Voor de harddenkende Rotterdammer
Poppodium op straat
Beeld door: beeld: Nina Fernande

Tijdens een Zoom-gesprek met een collega speelt zich onder mijn raam een schouwspel af waarbij Charles Dickens zijn vingers zou aflikken. Een dakloze jongeman met twee volle plastic Albert Heijn-tassen ploft neer op het bankje van de kledingwinkel tegenover mij. Hij strekt zijn benen tot hij met beide hielen licht de grond aantikt en blijft zo een paar minuten rustig zitten. De winkelmedewerker staat op zeker drie meter afstand van de ingang, enigszins verscholen achter twee paspoppen, hem in de gaten te houden. 

Een paar minuten later zie ik in mijn ooghoeken dat de man is opgestaan en een kleine voetbal hooghoudt, terwijl de winkelmedewerker inmiddels druk aan het telefoneren is. Ze volgt onderwijl elke trapbeweging van de man. Een gevoel van naderend onheil bekruipt me. 

Ik besluit om zometeen naar beneden te gaan, en hem onder het aanbod van een koffie to go, vriendelijk te vragen om op het publieke bankje voor mijn gebouw te komen zitten. Een gebouw waar geen winkel in huist. Maar op dat moment rijdt een politiewagen de straat in. De welbekende wijkagent spreekt de jongeman aan, waarop hij gedwee zijn balletje in een van de Albert Heijn-tassen stopt en weg sjokt. 

Nu durft de medewerker wel de winkel uit te lopen en ze knoopt een praatje aan met de agent. Zij lijkt opgelucht als hij zijn hand door de lucht haalt, alsof hij wil zeggen dat ze zich geen zorgen meer hoeft te maken. De agent loopt vervolgens weg, de man achterna. 

Zodra mijn Zoom-gesprek klaar is, loop ik naar beneden en vraag aan de medewerker waarom ze de politie belde. Vriendelijk staat ze me te woord. Ze legt uit dat ze niet goed kon inschatten wat de man voor de deur wilde. Hij was een onbekende dakloze hier in de straat – wat ik moest beamen – en ze vond hem er verward uitzien. “Wat zou jij hebben gedaan?” vraagt ze. 

Ik vertel over mijn koffie to go-voornemen. “Dat mag ik niet doen”, antwoordt ze stellig. “Buiten de winkel staat mijn baas niet voor mij in.” Dat begrijp ik niet. Het is toch ook je plicht als burger om naar elkaar om te kijken, zo werp ik tegen. “Ik sta hier niet als burger, ik sta hier als verantwoordelijke voor de winkel.” Maar was het überhaupt strafbaar, wat hij deed, vraag ik. “Nee, dat was het niet.” En dat vond ze zelf ook lastig. 

'Leefbaarheid' herstellen

Eenmaal thuis besef ik, dat ook ik als oplossing had bedacht hem weg te gaan halen bij die bank, met de belofte van koffie. Waarom mocht hij daar niet zitten, noch van de winkelmedewerker, noch van de agent of van mijzelf? Hij zat immers op straat, in de openbare ruimte die van ons allemaal is?

De term revanchist city doemt op in mijn hoofd: de stad neemt wraak op haar lagere klassen om de zogenoemde ‘leefbaarheid’ te herstellen voor de hogere klassen. Socioloog Neil Smith gebruikte deze term voor het zerotolerancebeleid dat de New Yorkse burgemeester Giuliani in de jaren negentig hanteerde ten aanzien van homo’s, daklozen, zwarte mensen, krakers, drugsgebruikers, prostituees en andere gemarginaliseerde groepen.

Inmiddels is zulk beleid een wereldwijde strategie voor stadsvernieuwing geworden, stelt hij. Minder gericht op zorg en collectieve voorzieningen, meer op het lokken en faciliteren van de gentrifiers, de kapitaalkrachtige middenklasse waarvoor de Ander uit het zicht moet worden verwijderd. Gentrificatie en repressie: twee kanten van dezelfde medaille dus.

New York is misschien niet Rotterdam. Europese welvaartsstaten voeren namelijk naast dit nieuwe repressieve beleid nog steeds sociaal beleid, zo menen andere onderzoekers van de UvA en KU Leuven. Maar in steden als Rotterdam, schrijven zij, zijn sociale programma’s vooral gericht op de repressieve aanpak van criminaliteit en overlast. Veiligheid boven alles. Leefbaar Rotterdam zette sinds haar overwinning in 2002 veiligheid bovenaan de agenda, met het programma ‘Schoon, Heel en Veilig’, beleid geïnspireerd op New York. Rotterdam introduceerde toen zero tolerance, stadsmariniers,1 en frontlijncoaches.2 

Er kwam ook een een grootschalig daklozenbeleid, waarbij meer dan 2700 van de in totaal 2900 daklozen een dak boven hun hoofd kregen. Het ontving zowel lof als kritiek. Alle daklozen moesten van straat gehaald worden, al dan niet met dwang en drang. Waar sommigen zeer gebaat waren bij gedwongen opvang en intensieve hulpverlening, hielp het anderen niet, zo bleek. Hun problemen namen zij onveranderd met zich mee, van de straat de kamer in. 

Een reeks verboden dreven daklozen uit het straatbeeld en bepaalden wie wel op een bankje mag zitten en wie niet

Tegelijkertijd introduceerde de gemeente een reeks verboden: een samenscholingsverbod, een bedelverbod, een slaapverbod, een muziekmaakverbod en een verbod op openbaar drankgebruik. Daklozen pasten hierdoor nauwelijks meer in ons straatbeeld en ons idee van wie de stad is. Wie wel op een bankje mag zitten en wie niet.

En net als in New York gaat ook hier repressief beleid hand in hand met gentrificatie. Rotterdam wil niet alleen de Ander terugdringen, stellen de eerder genoemde onderzoekers, maar de Ander in zijn eigen wijk ‘mengen’ met hoger opgeleide en rijkere bewoners. De nieuwkomers zouden namelijk als positieve rolmodellen werken. De gemeente noemt die nieuwkomers ‘sterke schouders’ en ‘kansrijke gezinnen’ waaraan de oude bewoners zich zouden optrekken.

Onderzoek van de UvA toont echter dat hun komst nauwelijks tot geen verheffingseffect heeft: geen aantoonbare verbeteringen in veiligheid of leefbaarheid, wel verandering in verhuisgedrag en bevolkingssamenstelling.

Slooppraktijken en Rotterdamwet

Ik denk aan de slooppraktijken die in Rotterdam uit naam van de Woonvisie gebeuren. Aan de kritiekloze omarming van het kritisch bedoelde woord gentrification in het Rotterdamse woonbeleid. Aan de Rotterdamwet waarmee de gemeente legitiem mensen met lage inkomens kan weren uit bepaalde wijken. En dan aan de alarmerende cijfers van het toegenomen aantal dakloze Nederlanders. Uit het onderzoek van mijn collega Willemijn Sneep blijkt dat het tekort aan goedkope woningen bijdraagt aan sterk gestegen dakloosheid onder jongeren

De Rotterdamse Rekenkamer uitte drie jaar geleden al felle kritiek op de Rotterdamse daklozenopvang. De Rekenkamer concludeerde onder meer dat de gemeente haar zorgplicht niet nakwam (bijvoorbeeld door onrechtmatig weigeren van bepaalde groepen daklozen), de preventieve aanpak tekortschoot en dat het te lang duurde voordat daklozen kunnen doorstromen naar een huis. Het woonbeleid speelt hierbij een rol: deels door de Rotterdamwet3 was het aanbod gepaste woonruimte voor (dreigend) daklozen beperkt. Het toenmalig college wilde de Rotterdamwet echter niet loslaten. 

Stadsvernieuwingsbeleid speelt al lang, maar trekt nu pas aandacht van de middenklassers omdat de stadspoorten zich ook voor hen sluiten

Inmiddels is het 2020. De huizenprijzen stijgen nergens in Nederland zo hard als in Rotterdam. Het aantal woningzoekenden steeg de laatste drie jaar van 45.500 naar bijna 72.000. “Bouwen, Bouwen, Bouwen”, schreeuwt daarom het nieuwe college. Helaas blijkt dat de stad nu vooral bouwt voor hogere inkomens, het aandeel sociale woningbouw nog sneller terugdringt dan verwacht en de grens van een betaalbare woning kunstmatig opschroeft van 140.000 euro naar 220.000 euro (ter vergelijking: in Den Haag is dit 165.000 euro). 

studio erasmus 170919 7

Lees meer

Minicollege: Jaagt Rotterdam armen de stad uit?

Bekijk het minicollege door criminoloog en socioloog Gwen van Eijk, hier terug.

Gentrificatie ontvangt intussen steeds meer kritiek. Zelfs wetenschapper Richard Florida – van het door beleidsmakers geliefde boek The Rise of the Creative Class – is teruggekomen op zijn idee om oud-industriële steden op te waarderen door het aantrekken van de creatieve klasse (hoogopgeleiden werkzaam in kennis- en dienstensector). 

Richard Florida waarschuwt nu in The Urban Crisis voor de negatieve gevolgen van dit soort opwaarderingsbeleid: het uitsluiten van lage inkomensgroepen en de toenemende ongelijkheid tussen arm en rijk. En we zien hiervan ook de tekenen in Rotterdam, stelt criminoloog en socioloog Gwen van Eijk

Buiten de wetenschap is afgeven op gentrificatie intussen zo standaard als opscheppen over je gestegen WOZ-waarde of hoog opgeven over alle nieuwe horeca-tentjes, voorheen was. Dat is niet verrassend. Want stadsvernieuwing raakt tegenwoordig aan het eigenbelang van de middenklasse. De Raad voor leefomgeving en infrastructuur schrijft in zijn recente advies Toegang tot de stad dat de toegang tot wonen, vervoer en publieke voorzieningen in de stad voor veel mensen onbereikbaar is geworden. Niet alleen voor de traditioneel kwetsbaren maar nu ook voor mensen met middeninkomens, flexwerkers, en zzp-ers.

Stad sluit voor de middenklasse

Het stadsvernieuwingsbeleid speelt al lang in Rotterdam, maar trekt nu pas de aandacht van de middenklasse omdat de stadspoorten voor deze Rotterdammers zich nu ook lijken te sluiten. Zo ook voor mij: net als veel van mijn vrienden heb ik – als starter op de woningmarkt – de zoekradius van mijn Funda-alert moeten vergroten tot buiten de stadsgrenzen. Dit is zeker geen ramp, maar geeft wel een gevoel dat je niet langer past bij het nieuwe Rotterdam.

Vorige week bezichtigden mijn vriend en ik een huis in de wijk Heliport (‘Kabouterdorp’) nabij Hofplein. Het verbaasde ons dat we überhaupt mochten kijken, het makelaarskantoor had bij eerdere woningen eerst een bod geëist alvorens we mochten kijken. Bij aankomst liep de makelaar gelijk door naar het balkon waar hij een triomfverhaal ophing over de groenvernieuwing van Pompenburg en de nieuwbouwplannen voor twee “grote luxe woontorens”. Wij kenden de plannen echter al en wilden liever het huis zien. 

Gedurende de rondleiding gaf hij steevast af op de huurders die hier “voor slechts 500 euro” tien jaar hadden gewoond. “Ze laten zelfs nog niet een lampje hangen,” klaagde hij toen het licht in de badkamer het niet deed. En bij de aanblik van de verouderde keuken en het versleten laminaat: “Jullie moeten het goed opfrissen, huurders zorgen slecht voor hun woningen.” Ik merkte op dat er in dit huis geen dubbel glas zat, terwijl de eigenaren van de andere huizen in het blok dat vorig jaar wel hebben laten zetten. “Nee”, antwoordde hij verbaasd. “Waarom zou de belegger dat doen? En als hij daarin überhaupt wil investeren, dan alleen nadat een huurder eruit is.” 

Terwijl ik in mijn hoofd uitrekende dat de verbouwing ons te veel zou kosten, somde de makelaar de koopvoorwaarden op, waarmee de belegger zich ontdeed van vrijwel elke verantwoordelijkheid over de staat van het huis. Toen ik hardop twijfelde aan de belegger – die eerst sociale woningbouw opkoopt en de panden vervolgens zonder aansprakelijkheid en in verpauperde staat van de hand doet – antwoordde de makelaar stellig: “Daar kunnen beleggers niks aan doen. Dat is de markt. Rotterdam haalt eindelijk haar achterstand in.” Op de weg terug naar huis vroeg ik me moedeloos af wie er nou eigenlijk niet wilde investeren in het huis: de huurder of verhuurder. En op wie halen we eigenlijk een achterstand in? Op onbetaalbaar Amsterdam?

De kritiek op Rotterdams beleid richt zich volgens mij daarom niet op het wegduwen van de dakloze, de Ander. Nee, onze kritiek richt zich op de mogelijke verdrukking van de nieuwe Ander: wijzelf.

Zijn we door het ‘opschonen’ van de stad ook verleerd om empathie te hebben met daklozen? We lijken ons meer zorgen te maken dat we straks Dordtenaar worden dan dat er mensen geen dak meer boven hun hoofd hebben. Zoals ik al schreef: een schouwspel waarbij Charles Dickens zijn vingers zou aflikken.

Vers Beton – Lucia Lenders – Dakloze Jongeren – 2020

Lees meer

Dakloos in Rotterdam: hoe kom je als jongere weer aan een huis?

Jongeren Rianne, Dwight en Kevin tonen de moeilijke zoektocht naar stabiliteit en een plek

Deze banner kun je wegklikken, maar....

..je kunt ook supporter worden! Vers Beton kan alleen bestaan dankzij een bijdrage van lezers. Vanaf 6 euro per maand maak jij onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk.

Nee, ik lees eerst het stuk verder

  1. Stadsmariniers zijn als het ware superambtenaren, door het college van burgemeester en wethouders aangesteld om hardnekkige veiligheidsproblemen in bepaalde gebieden op te lossen. ↩︎
  2. Medewerkers van het gemeentelijk projectenteam Frontlijn gaan de wijk in om mensen thuis te begeleiden, via training en coaching de bewoners vaardigheden aan te leren en zelfredzaam te maken. Frontlijn werkt o.a. op het gebied van jeugdhulp, schulden, werk, wonen en gezondheid. ↩︎
  3. Deze wet zorgt dat Rotterdammers die niet kunnen aantonen dat zij langer dan zes jaar in Rotterdam wonen en geen inkomen uit werk hebben boven de Rotterdamse bijstandsnormen, geen huisvestingsvergunning krijgen in bepaalde gebieden, tenzij een uitzondering wordt gemaakt. De Rotterdamwet geldt in delen van Prins Alexander, Charlois, Delfshaven, Feijenoord, Hoogvliet, IJsselmonde en Noord. Lees meer over de Rotterdamwet ↩︎
Profielfoto-Marianne-Klerk

Marianne Klerk

Marianne is historicus en journalist. Rotterdam is in haar ogen de mooiste stad van Nederland, waar eeuwen van stadsvernieuwing en -vernieling kriskras door elkaar lopen.

Profiel-pagina
05_Nina Fernande_integratie

Nina Fernande

Illustrator

Nina Fernande (1987) is een illustrator. Ze woont en werkt in Rotterdam. Als ze niet aan Franstalige chansons werkt, kleurt, faxt en streept ze simpele maar krachtige platen. Ze typeert haar werk als cartoonesk zonder het grafische element te verliezen.

Profiel-pagina
Lees één reactie
  1. Profielbeeld van Piet Vollaard
    Piet Vollaard

    Goed stuk. Ik mis alleen de zgn bankslapers; thuislozen die niet op straat zwerven of in de nachtopvang slapen, maar die desondanks zonder vaste woonplek zitten. Ze zwerven van familie, naar vrienden, naar tijdelijk in een volkstuinhuisje, naar andere vrienden. Maar telsken worden die vrienden/familieleden het logeren zat. En daar ga je dan weer met je weekendtas vol spullen. Nergens kunnen ze al te lang blijven. Ook jongeren die veel te lang thuis blijven wonen omdat er geen alternatief is vallen daaronder. Andre groepen zijn gescheiden terwijl partner het huis heeft, mensen in de schulden of combinaties daarvan. Het is misschien wel de meest onzichtbare groep woningzoekers en thuislozen die er is. Er zijn natuurlijk weer geen cijfers, maar het zou mij niet verbazen als de groep bankslapers groter is dan de werkelijk daklozen.
    Hier een portret van zo maar zo’n geval:
    https://www.pension-almonde.nl/portret-overal-zeiden-ze-dat-ik-tussen-wal-en-schip-viel/

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.