Voor de harddenkende Rotterdammer
stadsherstel-versbeton_2
Beeld door: beeld: Elzeline Kooy

Ooit stond Rotterdam vol met kastelen. Het waren de ruige Middeleeuwen: lokale potentaatjes stonden elkaar naar het leven. Vanuit hun kasteeltjes streden de rivaliserende families om alleenheerschappij over de regio Rijnmond. De ridders bekokstoofden samenzweringen en moordpartijen. Allianties werden vetes – en omgekeerd. 

De belangrijkste Rotterdamse ridders kwamen uit de familie Bokel en uit de familie Van Voorschoten. De Rotte was de grens tussen hun territoria: De Bokels zaten aan de westkant van de Rotte (Cool) en de Voorschotens aan de oostkant (Kralingen). 

Wat vind je van die kastelen terug? Er zijn nog twee heuse kasteelruïnes: in Hillegersberg en in Schiedam. Bovendien ontdekken archeologen wel eens resten bij een opgraving. Ze vonden bijvoorbeeld de fundering van het Kasteel van Spangen (het origineel!) en muren van kasteel Bulgersteijn (onder de C&A).

Na de ridders kwamen de burgers: de steden kwamen als overwinnaars uit de Middeleeuwse chaos tevoorschijn

Boven de grond herinneren vooral de straatnamen aan de Middeleeuwse geschiedenis. De Heer Bokelweg en de Beukelsdijk? Dat is Familie Bokel. De Voorschoterlaan? Familie Van Voorschoten. De Slotlaan en de Slotvijver in Kralingen herinneren aan het Slot Honingen van de Voorschotens. En het kasteel van de Bokels aan de Rotte heette… Hof van Weena. Dan weet je ook eindelijk waar de naam Weena vandaan komt. En het Hofplein. 

Twee grote oorlogen betekenden de ondergang van de Rotterdamse kastelen. Eerst de Hoekse en Kabeljauwse twisten: een onoverzichtelijke kluwen van Middeleeuws geweld. Ridderfamilies als de Bokels en Voorschotens spanden samen, om de graaf om zeep te helpen. Missie geslaagd, maar als wraak werden hun bezittingen onteigend en vernietigd door de tegenpartij.

De verwoeste kastelen werden weer opgebouwd, om vervolgens in de Tachtigjarige Oorlog weer aan gort te worden geschoten door de Spanjaarden. Of door de Watergeuzen. Of door allebei. Exit kastelen. 

Na de ridders kwamen de burgers. De steden kwamen als overwinnaars uit de Middeleeuwse chaos tevoorschijn. Rotterdam had zelfs geprofiteerd van de strijd tussen de edellieden: ze dankte er haar stadsrechten aan. En de Tachtigjarige Oorlog legde de stad ook geen windeieren. Door de komst van rijke vluchtelingen en vestiging van een zeehaven werd Rotterdam rond 1700 de tweede stad van Nederland. 

Langs de Rotte verschenen koopmanshuizen in plaats van kastelen. Het was de tijd van de beschaving (of wat daar destijds voor doorging). De nieuwe klasse spiegelde zich aan de klassieke Oudheid en Bijbelse voorbeelden. Andere koek dan de ruige ridders. De verfijnde zeden van de bewoners waren af te lezen aan de architectuur en inrichting van hun woning.

De meeste kooplieden waren echte nouveau riche: niet vies van een beetje pronkzucht. Achter een strakke gevel ging vaak een weelderig interieur schuil, met plafondschilderingen, houtsnijwerk en extravagante meubels.

Maar net als de kastelen gingen de koopmanshuizen aan oorlogsgeweld ten onder. Het bombardement van 1940 maakte korte metten met historisch Rotterdam – al moet gezegd worden dat er toen al flink gesloopt was. En die sloop ging na de oorlog onverminderd door, onder het mom van ‘sanering’ en ‘stadsvernieuwing’. Zo telt Rotterdam nu nog slechts vijftien koopmanshuizen. Drie daarvan staan er nog steeds aan de Rotte, vlak achter het Hofplein, waar ooit ook het kasteel van de familie Bokel stond. 

Deze drie achttiende-eeuwse panden aan de Rechter Rottekade overleefden op wonderbaarlijke wijze alle oorlogsgeweld en vernieuwingsdrang. In 1940 wisten de bewoners het pand te redden van de vlammen, en tijdens de Wederopbouw werden maar liefst vier sloopvergunningen aangevochten. Zo bleven deze getuigen van de oude koopmansstad intact, compleet met de unieke decoratie van het interieur. 

“In mijn fantasie bewaken die monstertjes de grensrivier de Rotte, ooit het strijdtoneel van de Rotterdamse ridders uit de families Bokel en Van Voorschoten”

Het pand op nummer 407, dat in 1720 eigendom was van de rijke handelaar Claes Langenberg, heeft nog steeds een gaaf interieur in rococo-stijl: met houtsnijwerk vol krullen en tierelantijnen. Vooral de ‘salon’ met uitzicht op de Rotte is monumentaal. De schilderingen op plafonds, muren en schouwen verwijzen naar de klassieke mythologie en Bijbelse verhalen. Volgens recent onderzoek staan de schilderingen in de salon symbool voor allerlei beschaafde deugden, zoals verstand, trouw, balans en zelfbeheersing. Die interpretatie vind ik een beetje zoetsappig.

vb-mailchimp

Lees meer

Schrijf je in voor de wekelijkse nieuwsbrief

Op de hoogte blijven van Vers Beton per mail? Schrijf je in voor de wekelijkse nieuwsbrief

Want ik ben zelf vooral gefascineerd door het monsterlijke wezentje in het houtsnijwerk van de schouw. Daar is niks beschaafds aan: het is een griffioen, een monsterlijke bewaker van de onderwereld. De vrouw met de sleutel op de schoorsteenschildering, zou dan een godin van de onderwereld kunnen zijn. En haar hond is dan Cerberus, de antieke hellehond. In mijn fantasie bewaken ze de grensrivier de Rotte, ooit het strijdtoneel van de Rotterdamse ridders uit de families Bokel en Van Voorschoten. 

Monsterlijk of beschaafd, hier aan de Rotte sta je in directe verbinding met de Rotterdamse geschiedenis. In een oud koopmanshuis, op de plek van een voormalig kasteel. Met Open Monumentendag kun je het huis zelf bezoeken. Laat je historische fantasie dan de vrije loop!

Deze serie columns wordt gemaakt in samenwerking met Stadsherstel Historisch Rotterdam. Lees hier alle columns in deze serie

Stadsherstel zet zich al 40 jaar in voor het behoud van beeldbepalend en monumentaal erfgoed in Rotterdam. Erfgoed dat tussen ‘wal en schip’ valt, omdat er geen overheid of particulier initiatief is dat leegstand en verval voorkomt. Deze kwetsbare monumenten houden zij duurzaam in stand door restauratie en onderhoud. Ook door middel van verhuur wil Stadsherstel dit erfgoed voor zo veel mogelijk mensen tastbaar en toegankelijk maken.

Dit jaar is voor Stadsherstel een jubileumjaar en daarom publiceren zij iedere maand een online special die in het teken staat van één van de monumentale gebouwen die zij bezitten. Deze column is onderdeel van de special van augustus.

Deze banner kun je wegklikken, maar....

..je kunt ook supporter worden! Vers Beton kan alleen bestaan dankzij een bijdrage van lezers. Vanaf 6 euro per maand maak jij onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk.

Nee, ik lees eerst het stuk verder

Ferrie

Ferrie Weeda

Ferrie Weeda (1977) studeerde geschiedenis en Nederlands. Zijn wieg stond aan de Coolhaven – nog steeds zijn domein. Ferrie houdt van publiek en van de stad. Hij is voorzitter van BuurtBestuurt Coolhaveneiland. Als stadsgids en schrijver deelt hij zijn betrokken en bevlogen verhalen over geschiedenis, samenleving en cultuur. Gerrit, Ferries jack-russell uit Tiel, is vernoemd naar Erasmus.

✉ ferrie@versbeton.nl

Profiel-pagina
logodriehonderdduizendtweetien

Elzeline Kooy

Illustrator

Elzeline Kooy (Rotterdam) studeerde in 2013 af als illustrator aan de Willem de Kooning Academie. In 2014 behaalde ze haar master aan Sint-Lukas (kunsthumaniora) in Brussel. Momenteel werkt ze als freelance illustrator voor onder andere magazines en online platforms, met specialisatie in beeldverhaal.

Profiel-pagina
Nog geen reacties

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.