Voor de harddenkende Rotterdammer
FLB_20200908_O8A9493
Beeld door: beeld: Florian Braakman

Oké. Ik moet bekennen dat ik zelden in een bubbel kom waar ik echt niks vanaf weet. Als schrijver en natural born nieuwsgierigaard weet ik nu eenmaal van heel erg veel dingen een beetje. Maar als de hoofdredactie op de proppen komt met een repetitie van het studentenorkest, blijft alles in mij blanco. Ons kent ons niet.

Ik weet dus helemaal niks van orkesten. Ze spelen klassieke muziek, er is een dirigent, blazers, strijkers. Dat is het? Ik heb nooit noten leren lezen of een instrument leren bespelen. Op de fiets richting de Doopsgezinde Kerk achter Hofplein zwellen de zenuwen in mijn buik aan. Wat nou als ik verkeerde vragen stel? Wat als ze me vragen wat het verschil is tussen een bugel en een hoorn? Ben ik een onderontwikkeld zwijn? Bij voorbaat vol minderwaardigheid (in mineur dus ;)) stap ik de kerk in.

Ik word gelijk totaal in beslag genomen door het slagwerk: twee gigantische trommels. Als liefhebber van komisch grote objecten zweef ik er als betoverd naartoe. Wat volgt is letterlijk de volgende uitwisseling: 

“Wow! Wat zijn dit voor een hele grote trommels?”

“Eh, dit zijn pauken.”

“Oh! Als in: Boem, paukeslag?”

“Ja! Dat gedicht van eh…”

“Van Van Ostaijen, ja.” 

Score, ik weet iets. Ik lach nerveus en maak me uit de voeten. De rest van de avond laat de pauk me niet meer los.

“Dit, leer ik later, is de kracht van klassieke muziek en de magie van samenspel. Je spreekt dezelfde taal”

De dirigent, Coen Huisman, heet iedereen welkom. Zoals dat gaat in de kerk schuifelt er iemand precies op het moment dat hij vertelt welke stukken ze gaan oefenen, met zijn stoel. Iets van Medison en iets van Worziak? Ik tel zestien violen, twee cello’s, twee dwarsfluiten, een trompet, twee klarinetten en twee klarinetten met een rietje in plaats van een tuutje (hobo’s). De toon wordt gezet: A. 

Alsof het heel normaal is en iedereen weet wat ‘ie moet doen, barst er ineens een klassiek muziekstuk los. Coen leidt het orkest met vrolijke en geduldige hand. Een kwart van de spelers is nieuw, maar ze spelen het gewoon samen! Dit, leer ik later, is de kracht van klassieke muziek en de magie van samenspel. Je spreekt dezelfde taal.

Ik kijk mijn ogen uit. Naar hoe violisten grapjes maken met elkaar. Naar de gezichten die de dirigent tijdens het dirigeren trekt. Naar hoe teleurgesteld sommige spelers puffen als de boel weer wordt stilgelegd. Naar hoe anderen wegdromen als ze even niet aan de beurt zijn. Naar de trompettist die op haar vingers aftelt wanneer ze moet beginnen, en daar een beetje mee wordt geplaagd door een trombonist. Naar het gefrummel als een blaadje snel omgedraaid moet worden. En naar een geïrriteerde blik met ‘sst’ van een violist die vindt dat er te veel gekletst wordt. 

FLB_20200908_O8A9483
Beeld door: beeld: Florian Braakman

Tussen het oefenen door, legt de dirigent uit dat sommige spelers sneller moeten spelen, of luider. Hij heeft het over descendo en crescendo. Hij vraagt of de blazers het ook in één adem kunnen proberen. Of hij scat – zonder woorden – voor wat hij bedoelt: jabbe-dabbe-da-be-dabbe, piejom-pi-dom-piedom. Hij maakt een grap dat dit ene stukje is zoals het weer, en iedereen lacht. Ik snap het niet maar vind het wel leuk. En mooi ook. De studenten spelen echt goed. Tussendoor wapperen ze hun handen of masseren ze hun wangen om de kramp eruit te krijgen. De paukespeler (paukenier, paukenist?) heeft wel zes verschillende stokken en roffelt en rommelt en aait over het vel. Af en toe trapt hij op een pedaal, God weet waarom. Maar het is schitterend. 

Remco zit in het bestuur en helpt de avond organiseren. Hij straalt. Het studentenorkest groeit en ook vanavond gaan er al wat aanmeldingsformulieren rond. Je mag meedoen aan de auditie vanaf 18 jaar. Remco is promovendus medische biochemie in Leiden. Hij speelt altviool in het orkest en maakt al van kleins af aan muziek. Als ik vraag waarom hij liever in een orkest speelt dan solo, let hij uit dat je in je eentje een instrument leert bespelen, maar in samenspel leer je muziek maken. Het is fijn om onderdeel te zijn van een groter geheel en iets te creëren. Teamwork.

Hobospeler Hanna (19 jaar, bestuurskunde) vind het sociale aspect erg belangrijk. Sommige orkesten zijn competitief en dat gaat ten koste van de sfeer. Hier kent iedereen elkaar en je kunt met iedereen een praatje maken. Ze helpen en motiveren elkaar. Of het orkest een bubbel is? Jawel. Hanna kan zich goed voorstellen dat het ongezellig is om als buitenstaander naar een gesprek tussen orkestmuzikanten te luisteren. Maar tegelijkertijd kun je onmiddellijk bonden met een wildvreemde in het orkest. Iedereen deelt dezelfde passie.

“Sommige orkesten zijn competitief en dat gaat ten koste van de sfeer. Hier kent iedereen elkaar, ze helpen en motiveren elkaar”

Ik vraag Hanna of bepaalde karakters bepaalde instrumenten kiezen. “Ja, absoluut. De violisten zijn bijvoorbeeld met velen en moeten dus goed op elkaar letten — een sociale eigenschap. Eerste violen staan op de voorgrond, vaak ook in hun leven. Altviolen houden daarentegen gestaag de boel bij elkaar op de achtergrond.” En wat zegt het over mijn karakter dat ik direct op de pauken wil trommelen? “Ik geloof wel dat je er dan van moet houden om dingen groots aan te pakken. Dat je veel durf moet hebben maar ook stabiel moet zijn. Onze paukenist Rick is ook echt een goede, stabiele vriend buiten de muziek om. Maar is een muzikaal multitalent, hij speelt van alles!”

Dirigent Coen ziet ook karaktereigenschappen terug in instrumentkeuze. “Je hebt bedeesdere instrumenten als de klarinet, en schelle, luide zoals de trompet. Die mogen niet bang zijn om gehoord te worden. Kinderen vinden vaak intuïtief een instrument waar ze zich comfortabel bij voelen. Soms groei je er over eentje heen en ontwikkel je je naar iets anders. Muziek maken is emotioneel. Dat maakt een vol orkest juist zo mooi, al die eigenheid samen bij elkaar opgeteld.”

 

Over deze rubriek

Steeds vaker klinkt de zorg dat verschillende groepen in de stad zich opsluiten in ‘parallelle samenlevingen’, dat er ‘kloven’ tussen groepen in de samenleving ontstaan. Is Rotterdam aan het segregeren of hoort dat bij de grote stad? Waar ontmoeten verschillende groepen elkaar nog, en waar verschuilen ze zich? In Ons Kent Ons gaat Vers Beton op bezoek bij verschillende Rotterdamse bubbels. Soms met, en soms zonder een glas, eh, bubbels.

Bekijk hier alle artikelen in ‘Ons Kent Ons’.

Deze banner kun je wegklikken, maar....

..je kunt ook supporter worden! Vers Beton kan alleen bestaan dankzij een bijdrage van lezers. Vanaf 6 euro per maand maak jij onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk.

Nee, ik lees eerst het stuk verder

IMG_2709

Basia Dajnowicz

Basia Dajnowicz (1988) is na de Achterhoek, Arnhem en Antwerpen eindelijk in Rotterdam terechtgekomen. Die krijg je hier nooit meer weg. In het dagelijks leven rammelt ze op haar toetsenbord en maakt ze domme grappen.

Profiel-pagina
braakman

Florian Braakman

Fotograaf

Florian Braakman (1988) is een autonoom-documentair fotograaf. Fotografie is een manier om vragen te stellen en grip te krijgen op onze snelle alledaagse realiteit. De poëtische, associatieve en verhalende kracht van het beeld staan centraal in zijn werk.

Profiel-pagina
Nog geen reacties

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.