Voor de harddenkende Rotterdammer
Pesthuis_Feyenoord_Stadsarchief
Voormalig pesthuis op het eiland Feijenoord. Beeld door: beeld: Stadsarchief Rotterdam

Op het noordelijke puntje van schiereiland Feijenoord ligt Panorama Dillenburg. Vanaf hun dakterrassen kijken de bewoners van dit wooncomplex uit op de Maas. Hun woningen hebben een gemeenschappelijk binnenterrein, net als het zeventiende-eeuwse pesthuis dat drie eeuwen geleden op precies deze plek stond, het laatste pesthuis dat in Rotterdam is gebouwd (in 1716). Maar het is nooit gebruikt: vanaf 1667 waren de pestepidemieën over. Het was met name door die mogelijkheid, om zieke mensen te isoleren, dat Rotterdam de pestepidemieën het hoofd wist te bieden.

De huidige coronacrisis laat zien dat we ook in de 21e eeuw nog steeds te maken kunnen krijgen met epidemieën en pandemieën. Omdat Rotterdam van origine een havenstad is, een spil in het wereldnetwerk, was (en is) deze stad al eeuwen een plek van komen en gaan. Niet alleen van mensen en goederen, maar ook van ziektes als de pest, cholera, pokken en tyfus. Allen hebben ze hevige epidemieën veroorzaakt in Rotterdam. Sterftecijfers schoten omhoog en de samenleving raakte ontregeld. Toch hebben ze allemaal bijgedragen aan het Rotterdam van nu.

Pest

Wanneer: 15e eeuw tot eind 17e eeuw 
Doden in Rotterdam: ± 1.200
Varianten: builenpest, longpest, pestsepsis, pestis minor 
Symptomen: koorts, pestbuilen, hoofdpijn, misselijkheid, braken
Besmetting: builenpest: vlooienbeet, longpest: nies- en hoestdruppels

Van de vijftiende tot de zeventiende eeuw is Rotterdam zeker acht keer door een pestepidemie getroffen. Het virus kwam oorspronkelijk uit Azië en verspreidde zich via handelsroutes richting Europa. Havensteden stonden vooraan in de linie en werden vaak als eerste blootgesteld aan de pest. Vooral in de volksbuurten verspreidde de ziekte zich snel vanwege de slechte hygiëne. Rijkere mensen waren minder vatbaar, omdat ze niet zo dicht op elkaar woonden en vaker hun kleding konden verschonen. Na een paar pestepidemieën werden Rotterdammers pas echt bang voor deze meedogenloze infectieziekte. In 1636 bedreigde een Rotterdamse moeder zelfs een binnenvader1 met een mes zodat ze met haar kind in het pesthuis mocht verblijven. Drie dagen later werd ze weggestuurd, omdat ze niet ziek bleek te zijn.

Het eerste pesthuis van Rotterdam werd in 1556 gevestigd in het voormalige St. Annaklooster aan de Goudsewagenstraat, en had een eigen binnenplaats en kerkhof. Als je hier werd opgenomen dan gebeurde dit ‘s ochtends vroeg of ‘s avonds laat. Opnames bleven op die manier namelijk onopgemerkt en dat was goed voor de gemoedsrust van de Rotterdamse bevolking. Het was ook wel geruststellend, de gedachte dat er bij een plotselinge epidemie een veilige, aparte plek was voor besmette mensen. Dan kon de ziekte zich niet zo snel verspreiden.

Het pesthuis was dus eigenlijk één van de eerste vormen van quarantaine. Door zieke mensen te isoleren, kon de verspreiding van de ziekte gecontroleerd worden. Elke stad of dorp had een eigen pesthuis. En er was een ‘pestbestuur’ dat maatregelen nam om de ziekte de kop in te drukken. Zo mochten besmette kinderen niet naar school en werden bij een uitbraak in 1635 ook de wekelijkse openbare markten tijdelijk verboden.

De pestmeester was verantwoordelijk voor het behandelen van de zieken. Hij maakte papjes om pestbuilen aan te pakken en deed soms ook chirurgische ingrepen. De pestmeester werd ook wel snaveldokter genoemd vanwege het vreemde vogelsnavel-masker dat hij droeg. In die snavel zaten kruiden om de besmette lucht te filteren. Een soort zeventiende-eeuws mondkapje dus.

Alle pestmaatregelen leidden tot een eerste bestuurssysteem voor het beheersen van infectieziektes. Later volgde er een cholera-commissie en een commissie voor de pokken. En ook vandaag de dag zijn er organisaties die zich specifiek focussen op het bestrijden van infectieziektes. We hebben nu geen pestmeester, maar een corona-minister.2

Cholera

Wanneer: 1866
Doden in Rotterdam: 1.242
Varianten: –
Symptomen: misselijkheid, braken, buikpijn, diarree
Besmetting: via besmet drinkwater

Net als de pest is cholera vanuit Azië naar Europa gekomen. In de negentiende eeuw werd Rotterdam het slachtoffer van vijf cholera-epidemieën. Slechte hygiëne zorgde voor een snelle verspreiding van de ziekte. Veel Rotterdammers haalden hun drinkwater uit sloten en grachten in de stad. Het probleem was afval en uitwerpselen nog in diezelfde sloten en grachten terechtkwamen. Die combinatie van slechte drinkwatervoorzieningen en armzalige woonomstandigheden zorgde ervoor dat Rotterdam vatbaar was voor de verspreiding van bepaalde ziektes. Gecombineerd met al het verkeer van mensen in de Rotterdamse haven: een perfecte voedingsbodem voor epidemieën.

De laatste cholera-epidemie in Rotterdam heerste van 1866 tot 1867. De burgemeester kondigde bij de uitbraak in een besloten zitting van de gemeenteraad een aantal maatregelen aan. Er werd een cholera-commissie in het leven geroepen en deze bestond voor het grootste deel uit experts: artsen, een apotheker en ook de directeur van het Coolsingelziekenhuis. Eén van de eerste maatregelen was het opzetten van een hulpziekenhuis. Ook werden de jaarlijkse kermis en bloemenmarkt afgeblazen.

De commissie hield nauwkeurig bij welke wijken en welke beroepsgroepen het zwaarste werden getroffen door de cholera-epidemie. De wijken in de binnenstad kenden de meeste slachtoffers vanwege de slechte drinkwatervoorzieningen en de hoge bevolkingsdichtheid. Onder schippers, schippersknechten en sjouwers3 was de cholerasterfte het hoogst. Dit kwam omdat alle havenarbeiders in die overvolle wijken zonder schoon drinkwater woonden.

De Rotterdamse cholera-commissie bracht na die uitbraak een rapport uit over de slechte hygiëne in de stad. De boodschap: er moest nu toch echt een drinkwaterleiding komen in Rotterdam. In 1874 werd de waterleiding aangelegd. Aan de Honingerdijk werd een watertoren4 geplaatst waar schoon drinkwater gefilterd en opgeslagen werd.

Cholera heeft veel doden op haar geweten, maar zij was ook de directe aanleiding voor de aanleg van drinkwaterleidingen in Rotterdam. Die waterleidingen zijn toch erg handig nu we dagelijks tot wel twintig keer onze handen moeten wassen.

Watertoren_na_Cholera_Stadsarchief
Werken van de Gemeentelijke drinkwaterleiding, Honingerdijk. Beeld door: beeld: Stadsarchief Rotterdam

Pokken

Wanneer: 1870-1871
Doden in Rotterdam: 1.757
Varianten: variola minor, variola major, koepokken
Symptomen: hoge koorts, vermoeidheid, spierpijn, misselijkheid, braken
Besmetting: via nies- en hoestdruppeltjes

Pokken waren al sinds de zeventiende eeuw een bekende infectieziekte voor Rotterdam. Door de troepenbewegingen en vluchtelingenstromen van de Frans-Pruisische oorlog (1870-1871) kwam de laatste grote pokkenepidemie in Rotterdam op gang. Het was de taak van de ‘Commissie tot ondersteuning van behoeftige poklijders te Rotterdam’5 om deze epidemie te bestrijden. Er werd geld vrijgemaakt om maatregelen te nemen tegen de verspreiding van de pokken. Zieke mensen werden geïsoleerd, woningen ondergingen grondige ontsmetting en de Koningsdagfestiviteiten gingen in 1871 op verzoek van de koning zelf niet door.

Rotterdam was in de achttiende en negentiende eeuw al veel vaker getroffen door pokkenepidemieën. Daar zat een soort ritme in: na twee normale epidemieën6 volgde vaak één zware epidemie. De meeste slachtoffers7 waren jonge kinderen. Engelse artsen werkten rond 1800 in Genua en Hannover hard aan de eerste versie van de koepok-inenting. Door het heen en weer reizen van dit soort artsen kwam de kennis over het vaccin al vroeg in Rotterdam terecht. Daarom kon Rotterdam als één van de eerste steden in Europa experimenteren met koepok-inentingen. Maar het duurde lang tot er op grote schaal werd gevaccineerd.

Vaccineren werd in Rotterdam vanaf 1863 verplicht op openbare stadsscholen. Vervolgens werd dat in 1872 landelijk beleid. Ook kon de overheid de vaccinatie van risicogroepen (in dit geval kinderen) verplichten. Deze verplichte vaccinatieprogramma’s waren de eerste stap in het tegengaan van de verspreiding van infectieziekten. En daar maken we nu nog gebruik van: denk maar aan de rijen kinderen die nog altijd op negenjarige leeftijd in sporthallen worden ingeënt tegen de bof, mazelen en rode hond.

Tyfus

Wanneer: 1919
Doden in Rotterdam: Door voorzorgsmaatregelen is de epidemie snel de kop in gedrukt. Daarom zijn er weinig cijfers te vinden over de slachtoffers.
Varianten: vlektyfus, buiktyfus, paratyfus
Symptomen: hoofdpijn, rillingen, koorts, misselijkheid, huiduitslag
Besmetting: via luizen of vlooien en via besmet drinkwater

In 1919 werd Rotterdam geteisterd door een vlektyfus-epidemie. Deze volgde kort op de Spaanse Griep (1918) en de Eerste Wereldoorlog. Migranten werden door de toenmalige Rotterdamse burgemeester gezien als de voornaamste verspreiders van de ziekte. Veel van hen kwamen namelijk uit Oost-Europa waar aan het front een tyfus-epidemie was uitgebroken. Zij wilden via Rotterdam doorreizen naar Amerika. De burgemeester besloot dat migranten die per boot in Rotterdam aankwamen, geïsoleerd moesten worden op de Wilhelminakade. Hiermee wilde het stadsbestuur de verspreiding van de ziekte tegengaan. Al snel werd duidelijk dat er te weinig mogelijkheden waren voor isolatie van mensen. Het kleine quarantainestation bij Maassluis had namelijk onvoldoende capaciteit.

Doordat de vlektyfus-epidemie vlak na de Spaanse Griep op kwam, ontstond er onder de Rotterdamse bevolking een dringende behoefte aan een georganiseerde aanpak van epidemieën, verbetering van hygiëne en medische hulp aan armen. De gemeenteraad had in 1917 al goedkeuring gegeven voor de oprichting van een Gemeentelijk Geneeskundige Dienst (GGD). Het uitbreken van de vlektyfus gaf dat laatste zetje en in 1919 werd de GGD opgericht. 

De taak van de GGD was om het stadsbestuur te ondersteunen bij het bevorderen van de volksgezondheid. Daarnaast was de gezondheidsdienst onder andere verantwoordelijk voor het verzorgen van vaccinaties en het behandelen van mensen die leden aan besmettelijke ziekten. De Rotterdamse GGD bestond in 2019 honderd jaar. De gezondheidsdienst is ooit in het leven geroepen om epidemieën te bestrijden en sinds het coronavirus is opgedoken, vervult de GGD weer dezelfde functie als honderd jaar geleden.

Deze banner kun je wegklikken, maar....

..je kunt ook supporter worden! Vers Beton kan alleen bestaan dankzij een bijdrage van lezers. Vanaf 6 euro per maand maak jij onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk.

Nee, ik lees eerst het stuk verder

  1. Medewerker van een pesthuis. ↩︎
  2. Hugo de Jonge, minister van volksgezondheid wordt ook wel de corona-minister genoemd. ↩︎
  3. Van de 1000 mannelijke cholera-doden in Rotterdam waren 125 schippers en schippersknechten en 82 sjouwers.

    Archivaris drs. B. Woelderink schreef in 1964 een uitgebreid stuk over de cholera-epidemie van 1866 in het Rotterdams Jaarboekje. ↩︎

  4. De watertoren staat er nog steeds, maar wordt nu gebruikt als woon- en kantoorruimte en er zit ook een restaurant (De Watertoren). ↩︎
  5. Deze commissie werd opgericht in 1871. ↩︎
  6. Een normale epidemie resulteerde in een oversterfte van ongeveer 30%.

    Oversterfte gaat over het aantal doden bovenop het reguliere sterftecijfer dat wordt voorspeld voor een bepaalde periode. Oorzaken van oversterfte zijn specifieke ziektes, natuurrampen, etc. ↩︎

  7. Tijdens de epidemie van 1870-1871 vielen in Nederland totaal 15.787 pokkendoden, waarvan 7.734 kinderen jonger dan vijf jaar. ↩︎
EileenvdBurgh

Eileen van der Burgh

Redactiestagiair

Eileen van der Burgh (1996) is historicus in spé. Op dit moment is ze bezig met het voltooien van het laatste jaar van de Bachelor Geschiedenis aan de Erasmus Universiteit. Rotterdam is voor haar de ideale plek, want de ontwikkelingen in de stad zijn een bron voor historische analyses waar we juist nu wat van kunnen leren.

Profiel-pagina
Nog geen reacties

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.