Voor de harddenkende Rotterdammer
Vers Beton – Lisa van Vliet – Writers Guide – 2020
Beeld door: beeld: Lisa van Vliet

Pas toen de buurman met zijn kettingzaag de heg verwoestte, wisten Nelie en Frans dat dit voorjaar écht anders zou worden. Natuurlijk was de stad daarvoor al veranderd, ze hadden de beelden op Rijnmond heus wel gezien: een leeg Centraal, het Park afgesloten, alle deuren van de kroegen op de Binnenweg dicht. Maar Nelie en Frans waren daar persoonlijk niet door aangedaan. Zij verkeerden op hun leeftijd al jaren in een situatie die de mensen tegenwoordig quarantaine noemden. Een bezoek aan de supermarkt was sowieso hun enige uitje van de week, waarbij Nelie het praatje met de caissière zo lang mogelijk poogde te rekken. En thuis zaten ze eigenlijk altijd al alleen. Vrienden van vroeger waren doorlopend drukbezet, de buren waren minder thuis dan bij hun banen, en zelfs de postbode voelde geen interesse voor de mensen achter de brievenbus. 

Op de ochtend van de kettingzaagaffaire zat het stel onderuit gezakt in hun luie stoelen die tegenover elkaar op de veranda stonden. Zo had Frans aan zijn linkerhand en Nelie aan haar rechterhand vrij zicht op hun bescheiden tuin aan het begin van het bloeiseizoen en konden ze elkaar met hun voeten nog wat kriebelen. Na zestig jaar huwelijk hoefde dat gezoen en gepluk niet meer zo, maar voetjevrijen deden ze daarentegen maar al te graag. Nelie nam een slok uit haar dampende mok koffie. Tegen haar stoel leunde haar wandelstok. Frans aaide afwezig met zijn teen langs haar wreef, terwijl hij een dunne kwast over het papier liet gaan dat in zijn schoot lag. In de woonkamer speelde een videoband af: The Joy of Painting van Bob Ross die hij door de open tuindeuren prima volgen kon.  

‘Let’s build a happy little friend for this tree.’

‘Daar gaan we dan, Bob.’

Gelijktijdig met de man op televisie, tekende Frans een dunne bast naast de naaldboom die ze eerder hadden geschilderd.

‘There’s nothing wrong with having a tree as-’

Op dat moment werd de rust ruw verstoord door het ratelende geluid van een kettingzaag. Het gevaarte stak dwars door de heg en schoot ongecontroleerd omhoog en omlaag. Van schrik morste Nelie wat koffie op haar kamerjas. Frans keek verbaasd naar het papier in zijn schoot – de naaldboom was uitgeschoten tot in de rechterbovenhoek – en staarde vervolgens met open mond naar de heg waaruit een rommelige driehoek gesneden was. Het geluid van de kettingzaag stierf weg. In het gat verscheen hun buurman in een kanariegeel spandex pakje met een berouwvolle uitdrukking op zijn gezicht.
    ‘Ik dacht, dat doe ik even.’ De stem van de buurman bibberde. ‘Jullie hebben me zo vaak gevraagd de heg een beetje bij te houden en nu heb ik natuurlijk alle tijd. Maar…’ Hij slikte.
    ‘Ik zag een wesp. Toen ik begon. Ben allergisch. Nou, ja.’
Beteuterd plukte de buurman wat blaadjes uit de heg.
    ‘Joh,’ zei Frans. ‘Zo gaan die dingen.’
Nelie hees zich moeizaam omhoog in haar stoel. ‘Zit er maar niet over in hoor. Jij hebt gewoon even een bakkie nodig.’
    ‘Misschien heeft die jongen wel helemaal geen-‘ zei Frans.
    ‘Jawel, jij krijgt een bakkie. Voor de schrik, Mario.’
    ‘Tonio,’ zei de buurman.
    ‘Och, sorry jongen. Ik haal jullie ook steeds door elkaar.’
    ‘Maar doe geen moeite hoor!’ klonk een tweede stem vanachter de heg. ‘Wij doen niet aan koffie.’ In het gat verscheen de andere buurman in eenzelfde outfit. ‘Wij drinken alleen sapjes. Organisch. Cold-pressed.
    ‘Of water,’ vulde Tonio aan met een verlegen lach. ‘We drinken ook wel eens gewoon water hoor.’
    ‘Joh,’ zei Frans.
    ‘Je moet wat,’ knikte Nelie alsof ze het helemaal begreep.
    ‘In ieder geval moest onze dansschool nu natuurlijk dicht, waarop wij dachten: aanpakken die tuin! Go, go go! Maarja.’ Mario bewoog zijn handpalm langs het gat als een mimespeler die een onzichtbare muur nabootst. ‘Ik dacht ook dat Tonio het wel even zou doen hoor. Die heg.’
Tonio zweeg.
    ‘Ik weet het goedgemaakt.’ In Nelie’s ogen verschenen pretlichtjes. ‘Scheer hem nu maar gewoon helemaal kaal. Ja! Waarom niet? Weg met die heg. Gezellig juist.’
Mario en Tonio trokken de pijpen van hun broekjes omlaag en keken elkaar weifelend aan.
    ‘Lieverd, ik denk niet dat die jongens-‘ begon Frans, maar Nelie duwde haar grote teen corrigerend tegen zijn zool.
    ‘Gezellig juist!’ Haar stem sloeg over.
Frans zag hoe Nelie luchtig lachte, maar tussen haar bovenbenen haar handen hoopvol samenklemde. De huid rondom haar knokkels kleurde wit. Hij legde zijn kwast naast zich neer en richtte zich tot de buren.
    ‘Waarom ook niet. Toch, jongens?’
Later ruimden Mario en Tonio de bladeren en takken op die als losse flodders over het gazon lagen verspreid. Glunderend zette Nelie een dienblad voor hen neer met glazen water waartegen ijsblokjes klonken.

De daaropvolgende dagen leek de tijd in een versnelling geraakt te zijn door de babbeltjes tussen de buren onderling. Over het zachte lenteweer, het gras en de planten of het meest opmerkelijke nieuws van de dag. Tijdens een overvloedige aanvoer van groentesnacks voor de jongens, tikte Nelie’s wandelstok driftig over de veranda. Frans vond het soms zelfs lijken alsof ze daarbij steeds iets soepeler heen en weer liep.
Tonio en Mario bleken eigenlijk heel “normaal” te zijn, ook al deed hun kleding denken aan de jaren tachtig en kwamen ze oorspronkelijk uit Amsterdam. De jongens gaven aerobics op het gazon voor een camera en Frans schilderde die kleurrijke taferelen op zijn beurt gretig na. Nelie besefte trots dat haar man dat prima deed, zo zonder Bob en zijn bomen op tv.

Wanneer er even geen dansmuziek uit de draagbare speaker van Tonio klonk, luisterden Nelie en Frans naar de tuin van de buren aan de andere kant. Achter de schutting klonk daar continue de vrolijke stem van een kind dat momenteel niet naar school kon. Nelie en Frans hadden er nooit zo bij stilgestaan dat die buren hen natuurlijk óók verstonden tot er bovenaan de schutting een klein hoofdje verscheen van een meisje dat Amira bleek te heten. ‘Dat betekent prinses in het Egyptisch,’ vertelde het kind dat een jaar of zes moest zijn trots. Amira keek omlaag langs de ladder in haar eigen tuin. Een vrouwenstem fluisterde haar iets onverstaanbaars toe.
    ‘O ja!’ ze hield een witbruine brok omhoog, die Nelie en Frans aan een gigantische toffee deed denken. ‘Voor jullie. Mama hoorde jullie praten over pijnlijke handen van al het wassen. Dit is zeep, heeft ze zelf gemaakt.’
Ze keek weer naar beneden.
    ‘Van yoghurt.’
Gefluister.
    ‘En honing.’
Gefluister.
    ‘Wat?’
    ‘Dat is hydraterend voor je handen,’ hoorden Nelie en Frans de vrouwenstem zeggen.
    ‘Voor je handen!’ Amira zwaaide met de zeep heen en weer.
    ‘Nou, joh, nou, wat ontzettend attent!’ riep Nelie uit terwijl ze naar de schutting liep.
    ‘Anderrrrhalve meterrrr!’ bulderde de stem van Mario vanachter de barbecue in zijn eigen tuin.
Amira trok wat witjes weg.
    ‘Och ja. Dat bedoelt hij goed hoor. Gooi die zeep maar op het gras meissie.’
Toen Nelie glunderend de trap van de veranda beklom, met het aardigheidje tegen haar borst geklemd, durfde Frans met zekerheid te stellen dat haar stramme lijf in jaren niet zo rechtop gelopen had.

Met het verschijnen van de nieuwsberichten over dalende sterftecijfers en legere ic’s, groeide de heg tussen de tuinen van de buren langzaam aan. Mario en Tonio mochten overdag weer naar hun werk en stookten in de avond de barbecue niet meer op. Achter de schutting had Amira’s enthousiaste stem haar weg weer gevonden naar de banken van de basisschool.
    ‘Lekker rustig,’ loog Frans terwijl hij tegenover Nelie in zijn luie stoel zat. Kauwend op de achterkant van zijn kwast staarde hij naar het lege vel in zijn schoot.
    ‘Heerlijk.’ Nelie nam een slok van haar koffie en aaide afwezig met haar teen over zijn voet. Ze zakte wat verder onderuit op de krakende zitting.
Een wesp vloog zoemend langs, de bladeren van de planten ritselden in de wind, en voor het eerst in weken viel hen het geluid van de snelweg in de verte op.
    ‘Ik zet misschien toch weer even-‘ zei Frans aarzelend.
    ‘Ja, ja. Doe dat.’
Frans schuifelde naar de woonkamer en rommelde wat in de televisiekast.
    ‘Let’s build a happy little friend for this tree.’ Het zachte stemgeluid van Bob Ross rolde door de tuin. ‘There’s nothing wrong with having a tree as a friend.’

The Writer’s Guide

Dit verhaal is gemaakt door een cursist van The Writer’s Guide (to the Galaxy), een literair cursuscentrum in Rotterdam onder leiding van Silvana Sodde. Lees meer.

Deze banner kun je wegklikken, maar....

..je kunt ook supporter worden! Vers Beton kan alleen bestaan dankzij een bijdrage van lezers. Vanaf 6 euro per maand maak jij onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk.

Nee, ik lees eerst het stuk verder

Charlotte Lipic

Charlotte Lipić

Charlotte Lipić (1992) verbeeldt in haar fictieverhalen de kleine levens van ongepolijste personages tegen een Rotterdams decor. De vele gezichten van eenzaamheid in de hedendaagse individualistische samenleving vormen hierin een doorlopend thema. 

Profiel-pagina
Tumbnail-Lisa-Vers-Beton-300×300

Lisa van Vliet

Illustrator

Lisa van Vliet is een illustrator die met haar beelden op zoek is naar humor en klein geluk. 
Haar inspiratie uit het stadsleven, haar plantencollectie of bijvoorbeeld een mooie kleur, kunnen via allerlei technieken het plaatje vormen waar ze naar op zoek is.
Profiel-pagina
Nog geen reacties

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.