Advertentie

unnamed
Voor de harddenkende Rotterdammer
Ver-Beton—Elzeline-Kooy—Column-Christine-Bosch
Beeld door: beeld: Elzeline Kooy

Onlangs kreeg onze boekhandel de vraag om een pop-up-winkel te beginnen aan de Groene Hilledijk in Feijenoord. Door onze verhuizing was daar geen sprake van, maar sowieso twijfelde ik: zou dat daar werken? Kunnen we daar, al is het maar tijdelijk, iets moois beginnen, in een diverse wijk, of worden we gebruikt voor gentrificatie die uiteindelijk meer kapot maakt dan doet groeien?

Überhaupt kun je als ondernemer eindeloos piekeren over je locatie: zo moet je winkel op een goede, drukbezochte plek zitten, want het is al moeilijk genoeg om het hoofd boven water te houden. Maar aan de andere kant is een b-locatie al moeilijk te betalen met een normale omzet.

In Rotterdam zijn zelfs ‘slechte’ plekken eigenlijk te duur geworden om een redelijk lopende winkel te runnen. Zo had ik ooit een winkel op een f-locatie, in het Mathenesserkwartier. Daar wilde de gemeente panden  – onder meer dat van ons – opknappen om er een mooie mix van wonen, winkels en groen van te maken. Maar het werd allemaal lullig uitgevoerd door Com.wonen, het huidige Havensteder, dat destijds namens de gemeente het vastgoed in ‘prachtwijken’ beheerde. De ironie van die benaming galmde door in hun uitvoering: appartementen werden opgeleverd met wc’s zonder plek voor een deur, met bizar brede gangen die de helft van een verdieping innamen. De contactpersoon voor ondernemers woonde in Gouda en kon het allemaal niet veel schelen. 

Toch ging onze huur omhoog. De lullig opgeknapte appartementen om ons heen, bleven jaren in de verkoop staan. En een voor een verdwenen al onze cultureel-ambachtelijke buren: de filosofische werkplaats voor kinderen, de mozaïekwinkel, de meubelmaker, de Kunstsuper. En daarmee het kleine beetje aanloop dat we buiten onze moeizaam verworven vaste klanten hadden. 

Het dozijn appartementen dat onverkocht bleef, werd uiteindelijk in de huur gedaan, ook voor gigantische bedragen. Gezocht: twaalf bovenmodale tweeverdieners die in Tussendijken willen wonen… Een paar stellen mengden zich in onze fijne, maar arme wijk. Maar het was too little too late

Nu zit er al jaren een nagelstudio op de plek van onze boekhandel. Had dat voorkomen kunnen worden door een andere projectontwikkelaar, die meer aandacht had gehad voor de panden, voor de mensen in de wijk, voor de wijk zelf? Of had er iemand vanuit de gemeente dichter bovenop moeten zitten, om de belangen van de buurt te verdedigen?

“Er zijn zoveel variabelen, wil je als ondernemer overleven. Maar de grootste ervan is door de gemeente beïnvloedbaar: de huurprijs”

De meeste ondernemers die op een goede plek zitten hebben óf ooit gekocht, óf hebben een huurcontract dat al dertig jaar loopt en dus heel redelijk is. Óf een partner die een goedbetaalde baan heeft. (Het kan ook nog dat ze zeldzaam veel geluk hebben. Of een enorm lucratieve niche ontdekt in de afzetmarkt van de regio: een hondendanssalon of iets anders geniaals dat nog niet bestond.) 

Er zijn zoveel variabelen, wil je als ondernemer overleven. Maar de grootste ervan is door de gemeente in principe beïnvloedbaar: de huurprijs. En die wordt dus steeds hoger naarmate je als ondernemers een aantrekkelijke winkelomgeving creëert, zoals we op Katendrecht gemerkt hebben.

fenixloodsen_lvd_8

Lees meer

De Kaap gekaapt

Opinie: Ondernemers maakten de Kaap populair met hard werken en worden nu opzijgezet.

Er zijn slimme oplossingen voor dat probleem, waar de gemeente ook soms aan meewerkt: de ondernemers waar wij de ruimte voor onze boekhandel huren, houden het voor ons betaalbaar door met relatief lucratieve horeca de hoge huren van onze nieuwe a-locatie te dekken. Of, zoals onlangs bekend werd, de ondernemers aan het Deliplein die als coöperatie hun panden mogen kopen om hun veilige, diverse, levendige locatie zelf in de hand te houden. 

Door niet direct aan pandjesbazen of hoogste bieders te verkopen, maar oog te hebben voor de belangen van de buurt, kan de gemeente zo verantwoordelijkheid nemen voor diversiteit en openheid. En zich als partner van de worstelende winkeliersverenigingen beschikbaar stellen. 

Want ja, ik geloof in de kracht van mooie kleine winkeltjes in een wijk, van inwoners met verschillende culturele achtergronden, van industrie naast woningen en zoveel mogelijk groen en water naast de deur! Maar waarom moet dat gepaard gaan met het wegjagen van bewoners die minder geld te besteden hebben? 

Ik weet dat er mensen zijn die huiveren bij het idee van opleving (gentrificatie) van hun buurt, ‘niemand zit te wachten op een boekhandel, een eigenwijs koffietentje, een biologische groenteboer, een hondendansschool’. Jawel! Dat zitten mensen wel! (Nou ja, die laatste weet ik niet, maar die eerste drie dan toch.) Je vreest namelijk die onderneming zelf niet, maar je vreest het ermee gepaard gaande verval van de wijk tot een nieuwe rijke enclave.

Het is een delicate balans tussen liberaal beleid, en het welzijn van minder rijke bewoners en ondernemers garanderen. Wanneer je als stad de marktwerking op alle vlakken van onze samenleving haar gang laat gaan – en zelfs bewust opzoekt in de hoop een wijk wat minder arm en eenzijdig te maken – eindig je straks met alleen nog maar hele dure huizen, grote winkelketens of überhaupt geen fysieke winkels meer. Omdat mensen en ondernemers met een modaal inkomen of lager steeds verder naar de randen van de stad verdwijnen. 

Verdienen alleen rijke mensen een huis op een fijne plek? Verdienen alleen gehaaide ondernemers een goede locatie? Of besluiten we dan toch dat mensen die niet vechten voor geld, maar voor andere dingen, ook een plek in de stad verdienen?

“Het betekent: scherp toezien op de mogelijkheid om te blijven in de wijk waar je wil blijven”

Door hier als gemeente zelf bovenop te zitten en de marktwerking in betere banen te leiden, hebben we de mogelijkheid om een prachtige, diverse stad te maken. Ja, dat vind je misschien wat naïef klinken. Maar ik geloof in die mix: wat rijke mensen in de buurt om wat meer besteedbaar inkomen naar de ondernemers te brengen, en tegelijkertijd ruimte voor kleine ondernemers met bizarre plannen zoals die hondendansschool. Een eerlijke basis om eens te zien of zo’n bedrijf dan overleeft. (Ik ben toch wel benieuwd.) 

Het betekent zoveel als: scherp toezien op de mogelijkheid om te blijven in de wijk waar je wil blijven. Zodat Rotterdam blijft zoals het is. Een mix van mensen die in hun stad altijd wel iets zien wat beter kan en zich daar ook voor in blijven zetten.

Meer columns van Eelkje Christine?

Je vindt ze hier

Deze banner kun je wegklikken, maar....

..je kunt ook supporter worden! Vers Beton kan alleen bestaan dankzij een bijdrage van lezers. Vanaf 6 euro per maand maak jij onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk.

Nee, ik lees eerst het stuk verder

Poetsclub special 2019 snaaks kleur Fred Ernst

Eelkje Christine Bosch

Eelkje Christine Bosch heeft samen met haar man Folco een boekhandel op Katendrecht. Ook al weet ze dat er al genoeg briljante boeken zijn, ze kan het toch niet laten om zelf te schrijven. Het begon ooit met artikelen en verhalen, intussen schrijft ze vooral poëzie en vind je haar zo nu en dan op een Rotterdams podium.

Profiel-pagina
logodriehonderdduizendtweetien

Elzeline Kooy

Illustrator

Elzeline Kooy (Rotterdam) studeerde in 2013 af als illustrator aan de Willem de Kooning Academie. In 2014 behaalde ze haar master aan Sint-Lukas (kunsthumaniora) in Brussel. Momenteel werkt ze als freelance illustrator voor onder andere magazines en online platforms, met specialisatie in beeldverhaal.

Profiel-pagina
Nog geen reacties

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.

Advertentie

1718_2021_009_600x500_online banner_geef ruimte