Voor de harddenkende Rotterdammer
Groothandel_Noordplein_02
Als kleine jongen kwam Henk Zoutewelle vaak op het Noordplein. Beeld door: beeld: Frank Hanswijk

Het was een zonnige lentedag. Een dinsdag. Het kwik kroop richting de twintig graden en Henk Zoutewelle, vijf jaar oud, droeg een korte broek. 

In de vroege ochtend had zijn vader Jacob, die ze ‘Jaap’ noemden, de groentewinkel aan de Hofdijk 41 opengegooid. Dat deed hij alle dagen behalve zondag. Dan zaten mijn oom, zijn drie jaar jongere zusje en beide ouders getrouw, in zondagse kledij, op een houten bank in de Westerkerk,1 op zo’n vijf minuten lopen.  

Zoals vaker had zijn vader die dag een deel van zijn daghandel gekocht op het Noordplein. Tien kisten sla, vijf kisten bloemkool. Dat werk. De grossiersmarkt startte al om 4 uur in de ochtend. En dat gedurende zes dagen per week. 

Tuinders van heinde en verre verkochten daar, op dat centrale Rotterdamse plein, hun aardappelen, groenten en fruit. Ze kwamen met kleine vrachtwagens. Met paard en wagen. Met hondenkarren. Waspeen uit Katwijk en Rijnsburg. Aardbeien uit Tiel. Een bananenstoker rijpte bananen uit ‘de Oost’ in warm gestookte cellen. De fabriek van Paul C. Kaiser bakte “kaakies en beschuit”. 

Mijn oom weet het nog goed. Vanaf het Noordplein werd zo goed als de volledige stad van voedsel voorzien. Als kleine jongen kwam hij er vaak. Om te ravotten met vriendjes. Om te voetballen tussen de zeildoeken en de stalen geraamtes van marktkramen.

Groothandel_Noordplein_01
Beeld door: beeld: Frank Hanswijk

Andijvie in oude kranten

Het gezin Zoutewelle woonde achter hun groentewinkel aan de Hofdijk. Het trappetje op, daar werd gekookt en geleefd. Ornamenten aan het plafond. Sierpleister bloemen, met een grote roos in het midden. Beneden de twee slaapkamers. Achter het huis een langgerekte, smalle binnenplaats waaraan tientallen woningen grensden. Boven woonde een ander gezin. 

De winkel zelf was een donkere pijpenla. Aan de muren planken. Houten kratten op rekken. Zoute snijbonen,2 witte bonen. Aardappelen. Rode kool. Azijn. Limonadegazeuse. Sperziebonen en doperwten in blik. 

Verse andijvie werd in die tijd verpakt in oude kranten en zo aan klanten meegegeven. De knecht haalde het papier per bakfiets op bij de drukkerijen van Het Vrije Volk en De Rotterdammer. Soms ging mijn oom met hem mee.  

Ondanks de inkomsten uit de winkel was het gezin “straatstenenarm”. Zoals zoveel kleine middenstanders in het Rotterdam van toen. De economische recessie, begin jaren dertig uitgebroken in de VS, was volop gaande. “Kreeg mijn vader eerst 60 cent voor een blik sperziebonen, nu was dat 30 cent.” 

Bovendien stonden de Duitse legertroepen op de stoep. Of beter gezegd: ze lagen op het Noordereiland. Aan de voet van de Maasbruggen.

De spanning die in die dagen door Rotterdam raasde, is aan mijn oom goeddeels voorbijgegaan. Thuis werd daar niet over gepraat. Voor zijn gevoel werd die dinsdag dan ook zoals gewoonlijk de tafel gedekt. En begon het vierkoppige gezin na het bidden van het Onzevader onverstoord aan het warme middagmaal.

De trap

De bom kwam neer achter het huis. Ergens op de smalle binnenplaats, waar het wasgoed uit de ramen hing. Even daarvoor losgelaten uit de buik van een van die tientallen bulderende bommenwerpers, die waren opgestegen in Bremen en Westfalen. Zijn vader hoorde ze op het allerlaatste moment aankomen. 

“Onder de trap!” schreeuwde hij naar zijn vrouw, terwijl hij mijn oom en zijn zusje in paniek bij elkaar griste.

Wat volgde, was een oorverdovende, angstaanjagende kakofonie aan geluid. Het trillen van alles wat los en vast zat. Vlak daarna de enorme explosie. De drukgolf. Een mum van een seconde later, breken van de dikke, houten vloerbalken. Binnenmuren van de Hofdijk 413 die bezweken en naar binnen kwamen zetten. Glasgerinkel van al die kapot vallende flessen azijn en limonadegazeuse. 

“We zijn over de brokstukken naar de buitendeur gevlucht”, vertelt mijn oom. “Alles ging gelijk fikken.” 

De houten trap heeft hun levens gered. Maar tijd om daar ook maar een moment bij stil te staan, was er niet. De huizen in lichterlaaie. Een dikke deken van verstikkende rook en stof in de straat. De angst dat nog meer bommen konden vallen.4

Zijn vader rende vrijwel direct naar het pakhuis aan de Blommerdijkschestraat,5 een paar honderd meter verderop. Daar, achter twee groene openslaande deuren, stond de zware bakfiets, vervaardigd uit dik staal en hout. Het was de bakfiets waarmee de winkelknecht dagelijks de grote bestellingen rondreed, naar restaurants en hotels in de stad. 

Met z’n drieën in de houten bak en met vader op het zadel, kon het gezin slechts een kant op. Richting het noorden. Weg van de vlammenzee. Over het Noordplein richting Zwaanhals? Via de Noordsingel richting Bergweg? 

Wat mijn oom nog van hun vlucht weet, is dat zijn zusje zeer ziek was. Om haar warm te houden, was ze volledig in doeken gewikkeld. Stevig vastgeklemd in moeders armen. 

Ze had misschien wel de mazelen.

Hofdijk_achterkant14
Een foto van vader Jacob Zoutewelle, in zijn latere winkel in de Rottestraat. Uit de collectie van Stadsarchief Rotterdam. Beeld door: beeld: Frank Hanswijk

Gymnastiekleraar

Het gezin kwam in Hillegersberg terecht. En met hen trok een lange stoet zojuist ontheemde Rotterdammers de wijk binnen. Aan de Straatweg stonden bewoners klaar om getroffenen op te vangen, weet mijn oom nog als de dag van gister. 

Achter hem, uit de binnenstad, steeg ondertussen een horizonbreed pak van dikke, zwarte rook op. Daaronder een onheilspellende roodoranje gloed. 

De Zoutewelles vonden onderdak bij – zo bleek later – een gepensioneerde gymnastiekleraar. Meneer Weersma van tachtig jaar oud. Hij woonde met zijn huishoudster in een bovenwoning aan de Bergluststraat. 

Als mijn oom tijdens onze tour door het Oude Noorden de spontane hulp memoreert die zijn gezin van hem kreeg, schiet hij vol. “Hij gaf ons alles wat we nodig hadden. Ik hoop dat mensen dit nog steeds zullen doen, wanneer anderen zo in nood zijn.”

Badkuip vol drinkwater

In de bovenwoning van meneer Weersma kwam het gezin op adem. Om voldoende drinkwater veilig te stellen, had hij het bad vol laten lopen. Maar al snel stuurde de oud-leraar de vader van mijn oom terug naar de smeulende puinhopen. 

Want alles wat het gezin van waarde had, zat in het geldkistje. En dat geldkistje was achtergebleven in de winkel aan de Hofdijk. “Toen we vluchtten hadden we niets bij ons. Alleen de kleren die we droegen.”

Het mag een wonder heten dat vader Jacob het tussen de brokstukken vond, al was het geld zwart en omgekruld. De zilveren guldens en rijksdaalders samengesmolten tot een grote klomp. 

De vader van mijn oom moest bovendien weer aan het werk. Geen tijd voor zelfmedelijden, vond hun gastheer. Het kleine pakhuis aan de Blommerdijkschestraat lag vol aardappelen, peen, rode kool, uien. Handel, kortom. “Hij zat er helemaal doorheen. Maar de druk die op hem werd uitgeoefend was het beste medicijn.” 

Twee dagen na het bombardement begon vader Jacob daarom weer met de verkoop vanuit het pakhuis. Met een weegschaal die hij op de pof kocht. Zijn eigen had het bombardement niet overleefd. Ook de kassa was kapot. 

“Hij is gelijk de stad ingegaan om te kijken welke restaurants er nog waren.” Loos bij Station Hofplein bleek gebombardeerd. Maar Hotel Central aan de Kruiskade stond nog overeind, net als het Parkhotel aan de Westersingel en Atlantic6 aan het Westplein. 

Een bijkomend voordeel: de prijzen stegen rap in de dagen en weken die volgden.

Putsepleinkerk

De verkoop liep zo goed, dat moeder Rina moest komen helpen. Mijn oom werd daarom al snel ondergebracht bij opa Zoutewelle. Die was koster van de gereformeerde Putsepleinkerk7 en woonde in de aanpalende woning. 

Een onberispelijke man. Streepjesbroek. Zwart colbert. Wit overhemd. Grijze stropdas. 

“Dat mijn ouders in de shit zaten, realiseerde ik me niet. Ik dacht slechts: ik ga bij mijn opa logeren. Hartstikke leuk!” 

Uiteindelijk verblijft mijn oom bijna een jaar bij zijn opa, terwijl zijn zusje logeerde bij oma aan de andere kant van de familie. Hij leerde fietsen in de kerk waar op zondag met gemak negenhonderd tot duizend kerkgangers bijeenkwamen. Zijn opa maakte houten blokken op de trappers, omdat de fiets een maatje te groot was.

Hofdijk_achterkant13
Na de oorlog verrees kantoorgebouw Katshoek, een wederopbouwpand van Maaskant, op de plek van de voormalige Hofdijk. Beeld door: beeld: Frank Hanswijk

Twintig lijken

Voor mijn oom was de verwoeste binnenstad een grote speeltuin. Met zijn vriendjes was hij vaak in de ruïnes te vinden. Toch kreeg hij genoeg mee van de bezetting. Zo zag hij de twintig lijken die Duitse militairen demonstratief bij het Hofplein hadden laten liggen. Verzetsmensen die in de ochtend bij wijze van vergelding waren gefusilleerd. 

Wat hem ook is bijgebleven, is 24 december 1940. De Duitsers hebben dan de Putsepleinkerk gevorderd om Kerstavond te vieren. Mijn oom staat naast zijn opa bij de ingang. Buiten vriest het een paar graden.

Bij binnenkomst aait een van de Duitse soldaten de kleine Henk over zijn bol. “Abbleiben, das ist mijn kleinkind!” bijt de koster de soldaat in zijn beste Duits toe. Mijn oom herinnert het gevoel van trots dat hij toen voelde. Zíjn opa, die dat maar mooi durfde. Toch begrijpt hij die soldaat ook. “Misschien deed ik hem denken aan zijn eigen kind.”

Schuldgevoel

Lange tijd heeft mijn oom niet over het bombardement en de oorlog gepraat. “Ik ben in de groei van mijn leven hard gaan werken.8 Dan heb je geen tijd om over zulk soort dingen na te denken.” 

Zijn eigen kleinkinderen rakelden het verleden een paar jaar geleden op. “Door hen ben ik als het ware geactiveerd.” Dat gebeurt wanneer een van zijn kleindochters hem vraagt er in haar schoolklas over te komen vertellen. Diezelfde middag doet hij dit nogmaals, spontaan, bij haar tweelingzusje. 

Mijn oom zegt het haast met schuldgevoel. Ondanks alles is de oorlog voor hem geen verschrikking geweest. “Daar was ik te veel kind voor.” Pas later realiseerde hij zich welke misdaden allemaal hebben plaatsgehad. 

Zelf staat hij niet meer zo stil bij de Tweede Wereldoorlog. Tuurlijk, het is van belang dat we onze vrijheid vieren. Dat we alle verschrikkingen nooit en te nimmer vergeten. Maar met al die hedendaagse poeha, zoals rondom 75 jaar bevrijding, moet dat zonodig? 

“Het lijkt alsof we met z’n allen steeds voller raken van het gedenken.”

Deze banner kun je wegklikken, maar....

..je kunt ook supporter worden! Vers Beton kan alleen bestaan dankzij een bijdrage van lezers. Vanaf 6 euro per maand maak jij onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk.

Nee, ik lees eerst het stuk verder

  1. Deze Hervormde kerk overleefde het bombardement niet. Het gebouw stond in de vroegere Ammanstraat, een zijstraat van de Kruiskade. Die lag waar nu zo ongeveer de ingang van de parkeergarage naast het Hilton Rotterdam is. De huidige Ammanstraat is een inmiddels afgesloten bevoorradingsstraat naast het Oude Luxor. ↩︎
  2. In die tijd waren zoute snijbonen met witte bonen een zondagsdelicatesse. ↩︎
  3. De Hofdijk lag destijds waar nu de Heer Bokelweg is getekend. De brandgrens liep tot de Vriendenlaan en de zuidzijde van de Almondestraat. Het Stadsarchief bezit een kaart met het stratenplan voor het bombardement, uit circa 1938. ↩︎
  4. Tussen ongeveer 13:27 en 13:40 werden door circa negentig bommenwerpers ongeveer 97.000 kilo aan Duitse brisantbommen op Rotterdam gegooid. Die kwamen terecht in een brede strook in het centrum en deels in Noord en Kralingen. ↩︎
  5. Deze straat bestaat niet meer. Niet te verwarren met de Blommerdijkselaan, een zijstraat van de Bergweg. ↩︎
  6. Het huidige Grand Café-Restaurant Loos. ↩︎
  7. Het kerkgebouw is afgebroken in 1981. Er staat nu een verzorgingshuis. De voormalige pastorie, gebouwd in 1902, is in gebruik als Turkse moskee. ↩︎
  8. In een krantenartikel uit 1988 vertellen Henk Zoutewelle en zakenpartner Cees de Bie over hun handel in groente en fruit. Hun bedrijf Zoutewelle De Bie & Co verkochten ze uiteindelijk aan grootgrutter Albert Heijn. ↩︎
Portret-MG-2014-tumbnail

Maurice Geluk

Chef onderzoeksredactie

Groeide op in Spijkenisse, woonde als student in de Peperklip op Zuid, verpandde vervolgens zijn hart aan Crooswijk. Actief als onderzoeksjournalist, schrijver en docent. Tips? maurice@versbeton.nl

Profiel-pagina
frank hanswijk

Frank Hanswijk

Fotograaf

Frank Hanswijk (Rotterdam, 1971) is een Rotterdamse fotograaf. Hij ontwikkelde zich breed met werk in journalistiek, reclame, theater en architectuur. De laatste jaren concentreert zijn werk zich steeds meer op architectuur en landschap. Hij benadert de architectuur niet als object maar als plek waarin de mens, al dan niet op de foto aanwezig, een cruciale rol speelt.

Profiel-pagina
Nog geen reacties

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.

Advertentie

HNI_VB_600x500 PX_1