Voor de harddenkende Rotterdammer
Bron: beeld: www.youtube.com

Liever lezen? Hieronder vind je het uitgeschreven minicollege van Jiska Engelbert, media-onderzoeker aan de Erasmus Universiteit: 

Dit mini-college gaat over SpotR, de corona-app die is bedacht door de Gemeente Rotterdam om Rotterdammers corona-proof door de stad te helpen navigeren. In de komende tien minuten hoop ik wat kaders en vragen mee te geven zodat u zelf kunt nadenken over die app. Is het de oplossing om Rotterdammers door de crisis te loodsen, of veroorzaakt ‘ie wellicht meer problemen dan ‘ie oplost?  Kortom, is spotR een op- of afknapper?

Toen ik klein was, heeel lang geleden, in de vorige eeuw, ben ik twee keer op schoolreisje naar de Efteling geweest. En ik kan me nog goed herinneren hoe de kinderen boven de 1 meter 20 – ik noem die lengte bewust –  zich tijdens die schoolreisjes gedroegen. Want zodra de Efteling open ging renden ze keihard naar binnen en voegden zich zo snel als het kon in de rij voor de Python. Wat was het heerlijk. Als het nog niet zo druk was kon je met een beetje geluk twee of zelfs drie keer achter elkaar erin. Werd het dan toch te druk en de wachtrijen te lang, dan dropen we af. Naar de Halve Maen, die wij Het Schip noemden, een paar meter verderop. Een slap aftreksel van de Python, dat schip, dat wel, maar als je maar lang en vaak genoeg achter elkaar in het puntje ging zitten, kwam je ook daar groen en geel weer uit.

Een ritje in de Python is na al die jaren nog net zo spannend, maar de stress en spanning eromheen zijn grotendeels verdwenen. Je kunt onnodig gehaast bij binnenkomst afkopen, door een nog duurder entreekaartje of hotelovernachting aan te schaffen, waardoor je als perk of beloning eerder naar binnen mag. En zorgen over een plekje in de Python hoef je je sowieso niet te maken, want je kunt een ritje boeken via een app-toepassing die de Python Boarding Card heet. En voor de echte die-hards is er dan ook nog een aparte rij voor single riders, voor die Efteling-gasten voor wie de consumptie van de attractie belangrijker is dan het sociale aspect ervan.  

Wellicht geïnspireerd door de Python achtbaan in de Efteling, dan wel door de rollercoaster die Covid-19 heet: de Gemeente Rotterdam heeft het initiatief genomen om drukte in Rotterdam, als ware het de Efteling, in kaart te brengen middels een app, die SpotR heet.  Op dit moment is de app nog in de testfase – binnenkort zal deze officieel te downloaden en te gebruiken zijn.

“In alle ruimte genieten van Rotterdam? Dankzij spotR, bedacht door de Gemeente Rotterdam, kan dat nu een stuk makkelijker. Met SpotR zie je namelijk live en overzichtelijk waar veel of juist weinig mensen zijn. Wel zo relaxt”. Dit is hoe app zichzelf presenteert.  Waarom maak ik me druk om deze app? Zo’n app is toch inderdaad relaxt? Je hebt toch geen zin in drukte? Je wilt toch afstand houden? Je wilt toch geen corona krijgen? En de data wordt niet beheerd door Google. Sterker nog, zelfs de Gemeente Rotterdam heeft geen toegang tot de ruwe date. En de datagegevens zijn niet herleidbaar tot “echte” personen en worden verzameld en bewaard op een manier die keurig in lijn met de AVG, de privacy-wet, is. En wanneer je op een plek bent waar het helemaal niet druk is terwijl de app dat wel zegt, kun je live feedback geven.  

Nou, de eerste reden waarom ik me druk over deze app maak is juist dat onze zorgen over het gebruik van technologie in de stad en in de publieke ruimte vaak beginnen en net zo snel weer ophouden bij vraagstukken over privacy en vooroordelen in algoritmen. En die vragen zijn ook uiterst belangrijk. Maar niet afdoende. Want wanneer we het over de wenselijkheid van datatechnologie of datagedreven beleid in de stad hebben, zouden we namelijk nog meer vragen kunnen en moeten stellen. En dat brengt me bij mijn tweede punt van zorg. 

Want ook al schenden de verzameling en opslag van data de privacy niet; ook al wordt er geen algoritme gebruikt dat expliciet racistisch of discriminerend is, dan nog is datatechnologie nooit neutraal, al helemaal niet in de stedelijke omgeving. Een app als SpotR “vat” or “re-presenteert” namelijk niet alleen de dichtheid van mensen of bezoekers op plekken in de stad. Nee, het biedt, letterlijk, een gaas over of perspectief op de stad, op basis van heel specifieke variabelen en heel specifieke aannamen over wat de stad is en, vooral, van of voor wie Rotterdam is.

 Zo tel je bijvoorbeeld in eerste instantie mee in de dichtheidsmeting op SpotR wanneer je je mobiele telefoon gebruikt om door de stad te navigeren. En je telt mee wanneer je dat expliciet doet door gebruik te maken van Buienradar. Want het gebruik van die app is gekoppeld aan spotR. Loop je dus kletsnat zonder telefoon (of zonder locatiemelding aan) door de stad omdat je niet op Buienradar hebt gezien dat er net een hoosbui op komst was, dan tel je niet mee. Fijn dat ik er niet bijhoor, hoor ik u denken, dan is Big Brother me ook niet aan het bekijken.

Nou, ja en nee. Want je telt namelijk vooral niet mee als inwoner van Rotterdam, en dus als iemand die aanspraak heeft en altijd moet kunnen maken op de publieke ruimte. Je telt ook niet mee wanneer je de stad niet als een canvas voor vertier en consumptie ziet. Bijvoorbeeld omdat je ergens op het openbaar vervoer zit te wachten om naar je werk te gaan. Of omdat je buiten bent omdat het binnen zo warm is en je geen balkon hebt. Of omdat je op straat bent omdat je binnen niet veilig bent of er geen plek voor je is. Nou ja, het is niet alleen dat je niet meetelt, het is ook zo dat je het canvas van Rotterdam als plek voor vertier en consumptie verstoort. De app voorziet niet in dit soort gebruik; maar ook de stad voorziet steeds minder in dit gebruik.

En door jouw “verkeerde” gebruik van de publieke ruimte of de stad creëer je niet alleen een extra wachtrij voor de denkbeeldige Python; wanneer je dit doet zonder gebruik van je mobiele telefoon draag je ook nog eens verantwoordelijkheid voor het feit dat het ergens drukker is dan de werkelijkheid op de app doet vermoeden. Dus word jij een probleem. Een probleem dat alleen gedisciplineerd kan worden door online te gaan en door de stad te gebruiken op de gewenste manier. En dan is de vraag of afstand in en tot de publiek ruimte of de stad door de 1,5 meter-maatregel wordt bepaald, of dat er sprake is van andere maatregelen, andere obstakels en andere vormen van uitsluiting?

Zo identificeerde ik me eerder vandaag als iemand die op zoek is naar een park, hier in de buurt. De app verwees me naar de Joost Banckertsplaats. Even los van het feit dat we kunnen steggelen of de Joost Banckertsplaats de ruimte en mogelijkheden biedt om van een publiek park in plaats van een groenstrook te mogen spreken, en even los van het feit dat de hoeveelhied publieke groenvoorzieningen in Rotterdam echt te wensen overlaat, gaf de app aan dat het daar druk, te druk was. En stelde het voor dat ik dan misschien naar de Botansiche Tuin in de Afrikaanderwijk kon gaan… 3,5 kilometer verderop! Terwijl, wanneer ik me als toerist identificeerde, de app me aanraadde om ruimte en vertier te vinden op de Jan Evertsenplaats.

Dit voorbeeld, dat vast en zeker als technische hick-up zal worden beschouwd en dat vast en zeker verklaard kan worden door mijn foute gebruik van de app, legt echter wel belangrijke aannamen bloot over voor of van wie Rotterdam is. Het is, zoals eerder gezien, een canvas voor vertier en consumptie; voor diegenen die accepteren dat het gebrek aan doorstroom in en ongewenst gebruik van de publieke ruimte de grote boosdoeners in de corona-crisis zijn; voor diegenen die accepteren dat alleen technologie en het juiste gebruik ervan dit probleem kan oplossen; voor diegenen voor wie tijd, vervoer en dus middelen geen issue zijn (om bijvoorbeeld “even” van het centrum naar de Afrikaanderwijk te gaan), en, belangrijker nog, de stad is net dat beetje meer voor die mensen die hier iets komen brengen: toeristen van buiten de stad, of Rotterdammers die geld uitgeven.  

 Nou lijkt dit allemaal logisch, zeker omdat spot-R zichzelf tot doel stelt het “gewone” leven van Rotterdammers en de Rotterdamse economie te ondersteunen. Maar het idee dat het “gewone” leven van “gewone” Rotterdammers in eerste instantie door de bril van de stad als marktplaats moet worden begrepen, is niet iets dat “opeens” of “alleen” in deze app centraal staat . Die bril heeft de Gemeente Rotterdam, net zo als alle steden en gemeenten in Nederland en ver daarbuiten, al heel lang op.

De digitale en slimme ambities van de stad Rotterdam kunnen bijvoorbeeld niet los gezien worden van ambities van steden om op nationaal maar ook wereldtoneel mee te kunnen spelen met de “grote jongens”, zoals Amsterdam, New York, Parijs, Londen. Digitale technologieën en digitale hard- en software zijn, zoals het nieuws van de afgelopen week over TikTok en Huawei liet zien, middelen en manieren om je nationale en internationale standing mee aan te geven, ook als stad. Maar die omarming van de rat race waarin het om de merkwaarde van Rotterdam gaat is niet alleen voor de bühne. Het heeft heel concrete gevolgen, juist voor die “gewone” Rotterdammer en het “gewone” leven in Rotterdam. Bijvoorbeeld wanneer er keuzen moeten worden gemaakt over de inzet van publieke middelen. De middelen, mensen en tijd die in spotR zijn geïnvesteerd, kunnen bijvoorbeeld niet worden gestopt in, ik noem maar wat, het sneller opschalen van testcapaciteit, het beschermen van die arbeiders in Rotterdam voor wie werk, zeker door corona, uiterst gevaarlijk en precair is.

En hoewel de data die wordt geproduceerd door SpotR niet herleid kan worden tot natuurlijke personen, zal het ongetwijfeld bijdragen aan de verdere ontwikkeling van data-gedreven beleid van de Gemeente. En dus niet tot de aanleg van meer parken, maar in het nog efficiënter kunnen laten doorstromen van mensen en beweging in de stad. Een niet geheel uit te sluiten scenario zou dan zijn dat snelle en gegarandeerde toegang tot publieke ruimte in de stad een prijs gaat krijgen. Die bijvoorbeeld betaald kan worden door je data te delen. Of door je locatie te delen. En dan lijkt die in eerste instantie ver gezochte metafoor van Rotterdam als Efteling, waar de nog meer betalende klant zich koning mag wanen, zo’n vreemde nog niet…

De volgende Talkshow Studio Erasmus is op 20 oktober. Voor meer info surf naar de website: https://www.eur.nl/onderzoek/studio-erasmus

Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met Studio Erasmus van de Erasmus Universiteit. Deze organisatie heeft geen invloed gehad op de inhoud van het artikel. Lees hier meer over samenwerkingen.

Minicollege Jiska Engelbert

Lees meer

Minicollege: (Voor wie) is Rotterdam een slimme stad?

Minicollege van Jiska Engelbert over de behoefte een smart city te willen zijn.

Deze banner kun je wegklikken, maar....

..je kunt ook supporter worden! Vers Beton kan alleen bestaan dankzij een bijdrage van lezers. Vanaf 6 euro per maand maak jij onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk.

Nee, ik lees eerst het stuk verder

Profielfoto-Marianne-Klerk

Marianne Klerk

Marianne is historicus en journalist. Rotterdam is in haar ogen de mooiste stad van Nederland, waar eeuwen van stadsvernieuwing en -vernieling kriskras door elkaar lopen.

Profiel-pagina
Nog geen reacties

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.