Voor de harddenkende Rotterdammer
VERS_BETON_GUILLEM_09_WEB_Willem de Kam
Beeld door: beeld: Willem de Kam

Als hem gevraagd werd naar zijn herkomst antwoordde Guillem Colomer Fontanet (33) voorheen altijd: Barcelona. De stad waar hij opgroeide. Toen hij vijf jaar geleden begon als zelfstandig architect realiseerde hij zich dat Rotterdam eigenlijk meer zijn thuisstad is. “Veel mensen hebben een positief beeld van Rotterdam als architectuurstad. Een recente opdrachtgever in Mannheim (Duitsland) bleek veel voorbeelden van hier te kennen: ze hadden zelfs van BlueCity010 en de Keilewerf gehoord. Dus vertel ik tegenwoordig dat ik een Rotterdamse architect ben.”

air_logo_groot

Lees meer

Mogelijk gemaakt door

Dit artikel is tot stand gekomen dankzij het Architectuur Instituut Rotterdam

Colomer voelt zich thuis in de mix van culturen die Rotterdam kenmerkt: “Ik deel mijn portiek met buren van Poolse, Jamaicaanse en Pakistaanse komaf. We onderhouden contact zoals buren dat met elkaar hebben in de stad. Een wereld van verschil met Barcelona, dat uitgehold wordt door toerisme.” Dat hij tien jaar geleden in Nederland neerstreek maar voor het interview toch terugvalt op het Engels, doet daar niets aan af. “Ondanks dat ik niet vloeiend Nederlands spreek, lukt het me toch bij te dragen aan de ontwikkeling van de stad.”

Nadat hij in 2009 aan de TU Delft studeerde op een Erasmusbeurs besloot Colomer, zoals veel andere Europese architectuurstudenten, aan de slag te gaan bij een Nederlands bureau. In zijn geval was dat Neutelings Riedijk architecten, gevestigd in het Groothandelsgebouw. Hij werkte er onder meer aan de vorig jaar opgeleverde uitbreiding van museum Naturalis in Leiden. Anders dan veel grote Nederlandse architectenbureaus is een vierdaagse werkweek de norm en heeft Neutelings Riedijk een sterke voorkeur om aan projecten in Europa te werken.

“Ik ben ervan overtuigd dat een ontwerper zich moet kunnen inleven in de mensen waarvoor hij of zij werkt”

Colomer denkt dat in zijn vakgebied lokale binding en kennis van lokale omstandigheden essentieel is. Die houding neemt het langzaam over van het idee dat architecten het pas gemaakt hebben als ze opdrachten op alle continenten hebben. “Ik werk bijna uitsluitend in Rotterdam, of preciezer nog, in Rotterdam-West. Het is gewoon zo gegaan, maar helemaal toevallig is het niet. Ik ben ervan overtuigd dat een ontwerper zich moet kunnen inleven in de mensen waarvoor hij of zij werkt.”

VERS_BETON_GUILLEM_03_WEB_Willem de Kam
Beeld door: beeld: Willem de Kam

Boeddhistische tempel

Vijf jaar geleden ontmoette de jonge architect een opdrachtgever die niet het bureau waarvoor hij werkte, maar hém om een ontwerp vroeg. Deze opdrachtgever, de stichting Phuntsok Chö Ling, wilde een nieuw interieur voor hun Boeddhistische tempel aan de Oostkousdijk in Delfshaven. “Ze gaven me verantwoordelijkheid over de besteding van tien jaar aan spaargeld. Maar het was niet genoeg een aannemer het ontwerp te laten uitvoeren.”

Dus vroeg Colomer de boeddhistische gemeenschap zelf de handen uit de mouwen te steken. Hij was niet alleen verantwoordelijk voor het ontwerp maar coördineerde ook de bouwwerkzaamheden. Terwijl hij bezig was bedacht hij een naam voor zijn bureau: CoFo, een afkorting voor Collective Force. Want zonder inzet van de gemeenschap was het ontwerp immers nooit gerealiseerd.

Vanuit de straat, de Oostkousdijk, kijk je nu zo in de grote gemeenschappelijke ruimte naar binnen. De gebedsruimte die erachter ligt is afgesloten met een dubbele wand. “Het idee is dat het pand niet uitsluitend voor de boeddhisten, maar ook voor andere bijeenkomsten te gebruiken is.” De inspiratie voor deze ‘communicerende’ gevel deed Colomer op aan de hand van historische foto’s van Oostkousdijk. Daarop staan werklieden afgebeeld die na hun werkdag in de havens in de straat vertier zoeken.

In het gemeentearchief vond Colomer meer van zulke beelden, zoals van openluchtmarkt op de Spanjaardstraat, even verderop: “Het deed me denken aan de Barcelonese Rambla waar dankzij een markt, culturele functies, barretjes en restaurants, buurtgenoten elkaar kunnen ontmoeten.”

VERS_BETON_GUILLEM_10_WEB_Willem de Kam
Beeld door: beeld: Willem de Kam

In de Europese architectenprijsvraag Europan1 zag Colomer een kans om zijn gedroomde Delfshavense versie van de Rambla uit te werken tot een ontwerp. Hij koos het Visserijplein in Bospolder-Tussendijken (kortweg BoTu) uit de vijf Rotterdamse locaties die dit jaar voor de prijsvraag geselecteerd zijn. “De gemeente doet er alles aan om de wijk te verbeteren. Er zijn veel waardevolle bottom up-initiatieven maar een ruimtelijke visie op BoTu ontbreekt. Het Visserijplein is alleen op marktdagen het kloppende hart van de wijk, op andere dagen ligt het er uitgestorven bij.”

Colomer gaf zijn inzending de naam Rambla + Kapsalon. Hij tekende op het Visserijplein een groot gebouw om ontmoeting tussen wijkbewoners uit te lokken. De functie van de (vers)markt – de Rambla – komt in overdekte vorm terug. De markt loopt over in een publiek toegankelijk gebouw met tribune – de Kapsalon – dat hij zich voorstelt als een huis voor de gemeenschap. 

“In Bospolder-Tussendijken kan je etenswaren van over de hele wereld proeven, maar er zijn nauwelijks plekken voor dialoog, voor uitwisseling. In de video van mijn ontwerp heb ik een beeld opgenomen van een maquette met wijkbewoners eromheen die het gebruik van de Kapsalon bespreken.”

Een deel van het donkere bakstenen bibliotheekgebouw dat nu op het plein staat, kan opgaan in zijn ontwerp. Maar een groter contrast tussen dat gebouw en het transparante, haast doorzichtige ontwerp van Colomer, is bijna niet mogelijk. 

VERS_BETON_GUILLEM_12_WEB_Willem de Kam
Beeld door: beeld: Willem de Kam

Niet het enige idee

De Europan-jury kroonde Colomer in maart 2020 als winnaar. Maar toen hij aan de slag wilde met de uitvoering, viel het proces stil door de komst van het coronavirus. Nu is hij weer in gesprek met de gemeente, maar zijn plan blijkt niet het enige idee voor het Visserijplein. Een gelijktijdige prijsvraag Social impact by design in de wijk, leverde ook legio ideeën op voor het plein. Ook het bureau Ooze Architects maakte in het kader van de Internationale Architectuur Biennale (IABR) ontwerpvoorstellen.

De kans bestaat dus dat Colomers ontwerp niet – of anders – uitgevoerd zal worden. Vanwege de vele ideeën en belangen kan de jonge architect nog weinig loslaten over het verdere proces. Toch ziet hij de andere initiatieven niet per definitie als concurrentie. “Het idee van een collective force is als werkmodel op het Visserijplein in elk geval toepasbaar. Architecten leveren ruimtelijke voorstellen, maar het wordt pas echt wat als een grote diversiteit van bewoners inbreng levert.”

In zijn visualisaties doen de hoge wand en de tribune van het publieksgebouw, ‘de Kapsalon’, de ene keer dienst als klimmuur, de andere keer als bioscoopscherm voor het Internationaal Filmfestival of voor voetbalwedstrijden. “Het gebouw moet een zo divers mogelijk publiek aanspreken, van alle leeftijden en culturele achtergronden. Een combinatie van eten, sport en cultuur is essentieel om dat uit te lokken.”

De ruimte kleurt mee met de activiteiten, bij een voetbalwedstrijd wapperen zowel een Nederlandse als een Marokkaanse vlag. Het is niet de intentie van Colomer om met zijn ontwerp een politiek statement af te geven. “Zie het liever als onderzoek naar de manier waarop diversiteit, nu al een kenmerk van de wijk, ingezet kan worden om een gezamenlijke identiteit uit te dragen.” In BoTu vind je een culturele diversiteit die hij authentiek noemt, omdat er niet mee te koop gelopen wordt: “Een Turks eettentje is gewoon een Turks eettentje, geen restaurant dat de Turkse, of een andere overzeese eetcultuur, als marketing inzet.”

VERS_BETON_GUILLEM_04_WEB_Willem de Kam
Beeld door: beeld: Willem de Kam

Hoewel Bospolder-Tussendijken momenteel niet hoog staat op lijstjes van veiligheid, schoolprestaties of welzijn, ziet Colomer een positieve toekomst voor de wijk: “Je merkt nu al dat de omgeving van het Dakpark jongeren uit Schiedam aantrekt. Als het naastgelegen gebied M4H2 zich verder ontwikkelt met woningen en makerspaces zoals Buurman en de Keilewerf, krijgt BoTu een meer centrale plek in Rotterdam-West en zullen hopelijk meer mensen de wijk bezoeken.”

Wat Colomer met zijn ontwerp wil zeggen, is dat iedere Rotterdammer het recht heeft om invloed uit te oefenen op het ontwerp en het gebruik van zijn of haar wijk. Rotterdammers zijn heel betrokken bij ‘stadmaken’, vindt hij. Dat zie je bijvoorbeeld in de betrokkenheid bij de festivals, zoals IFFR of de Dakendagen. “Maar zulke evenementen, en ook kleinschaliger varianten, kunnen alleen plaatsvinden als gebouwen en publieke plekken in stad toegang bieden voor alle bewoners.”

vb-mailchimp

Lees meer

Schrijf je in voor de maandelijkse architectuurnieuwsbrief!

Op de hoogte blijven van Vers Beton per mail? Schrijf je in voor onze wekelijkse of maandelijkse nieuwsbrief.

Dossier Architectuur: De Nieuwe Lichting

Rotterdam is de stad van grote gevestigde architectuurbureaus en starchitects. Maar wie staat in de coulissen te trappelen? Hoe kijkt de nieuwe generatie architecten tegen het vak aan? Vers Beton spoort jonge en veelbelovende ontwerpers op en vraagt ze naar hun ideeën over de toekomst van Rotterdam. Lukt het ze om een eigen stempel op de stad te drukken?

Dit dossier is mogelijk gemaakt door AIR, het Architectuur Instituut Rotterdam. Deze organisatie heeft geen invloed gehad op de inhoud van het artikel. (Meer info)

Lees hier alle artikelen in deze serie.

Deze banner kun je wegklikken, maar....

..je kunt ook supporter worden! Vers Beton kan alleen bestaan dankzij een bijdrage van lezers. Vanaf 6 euro per maand maak jij onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk.

Nee, ik lees eerst het stuk verder

  1. De prijsvraag Europan (om het jaar, een samenwerking tussen twintig landen) heeft in het verleden architectenbureaus als MVRDV en Atelier Kempe Thill internationale bekendheid en waardering opgeleverd en staat daarom bekend onder jonge architecten als een kans om door te breken. Er waren dit jaar 47 Europese locaties aangewezen, verspreid over 12 landen, waarvan Nederland er vijf had, allen in Rotterdam. Architectuurinstituur AIR selecteerde de Nederlandse locaties. ↩︎
  2. M4H is de naam voor het Merwe-Vierhavensgebied met de oude stadshavens, ten zuiden van de wijk, aan de andere kant van het Dakpark. ↩︎
Teun van den Ende

Teun van den Ende

Teun van den Ende laat zich niet graag leiden door hypes, maar gaat juist op zoek naar de lange lijnen in de ontwikkeling van Rotterdam – en ook andere steden trouwens. Teun combineert populaire cultuur met historisch onderzoek naar de stad.

Profiel-pagina
willem_profielfoto

Willem de Kam

Fotograaf

Willem de Kam (1988) studeerde grafisch ontwerp aan de Willem de Kooning Academie. Hij fotografeert nu full-time alles van schreeuwende voetbalsupporters tot kruiswoordpuzzelende bejaarden. Hij doet dit voor diverse media en opdrachtgevers uit de culturele en commerciële sector.

Profiel-pagina
Nog geen reacties

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.