Voor de harddenkende Rotterdammer
Vers Beton – Lucia Lenders – Dakloze Jongeren – 2020
Beeld door: beeld: Lucia Lenders

Dit artikel in minder dan een minuut

    • Meer en meer jongeren belanden op straat door een combinatie aan factoren, zoals een groot tekort aan betaalbare appartementen.
    • 18- tot 23-jarigen vallen geregeld tussen wal en schip. Ze zijn voor de wet té zelfdredzaam om echt zorg te kunnen krijgen, maar te jong om het – als hun netwerk wegvalt – op eigen houtje te redden.
    • Hulpverleners krijgen te maken met steeds zwaardere problemen: psychische stoornissen, licht verstandelijk beperking, verslaving of agressie. 
    • De toegang tot hulp loopt via de gemeente. Het cruciale intakegesprek daar is een momentopname en resulteert niet altijd in de juiste begeleiding.

Kevin (22) staat in de open keuken van crisisopvang Bolkruid in Prins Alexander. Hij rommelt wat met pannen om zijn net afgehaalde saotosoep op te warmen. “Wil je ook?” Kevin kwam langs om zijn verhaal te vertellen. Het is duidelijk dat hij zich nog steeds thuis voelt in de kleine woonkamer van de jongerenopvang waar hij vier maanden heeft gezeten. Een onopvallend huizenblok, met dertien aparte slaapkamers, gerund door zorginstelling Pameijer. Sinds een krap half jaar woont hij met twee andere jongens in een appartementje in de stad. Eentje kent hij van hier.

Kevin is een van de vele dakloze jongeren die dakloos raakte in Rotterdam1. Hun aantal is de afgelopen jaren sterk gestegen. Bij Kevin was dat omdat hij “heel plat gezegd”, door zijn vader op straat werd gezet, in augustus 2019. Een jaar eerder overleed zijn moeder plotseling. “Al heel snel kreeg mijn vader een nieuwe vriendin en onze band verslechterde. Hij heeft zijn visie op dingen, ik de mijne. Uiteindelijk botsten we zo erg dat hij besloot mij op straat te zetten.” De nieuwe vriendin van zijn vader bracht de mededeling. “Eigenlijk was zij het die mij belemmerde in het leven. Dus het was wel heel confronterend dat zij dat smsje stuurde.”

Vers Beton – Lucia Lenders – Dakloze jongeren – 2020

Lees meer

Dakloosheid onder Rotterdamse jongeren neemt toe, maar niemand weet precies waarom

Start van een onderzoek naar jonge daklozen in Rotterdam: waar gaat het mis?

Kevin kon terecht bij de ouders van een vriend. “Ik dacht ik zit daar effetjes, kijk naar een huis en dan gaan we weer door. Maar zo makkelijk ging het niet.” Kevin had geen vast inkomen. Hij deed modellenwerk en was naar eigen zeggen op het punt om zijn carrière af te trappen. Een kamer vinden, lukte hem niet.

Een bekende tipte hem om naar het Jongerenloket te gaan, in het stadhuis aan de Coolsingel. Hier kunnen jongeren met allerlei problemen aankloppen, waaronder schulden. Maar het loket is bovenal de poortwachter of een dakloze jongere opvang of hulp krijgt. Hier werkt het team Centraal Onthaal Jongeren (COJ), voor jongeren die dakloos of dreigend dakloos zijn. In 2018 klopten 1.517 jongeren bij COJ aan, tegenover 1.414 in 2015. 

Wat is de reden dat het aantal dakloze jongeren zo toeneemt? De afgelopen maanden onderzochten we het samen met landelijk onderzoeksplatform Argos en OPEN Rotterdam. Uit gesprekken met jongeren, hulpverleners en ambtenaren blijkt dat een steeds grotere groep kwetsbare jongeren als ‘zelfredzaam’ wordt gezien, maar juist door een combinatie van factoren vastloopt, zoals een chronisch tekort aan goedkope woonruimte. Soms is slechts een klein zetje genoeg om ze weer op het rechte pad te krijgen.

De beoordeling

Bij Kevins aanmelding beoordeelde een medewerker van het Jongerenloket of hij acuut dakloos was en of hij een beroep kon doen op maatschappelijke ondersteuning. Zijn verblijfplaats viel inderdaad in de criteria: aflopend, heel onzeker of onveilig. Hij had schulden en was met zijn opleiding gestopt. Kevin mocht dus — in beleidstaal — een traject in: een route van zo’n anderhalf jaar die doorgaans begint bij crisisopvang en via begeleid of beschermd wonen in een eigen woonplek uitmondt. Van de 1.517 jongeren die in 2018 voor opvang aanklopten bij het Jongerenloket, zijn 1.012 een traject ingegaan. Bijna tweemaal zoveel als in 20152

Waar Kevin de komende anderhalf jaar terecht zou komen, lag in de handen van een medewerker van het Jongerenloket. In een cruciaal, gemiddeld anderhalf uur durend gesprek — dat vaak dezelfde of de volgende dag plaatsvindt — probeert de gemeentelijke wmo-adviseur3, samen met een hulpverlener van een jongerenopvangorganisatie4 te achterhalen hoe zelfredzaam de jongere is.

Een aantal weken later zou Kevin zijn ‘indicatie’ te horen krijgen: hoeveel uren begeleiding hij krijgt bij welke instelling. Het advies van de hulpverlener die bij het gesprek zat, weegt mee, maar de wmo-adviseur van de gemeente beslist uiteindelijk wat er met Kevin gaat gebeuren. In de tussentijd kwam hij op de wachtlijst5 voor een plek in een van de twee crisisopvangen, en hij kreeg alvast hulp van een begeleider om de eerste zaken op orde te brengen.

Te weinig begeleiding

Meerdere Rotterdamse zorginstellingen oordelen dat de gemeentelijke wmo-adviseur in de indicatie nogal eens te weinig uren aan begeleiding toekent, blijkt uit onderzoek van Vers Beton. Ook stellen zij dat het door hún gegeven oordeel soms onvoldoende meetelt. De gemeente stelt dan bijvoorbeeld dat twee uur begeleiding per week uur genoeg is, terwijl de hulpverlener die bij het gesprek zat zes uur per week begeleiding nodig vindt. Of de wmo-adviseur vindt dat een jongen zelfstandig moet gaan wonen, terwijl de hulpverlener wonen met 24-uurszorg wil inzetten.

“De gemeente luistert niet naar de adviezen van mijn teamleden, ze doen gewoon wat ze zelf willen”, stelt een manager van een zorginstelling, die anoniem wil blijven. “Ze zijn mogelijk bang dat we hele hoge indicaties aanvragen, om meer geld te krijgen6.” Esther Visser, afdelingshoofd van het Jongerenloket, spreekt desgevraagd van ‘professionele spanning’: “Hulpverleners vinden natuurlijk wel eens dat het oordeel te laag is. Dan gaan we het gesprek met hen aan. Maar zij kijken puur naar het zorgaspect, wij houden ook rekening met de kosten.”

Momentopname

Het gesprek dat Kevin bij het Jongerenloket had met de wmo-adviseur en de hulpverlener is een momentopname. Eenmaal in de crisisopvang zien begeleiders soms een heel ander persoon. “Tijdens het gesprek bij de gemeente komt iemand over alsof hij hartstikke zelfstandig is”, legt begeleider Anbar van Utrecht uit. Zij is werkzaam in de crisisopvang waar Kevin zat. “Hier zie je dan ineens dat iemand tegen zichzelf zit te praten. Of aparte dingen doet, zoals komkommer in een toetje. Maar op dit soort momenten, dat wij dus moeten concluderen dat iemand helemaal niet goed voor zichzelf kan zorgen, is die indicatie al afgegeven.”

Als in dit soort situaties jongeren direct vanuit de crisisopvang naar een redelijk zelfstandige woonplek doorgaan, zoals de gemeente aan de hand van het gesprek voor ze bepaalde, dan is de kans groot dat ze weer dakloos raken.

Dat overkwam Dwight (21), die ook is aangeschoven aan de keukentafel in het Bolkruid. “Dwight stroomde eerder vanuit deze plek door naar een eigen appartement met begeleiding af en toe. Maar uiteindelijk bleek dat hij overvraagd werd en is hij weer dakloos geraakt”, vertelt begeleider Van Utrecht. Nu zit hij opnieuw in de crisisopvang. Dwight verklaart dat hij een zeer strenge Surinaamse opvoeding had en daardoor misbruik maakte van de vrijheid die hij plotseling kreeg met een eigen woning. Hij kon er niet mee overweg. “Daardoor ging het fout. Ik heb aan de bel getrokken en heb gezegd dat ik naar een andere zorgaanbieder wilde. Maar toen hebben ze mijn indicatie helemaal stopgezet, waardoor ik bij hen uit het huis moest.”

Dwight meldde zich opnieuw bij het Jongerenloket, om te vertellen dat het was misgegaan. “Ze zeiden dat ik dan maar terug moest naar mijn moeder. Maar zij wilde me alleen in huis halen als ik zou meebetalen. Dat kon ik niet omdat ik had geen werk had en studieschulden moest afbetalen.” Hij kwam voor de tweede keer op straat terecht. Sinds januari 2020 is hij terug bij crisisopvang Bolkruid.

Hulpverleners van vier instellingen laten anoniem weten dat het veel problemen voor jongeren zou voorkomen als de indicatie eenvoudiger valt bij te stellen. Het zou daarnaast helpen, stellen zij, als er in de eerste weken, terwijl de indicatie nog in de maak is, overleg is met de begeleiders op de crisisopvang — meer dan nu gebeurt. 

Een herindicatie met een paar uur extra begeleiding of toch een woonplek met meer bescherming en toezicht is echter verre van eenvoudig te regelen. Daarvoor moet opnieuw een gesprek worden afgenomen bij het Jongerenloket, inclusief de hele papierwinkel. Het is niet anders, reageert manager van het Jongerenloket Esther Visser. “Een herindicatie vraagt om een nieuw gesprek en een nieuw ondersteuningsplan, dit is wettelijk bepaald.”

Samen in de kou

Vers Beton – Lucia Lenders – Dakloze Jongeren – 1 – 2020

Kevin kon in de tussenperiode na zijn eerste gesprek bij het Jongerenloket en het telefoontje van de zorginstelling Pameijer gelukkig nog ergens terecht. Twee weken logeerde hij bij ouders van een vriend. “Een fijn gezin. Ik voelde me daar helemaal tot mezelf komen.” Daarna was er een plek voor hem vrij in Pameijers crisisopvang Bolkruid. Rotterdam heeft twee van dit soort opvanghuizen, met samen 26 slaapplekken. Ze zijn het jongerenequivalent van de nachtopvang voor volwassenen. Deze opvangplekken zijn de eerste stap in de richting van een, hopelijk, stabiel leven in een eigen huis. Officieel mag je zes weken7 in de crisisopvang verblijven, maar vaak blijven jongeren er een stuk langer.

Het idee van slapen in een crisisopvang leek Kevin helemaal niks. “Ik dacht: dan kom ik daar, als hele normale gast, tussen allemaal psychopaten.” Maar na overleg met de moeder van die vriend concludeerde hij dat het toch beter was om even in Bolkruid te verblijven, zodat hij daarna de volgende stap in het traject naar begeleid wonen kon maken. “Ik had namelijk niks. Geen briefadres, geen uitkering.” 

Psychopaten bleken de andere jongeren in de crisisopvang niet. Kevin heeft het in Bolkruid zelfs naar zijn zin gehad. “Het was een fijne groep. Je trekt met elkaar op als je overdag geen school of dagbesteding hebt. Maar we stonden ook samen buiten in de kou te overleven.” Je wordt namelijk ‘s ochtends om half negen buiten gezet en kunt pas om vijf uur weer terugkomen in de crisisopvang. Vaak zaten Kevin en de andere Bolkruid-jongeren in de bieb op de Hoogstraat. Of in het DE Café onder kantoorgebouw de Delftse Poort als zogenaamde scholieren. Maar ze kwamen er om hun telefoons op te laden. “Het hele proces heeft me rijker gemaakt”, zegt Kevin. “Je gaat anders denken omdat je veel mensen in dezelfde situatie leert kennen en ook leert van andermans fouten. Je moet een keer op je bek gaan om tot inzichten te komen.”

Zwaardere problematiek

Alle gesproken opvangorganisaties zien steeds meer jongeren met zwaardere problematiek binnenkomen. En daar zijn ze niet goed op toegerust. “Vroeger hadden we hier een beetje de gangsters, boefjes, soms een havoklant”, vertelt Michiel Joosse, manager van de andere Rotterdamse crisisopvang, De Plataan aan de Mathenesserlaan. “Nu krijgen we veel meer jongeren met een licht verstandelijke beperking8 (lvb) of psychische problemen.”

Zorgwethouder Sven de Langen (CDA) “kent deze signalen”. Hij vermoedt dat ze een resultaat zijn van een optelsom aan omstandigheden, waaronder ontwikkelingen in de geestelijke gezondheidszorg (ggz), door “afbouw ggz-bedden en langere wachtlijsten ggz-behandeling”, zo blijkt uit brieven aan het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) die Vers Beton en Argos in handen kregen. “Het aandeel kwetsbare mensen met psychiatrische problemen dat zelfstandig woont neemt toe, wat niet altijd goed gaat en leidt tot instroom in de maatschappelijke opvang”, schrijft de beleidsadviseur van de afdeling maatschappelijke ontwikkeling binnen de gemeente verder in die brieven.

Argos vroeg de documenten op via de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Rotterdam reageert daarmee op de oproep van het ministerie om aanvullende maatregelen om dakloosheid terug te dringen. In april stelde staatssecretaris Paul Blokhuis (Volksgezondheid) hiervoor ook extra geld beschikbaar: 200 miljoen euro, waarvan bijna 20 voor Rotterdam. 

De wethouder erkent ook dat licht verstandelijke beperking9 een belangrijke rol speelt onder jongeren die bij het Jongerenloket aankloppen. Dat schreef hij in juni 2020 aan de Rotterdamse raad. Sinds 2020 moeten medewerkers van het loket daarom extra letten op deze problematiek, zodat zij die jongeren eerder en gerichter kunnen helpen. Onder (financiële) stress kan het IQ wel 10 tot 15 punten zakken, staat in een voetnoot van dezelfde brief.

In de crisisopvang

Ook de ‘zwaardere’ jongeren met psychische problemen of lvb belanden nu in de crisisopvang. Tot ze door kunnen naar een van de Rotterdamse instanties die beter raad weet met deze doelgroep. Bijvoorbeeld Middin voor lvb-jongeren, Maaszicht voor 24-uurstoezicht of Youz bij verslavingsproblemen. 

Een belangrijk knelpunt is dat er geen (snelle) opvangplek is voor jongeren met echt zware problematiek die dakloos zijn, vertelt Anbar van Utrecht, oud-begeleider van Kevin. “Maar dit zijn jongeren die een probleem zijn voor de veiligheid in een groep. Ze gebruiken harddrugs, hebben een zwaar strafblad, zijn suïcidaal zijn of verkeren in een psychose.” De crisisopvang kan deze groep geen passende hulp geven. Bovendien is het een veiligheidsrisico voor bewoners en personeel. 

Rotterdam wil daarom in 2021 een semi-beveiligde woonvoorziening openen10, zo schreef de gemeente aan het ministerie van VWS in de eerder genoemde brieven. Ook wordt gezocht naar een passende oplossing voor ‘moeilijk’ plaatsbare jongeren, bijvoorbeeld met verslaving en agressie. Momenteel zijn er gesprekken gaande met een zorgaanbieder om ook voor deze jongeren een (crisis)opvangplek te bieden, vertelt de woordvoerder van wethouder De Langen. 

Wachtlijsten

Het verblijf in de crisisopvang duurt niet zelden langer dan de beoogde zes weken. Kevin woonde er vier maanden, Dwight meer dan een half jaar. Dat komt onder meer door de wachtlijsten voor begeleid wonen-trajecten, vertelt begeleider Van Utrecht. “Daarnaast is er een groot tekort aan (zelfstandige) woningen of kamers waarnaar de jongeren kunnen doorstromen en waarbij zij ambulante begeleiding krijgen.” 

Een jongere moet bovendien een inkomen hebben om door te kunnen: een baantje, studie of uitkering. Volgens Van Utrecht duurt alleen al het aanvragen van een uitkering met gemak acht weken. Lukt dat niet, dan blijft een jongere hangen. Want hierna moet hij toch huur kunnen betalen, al is het bij een zorginstelling.

Laatste vangnet

Als de eerste zaken zoals inkomen geregeld zijn, is het dus wachten op een plek zoals de wmo-adviseur van de gemeente bepaald heeft: ofwel binnen de muren van een zorgaanbieder, of zelfstandig met begeleiding. De ‘zware’ jongens en meisjes gaan meestal naar Maaszicht. De instelling, onlangs verhuisd van de Walenburgerweg naar een nieuw pand in Hillegersberg, biedt 24-uurszorg aan 39 jongeren. Jongeren met vaak een heel onveilige jeugd en daardoor zware psychische problemen, trauma’s of persoonlijkheidsstoornissen11. “Zij kwamen niet door een ruzie met hun ouders op straat, je kunt ze niet met wat hulp bij een opleiding en financiële steun wel weer op de rit krijgen”, vertelt Roesja Verhoeven, directeur van Stichting Maaszicht.

Voor jongeren die echt nergens kunnen aarden, die bijvoorbeeld uit de crisisopvang gezet worden omdat ze zich herhaaldelijk niet aan de regels kunnen houden, is er een laatste vangnet. Dat zijn de veldwerkers van de organisatie Youz, die ze op straat opzoeken. Zij proberen deuren open te houden en de jongeren toch weer terug te leiden naar de hulpverleners als ze weer bij zinnen zijn.

Stabiele basis

Zulke intensieve zorg als bij Maaszicht had Kevin niet nodig. Na vier maanden Bolkruid mocht hij, zoals de gemeente bepaald had, naar een huurappartementje van zorginstelling Timon. Zijn ambulant begeleider komt eens in de week langs. “Om te zien hoe het met mij gaat en wat er nog gedaan moet worden.” Of hij zijn schulden netjes afbetaalt, een stabiel ritme opbouwt. Kevin vindt het verder niet nodig om heel veel te delen met zijn begeleider. “Ik betaal gewoon mijn dingen af en werk aan mezelf. De rest komt later.”

Kevin had, denkt hij achteraf, misschien een kamer kunnen vinden voor 500, 600 euro huur per maand. Omdat hij geen vast inkomen of uitkering had, ging dat niet. Via de crisisopvang kon ik door naar begeleid wonen, stelt hij. “Wat ik hier betaal, kun je nergens anders vinden: 220 euro per maand.” (De zorginstelling laat weten dat Kevin een uitzondering is met een van de weinige heel kleine kamers. Jongeren betalen bij hen normaal gesproken gemiddeld 400 euro.) Hij heeft nu een plek, een stabiele basis, voor ongeveer een jaar. Tot zijn begeleidingstraject is afgerond en hij samen met zijn begeleider bij de woningcorporatie urgentie aanvraagt voor een eigen woning.

Zijn begeleider van zorginstelling Timon blijft in de meeste gevallen op de achtergrond betrokken12. “Dat wil de woningcorporatie graag, om het eerste jaar goed te begeleiden”, vertelt Marieke Treffers, manager bij Timon. “En zodat de corporatie op ons kan terugvallen als er overlast is. Dat mogen wij dan begeleiden.”

Lang niet volwassen

Timon, waar Kevin een plek heeft, begeleidt zo’n 250 jongeren. Opvallend is dat een groot deel een jeugdzorgverleden heeft. En daarin is de instelling zeker niet de enige. Landelijk gaat het om 60 procent van de jongeren die dakloos raken, blijkt uit onderzoek van kennisinstituut Movisie. Bij Maaszicht schat Verhoeven zelfs dat 80 tot 90 procent van de jongeren zo’n verleden heeft. De gemeente noemt de overgang naar 18-plus als extra aandachtspunt, in de eerdergenoemde brieven aan het ministerie van VWS. “We zien dat een groot deel van dakloze zwerfjongeren een verleden heeft in de jeugdhulp.”

“Zeker jongeren met een hulpverleden of instabiele thuissituatie, zijn op hun achttiende helemaal niet klaar om zelfstandig in de maatschappij mee te draaien”, verklaart Marieke Treffers. De Jeugdwet houdt op bij 18 jaar. Jeugdzorg die jongeren krijgen op grond van die wet, stopt zodra die leeftijd wordt bereikt13. “Maar zo’n 18-jarige die uit een jeugdzorginstelling komt heeft geen idee wat een kamer kost, dat er allerlei nieuwe uitgaven bijkomen, dat er instanties brieven gaan sturen en je een eigen zorgverzekering moet afsluiten”, zegt Treffers. 

Vers Beton – Vera Lucia – Buitengsloten deel 2 – 2020

Lees meer

Rotterdam wil af van wetgeving die jongeren het huis uit werkt

De ‘kostendelersnorm’ draagt bij aan dat jongeren dakloos raken, blijkt uit ons onderzoek

Hoe je zelfstandig moet wonen, een goed netwerk om je heen verzamelt, financiën regelt; dit zijn allemaal zaken die je pas als jongvolwassene leert, wil Treffers van Timon maar zeggen. En dat geldt nadrukkelijk voor jongeren met een moeilijke jeugd — ook zonder dat je met jeugdzorg in aanraking kwam. “Als je binnen een onveilige situatie opgroeit en onveilig gehecht bent, verstoort dat je identiteitsontwikkeling”, zegt Roesja Verhoeven van Maaszicht. “Wat je echt wilt, wie je bent, is vaak nog heel wiebelig. Dit is normaal voor jongeren, maar deze groep heeft er in sterkere mate last van. Ze hebben gewoon enorme gaten in hun ontwikkeling.” Verhoeven noemt het “een grote fout” dat een jongere in Nederland met achttien jaar als volwassen wordt gezien.

Een (dreigend) dakloze jongere met een klein inkomen houdt het in het begin doorgaans nog wel even uit. Op de bank bij een vriend, pendelend tussen familieleden. Maar vaak komt dan al snel de kostendelersnorm om de hoek kijken. Deze landelijke regel bepaalt dat zodra meerdere volwassenen op hetzelfde adres staan ingeschreven, ze de woonkosten kunnen delen. Omdat hun uitkering als gevolg hiervan wordt gekort, zijn vrienden en bekenden minder snel geneigd een jongere op te vangen, schreef Vers Beton eerder. Begin oktober stuurde Divosa, de vereniging voor gemeentelijke directeuren, een advies aan het kabinet waarin zij pleitte voor een aanpassing in de Participatiewet. Het moet makkelijker worden om kwetsbare jongeren onderdak te bieden, zonder de angst hier financieel op in te leveren, luidt het advies.

Op straat

Dwight woonde eerder al een tijd in Bolkruid. Hij omschrijft zichzelf als “een van die mensen die eigenlijk geen netwerk hebben, weinig sociaal leven”. Ook had hij een moeilijke jeugd. “Sinds mijn twaalfde weet ik dat ik homo ben. Toen ik op mijn achttiende uit de kast kwam, werd dat door mijn familie niet geaccepteerd.” In november 2018 ging hij uit huis weg omdat hij voor zijn gevoel niet anders kon. “Ik kon eigenlijk nergens naartoe.” Via de Vraagwijzer, een gratis loket van de gemeente Rotterdam dat in elk stadsdeel een vestiging heeft, en het wijkteam in Delfshaven kwam hij bij het Jongerenloket terecht. 

Nu woont Dwight alweer zes maanden in de crisisopvang. Hij vindt het er absoluut niet fijn. “Mijn opvoeding voelde als een kooi. Nu ik hier ben, voel ik me teruggegooid in die kooi. Ik heb niet de vrijheid die ik nodig heb.” Hij twijfelt er vaak over om te vertrekken. “Dan slaap ik maar weer op straat.” Dat deed Dwight wel vaker. “Buiten de stad, zodat mensen me niet zouden herkennen.” Hulpverlener Anbar van Utrecht vertelt dat Dwight bij verschillende zorgaanbieders aangemeld is maar er overal wachtlijsten zijn. “Misschien zijn er wel plekken, maar die zijn niet passend voor hem.” Afwachten en het traject doorlopen, lijkt voor Dwight de enige manier om uiteindelijk een stabiel leven en een huis te krijgen.

Huizentekort

Want een huis vinden, dat is misschien wel het grootste obstakel voor jongeren. Zeker in de grote steden. “Het is echt heel lastig als je kwetsbaar bent, achttien wordt, uit huis bent gezet en geen geld hebt om tegen de huidige prijzen een woning te betalen”, stelt Marieke Treffers van zorginstelling Timon. “Een serieus probleem, waarvoor de gemeente Rotterdam en de woningcorporaties aan zet zijn.” 

In gesprekken van Vers Beton met zorginstellingen komt het huizentekort steeds ter sprake. Vooral in de prijsklasse voor jongeren die een studiefinanciering, uitkering of startersbaan hebben. “Er is vrijwel niks. En wat er is, wordt steeds duurder. Om dit probleem aan te pakken, wijzen gemeente en woningcorporaties heel erg naar elkaar”, stelt Michiel Joosse van crisisopvang de Plataan.

De Rotterdamse zorgaanbieders bieden samen zo’n 400 zelfstandige jongerenwoningen en nog 240 beschermd wonen-plekken. Maar die zijn alleen voor de jongeren die zij begeleiden en die dus een indicatie hebben van het Jongerenloket. “Als je daar aanklopt en alleen een huis nodig hebt, kom je niet in aanmerking voor begeleiding”, verklaart Marieke Treffers van Timon. De zorgaanbieder heeft circa 150 woningen die ze huurt van woningcorporaties. “Ik steek mijn nek uit door deze woningen door te verhuren aan de jongeren die we begeleiden. Daarmee lopen wij ontzettend veel risico met schade, late betalingen en leegstand. We krijgen er geen enkele vergoeding voor.”

De gemeente Rotterdam ziet ook dat het gebrek aan geschikte woonruimte een groot probleem is. “Huisvesting is schaars. Niet alleen voor daklozen maar voor iedereen”, staat in een brief aan het ministerie van VWS in januari 2020. Rotterdam wil hierop inspelen door flexibele jongerenwoningen neer te zetten op locaties waar tijdelijke woningbouw mogelijk is. Het moet woonruimte worden voor een diverse groep. Van werkende en schoolgaande jongeren tot bankslapers en jongeren die uit een opvanglocatie komen.

Vechten voor een briefadres

Vers Beton – Lucia Lenders – Dakloze Jongeren – 3 – 2020

Wie geen huis heeft, kan zich nergens inschrijven. Om die reden leidt een periode zonder vaste woonruimte al snel tot een opeenstapeling van problemen. Rianne (26) vertelt op een dinsdagavond bij Café Walenburg in de wijk Blijdorp haar ervaringen. 

Ze is vrachtwagenchauffeur en woonde de afgelopen jaren min of meer ‘op de wagen’. Ze belandde in deze situatie nadat de toenmalige vriendin van haar vader haar uit huis zette. “Ik ben de helft van de week met mijn vaste wagen weg. Of ik erin slaap of niet, maakt niemand iets uit.” Ze heeft er een bed en een magnetron. Bij chauffeursrestaurants kan ze douchen.

Ook Rianne had een moeilijke jeugd. Ze groeide op in Rockanje, er was veel huiselijk geweld. Op haar zeventiende gingen haar ouders uit elkaar. Ze ging met haar vader mee, tot hij een nieuwe vriendin kreeg waarmee ze niet door een deur kon. “Ik was 21. Ik had met hem een goede band, maar hij koos op dat moment voor haar. Zij wilde niks met mij te maken hebben en heeft me laten uitschrijven.”

Een huis vond ze niet. Voor een sociale huurwoning verdiende ze te veel, meer dan 23.000 euro per jaar. Spaargeld om een huis te kopen, had ze niet. En particulier huren? “Ik ga geen 1.200 euro per maand betalen terwijl ik de helft van de week op de weg zit.” Het enige wat Rianne echt nodig had, was een inschrijving en een postadres. 

Want zonder inschrijving 14kun je ook geen zorgverzekering afsluiten. “Ik heb in die periode een ongeluk gehad en moest naar het ziekenhuis. Daar moest ik direct 1.000 euro betalen. Vier jaar lang ben ik om deze reden niet naar de dokter en de tandarts gegaan. Een psycholoog kon ik ook niet betalen. Ik stond er echt alleen voor.” Rianne heeft geprobeerd zich bij familie in te schrijven. “De een wilde dat niet, bang om gekort te worden op de uitkering. De ander had geen plek.” 

Rianne klopte in Charlois aan bij de Vraagwijzer om een briefadres 15aan te vragen. Ze werd naar het Jongerenloket verwezen. Daar kreeg ze te horen dat ze ‘zelfredzaam’ was. “Ze zeiden: ‘Jij hebt een goede baan, dus we kunnen je niet helpen.’ Ze vonden dat ik maar antikraak moest gaan huren. Maar ik heb stabiliteit nodig, niet iets waar ik na een aantal weken uitgezet kan worden.” 

Terugkijkend noemt ze de medewerkers van de Vraagwijzer en het Jongerenloket “laks”. “Ik werd weggestuurd met folders van antikraakverhuurders. Maar ik vroeg niet eens om een huis. Ik had maar zó’n klein beetje hulp nodig. Ik had gewoon alles al, behalve dat briefadres.” 

Omdat het Jongerenloket de deur dicht hield, kreeg Rianne geen hulp van jongereninstanties. Gelukkig kon ze wel terecht bij de Rotterdamse Douwers. Rianne kreeg het nummer toen ze huilend aan de balie van de stadswinkel aan de Maashaven stond. “Ik was niet verzekerd, kon mijn rijbewijs niet ophalen, post kwam niet binnen. Ik wist het niet meer.” 

Eén telefoontje

De Rotterdamse Douwers is een vrijwilligersorganisatie. Per jaar helpen ze ongeveer 220 jongeren zoals Rianne door ze te koppelen aan Rotterdammers die hen ondersteunen met werk vinden, met geldzaken op orde krijgen, met talenten ontdekken. Jongeren kunnen zichzelf aanmelden of komen via een school of hulpinstantie binnen. “Vanuit de gemeente krijgen we ook steeds meer jongeren die op veel gebieden ontregeld zijn”, vertelt mede-oprichter Wim van Losser. “Problemen worden steeds complexer.” 

Aan haar mentor vertelde Rianne voor het eerst haar hele verhaal. Die pleegde vervolgens één telefoontje en het postadres was geregeld. Dat was in februari dit jaar. Het probleem, zo bleek achteraf, was dat Rianne geen verblijfadres kon opgeven. En dat is volgens de gemeente noodzakelijk om te kunnen vaststellen of er sprake is van een woonadres. ”Want dan zou diegene zich daar moeten inschrijven”, aldus de woordvoerder van wethouder De Langen.

Haar mentor trof betalingsregelingen met diverse instanties. Zo stonden er hoog opgelopen boetes open, die ze nooit had ontvangen. Plus de boete voor het niet hebben van een zorgverzekering. “Ik ben mijn mentor zó dankbaar. Ik was op een gegeven moment bang dat ik mezelf niet meer onder controle had. Ik heb die jaren drie keer in het ziekenhuis gelegen omdat ik het niet meer zag zitten. Terwijl een luisterend oor het enige was wat ik nodig had. En iemand die me even een zetje gaf om alles weer op orde te krijgen.” 

Tussen wal en schip

Vers Beton – Lucia Lenders – Dakloze Jongeren – 2 – 2020

Dat het kwartje de verkeerde kant op valt voor sommige jongeren, is een combinatie van factoren. De zelfredzaamheid overschatten is een belangrijke. Net als de enorme schaarste aan goedkope woonruimte.

“Ik denk dat we regelmatig kiezen voor een te lichte zorg en zwerfjongeren te hoog inschatten qua zelfredzaamheid”, concludeert Marieke Treffers van zorgverlener Timon. “We hebben in toenemende mate het idee dat iedereen zelfstandig moet kunnen wonen. Terwijl jongeren vaak nog geen eigen huis hebben en nog niet voldoende vaardigheden om zelfstandig te wonen.” Ook Joosse van crisisopvang de Plataan spreekt van een steeds grotere groep jongeren tussen wal en schip. “De wetgeving is nu, voor een groot deel, niet ingericht op kwetsbare mensen. Als ik kijk naar de hoeveelheid formulieren die jongeren moeten invullen als zij hulp nodig hebben, wat voor gesprekken zijn moeten voeren en hoeveel ze van zichzelf moeten laten zien… ik hoef dat bijvoorbeeld niet.” 

De tendens van minder intensieve zorg (een uurtje langskomen en het verder zelf redden) in combinatie met maatschappelijke individualisering (waardoor jongeren minder netwerk hebben om het samen mee te redden, op terug te kunnen vallen) nekt vooral jongvolwassenen. Iemand van 18 die even in de problemen zit, redt het in de regel niet op eigen houtje.

Er moet specifieke aandacht komen voor de doelgroep van 18 tot 23 jaar die hun eigen sores hebben, onderschrijven meerdere Rotterdamse instellingen waaronder Timon, Fier en Enver. “Je zou een aparte aanpak binnen de wmo-wet moeten hebben, die de zorg voor deze jongeren regelt. Want met de huidige regelgeving vallen ze echt tussen wal en schip”, stelt Treffers. Michiel Joosse ziet graag minder rigide regelgeving voor deze jongeren en ruimte voor hulpverleners om buiten de gebaande paden te gaan als dat nodig is. 

Kevin prikt in de saotosoep die koud is geworden tijdens het gesprek. “Als je jong bent word je zo makkelijk verleid tot foute keuzes. In die fase iemand aan je zijde hebben staan die je begrijpt, dat zou veel jongeren helpen”, besluit hij. “Zeker als ze niet een juiste ouder hebben die dat kan doen.” De afgelopen twee jaar zijn leerzaam geweest voor hem. “Ik heb me gerealiseerd: je moet echt achter jezelf aan in het leven, doorpakken. Het gaat niet vanzelf. Het was volwassen worden, in een hele korte tijd.”

*De namen van Kevin en Dwight zijn gefingeerd uit privacyoverwegingen. Hun echte namen zijn bekend bij de hoofdredactie.

Dit is wat Rotterdam volgens brieven aan het ministerie van VWS van plan is, om dakloosheid onder jongeren aan te pakken, met het extra geld van minister Blokhuis:

  • Flexwonen: 250 tijdelijke woningen bouwen voor jongeren, zowel studenten als kwetsbare Rotterdammers. 
  • Preventie dakloosheid: bankslapers mogelijk ook in woningen van zorgaanbieders huisvesten, voor 6 maanden, met een begeleider die helpt een eigen huis vinden.
  • Pleegzorg en gezinshuizen: in de komende jaren ook toegankelijk maken voor jongvolwassenen tot 21 jaar (lees meer in het concept beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp).
  • Voortzetting Project 010: bovenop de huidige 10 jongeren krijgen nog eens 10 jongeren direct een eigen huurhuis, volgens het Housing First principe, waar we eerder in dit dossier over schreven.
  • Semi-beveiligde plek: in 2021 wil de gemeente een speciale beschermd wonen-voorziening voor 40 ‘moeilijk plaatsbare personen’ realiseren, zowel jongeren als volwassenen. 
  • Crisisopvang ook overdag: aan het begin van de coronacrisis ging de jongerenopvang tijdelijk dag en nacht open, en dat is goed bevallen. De gemeente wil de crisisopvang voor jongeren daarom omvormen naar 24-uursopvang. 

Dit onderzoek is een samenwerking van Vers Beton, OPEN Rotterdam en onderzoeksplatform Argos (VPRO), en is tot stand gekomen met steun van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek en de supporters van Vers Beton.

Vers Beton – Lucia Lenders – Dakloze jongeren – 2020

Lees meer

Dakloosheid onder Rotterdamse jongeren neemt toe, maar niemand weet precies waarom

Start van een onderzoek naar jonge daklozen in Rotterdam: waar gaat het mis?

Vers Beton – Vera Lucia – Buitengsloten deel 2 – 2020

Lees meer

Rotterdam wil af van wetgeving die jongeren het huis uit werkt

De ‘kostendelersnorm’ draagt bij aan dat jongeren dakloos raken, blijkt uit ons onderzoek

Deze banner kun je wegklikken, maar....

..je kunt ook supporter worden! Vers Beton kan alleen bestaan dankzij een bijdrage van lezers. Vanaf 6 euro per maand maak jij onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk.

Nee, ik lees eerst het stuk verder

  1. De groep dak- en thuisloze jongeren (18-23 jaar) in Rotterdam bestaat uit nagenoeg evenveel jongens als meisjes, de gemiddelde leeftijd is zo n 20 jaar en het merendeel is laag opgeleid. Als oorzaak voor de dak- of thuisloosheid noemden jongeren het vaakst dat hun voorlaatste woonsituatie niet langer houdbaar was, zo bleek uit het onderzoek dat de gemeente in de 2018 liet uitvoeren onder 80 jongeren. Lees meer ↩︎
  2. In het eerste kwartaal 2020 hebben zich 341 jongeren gemeld, waarvan 190 jongeren een Wmo-indicatie kregen. Daarin zitten ook een aantal jongeren die niet dakloos waren maar om andere redenen toegang tot Beschermd Wonen kregen. De inschatting van de gemeente is dat het in het 1e kwartaal van 2020 160 dakloze jongeren betreft.

    In deze periode verbleven rond de 65 jongeren in de crisisopvang.

    ↩︎

  3. Dit is een medewerker die binnen de gemeente de aanvragen op het gebied van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (wmo) behandelt. ↩︎
  4. In Rotterdam zijn 17 organisaties die zich in opdracht van de gemeente bezighouden met het opvangen en weer op de rails krijgen van dakloze jongeren (samen zijn zij de zogeheten COJ-keten).
    Dat zijn: Enver, Pameijer, Yulius, Leger des Heils, Fier, NAS (Nico Adriaans Stichting), CVD (Centrum voor Dienstverlening), Maaszicht, Timon, Corridor, Impegno, Jan Arends, Antes/Youz, Perspectief, Prokino, Stichting Jong en Middin.
    ↩︎
  5. In 2020 schommelde de wachtlijst voor de crisisopvang tussen 0 (wegens uitbreiding ten tijde van corona) en 10 jongeren. De wachtduur varieert tussen 0 en 14 dagen. De meeste jongeren die wachten op een plek in de crisisopvang verblijven binnen hun netwerk (bankslapers) of gedurende de winter in de winteropvang. Buitenslapers zijn er nauwelijks. Bron: woordvoerder wethouder Sven de Langen. ↩︎
  6. het gemiddelde weekbedrag dat een zorgaanbieder ontvangt voor een dakloze jongere varieert tussen 250 euro (lichte problematiek, ambulante hulp) tot 1250 euro (intramurale begeleiding voor bijvoorbeeld moeder en kind), vertelde de woordvoerder van wethouder De Langen. ↩︎
  7. De Rotterdamse Rekenkamer analyseerde in haar rapport Niet thuis geven in 2018 dat dakloze jongeren gemiddeld veertig dagen in de crisisopvang verblijven, voordat zij kunnen doorstromen. Dit is ongeveer conform de norm van zes weken, zij het dat ook hier uitvallers zijn meegenomen. De werkelijke gemiddelde verblijfsduur zal langer dan zes weken zijn. ↩︎
  8. Volgens landelijke schattingen heeft 6,4 procent van de bevolking een IQ tussen 50 en 85, wat geldt als licht verstandelijke beperking. Dat komt neer op 40.872 Rotterdammers met een licht verstandelijke beperking. Het gaat om zeer grove schattingen. Zo schreef wethouder de Langen 25 juni in een een brief aan de raad. Bron ↩︎
  9. Het gaat om mensen met een laag IQ (tussen 50 en 85) of een sociaal-emotionele beperking, die de gevolgen van hun gedrag slecht kunnen inschatten, maar hun beperking wel goed kunnen verbergen, beschreef de woordvoerder van wethouder De Langen. ↩︎
  10. Deze plek is bedoeld voor zeer moeilijk plaatsbare personen met complexe problematiek, overlastgevend, risicovol (verward) gedrag en verslaving, schrijft de gemeente. Veel aanbieders willen deze cliëntengroep niet opnemen, simpelweg om het personeel en andere bewoners te beschermen. Consequentie is dat deze groep vaak circuleert tussen detentie, instellingen en de straat, zonder uitzicht op een structurele oplossing. De gemeente ziet voor deze doelgroep een semi-beveiligde voorziening als een noodzakelijke tussenstap richting (zelfstandig) wonen, schreef zijn aan het ministerie van VWS. ↩︎
  11. Maaszicht krijgt geld uit de forensische zorg, uit de jeugdwet en op basis van de Wet Langdurige Zorg. Zo kan de instelling ook een jongere die 17,5 is en dus nog onder jeugd valt, opnemen. Of iemand die een delict op zijn naam heeft staan, door hersenletsel een heel laag IQ heeft, of iemand met psychische problemen die levenslang kunnen zijn, zoals borderline. Maaszicht leert een jongere daarmee omgaan, zelfredzaam te maken voor zover mogelijk. Op een gegeven moment gaat zo iemand daarna bijvoorbeeld naar Pameijer voor beschermd wonen, of naar Middin voor begeleid wonen. ↩︎
  12. In 2015 is de gemeente Rotterdam gestart met huurzorgcontracten, om te zorgen dat jongeren sneller naar een echt eigen woning kunnen en hun plek bij de zorgaanbieder vrijkomt. De jongere heeft een gewoon huurcontract met de woningcorporatie maar krijgt tegelijkertijd nog woonbegeleiding van de betrokken zorginstelling, wat ook in een contract is vastgelegd. Dit is gedaan om het risico voor de woningcorporatie te verkleinen, zo blijkt uit brieven die Rotterdam aan het ministerie van VWS stuurde. ↩︎
  13. Dit is de reden dat Timon in alle steden waar zij Jeugdzorg-voorzieningen gegund krijgen, ook een wmo-aanbod wil hebben. Zodat ze jongeren niet op hun 18e los hoeven laten, maar kunnen laten doorstromen binnen de eigen organisatie. ↩︎
  14. Als de zorgverzekering erachter komt dat je nergens meer ingeschreven bent in de Basisregistratie Personen bijvoorbeeld omdat de post terugkomt, kunnen zij op een gegeven moment de verzekering opzeggen. De overheidsinstantie CAK neemt het dan over en probeert alsnog een (hogere) premie te innen. Omdat een verzekering verplicht is, leggen zij na drie maanden een boete op van ruim 400 euro en weer drie maanden later nogmaals. Lees meer ↩︎
  15. Voor mensen zonder woonadres kunnen wijkteams briefadressen uitgeven. Dit is een adres waar de overheid iemand zonder woonadres kan bereiken. Als diegene geen eigen woonruimte heeft, tijdelijk in het eigen netwerk verblijft zonder mogelijkheid zich te registeren of een particulier briefadres aan te vragen, en niet in aanmerking komt voor maatschappelijke opvang. Op 31 december 2019 is het aantal actieve uitgegeven briefadressen 1.346. Bron ↩︎
Buitengesloten
ava Willemijn Sneep

Willemijn Sneep

Adjunct-hoofdredacteur en eindredacteur

Willemijn Sneep (1989) is na wat omzwervingen en een master Journalistiek in het schattige Leiden weer terug in de enige wereldstad die Nederland rijk is. Als freelance journalist kan ze zich geen betere thuisbasis wensen. willemijn@versbeton.nl

Profiel-pagina
Lucia Lenders

Lucia Lenders

Lucia Lenders studeerde illustratie op Sint Joost in Breda en KASK in Gent. Sinds 2017 woont en werkt ze in Rotterdam. In haar atelier knipt, plakt, tekent en schildert ze mensen, dieren, dingen en plekken.

Profiel-pagina
Nog geen reacties

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.