redactionele illustraties, boeken, huisstijlen, artwork voor animaties, prints en producten zoals Very Manly Pins. Zeefdruk, digitale en handgetekende elementen zijn belangrijke aspecten in zijn werk.

Profiel-pagina
Nog geen reacties

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.