Voor de harddenkende Rotterdammer
Cultuurcampus_Lex_Kortenoeven_1
Beeld door: beeld: Lex Kortenoeven

Een grote gele werfkraan begroet de fietsers die uit de Maastunnel de Zuidoever oprijden. Rondom de kraan liggen stapels oud ijzer temidden van containers en oude loodsen. Een witte metalen wand met daarboven een hoogspanningskabel omheint het terrein vanaf de Doklaan. Boven de kabel zie je nog net de woorden ‘Van Leeuwen Recycling Group’. Het gebied is  hermetisch afgesloten van publiek: een sterk contrast met de levendigheid en alle bezoekers die de cultuurcampus op deze locatie moet gaan brengen.

In juli werd het Charloisse hoofd als locatie voor de cultuurcampus bekendgemaakt. “Een nieuw icoon voor Rotterdam op een markante plek”, is hoe de Gemeente Rotterdam het nieuwe gebouw omschrijft. Er komen voorstellings- en expositieruimtes, ateliers, horeca en winkels. Ook gaat het onderdak bieden aan verschillende instellingen, waaronder Codarts, de Hogeschool en de Erasmusuniversiteit. De kosten worden geschat op € 300 miljoen. Dat bedrag wordt grotendeels betaald door de onderwijsinstellingen, en moet aangevuld worden met een  – nog niet gespecificeerde – mix van publiek en privaat geld. 

Rotterdam Zuid gaat van de cultuurcampus profiteren, belooft de gemeente. Hoe aannemelijk is het dat dat ook gaat gebeuren? “Het gevaar van iconische projecten is dat ze als een UFO in de woestijn neerlanden”, waarschuwt Wouter Jan Verheul, bestuurskundige en onderzoeker stadsiconen aan de universiteit Delft. “Daarmee bedoel ik dat het project geen, of een moeizame relatie heeft met haar omgeving.” 

“Het is geen automatisch gegeven dat omliggende wijken ook profiteren van de investeringen in het gebied”

Aan een tafeltje in restaurant Dudok vertelt Verheul bevlogen over zijn onderzoek naar soortgelijke stadsiconen. Hij noemt de London Docklands, een business district à la Kop van Zuid, met dure appartementen in oude pakhuizen. Het grenst aan de armere wijk East London. Verheul: “Onderzoek heeft laten zien dat verschillen zijn toegenomen tussen de getransformeerde waterfronts van de Docklands en de achterliggende wijken. In andere woorden, het is geen automatisch gegeven dat omliggende wijken ook profiteren van de investeringen in het gebied.”

Maar de cultuurcampus is ook niet bedoeld om de problemen van lokale bewoners op te lossen, bestrijdt Marco Pastors over de telefoon. Als directeur van het Nationaal Programma Rotterdam Zuid (NPRZ) is hij één van de initiatiefnemers van het project. “De cultuurcampus gaat om het onderwijs en het aantrekken van bezoekers. Het is niet in eerste instantie bedoeld om direct iets te betekenen voor de buurtbewoners. Dat is een misverstand”, stelt Pastors.  

“De cultuurcampus gaat om het onderwijs en is niet in eerste instantie bedoeld om iets te betekenen voor de buurtbewoners”

Het NPRZ is opgericht in 2011 om de sociaaleconomische achterstand van Rotterdam Zuid aan te pakken. Pastors: “De afgelopen jaren hebben de partners in het NPRZ veel gedaan voor de bewoners, zoals de verbetering van onderwijs, goede sociale en financiële hulpverlening en betere woningen. De cultuurcampus laat zien dat we verder gaan dan alleen het wegwerken van achterstand. Het gaat er niet alleen om dat mensen zich van onderaf naar boven kunnen werken, maar ook om van bovenaf ambitie te tonen door iets iconisch neer te zetten.” 

Pastors vervolgt: “Op Rotterdam Zuid zijn we gewend dat als iets echt de moeite waard is, zoals de Markthal of het Centraal Station, het aan de overkant van de Maas ligt. Het zou goed zijn als Zuid ook iets zou hebben, dat echt indruk maakt.”

Symbolische betekenis

Wordt de cultuurcampus inderdaad een stadsicoon? “In de architectuur wordt een icoon vaak gezien als een extravagant gebouw”, weet Verheul. “Maar in een bredere definitie is het een bouwwerk of ensemble, dat beroemd is, op z’n minst onder een bepaalde doelgroep, en dat zich onderscheid door de symbolische betekenis. Het vertegenwoordigt een bepaalde culturele waarde of verhaal.”

Juist die symbolische betekenis voor bewoners op Zuid vindt Pastors belangrijk: “Het gebouw krijgt een uitstraling die mensen het signaal geeft dat hun gebied ook een volwaardig onderdeel van de randstad is.” Maar of de cultuurcampus daarin slaagt hangt volgens Verheul vooral van de bewoners zelf: “Het publiek bepaalt of iets een icoon wordt, niet de intentie van de initiatiefnemer.” 

Cultuurcampus_Lex_Kortenoeven_3
Beeld door: beeld: Lex Kortenoeven

De tijd zal leren hoe de cultuurcampus valt bij de bewoners van Charlois en de rest van Zuid. De bewoners lijken nu nog niet op de hoogte van de plannen. “Ik dacht dat er een speeltuin kwam”, zegt buurtbewoner Nel, die op haar gemak op haar rollator bij de ingang van de flat aan het Charloisse hoofd zit. Een beetje meer leven in de brouwerij ziet ze wel zitten. “Als het maar niet m’n mooie uitzicht verpest.”

Buurtbewoner Hamed is ook niet op de hoogte van de plannen voor het gebied. Hij drinkt een biertje bij café de Teddy Bear, bij de uitgang van de Maastunnel. Hij maakt zich zorgen dat de Charlois drukker en duurder wordt. “Ik hoop dat de huurprijzen niet verder stijgen. Ik houd van rust. Het is nu al zo druk dat ik straten verderop moet parkeren. En nog betaald ook.”

Aantrekkelijk voor wie

Toch is het van belang dat de bewoners wel betrokken worden bij de ontwikkeling van het gebied, om te zorgen dat zij zich er op hun plek gaan voelen. Dr. Linda Zuijderwijk is gepromoveerd op participatieprocessen in de stad, en het gebruik van stedelijke openbare ruimte. Ze vertelt telefonisch: “In de interactie tussen bezoekers, studenten en bewoners zitten subtiele berichten, omgangsregels als het ware, die bepalen wie er thuis hoort, en wie niet.”

Het mechanisme van in- en uitsluiting zit niet alleen in kleine dingen, zoals kleding en taalgebruik van de bezoekers en studenten, maar ook in de vormgeving van een gebouw en hoe er door ontwikkelaars over gepraat wordt, vertelt Zuijderwijk. “Een gebouw dat er imposant uitziet kan juist afschrikken. En als de heersende gedragsregels heel anders zijn dan iemand gewend is, zal diegene zich er niet op z’n plek voelen.” 

Dat ging bijvoorbeeld mis bij het Eye Museum in Amsterdam Noord, zag onderzoeker Verheul: “We zien dat toeristen massaal de pont nemen, maar ze nemen net zo snel de pont weer terug. Ook bleek tijdens ons onderzoek dat er er geen enkele Noorderling in het museum werkt.” Daar profiteren de omliggende volkswijken dus amper van die plek als een semi-publiek domein. Verheul: “We hebben bewoners gevraagd of ze naar het Eye gaan. Het antwoord is nee, want ‘ze draaien alleen maar stomme films uit de jaren twintig’. Het terras gebruiken ze ook niet, want de koffie is er €2.70.”

Cultuurcampus_Lex_Kortenoeven_2
Beeld door: beeld: Lex Kortenoeven

In andere woorden: het gevaar is dat de culturele programmering en de horeca niet aansluiten bij de behoeften van de wijk. Een punt dat ook sociaal cultureel ondernemer Lorenzo Elstak maakte in de podcast Coolsingelpraat. Zuijderwijk: “Bewoners kunnen zich afvragen, ‘what’s in it for me? Voor wie moet deze buurt aantrekkelijk zijn?’ Als het vooral voor toeristen blijkt kunnen mensen zich buitengesloten voelen en zich van zo’n project afkeren.”

Ook Verheul kijkt kritisch naar de toeristische functie van de cultuurcampus: “De Markthal is ook een iconisch gebouw met meerdere beoogde functies, en dat is in zekere zin een toeristische bestemming geworden. In een gesprek heeft de ontwikkelaar toegegeven dat de markthal een succes is qua woningen, maar niet wat betreft winkels en horeca voor Rotterdammers. Dat risico loopt de cultuurcampus ook, als er geen uitgewerkte strategie komt over hoe je die toeristen daar wil krijgen en hoe je ze wil benutten ten behoeve van de lokale omgeving en bewoners.”

Eenzijdig gevestigd

Door de toeristische functie zou je bijna vergeten dat de motor achter cultuurcampus drie onderwijsinstellingen zijn. Pastors: “De vraag om deze campus is vanuit de landelijke politiek en de onderwijsinstellingen gekomen. De Erasmus Universiteit, de Hogeschool en Codarts voelden zich er steeds ongemakkelijker bij dat ze zo eenzijdig aan de andere kant gevestigd waren. De cultuurcampus moet een duidelijk signaal geven dat hoger onderwijs ook iets is voor Zuid.” De eerste onderwijsactiviteiten moeten er al in 2022 plaatsvinden, en de hele campus moet rond 2025 voltooid zijn

“Het is inderdaad van belang dat Hoger Onderwijs beter vertegenwoordigd wordt op Zuid”

Het is inderdaad van belang dat Hoger Onderwijs beter vertegenwoordigd wordt op Zuid, zegt Zuijderwijk: “Sommige bewoners hebben het idee dat de universiteit niet voor hen is. Het kan echt een drempel zijn om de rivier over te steken. Bijvoorbeeld door een klein budget. En we zien nu bijvoorbeeld met corona dat het OV spannend kan zijn. De wereld is dan erg klein.”

In de huidige doelstellingen moet de cultuurcampus dus drie doelgroepen bereiken en bedienen: bewoners, studenten en toeristen. Verheul: “De vraag is hoe die drie zich tot elkaar verhouden en hoe dat gestuurd wordt. Daar is een duidelijke strategie voor nodig. Ik zie bij soortgelijke projecten vaak dat algemene intenties niet, of maar gedeeltelijk bereikt worden. Dat komt doordat het precieze effect en de weg daarnaartoe niet specifiek genoeg uitgedacht worden.” 

Zuijderwijk’s advies is dan ook om nu al te beginnen met het betrekken van alle doelgroepen. “Breng bezoekers, studenten en bewoners nu al samen om te ontdekken waar de overlap is en waar het schuurt. Dát het schuurt tussen groepen hoeft niet erg te zijn, juist daar kan ook groei zitten omdat bijvoorbeeld studenten hun best moeten doen om het leven van de lokale bewoners te begrijpen.” 

Pastors vertelt dat hij vanuit NPRZ regelmatig spreekt met bewoners: “De prioriteit van mensen ligt niet bij zo’n groot indrukwekkend gebouw, dus zoeken we dat onderwerp nu niet op. Mensen leggen terecht de prioriteit liever bij hun dagelijks leven, hun kinderen en hoe zij of hun buren van eventuele problemen afkomen. Maar als de nieuwe campus ter sprake zou komen, gaan we er zeker op in. En uiteraard gaan we er ook uitgebreid over in gesprek via de gebruikelijke inspraakprocedures.”  Buurtbewoner Hamed heeft er vooralsnog zijn bedenkingen bij: “Het maakt niet uit wat wij vinden. Die ontwikkelaars doen toch wat ze willen.”

_M8A1318_WEB_Willem de Kam

Lees meer

Stadsarchitect Aarhus Stephen Willacy: “Neem alle beslissingen voor de nieuwe Cultuurcampus op Zuid samen met bewoners”

Interview met de stadsarchitect van Deense ‘second city’ over Aarhus en Rotterdam.

Deze banner kun je wegklikken, maar....

..je kunt ook supporter worden! Vers Beton kan alleen bestaan dankzij een bijdrage van lezers. Vanaf 6 euro per maand maak jij onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk.

Nee, ik lees eerst het stuk verder

Manon

Manon Dillen

Manon (1992) is econoom en filosoof. Ze heeft haar hart verloren aan de stad die er geen schijnt te hebben.

Profiel-pagina
fotolex

Lex Kortenoeven

Fotograaf

Lex Kortenoeven is autonoom fotograaf en Rotterdammer. Hij studeert aan de Fotoacademie in Amsterdam (verwachte afronding 2021). Lex fotografeert in de rol van onderzoeker en is geïnteresseerd in de suggestieve kracht van beeld.

Profiel-pagina
Lees 3 reacties
  1. Profielbeeld van Toine van Mourik
    Toine van Mourik

    “Het is niet bedoeld om direct iets te betekenen voor de buurtbewoners.” Wat een dooddoener. Qua betrekken van buurtbewoners kunnen er allerlei dingen gedaan worden. Er kan gedacht worden aan de invulling van de horecaruimtes door lokale ondernemers, openbare lezingen en dergelijke. De initiatiefnemer zou hier actieve stappen in moeten nemen, in plaats van het over te laten aan ‘wat de buurt ervan vindt’. Als je laat zien dat je de buurt wil betrekken, dan zal de buurt ook sympathieker tegenover je project staan.

  2. Profielbeeld van Sander Hazevoet
    Sander Hazevoet

    Terecht wordt in jullie artikel de vraag gesteld of Zuid een icoon nodig heeft en voor wie dit icoon dan is. Als stichting Charlois aan het Water zijn wij al 10 jaar actief op Zuid. Sinds vijf jaar met het Paviljoen ..aan het Water; een podium voor muziek, kunst en eten. Alle kunstenaars, muzikanten en koks zijn bewoners uit de aangrenzende wijken en maken de plek tot een ontmoetingsplek aan de Maashaven. Onze ervaring is dat de kracht van Zuid hem juist in het kleinschalige ligt. Er is een netwerk van kleine culturele instellingen op Zuid, allemaal met een eigen insteek, die wel de bewoners weten te bereiken maar ook bezoekers uit Noord aantrekken. De kleinschaligheid en de netwerksamenwerking zijn karakteristiek voor Zuid met zijn diverse bevolkingssamenstelling en ruimtelijke fragmentatie. Als de cultuurcampus geen oog heeft voor dit bestaande culturele netwerk zal de UFO helemaal niet landen.

  3. Profielbeeld van Teun van den Ende
    Teun van den Ende

    Terecht dat een cultuur- (of toch ook vooral een onderwijs-?) campus als icoon geframed wordt als er 300 miljoen naar toegaat. Waarom zou je uberhaupt beginnen met een (streef)bedrag te noemen voor de geplande ontwikkeling? Zie het proces van het de renovatie van het Boijmansn van Beuningen, waar ook al eindeloos over geld gedebatteerd werd voordat het duidelijk was hoe groot de ingreep in het bestaande gebouw zou worden. Misschien kunnen de initiatiefnemers beginnen met het uitspreken van inhoudelijke doelen en daar vervolgens een proces voor organiseren. Zomaar een ideetje.

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.