Voor de harddenkende Rotterdammer
vers beton- lauraliza ondernemersdiscours -2020
Beeld door: beeld: Laura Liza

Er is een groeiende waardering voor ondernemen in de Nederlandse samenleving. Ondernemen wordt niet alleen geassocieerd met het starten van een bedrijf, maar ook met persoonlijke eigenschappen als initiatief nemen, zelfredzaamheid en het vermogen om verantwoordelijkheid te dragen. In de nasleep van de ‘participatiesamenleving’ leggen het Rijk en gemeenten de nadruk op deze persoonlijke eigenschappen. Ze moedigen zo actieve burgers aan hun ondernemende kwaliteiten te gebruiken, en hun eigen problemen of problemen in hun directe omgeving zelf op te lossen. 

Die toegenomen waardering voor ondernemen zag je ook in het stedelijk beleid opkomen. Steeds meer steden presenteren zichzelf als een ondernemende stad, zoals bijvoorbeeld Dordrecht, Leiden, Apeldoorn en Sittard-Geleen. Zij proberen onder andere een aantrekkelijke vestigingsplaats te bieden voor bedrijven, ondernemerschap te stimuleren onder hun inwoners en als onderdeel van hun marketing en branding presenteren zij de stad ook als ondernemend. Samen met Reinout Kleinhans en Maarten van Ham heb ik onderzoek gedaan naar de manier waarop deze ondernemerschapsmentaliteit zich in Rotterdam manifesteert. 

Uit onze analyse van coalitieakkoorden over de periode 2006-2022, blijkt dat in Rotterdam de ondernemerschapstaal domineert, op alle niveaus. Rotterdam presenteert zich als een ‘ondernemende stad’ met een ‘ondernemende gemeente’ waar ‘ondernemende professionals’ werken die ‘ondernemende burgers’ dienen. Zo stelt Rotterdam in de coalitieperiode 2014-2018 zichzelf voor als “de stad waar vernieuwing en innovatie de standaard is. De standaard in gemeentelijk beleid en de standaard in onze stad en economie. Rotterdam en Rotterdammers ondernemen. ‘Kan niet’ bestaat niet en het kan altijd beter.”

Waar komt die nadruk op ondernemen vandaan? In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw werden ondernemers nog veelal gezien als mensen die de macht en de middelen hadden om zichzelf te verrijken, al dan niet ten koste van anderen en van de leefomgeving. Deze perceptie van ondernemers was één van de redenen voor beleid en wetgeving om (de rechten van) werknemers te beschermen, zoals het stelsel van sociale zekerheid. 

Maar het imago van ondernemers veranderde in de vroege jaren negentig, mede onder invloed van de opkomst van het marktdenken. Ondernemerschap werd steeds meer geassocieerd met dynamiek, innovatie en werkgelegenheid. Ondernemers werden in toenemende mate als rolmodellen gezien, ook al was er ook wantrouwen van burgers in bepaalde grote ondernemingen. Sinds de economische crisis zijn daarnaast sociale ondernemingen sterk in opkomst. Hun ondernemerschap is niet alleen gedreven door een behoefte om geld te verdienen, maar ze willen ook iets goeds te doen voor de wereld om hen heen.

Gewenste mentaliteit

In steden vond rond die tijd een bestuurlijke verschuiving plaats. Steden legden steeds minder nadruk op het bieden van sociale voorzieningen en welzijnswerk, en steeds meer op het bevorderen van lokale economische ontwikkeling. Mede door globalisering en overdragen van overheidstaken naar gemeenteniveau zijn steden steeds meer elkaars concurrenten geworden. Zo kwam de ‘ondernemende stad’ op, met de nadruk op innovatie, nieuwe technologie, flexibiliteit van de arbeidsmarkt en een herzien sociaal beleid.  

Achter de waardering voor ondernemen schuilt doorgaans ook de wens om een mentaliteitsverandering onder bepaalde doelgroepen voor elkaar te krijgen. In Rotterdam werd met de introductie van de slogan “Rotterdam. Make It Happen” in 2014, nadruk gelegd op ondernemende kenmerken van de stad en de Rotterdammers. De mentaliteit die Rotterdam daarmee voor ogen heeft, is er een van “pionieren, grenzen verleggen en no-nonsense, waarin inwoners van Rotterdam innovatie en ondernemerschap nastreven, hun nek uitsteken en voor ‘de massa’ uitlopen, samenwerken, verbinden, ontdekken, beleven en doen.”

De mentaliteit van het ondernemen wordt in Rotterdam ook gestimuleerd om een aantrekkelijker beeld van de stad te creëren voor potentiële investeerders. Maar vooral om Rotterdammers aan te moedigen hun ondernemende kwaliteiten te benutten.

Dat de ondernemersmentaliteit niet alleen betrekking heeft op welvarende Rotterdammers, blijkt uit de wijze waarop dit discours in het sociaal beleid terugkomt

Dat deze mentaliteit niet alleen betrekking heeft op welvarende Rotterdammers, blijkt uit de wijze waarop het ondernemerschapsdiscours in het sociaal beleid terugkomt: Rotterdammers die niet helemaal meekunnen in ‘de vaart der volkeren’ door werkloosheid, onderwijsachterstanden of andere factoren, worden toch geacht in zichzelf te investeren en hun talenten voor de stad in te zetten. Vooral degenen die iets van de stad vragen worden aangemoedigd ook iets aan de stad terug te geven. Zo handhaaft Rotterdam, als een van de eerste gemeenten in Nederland, strikt de maatschappelijke tegenprestatie door uitkeringsgerechtigden. 

Hoewel er van meet af aan forse kritiek en verzet is geweest tegen invoering van dit quid pro quo-principe, lijkt het toch normaal geworden om uitkeringsgerechtigden met een (grote) afstand tot de arbeidsmarkt verplicht vrijwilligerswerk te laten doen in ruil voor hun uitkering. Ofwel: hen te stimuleren om op ondernemende wijze een steentje bij te dragen aan de stad. 

Niet alleen burgers moesten die mentaliteitsverandering doormaken. Ook professionals dienden hieraan te geloven. Het dominante verhaal in Rotterdam is dat veel mensen die werkzaam zijn in het sociale domein, voorheen te veel verantwoordelijkheden van hun cliënten hebben overgenomen, en onvoldoende aandacht hebben besteed aan hun talenten en krachten. 

Professionals werden daarom geacht hun focus verleggen naar het creëren van kansen, en het aanjagen en stimuleren van zelforganisatie door bewoners. Zo zijn in de loop der tijd verschillende programma’s opgestart die op dit uitgangspunt gebaseerd zijn, zoals Buurt Bestuurt, CityLab010 en de ‘Right to Challenge’. Stuk voor stuk erop gericht om burgers meer te betrekken bij het publieke domein en hen de kans te geven initiatieven in hun leefomgeving te ontplooien.

Langste tijd gehad

Toch is het de vraag of dit ondernemerschapsdiscours zijn langste tijd gehad heeft als dominante inspiratiebron voor het stedelijk beleid. Waar in de coalitieperiode 2014-2018 de nadruk nog op ondernemen lag, ligt in de huidige coalitieperiode (2018-2022) de nadruk veel meer op duurzaamheid, internationale discussies over klimaatverandering, resilience en de energietransitie. Hoe sterk het ondernemerschapsdiscours tot uiting komt in stedelijk beleid en politiek lijkt niet alleen sterk afhankelijk te zijn van de politieke standpunten van de regerende politieke coalitie. Ook allerlei contextuele factoren zijn daarvoor bepalend.

In de periode 2014-2018, waarin Leefbaar Rotterdam de regerende partij was, was het aanmoedigen van een ‘kendoe-mentaliteit’ en het verspreiden van optimisme en empowerment een manier om de stad en haar inwoners uit de nasleep van de economische en financiële crisis te trekken. Het was ook een manier om de uitdagingen van de decentralisaties op het terrein van zorg, welzijn en wonen het hoofd te bieden. Leefbaar Rotterdam stak in deze periode het oude bekende Rotterdamse werkethos van ‘niet lullen maar poetsen’ in een modern jasje. 

Maar de uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen in 2018 leidde tot politieke versnippering met als resultaat een coalitie van zes verschillende linkse en rechtse partijen die gezamenlijk slechts een kleine meerderheid vormen in de gemeenteraad. De groeiende aandacht voor klimaat en energietransitie zijn vooralsnog lastig te vertalen naar ondernemerschap. Het roept veeleer de vraag op hoe de stad de geesten van haar bewoners rijp kan maken voor de gigantische opgaven die gekoppeld zijn aan deze thema’s.

vb-mailchimp

Lees meer

Schrijf je in voor de wekelijkse nieuwsbrief

Op de hoogte blijven van Vers Beton per mail? Schrijf je in voor de wekelijkse nieuwsbrief

Rotterdam stelt zich te willen ontwikkelen tot een duurzame hotspot, met een gidsrol op het gebied van duurzaamheid. De lokale overheid krijgt de regie en werkt samen met bedrijven en maatschappelijke partners. Vooralsnog is er nog weinig geformuleerd over de concrete rol van Rotterdamse burgers in bijvoorbeeld de energie transitie. Die wordt nog vooral gezien als een technische aangelegenheid die over wijken moeten worden ‘uitgerold’. Er wordt niet direct een grote rol toegedicht aan de ondernemende kwaliteiten van burgers, met uitzondering van kleinschalige energiecoöperaties. Zal de ondernemende Rotterdammer met de tijd plaats moeten maken voor de ‘groene Rotterdammer’, of duurzame Rotterdammer?

Deze banner kun je wegklikken, maar....

..je kunt ook supporter worden! Vers Beton kan alleen bestaan dankzij een bijdrage van lezers. Vanaf 6 euro per maand maak jij onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk.

Nee, ik lees eerst het stuk verder

IMG_9544

Nuha Al Sader

Nuha Al Sader is sociologe en als promovenda onderdeel van de vakgroep Urban Studies aan de Technische Universiteit Delft.

Profiel-pagina
Maarten van Ham

Maarten van Ham

Maarten van Ham is hoogleraar Urban Geography aan de Faculteit Bouwkunde van de TU Delft en voorzitter van de afdeling Urbanism. 

Profiel-pagina
Reinout Kleinhans

Reinout Kleinhans

Reinout Kleinhans is universitair hoofddocent stedelijke vernieuwing aan de Faculteit Bouwkunde van de TU Delft, afdeling Urbanism.

Profiel-pagina
Laura Liza

Laura Liza

Illustrator

Laura Liza is een illustrator die altijd op zoek is naar de mooie details in het leven. Haar werk kan omschreven worden als vrouwelijk en kleurrijk, met een bijdehand randje. Naast illustratie uit ze zich ook graag in andere media, zoals ceramiek, textiel en animatie.

Profiel-pagina
Lees één reactie
  1. Profielbeeld van Harry te Riele, Stichting Dam / Rotterdams geld
    Harry te Riele, Stichting Dam / Rotterdams geld

    mooi stuk. dank. het liberaal kapitalisme werd door politicoloog francis fukuyama als eindoverwinnaar aangewezen toen de berlijnse muur viel. de individueel ondernemende burger en de ondernemende stad zijn daar echo’s van. een zo klein mogelijke overheid en een individu dat regels doorbreekt met marktkansen, stuwen de samenleving eindeloos op, dacht hij. die vooruitgangsmachine hapert echter al een tijdje. de overheid is tot de orde geroepen in rechtzaken, en weer leidend geworden op stevige dossiers als de bankencrash, Corona en het stikstofdossier. een transitie naar houdbare systemen eist samenwerking tussen overheden, ondernemers, consumenten, kennisleveranciers en intermediairs. van keukentafel tot wereldtoneel worden door hen mechanismen herontworpen. de overheid heeft het vermogen – en daarom de taak – de overgang soepeler en met minder maatschappelijke schade te doen verlopen dan als alleen ondernemende partijen de dynamiek bepalen. niet alleen door te helpen opschalen van wat gewenst is (startups en growups faciliteren), maar ook door actief te helpen verminderen wat niet duurzaam is en oog te hebben voor verliezers van de transitie.
    het lukt mijn stichting Dam trouwens tot nu toe niet om de gemeente een rekening Rotterdams Geld te doen openen. En terwijl velen weten dat de huidige wereldmunten grote moeite hebben met het faciliteren van sociale cohesie en transities naar duurzame systemen. ik ben benieuwd naar de andere reacties op het stuk.

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.