Advertentie

unnamed
Voor de harddenkende Rotterdammer
Vers Beton – Oana Clitan – Onderzoek Prostitutie – 2020
Beeld door: beeld: Oana Clitan

Een vrouw gekleed in een korte rok en top met tijgerprint, zit met haar blote benen over elkaar geslagen aan de bar. Het is vrijdagavond, Valentijnsdag, bijna middernacht in bar Le Petit aan de Scheepstimmermanslaan in het Scheepvaartkwartier. Om de zoveel seconden kijkt ze op haar horloge en naar de deur.

Aan de andere kant van de bar hangen twee vrouwen, blond en donkerharig, in korte jurkjes om een ietwat oudere man. Regelmatig gooien ze hun hoofd in hun nek en lachen luid. Op de achtergrond klinkt het nummer Natural Woman. “Doe nog maar een rondje.” De madam achter de bar, gehuld in een lange bloemenjurk, staat op. Ze schenkt de cocktailglazen van de vrouwen bij met pure wodka, de man krijgt een glas champagne. Híj rekent af. In de ‘animeerbar’ is ‘the girlfriend experience’ in volle gang.

Officieel wordt hier geen seks aangeboden. Er wordt geanimeerd: mannen bewegen tot het aanbieden van drankjes met een belofte van seksueel contact. Of dit soort cafés écht prostitutie faciliteren, is moeilijk te bewijzen. Mannen en vrouwen mogen immers toch gewoon een drankje met elkaar drinken?

Na ruim een uur vertrekt de man met een van de twee dames. De blonde vrouw blijft verveeld achter. Dan rinkelt er een bel, de voordeur zwaait open. De vrouwen aan de bar kijken hoopvol op. “Lang niet gezien, Jan!” zegt de barvrouw in een Oost-Europees accent. Ze springt op uit haar hoge witte barstoel. “Wat wil je vanavond?” Hij denkt even na: “Heb je een Libanese voor me?”

Xenia Gottenkieny – Vers Beton_Platform Investico

Lees meer

Sekswerk in Rotterdam gaat ondanks corona gewoon door: ze moeten wel

De ramen en bordelen zijn tijdelijk gesloten, maar de sekssector draait gewoon door.

Onzichtbare wereld

Bar Le Petit is een van de weinige plekken in Rotterdam waar prostitutie nog zichtbaar is. Voor soortgelijk vertier kan je naar twee of drie andere plekken in diezelfde straat. Of naar officiële seksclubs zoals de Lido en de OQ. Hoewel Nederland wereldwijd bekend staat om het tolerante prostitutiebeleid, neemt het aantal seksbedrijven al jaren af. Zo ook in Rotterdam: de officiële bordeelramen en prostitutiezones zijn al lang gesloten. Hoeveel officiële werkplekken zijn er nog? En waar zijn de Rotterdamse sekswerkers gebleven? 

Platform voor onderzoeksjournalistiek Investico onderzocht voor Vers Beton en De Groene Amsterdammer hoe de wereld van sekswerkers in Rotterdam er vandaag de dag uitziet. We spraken met henzelf; werkzaam als escort, in clubs en op voormalige tippelzones, of via internet vanuit huis, hotels of illegale bordelen. We vroegen hen om documenten, e-mails, foto’s, spraakmemo’s en filmpjes die hun verhalen ondersteunen.

We turfden twee grote websites waar seks in ruil voor geld wordt aangeboden; vroegen de gemeente Rotterdam naar het aantal vergunningen voor seksbedrijven en interviewden tientallen hulpverleners, wetenschappers, zorginstellingen, politieagenten en deskundigen in heel Nederland.

Over één ding is iedereen het eens: de mogelijkheden voor sekswerkers om legaal en veilig te werken, zijn schaars. Vergunde plekken in Rotterdam nemen gestaag af, net zoals in de rest van het land. Sekswerk verplaatst zich naar een ‘onzichtbare wereld’ waar beleidsmakers niet of nauwelijks kijken. Onzichtbaar bij wijze van spreken dan, want met een paar muisklikken gaat de deur open. Sekswerkers ontmoeten hun klanten online en spreken af in woningen, hotels, airbnb’s en zelfs volkstuintjes. 

Als het om sekswerk gaat, focust de gemeente zich vooral op het bestrijden van mensenhandel, minder op het faciliteren van de nieuwe vormen van werken. En juist die focus brengt het tegenovergestelde teweeg, blijkt uit ons onderzoek. Werken in de seksbranche brengt risico’s met zich mee, maar door het huidige beleid verdwijnen sekswerkers (vrijwillig) uit het zicht. Ze lopen in de onvergunde sector meer risico op chantage, diefstal, mishandeling, verkrachting en ook uitbuiting en mensenhandel. 

Keetje Tippel

“Het verlangen is mooier dan het bezit”, staat op een tegeltje aan de muur van het bruine café in Charlois. Danny, een slanke, verzorgde vrouw met grijs haar, neemt een slok van haar Fanta. Ze kijkt regelmatig om en controleert of de man bij de flipperkast niet meeluistert. “Wij stonden aan de ene kant, en de transgenders ergens anders. Sommige klanten wisten dat niet en belandden bij de verkeerde. Het was niet alleen maar verdrietig, ik heb zo gelachen met die meiden!”

Danny werkte op de Keileweg, de laatste tippelzone van Rotterdam. Auto’s reden er door de hekken naar binnen en parkeerden tussen de schotten waar de sekswerkers klaar stonden. Naast de schotten stond een keet – Keetje Tippel – waar zij en haar collega’s terecht konden voor koffie en condooms. En er was een gebruikersruimte, want Danny zat aan de drugs, net als veel van haar collega’s. “Er hingen vaak dealers rond, dat sloeg natuurlijk nergens op!” 

Danny stopte al eerder, maar in 2005 moesten ook haar collega’s op zoek naar een nieuwe werkplek, want de Keileweg ging dicht. Na de sluiting van de bordelen op Katendrecht in 1981 en het opdoeken van de tippelzone op de G.J. de Jonghweg in 1994, verdween hiermee de raam- en straatprostitutie uit Rotterdam. 

Rotterdam1-GJdeJonghweg3

Lees meer

De ripper van Rotterdam

Reconstructie van de coldcasemoorden rond de G.J. de Jonghweg.

Landelijke trend

Vijftien jaar later is de ‘gereguleerde’ seksbranche in Rotterdam nóg verder geslonken. De fysieke plekken voor het aanbieden van seks bestaan uit seksclubs, animeerbars en escortbedrijven. In 2015 waren er nog 79 van dit soort vergunde bedrijven,1 dit kromp in 2019 tot 55.2 Dat is een afname van ruim 30 procent in 4 jaar tijd.

Desondanks heeft Rotterdam, in vergelijking met andere Nederlandse steden, nog steeds veel vergunde seksbedrijven. Hoeveel sekswerkers hier werken is niet duidelijk, aangezien de gemeente de vergunningen uitgeeft per bedrijf en niet per sekswerker. 

De afname van de legale seksbedrijven is een landelijke trend: gemeenten in heel Nederland geven steeds minder vergunningen uit. Tussen 2006 en 2014 nam het totaal aantal vergunde bedrijven, inclusief seksbioscopen, al af met 34 procent, bleek zes jaar geleden uit onderzoek in opdracht van het onderzoeksinstituut WODC. Ten opzichte van 2000 was het aantal zelfs met bijna de helft verminderd. Het onderzoek betrof destijds alle 403 gemeenten, waarvan 83 procent reageerde. 

Voor ons onderzoek benaderden we nogmaals 50 grote gemeenten, waarvan 45 reageerden. Zij gaven inzicht in het aantal geldige vergunningen voor seksbedrijven waar fysieke seks tegen betaling plaatsvindt. In 2015 waren dit er 335 – in 2019 slonk het aantal verder tot 298. Dit is een afname van ruim 11 procent.

Uitsterfbeleid

Met de Prostitutienota voerde Rotterdam in 2015 nieuw beleid in voor sekswerk. De gemeente wilde er meerdere doelen mee bereiken: een ‘stevige aanpak van illegale prostitutie’, versterking van de ‘positie van de sekswerker’ en een ‘beheersbare vergunde sector waarbij hoge eisen worden gesteld aan seksbedrijven’.

Nieuwe aanvragen voor seksinrichtingen blijven mogelijk, maar niet overal. In drie zogenaamde ‘concentratiegebieden’ worden geen nieuwe vergunningen verleend: het gebied tussen de wijken Tarwewijk en Carnisse in Charlois; het deel van Feijenoord tussen de wijken Bloemhof en Vreewijk, en de ’s-Gravendijkwal. In die laatste straat geldt bovendien een uitsterfbeleid: wanneer een seksbedrijf de deuren sluit, mag er geen nieuwe voor terugkomen.

Daarnaast worden in woongebieden in beginsel geen nieuwe seksin­richtingen meer toegestaan. Hetzelfde geldt voor ‘economische ontwikkel- of speerpuntgebieden’: Merwe- en Vierhavens, Katendrecht inclusief het Polsgebied, Rotterdam Central District, Kop van Zuid, Alexandrium I, II en III, Hart van Zuid, Stadionpark, het Zomerhofkwartier en Rotterdam The Hague Airport.

Online sekswerk is booming

De afname van officiële werkplekken betekent niet dat er minder behoefte is aan seks. Sterker: “In de afgelopen jaren zien we de sector in Nederland toenemen”, zegt André van Dorst, directeur van de Vereniging Exploitanten Seksbedrijven. “De markt blijft en wordt bediend, alleen niet op de vergunde plekken. Het is slechts een verschuiving in de wijze van aanbieden.”

Veel sekswerkers zijn nu namelijk online te vinden, en deze markt is booming. Samen met het KRO-NCRV-dataprogramma Pointer analyseerden we advertenties op Kinky.nl en Sexjobs.nl, twee van de grootste Nederlandstalige websites voor seksadvertenties. Op Kinky.nl vonden we in Rotterdam van begin januari tot half maart gemiddeld 688 unieke adverteerders per dag. Op Sexjobs.nl waren het er 1.174. In totaal gaat het om gemiddeld bijna 2000 adverteerders per dag. En dat zijn nog maar twee websites. Sekswerk verdwijnt dus niet uit Rotterdam, integendeel. Het aanbod in de Maasstad is hoog: Amsterdam heeft met gemiddeld 1.133 unieke adverteerders per dag minder aanbod. 

Veel sekswerkers vinden de voordelen van zelfstandig werken via internet prettig. Ze hebben de vrijheid om te bepalen wanneer en hoe lang ze werken, en voor welke prijs. Ook financieel is het voordeliger. Exploitanten van ramen of clubs vragen huur of eisen de helft van je omzet op. Na btw en premie voor de zorgverzekeringswet en de inkomstenbelasting blijft ongeveer 30 procent van het inkomen over.3 En dan heeft de sekswerker nog geen sociale zekerheid en pensioenopbouw.

De Rotterdamse sekswerkers die hun diensten online aanbieden, spreken af bij klanten, in hotels, airbnb’s, auto’s en zelfs volkstuintjes of garageboxen. Maar bijna alle sekswerkers die we spreken, werken vanuit huis. Dat is in principe in Rotterdam niet verboden, als je ingeschreven staat bij de Kamer van Koophandel op het adres waar je woont en werkt, en belasting betaalt. 

Maar wanneer je ‘bedrijfsmatig’ te werk gaat, heb je een probleem. ‘Herhaaldelijk’ adverteren – lees: ‘meer dan één keer per dertien maanden’ – is verboden als je legaal vanuit huis wilt werken. Net als samenwerken met een collega in hetzelfde pand – iets dat veel sekswerkers aantrekkelijk vinden omdat het de veiligheid vergroot. Wie minimaal een droge boterham wil verdienen, is dus al een bedrijf.

Legaal thuiswerken is vrijwel onmogelijk

In de praktijk is het als thuiswerker echter vrijwel onmogelijk om een vergunning te bemachtigen. De Oost-Europese transseksuele sekswerker Stacy wilde in 2015 op de tippelzone in Utrecht werken. “Maar de wachttijd voor een vergunning was vier jaar. Iedereen wil er werken, eigenlijk moet je wachten totdat iemand doodgaat.” Dus schreef ze zich in bij de KvK als sekswerker. Sindsdien betaalt ze belasting en werkt ze vanuit huis in Rotterdam. 

Ze werkt in haar eentje, omdat ze geen boete wil krijgen en bang is haar huis te verliezen. Victoria, een Colombiaanse vriendin van Stacy, werkte omwille van de veiligheid juist wel samen met een collega vanuit haar eigen woning. Afgelopen januari vond er een controle plaats, en werd haar huis gezien als ‘illegale seksinrichting’. Het pand werd een maand gesloten. Bij de tweede overtreding gaat het pand zes maanden dicht, bij de derde voor onbepaalde tijd.

De gemeente is er trots op. “In 2019 heb ik opnieuw stevig opgetreden tegen illegale prostitutie”, schreef burgemeester Aboutaleb afgelopen week in een brief aan de Gemeenteraad. “Zo heb ik 22 woningen direct gesloten nadat hier prostituees zijn aangetroffen, waarbij van de helft de sluitingsduur is verlengd.” Negentien andere woningen gingen dat jaar voor drie maanden dicht. Ook woningcorporaties zetten sekswerkers op straat wanneer die diensten vanuit huis aanbieden. 

Op straat gesmeten

Niet alleen lopen sekswerkers die in hun eentje thuis werken het risico op straat gezet te worden, ook zijn zij kwetsbaarder voor geweld. Dat ondervond ook Stacy. Op een zaterdagavond eind oktober vorig jaar wordt ze, gekleed in een zwart korset en een doorschijnende kanten kimono, uit haar eigen woning gesleurd. Een jong ogende man met een geitensikje smijt haar op de straat voor haar portiek. Haar jurkje scheurt en ontbloot haar linkerborst. Met gebalde vuisten slaat hij haar; nieuwsgierige buren verzamelen zich en kijken toe. 

“Het was geen nieuwe klant, dat was het ergste”, zegt de Oost-Europese sekswerker drie maanden later in een café in Delfshaven. Ze dept de zweetdruppeltjes die tussen haar wenkbrauwen doorglijden droog. Tijdens hun eerste afspraak zag de klant waarschijnlijk waar zij haar geld bewaarde. “Tijdens zijn tweede bezoek vroeg hij om een glas water. Toen ik terugkwam, zat hij tot mijn schrik met beide handen in mijn tas, die ik altijd verstop onder mijn bed. Ik vroeg hem te vertrekken. Toen werd hij agressief.”

“Agressiviteit, chantage. Het gebeurt vaak, te vaak.” Op haar telefoon laat Stacy foto’s zien van de blauwe plekken die het gevecht haar opleverde. En eentje van de klant zelf. “Dit is hem.” Ze klikt een spraakmemo aan: “Ik weet waar je woont. Morgen kom ik je neerschieten”, klinkt de agressieve klant in het Engels. “Als je me niet terugbetaalt vermoord ik je, motherfucker. Ik steek je in je fucking hoofd en ik hak je piemel af. Motherfucker. Je hebt geluk dat ik geen pistool bij me had.” Een week later keert hij terug naar de woning en gooit stenen door de ruit. 

Haar mishandelaar loopt nog steeds rond. De politie adviseert haar om nooit meer alleen, maar samen met een collega te werken, zegt ze. Alleen mag dat dus niet van de gemeente, en kan je op straat belanden. Dat gebeurde alsnog. Haar buren meldden het incident bij de woningcorporatie en volgens haar huurcontract is sekswerk in de woning verboden, zoals geldt bij veel corporaties. Binnen een maand na de mishandeling wordt ze haar huis uitgezet.

Geweld en uitbuiting is niet zeldzaam

Fysieke mishandeling, bedreiging, chantage, afpersing, het is voor Stacy en andere sekswerkers die we spreken geen zeldzaamheid. In 2018 vroegen gezondheidsinstelling Soa Aids Nederland en belangenvereniging voor sekswerkers Proud 308 vergunde én onvergunde sekswerkers in Nederland naar geweld. 60 procent van de sekswerkers maakte fysiek geweld mee, uiteenlopend van klanten die aan de haren trekken tot aan zware mishandeling. 78 procent maakte seksueel geweld zoals verkrachting en seksuele intimidatie mee, 58 procent financieel economisch geweld zoals klanten die niet betalen, en 93 procent sociaal-emotioneel geweld wat vaak voortkomt uit stigma, zoals vernedering, privacyschending en stalking. 

Sekswerkers zonder vergunning hebben dan ook significant meer kans op aanranding, blijkt uit het Soa Aids Nederland-onderzoek. Net als op verkrachting, dwang, ongewenste seksuele diensten, afpersing voor seks, seksuele intimidatie, financieel geweld, opdringerige vragen en stalking. Zij zijn alleen en kunnen bij problemen nergens aankloppen, wat op vergunde plekken zoals ramen en clubs wel kan. 

De GGD Rotterdam-Rijnmond maakt zich zorgen over seksinrichtingen die sluiten, waardoor er minder zichtbare werkplekken komen. Wanneer we het Team Soa en Seksualiteit vragen naar de risico’s van de onvergunde sector, laten zij via de woordvoerder weten: “Wij vermoeden dat er sekswerkers op internet hun diensten aanbieden en mogelijk de weg naar de gezondheidszorg niet weten te vinden. Hoe groot deze groep is, weten wij niet.” 

Ook mensenhandel en uitbuiting vinden steeds vaker plaats in de onvergunde sector. Twee jaar geleden concludeerde Herman Bolhaar, de Nationaal Rapporteur mensenhandel in de Slachtoffermonitor 2013-2017, dat “steeds meer slachtoffers van seksuele uitbuiting worden aangetroffen in de minder zichtbare sectoren van de prostitutiebranche, zoals thuisprostitutie.”

Dat betekent overigens niet dat dit op vergunde plekken helemaal niet meer gebeurt. Zo spreken we een transseksuele vrouw die in Antwerpen en op de tippelzone in Utrecht werd uitgebuit. “Verschillende vriendjes moedigden mij aan om het werk te doen en ik moest een groot deel van mijn geld aan hen afstaan. Eerst vond ik dat fijn, pas later besefte ik dat zij van mij profiteerden en er misbruik van me werd gemaakt.”

Bang om aangifte te doen

Om dergelijke misstanden te voorkomen, werpt Rotterdam ‘bar­rières’ op. De gemeente werkt samen met onder andere zorginstellingen, het Openbaar Ministerie en de Belastingdienst om slachtoffers van mensenhandel en seksuele uitbuiting op te sporen.

De Politie Eenheid Rotterdam komt bij vergunde bedrijven nauwelijks meer mensenhandelzaken en uitbuiting tegen, zegt Wobbe Paasse, teamchef van de vreemdelingenpolitie (AVIM) in Rotterdam. Daarnaast speurt de politie ook online en digitaal naar signalen van seksuele uitbuiting. Vinden agenten een verdachte advertentie, dan doen ze zich voor als klant en maken een afspraak. Eenmaal bij het adres van de sekswerker stappen ze met meerdere collega’s en hulpverleners naar binnen.

Voor veel sekswerkers is het een traumatische ervaring, want voor hen staat veel op het spel. Sekswerker Irina heeft daar een oplossing voor gevonden: “Ik geef nieuwe klanten altijd alleen de straatnaam. Wanneer ze aankomen, leid ik ze telefonisch naar de voordeur.” Ze screent zo haar klanten: als ze haar geen prettig gevoel geven, kan ze de afspraak last minute nog annuleren. En ze behoedt zichzelf ook voor een politiecontrole: “Ik kijk dan uit het raam of het echt geen politie is. Want als dat gebeurt, kan ik mijn werk niet meer doen.”

Dat is een van de redenen dat slechts één op de vijf sekswerkers die te maken krijgt met verschillende vormen van geweld, hiervan aangifte doet bij de politie. Dit blijkt uit het Soa Aids Nederland-onderzoek. Er zijn ook andere redenen om niet naar de politie te stappen: sekswerkers willen anoniem blijven, zijn bang om uit huis gezet te worden of denken niet geloofd te worden tijdens een aangifte. 

Stacy maakte dat ook mee, toen ze eind maart opnieuw werd mishandeld door een andere klant en meteen daarna de politie belde. Volgens de agent had aangifte doen geen zin, omdat ze alleen het telefoonnummer van de klant had, en geen adres. Klanten – de grootste groep geweldplegers – weten hoe kwetsbaar sekswerkers zijn en zoeken de grenzen op. Stacy: “Vaak betalen ze niet eens. Ze zeggen: ‘Oh, vertrouw je me niet? Ik betaal je op het einde.’ Of ze gebruiken een creditcard, maar later blijkt de betaling geannuleerd.”

Zelfredzaam óf slachtoffer

De focus op controle en veiligheid in de onvergunde prostitutiebranche heeft dus een tegenovergesteld effect, zeggen onze gesprekspartners. “De link tussen prostitutie en mensenhandel wordt heel snel gelegd”, zegt Rodney Haan, adviseur mensenhandel en cameratoezicht bij het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid. “Dat zie je in alle beleidsdocumenten.”

Volgens Haan zouden de zaken beter gescheiden kunnen worden. Dat het een kwetsbare sector is, is evident. Maar niet iedere sekswerker is ook slachtoffer van mensenhandel. “Er wordt direct vanuit gegaan dat een sekswerker een zielig, hulpbehoevend, uitgebuit persoon is.”

Er wordt vaak een scheidslijn tussen sterke en zwakke sekswerkers getrokken, maar volgens de sekswerkers die wij spreken is dat onderscheid niet zo zwartwit. Beleidsmatig val je óf in het hokje ‘zelfredzaam’, en dan moet je niet piepen als je een keertje een nare situatie meemaakt. Of je bent slachtoffer van uitbuiting of mensenhandel, en dan moet je gered worden. Alleen is er in de huidige manieren van denken over sekswerk geen ruimte voor ambiguïteit.

Nog dieper de coulissen in

Het is de hoogste tijd voor regels die aansluiten op de huidige praktijk. Zoals gecontroleerde sekshotels waar sekswerkers die online adverteren een kamer kunnen huren op uurbasis. Maar regels bedenken voor een sector die zo kwetsbaar en ingewikkeld is, blijft moeilijk. In 2015 nam Rotterdam zelf het voortouw, nadat de landelijke overheid te lang op zich liet wachten. Al sinds 2008 proberen wetsontwerpers orde te scheppen in een wirwar van lokale regels. Maar keer op keer moeten de wetsontwerpers terug naar de tekentafel.4

Het laatste voorstel is de Wet regulering sekswerk (Wrs).5 Deze wet schrijft voor dat iedere sekswerker een vergunning moet hebben, die geregistreerd wordt en in het hele land geldig is. Veel betrokkenen zijn kritisch, blijkt uit onze gesprekken en de reacties op de internetconsultatie6 van het wetsvoorstel: als de wet wordt aangenomen, worden sekswerkers verder gecriminaliseerd en komt hun privacy in het geding. 

Ondertussen gaat sekswerk nog dieper de coulissen in. Websites als Kinky en Sexjobs zijn alweer ouderwets: veel afspraken worden nu via sociale media en (dating)apps zoals Tinder, Grindr of zelfs Snapchat gemaakt. Een profielfoto met een petje met dollartekens erop, kan een gecodeerde indicatie zijn voor seks in ruil voor geld. Een paar diamantjes achter een gebruikersnaam: idem. “We schrikken sekswerkers zo ver af dat ze zich niet meer laten zien”, zegt criminaliteits-adviseur Haan. 

Omdat ze te bang is om haar huis opnieuw te verliezen, werkt Stacy inmiddels niet meer vanaf haar huisadres. Ze sloot een deal met een Rotterdamse pandjesbaas, die een illegaal bordeel runt: “Hij heeft geen vergunning, maar verhuurt kamers in zijn pand waar ik kan werken. Ik betaal hem 300 euro per week. Dat is een superdeal, want normaal vraagt hij 500.” 

Ze is haar zelfstandigheid kwijt, dat is een nadeel. “Ik dacht dat dit veiliger was”, zegt ze, omdat ze nu met meerdere sekswerkers in een pand werkt. Na haar laatste ervaring met de politie is ook dát gevoel weg. Maar zomaar weggaan bij het bordeel kan ook niet meer: “Ik kom nu niet meer onder mijn contract met de huisbaas uit en moet doorbetalen.”

De namen Stacy en Victoria zijn gefingeerd. Hun echte namen en de achternamen van Irina en Danny zijn bekend bij de redactie. 

De organisatie Prostitutie Maatschappelijk Werk van stichting Humanitas in Rotterdam wil geen toelichting geven op de situatie voor sekswerkers in Rotterdam. 

Sekswerkers werken voornamelijk in het onzichtbare, vanuit huizen en hotels. Voor sekswerkers is het niet altijd even makkelijk om vanuit huis te werken. Ze hebben vaak te maken met geweld van klanten. OPEN Rotterdam sprak met sekswerkers over hun ervaringen.

Bron: beeld: www.youtube.com

Dit onderzoek is een samenwerking van platform voor onderzoeksjournalistiek Investico, Vers Beton, OPEN Rotterdam en De Groene Amsterdammer, en is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten, het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek en de supporters van Vers Beton.  

Wij blijven schrijven over sekswerk in Nederland en Rotterdam. Heb je tips of werk je als sekswerker? Neem contact op via: vandenbraak@platform-investico.nl.

Deze banner kun je wegklikken, maar....

..je kunt ook supporter worden! Vers Beton kan alleen bestaan dankzij een bijdrage van lezers. Vanaf 6 euro per maand maak jij onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk.

Nee, ik lees eerst het stuk verder

  1. Dit blijkt uit het Jaarverslag Bestuurlijke Handhaving 2015 van de Directie Veiligheid Gemeente Rotterdam, pagina 6. ↩︎
  2. Zie: Jaarverslag Bestuurlijke Handhaving 2019 van de Directie Veiligheid Gemeente Rotterdam. ↩︎
  3. Zo spraken we een Eindhovense sekswerker die lang in een privéhuis werkte en ook achter ramen en in clubs heeft gestaan. Van een uurtarief van 80 euro bleef daar na exploitant en belastingen maar 25 euro over, vertelde ze. ↩︎
  4. In 2007 werd de opheffing van het bordeelverbod geëvalueerd door het onderzoeksinstituut WODC. In 2008 kondigde toenmalig minister van Justitie Hirsch Ballin aan dat er een wetsvoorstel aankwam, in 2009 deed hij het wetsvoorstel voor de Wet regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche (Wrp). Deze wet bleef twee keer hangen in de Eerste Kamer en werd dus niet aangenomen. ↩︎
  5. Op dit moment ligt het wetsvoorstel bij de Raad van State. ↩︎
  6. Via internetconsultaties kunnen burgers online feedback aan de overheid geven op wet- en regelgeving die in voorbereiding is. De internetconsultatie van de Wet regulering sekswerk vond plaats in het najaar van 2019. De reacties zijn hier terug te lezen. ↩︎
Ondergrondse prostitutie
180618-5N9A8312Sylvana – klein

Sylvana van den Braak

Sylvana van den Braak (1992) is onderzoeksjournalist bij platform Investico en schreef daar onder andere over arbeidsuitbuiting en moderne slavernij in Nederland en Europa. Momenteel doet ze onderzoek naar sekswerk in Nederland. Samen met Simone Peek maakt ze de podcast Speurwerk. Ze is co-auteur van het boek Uitgebuit en schreef een boekje over de journalistiek in Suriname: A Fri Wortu. Sylvana studeerde Media, Informatie & Communicatie aan de Hogeschool van Amsterdam en Journalistiek aan de Vrije Universiteit van Amsterdam.

Profiel-pagina
54 Investico 07-06-201700749-2

Daphné Dupont-Nivet

Daphné Dupont-Nivet (1989) is onderzoeksjournalist bij Platform Investico en schreef daar onder andere over de flexibilisering van arbeid, duurzaamheid, Co2-compensatie en big tech. Momenteel doet ze onderzoek naar sekswerk in Nederland. Ze werkt op dit moment aan een boek over de Amsterdamse Bijlmerbajes en liep ooit stage bij De Correspondent. Daphné studeerde internationale betrekkingen aan de Universiteit Utrecht en wereldgeschiedenis aan Columbia University en London School of Economics.

Profiel-pagina
Oana_headshot

Oana Clitan

Illustrator

Oana Clitan houdt zich bezig met collages, GIFs en tekeningen over de relatie van mensen met technologie en massamedia. Haar werk kan ontwerp, kunst of illustratie zijn, en ze houdt er van referenties naar de jaren 90 te gebruiken.

Profiel-pagina
Lees 2 reacties
  1. Profielbeeld van Daphne Dupont-Nivet
    Daphne Dupont-Nivet

    Hi Anne, bedankt voor je bericht en fijn om te horen dat je je in het artikel kunt vinden! Wat betreft je vraag: we hebben inderdaad meerdere trans sekswerkers gesproken, ook een aantal die we dit in artikel niet citeren. Sommigen identificeren zich inderdaad als transgender en anderen als transseksueel. De sekswerkers die we hier citeren identificeren zich inderdaad als transseksueel, dat hebben we voor publicatie ook nog even bij hen gecheckt! Maar zeker goed dat je het aanstipt. Groet! Daphné

  2. Profielbeeld van Anne Ardon
    Anne Ardon

    Hoi Silvana en Daphné, wat een fijn en diepgravend artikel hebben jullie gemaakt met veel ruimte voor het verhaal van de sekswerkers zelf! Dat zie je niet vaak, echt heel goed! Ik had echter ook een vraag, jullie laten ook veel transgender sekswerkers aan het woord (top, die horen we al helemaal weinig in de media) maar jullie noemen twee sekswerkers “transseksueel”. Sommige sekswerkers identificeren zich als transseksueel (en dan heb ik niets gezegd!) maar ik weet dat heel veel transgender mensen de voorkeur hebben voor “transgender”. Dit zijn dus geen synoniemen voor elkaar. Again: als de sekswerkers zich zo identificeren heb ik niets gezegd maar ik wilde er toch even de aandacht op vestigen. Dankjewel!

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.

Advertentie

1718_2021_009_600x500_online banner_geef ruimte