Voor de harddenkende Rotterdammer
Hans_Sleutelaar_DSCF5412 kopieren
Beeld door: beeld: Frank Hanswijk

Het ik van iedereen

door Erik Brus

“Het naoorlogse Rotterdam is een stad zonder verleden”, schreef Hans Sleutelaar in zijn korte beschouwing ‘Rotterdam als bakermat’. Sleutelaar (Rotterdam, 1935) groeide op tussen de oorlogsruïnes in een stad die heropgebouwd moest worden. Dat had, zo schreef hij, een beslissende invloed op hoe hij als schrijver en dichter in het leven stond. Het bestaan in deze stad is gericht op wat tot stand moet worden gebracht. “De zuigkracht van de toekomst maakt alles en iedereen aan haar ondergeschikt.”

Persoonlijke zielenroerselen staan niet voorop in Sleutelaars gedichten. Hij zoekt zijn materiaal niet in hemzelf, maar kijkt naar wat buiten voorhanden is. Samen met jeugdvriend C.B. Vaandrager en (niet-Rotterdammers) Armando en Hans Verhagen wilde hij vanaf eind jaren vijftig de grens tussen literatuur en leven zoveel mogelijk doorbreken. De tijdschriften Gard Sivik en De Nieuwe Stijl gebruikten zij daarbij als spreekbuis.

Met readymades, reclameteksten, flarden uit gesprekken op straat, citaten uit popsongs, liet deze Bende van Vier zien dat alles materiaal voor poëzie kan zijn. De dichter vindt zijn materiaal vooral in wat voorheen als niet-poëtisch werd beschouwd. De honende reacties die zij kregen uit traditionele poëziekringen, drukten Sleutelaar en zijn bendegenoten met genoegen in hun eigen tijdschriften af. Want ook humor, onverstoorbaarheid en optimisme waren kenmerken van de Nieuwe Poëzie.

Het zakelijke, nuchtere Rotterdam, dat nog nauwelijks een literair klimaat van betekenis had, was hierbij de ideale voedingsbodem. Sleutelaar en co. presenteerden zich als goedgeklede, kortgeknipte zakenmannen. Het klassieke beeld van de dichter als wazige, verstrooide figuur – daar stonden zij ver van af. Zij deden aan copywriting, journalistiek, schreven over popmuziek, sport, de zakenwereld, en zouden later bij tv-producties betrokken raken. 

De Bende van Vier viel in 1966 uiteen. De overige bendeleden waren allang zelfstandig gedebuteerd toen ook Sleutelaar zijn eerste dichtbundel uitbracht. Voor Schaars licht (1979) maakte hij een strenge selectie uit zijn poëzie tot dan toe. Het duurde nog eens vijfentwintig jaar voordat zijn tweede bundel Vermiste stad (2004) verscheen, met daarin o.a. een reeks Rotterdamse kwatrijnen.1 En in Wollt ihr die totale Poesie? (2015) verzamelde hij een ruime keuze uit zijn twee bundels, plus een aantal verspreide gedichten en vertalingen. 

Sommige vroege gedichten in Wollt ihr die totale Poesie?, zoals de cyclus ‘Sturen’, bestaan uit korte, ogenschijnlijk zakelijke observaties met regels als “De snelheid doet ons goed (…) De generiek is deel van een grotere / generiek, die deel is van een grotere. // De snelheid levert meer data, meer inside information.” Het is poëzie die zich koel voordoet, maar waarachter een verhulde romantiek schuilgaat. Er spreekt de wens uit om zich niet boven het leven te verheffen maar om dat te omarmen in zijn mooiheid en lelijkheid. De regels zijn korte, inzichtelijke flitsen uit de werkelijkheid die zich niet beteugelen laat. 

Veel latere gedichten, zoals de Rotterdamse kwatrijnen, hebben een meer traditionele vorm. Maar ze zijn even hoekig als voorheen, en ook deze poëzie strekt zich uit tot het niet-poëtische en veel blijft ongezegd. Een voorbeeld hiervan is het kwatrijn ‘Nachtcafé’:

In het morsig nachtcafé kwam ik hem tegen,
mijn oom, al aan het aards bestaan ontstegen.
Ik was jong. Niks deugde. Niemand vond genade.
Toen heeft zijn blik mij van die mensenhaat genezen.

Kort, eenvoudig verwoord, en elke lezer kan er iets van zichzelf in herkennen. Poëzie die ertoe doet is niet persoonlijk, schreef Sleutelaar in ‘Rotterdam als bakermat’, maar bovenpersoonlijk. “De dichter verpersoonlijkt, als het goed is, het ik van iedereen.”

Hemellichaam

door Elfie Tromp

Ach, afgelopen week is een van mijn lievelingsdichters overleden, Hans Sleutelaar, een van de Gard Sivik-jongens.2 De man die het boek Ik Jan Cremer heeft geredigeerd tot het succes dat het is, en in strakke broek en met sigaret de poëzie wild maakte. Op de Sien, weetjewel. Groot verkeersbord met een streep door het cijfer 50, want fuck die Vijftigers. We moeten nieuwe zakelijkheid bedrijven. Emotieloos registreren. Strak en recht als de stad. 

Het is de poëzie en literatuur waar ik als beginnend schrijver groot mee werd. Het gedicht is een bericht. Je lees het terug in mijn eerste roman. Kale, kale zinnen. Ook voor het literaire blaadje Strak, dat ik samen met Jerry Hormone runde, waren de Gard Sivik-ers ons voorbeeld: We bedreven, zo schreven we in het colofon, Nieuwe Nieuwe Zakelijkheid. (haha). De bravoure heb ik vooral van hen afgekeken. 

Vorig jaar at ik koekjes bij Sleutelaar in zijn flat. Hij was een glanzend kopje op een herenlijf. Op de hoogte ook van wat ik deed, dat vond ik leuk. Ik las de gedichten van hem voor die me zo zo zo hadden geraakt, zoals:

Herinnering

Rotterdam is een godverlaten kade
onder koud lamplicht, zwavelgeel,
en een zwarte, maandoorvlaagde wade
omspant het onuitsprekelijk geheel.

Hij vertelde me op zijn beurt over zijn verzorgster, een struise vrouw waar hij mee wandelde en die hem dan stevig onder de oksel vastpakte. Die sterke hand van haar, op dat warme, weke plekje van zijn lijf, dat voelde hij de hele dag nog. Ze had hem, twee weken geleden, bij het afscheid gekust, op de mond, met een stukje tong en hij had in vuur en vlam gestaan. Ze hadden er niks meer over gezegd, zei hij, maar hij had gevoeld, dat het oprecht was. 

Ik denk nu graag aan dat verhaal. Dat hij in dat ledikant daar heeft liggen woelen, als een mol onder zijn eigen oude huid. Gravend in dat verlangen dat dichters naar de pen doet grijpen. 

Sleutelaar is nu, zoals hij zelf zoveel jaar geleden schreef, een hemellichaam:

Hemellichaam

het uur dat ik de dag als een oog heb opengebroken 
en de zee in een dauwdruppel samengoot
was ik radeloos was ik vuur

was ik 
een gat in de huid van de ruimte
een kreet van vreselijke vreugde
een magere morgen van zand en honger

en wist mij later blindgestaard en doodgewoekerd
en viel
en spleet uiteen

Hans_Sleutelaar_DSCF5545 -uitgelicht

Lees meer

Hans Sleutelaar: “Ik wilde leven voor de kunst, er niet aan kapotgaan”

Artistiek multitalent Hans Sleutelaar (Rotterdam, 1935) keerde na lang in het buitenland…

Deze banner kun je wegklikken, maar....

..je kunt ook supporter worden! Vers Beton kan alleen bestaan dankzij een bijdrage van lezers. Vanaf 6 euro per maand maak jij onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk.

Nee, ik lees eerst het stuk verder

  1. Een kwatrijn is een gedicht (of een strofe van een gedicht) van vier versregels en twee rijmklanken. ↩︎
  2. Gard Sivik was een Vlaams-Nederlands avant-gardetijdschrift dat in 1955 werd opgericht op initiatief van de Vlaamse dichters Gust Gils en Paul Snoek. Later werd het tijdschrift gerund door de Nederlandse schrijvers Hans Verhagen, Armando, Hans Sleutelaar en Cornelis Bastiaan Vaandrager. In 1965 ging Gard Sivik over in de De Nieuwe Stijl van Armando. ↩︎
Erik-Brus

Erik Brus

Auteur

Erik Brus is schrijver en journalist. Hij schreef met Fred de Vries het boek ‘Gehavende stad, muziek en literatuur in Rotterdam van 1960 tot nu’ (2012). In 2015 verscheen het mede door hem samengestelde boek ‘Ken zó in Boijmans – Frans Vogel 80’. In 2016 was hij samensteller van ‘Sleutelaar worden: herinneringen van en aan een zwijgende dichter’, en in 2017 van ‘Vaan nu – C. B. Vaandrager met andere ogen’.

Profiel-pagina
Elfie Tromp

Elfie Tromp

Elfie Tromp (1985) is schrijver, dichter en columnist. Underdog, haar tweede roman, is genomineerd voor de BNG Literatuurprijs en Diorapthe. Ze is druktemaker voor De Nieuws BV en regelmatig presentator voor radioprogramma VPRO Nooit Meer Slapen.

Profiel-pagina
frank hanswijk

Frank Hanswijk

Fotograaf

Frank Hanswijk (Rotterdam, 1971) is een Rotterdamse fotograaf. Hij ontwikkelde zich breed met werk in journalistiek, reclame, theater en architectuur. De laatste jaren concentreert zijn werk zich steeds meer op architectuur en landschap. Hij benadert de architectuur niet als object maar als plek waarin de mens, al dan niet op de foto aanwezig, een cruciale rol speelt.

Profiel-pagina
Nog geen reacties

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.