Voor de harddenkende Rotterdammer
Vers Beton – Ez Silva – onderzoek slavernij – 2020 medium
Beeld door: beeld: Ez Silva

Op 14 november 2017 nam de gemeenteraad de motie-Wijntuin aan, waarin wordt opgeroepen het koloniale en slavernijverleden van Rotterdam grondig te onderzoeken. “De erfenissen van het slavernijverleden zijn nog diep verankerd in onze samenleving” aldus de motie. Het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV), onder leiding van directeur en hoogleraar Koloniale en postkoloniale geschiedenis Gert Oostindie, kreeg de opdracht om dit te onderzoeken. De resultaten verschenen in drie bundels.

De eerste publicatie Het koloniale verleden van Rotterdam belicht onder meer de economische betekenis die de kolonies hadden voor de stad en de betrokkenheid van de politieke elite in het slavernijsysteem. In het boek Rotterdam in Slavernij laat hoogleraar Alex van Stipriaan zien wie in de stad betrokken waren bij de slavernij. De laatste bundel Rotterdam, een postkoloniale stad in beweging, onder redactie van Francio Guadeloupe, Liane van der Linden en Paul van de Laar, is gericht op het heden en gaat over wat de koloniale geschiedenis betekent voor de huidige stad.

Rotterdam zat overal

Tussen 1596 en 1830 werden 600.000 Afrikanen onder dwang in Nederlandse schepen geladen om naar het Amerikaanse continent te worden gebracht. Rotterdam was betrokken bij circa tien procent van alle door Nederlanders onder dwang verscheepte Afrikanen. Het is een van de bevindingen in het boek Rotterdam in Slavernij van Alex van Stipriaan. Rotterdam was nadrukkelijk aanwezig in het slavernijsysteem van Suriname, de Nederlands Caribische eilanden, Guyana en Brazilië.

“Slavenhandel, slavernijproductie en slavernij-gerelateerde Rotterdamse nijverheid waren internationaal onontwarbaar verknoopte circuits”, schrijft Van Stipriaan. Uit zijn onderzoek wordt duidelijk dat het slavernijsysteem zich niet beperkte tot de Nederlandse koloniën. Omdat Rotterdam zich voornamelijk bezighield met internationale handel, was de stad ook actief voor de Spaanse, Engelse, Franse en Pruisische mensenhandel.

Slavenhandel was niet iets was wat stiekem op de achtergrond speelde, zo wordt ook duidelijk. Duizenden Rotterdammers waren er indirect of direct bij betrokken en hebben het met eigen ogen aanschouwd. “Financiers en eigenaars in Rotterdam wisten door hun vertegenwoordigers zeer nauwkeurig wat zich op de plantages en in de koloniale forten en steden afspeelde.” Opvallend: vanaf het begin waren er mensen in de stad die zich kritisch uitten over de slavernij.

Essentieel voor Rotterdamse economie

De elite en de bestuurders van Rotterdam waren van het begin tot het einde nauw betrokken bij kolonialisme en de slavernij. Van merkbare twijfels, laat staan gewetensbezwaren, was onder hen geen sprake, de bestuurders vonden dit kennelijk business as usual, concluderen de onderzoekers in de bundel Het koloniale verleden van Rotterdam.

Een van de onderzoekers Gerhard de Kok beschrijft daarin ook hoe de koloniale connecties de ontwikkeling van de Rotterdamse industrie beïnvloedden. De bijdrage van de koloniale handel tussen 1750 en 1850 was belangrijk voor de industriële ontwikkeling, stelt hij. En de commerciële, industriële en demografische groei van Rotterdam was mede te danken aan de uitbreiding van de koloniale handel. “Het is niet onwaarschijnlijk dat in sommige jaren rond het midden van de achttiende eeuw twee procent van de Rotterdamse economie samenhing met de activiteiten van de VOC.”

Vanaf 1830 nam de vaart naar Nederlands-Indië (met name Java) ineens enorm toe. Terwijl daarvoor  de koloniale vaart richting Suriname, de Nederlandse Caribische eilanden en Java ongeveer gelijk opgingen. Java werd toen de belangrijkste vaart voor de Rotterdamse economie. En dat is nog terug te zien, blijkt uit een van de laatste hoofdstukken, over waar koloniale sporen vandaag de dag in de stad zichtbaar zijn. “Een voorzichtige conclusie is dat er veel meer sporen te vinden zijn van de koloniale geschiedenis met Azië, in het bijzonder Nederlands-Indië, dan met Suriname en de Nederlands-Caribische eilanden”.

Hoogleraar Koloniale en postkoloniale geschiedenis Gert Oostindie had als directeur van het KITLV de leiding over het onderzoek. Hij voerde bovendien de redactie over het eerste boek dat hierover verscheen Het koloniale verleden van Rotterdam.

Wat waren voor u de meest opvallende bevindingen in het onderzoek?
“Ik lieg als ik zou zeggen dat ik heel verrast ben. Het feit dat Rotterdam vanaf 1600 betrokken was bij de koloniale geschiedenis, is geen nieuwe informatie. Maar ik weet nu wel beter hoe het precies in elkaar zat. Het is niet zo dat Rotterdam groot geworden is alleen dankzij slavenhandel of koloniale handel, maar wel dat hele groei vanaf 1600 (toen de slavernijconnectie met Rotterdam begon) hiermee verknoopt is. Ik wist ook dat de betrokkenheid van Amsterdam en Groningen groter was. Maar wat dit onderzoek laat zien is dat de rol van Rotterdam, vooral in de negentiende en twintigste eeuw steeds belangrijker wordt. En dan gaat het niet meer over slavenhandel en slavernij, maar vooral de betrokkenheid in Nederlands-Indië. Het is interessant om te zien hoe dat samengaat met de ontwikkeling van de haven.”

“De Rotterdamse bestuurlijke elite had een grote rol in de slavenhandel, maar die betrokkenheid is niet verwonderlijk”

“De Rotterdamse bestuurlijke elite had een grote rol in de slavenhandel, maar die betrokkenheid is niet verwonderlijk. Ik schreef ooit een boek over de rol van het koningshuis in de koloniën. Ook daar zie je dat die elite daar op allerlei manieren in betrokken was. Men vond dat toen normaal en belangrijk. Maar natuurlijk kan je je afvragen hoe het in godsnaam mogelijk was dat die bestuurlijke elites zonder enige scrupules investeerden in slavenhandel. Dat was natuurlijk gewoon racisme.”

Met welke ambitie startten jullie het onderzoek?
“Toen de gemeente Rotterdam mij benaderde met de vraag of wij dit onderzoek wilden doen, verwees ik eerst naar de Erasmus Universiteit en het Stadsarchief. De stad koos voor het KITLV vanwege de wetenschappelijke reputatie: omdat wij een landelijk KNAW-instituut zijn met expertise op dit onderwerp. Men wilde niet het verwijt krijgen dat het onderzoek niet serieus, of wetenschappelijk genoeg was. Dus ik zei ‘ja, we nemen die opdracht graag aan maar dan gaan we wel mensen uit Rotterdam bij het onderzoek betrekken’.”

In hoeverre is dat gelukt, om Rotterdammers erbij te betrekken?

“Met name in het onderzoek voor het derde boek, is er geprobeerd zoveel mogelijk Rotterdammers te betrekken. Een groep Rotterdammers, van fotografen tot een ex-gemeenteraadslid, heeft vanuit hun eigen perspectief bijgedragen. Hierdoor is het een totaal andere bundel geworden dan de andere twee boeken. Daarnaast organiseerden we publieksgesprekken. Daar hadden we er graag meer van willen doen, maar door corona viel dat in duigen.”

Eén op de acht Rotterdammers heeft tot slaaf gemaakte Afrikaanse voorouders in de familie. Het verbaast me dat een dergelijk onderzoek niet eerder is geïnitieerd…
“Het is de tijdgeest. Dat heeft natuurlijk te maken met de komst van mensen uit de voormalige koloniën die zeggen ‘wij zijn hier omdat jullie daar waren.’ Dat er kort achter elkaar onderzoeken zijn in zowel Rotterdam als Amsterdam, is een signaal dat we in andere tijden leven.”

“Onze opgave was om een wetenschappelijk verantwoorde schatkist te leveren. Dat is gelukt”

De gepubliceerde boeken zijn erg academisch geschreven: droog en feitelijk. Voor wie is het onderzoek bedoeld? En wat moet het opleveren voor Rotterdammers?
“Het onderzoek is bedoeld voor iedereen die geïnteresseerd is in dit onderwerp. We hebben geprobeerd de boeken wetenschappelijk verantwoord, maar voor een groot publiek te schrijven.  Onze opgave was om een wetenschappelijk verantwoorde schatkist te leveren. Dat is gelukt. De eerste twee boeken leveren enorm veel stof op om te gebruiken in het onderwijs, musea, documentaires en media. In de motie die aanleiding was voor dit onderzoek, wordt opgeroepen om de kennis uit het onderzoek, te vertalen naar de stad van nu. Maar die vertaalslag was niet onze taak. De verdere invulling ligt bij maatschappelijke organisaties en hangt af van politieke besluitvorming. Natuurlijk willen we meedenken.”  

Ez-Silva-_-R-2019-Q3-_-Illustratie-1778-x-1000-B-

Lees meer

Onderzoek Rotterdams slavernijverleden: voor wie is het eigenlijk bedoeld?

Opinie: we moeten ons ernstig zorgen maken om de opzet en het team van dit onderzoek.

In aanloop naar het onderzoek kwam er uit verschillende hoeken kritiek…
“Er was kritiek van Leefbaar Rotterdam en de VVD, die tegen het hele plan waren. Ze ontkenden niet dat dit verleden heeft plaatsgevonden, maar twijfelen aan het nut van zo’n onderzoek. Ook vreesden ze meer polarisatie. Dat zijn legitieme zorgen. Andere kritiek kwam van mensen die menen dat het project te wit is, uitgevoerd door een te wit instituut. Dat is ook kritiek waar je serieus mee om moet gaan.”

Ik begrijp dat er geprobeerd is om die politieke partijen in het onderzoeksproces te betrekken.
“Ik had graag gewild dat zij ook mee hadden gedacht. Bij de samenstelling van het derde boek dachten we eraan om voormalig raadslid Ronald Sorensen (Leefbaar Rotterdam) te vragen. Hij is ook historicus. Maar hij zei ‘nee’, want medewerking betekende steun aan het project. Het is jammer dat de politiek zo verdeeld blijft. Het koloniaal en slavernijverleden is niet alleen van zwarte mensen, maar van alle Nederlanders. ”

Was u niet bang om te belanden in een discussie over dit verleden?
“De boeken bieden een heldere beschrijving en analyse. We kunnen nu zeggen: we hebben het verleden onderzocht en bieden overtuigende interpretaties. Dat antwoord geef ik ook aan critici die het onderzoek te wit vinden. Als je de onderzoeksgroep ziet, is het absoluut waar dat er niet veel mensen van kleur in zitten. Natuurlijk hebben we daar wel naar gezocht, maar dat is niet goed gelukt. Ik verwacht wel dat de komende jaren meer historici van kleur zich op dit thema zullen storten.”

Op welke manier bent u op zoek gegaan naar niet witte onderzoekers en heeft u geprobeerd meerstemmigheid in het project te waarborgen?
“Als historicus heb je een beperkt aantal bronnen om mee te werken, die een bepaald soort verhalen opleveren. Die verhalen zijn onvolledig, en dus moet je zoeken naar meer stemmen. Alex van Stipriaan geeft in zijn boek ook duidelijk aan dat de bronnen waarmee hij moest werken eenzijdig zijn.

Tijdens de bijeenkomst die we organiseerden in het Wereldmuseum, was er alle ruimte voor kritiek. Wantrouwen over de onderzoeksopzet voorspelbaar en je moet het serieus nemen. Als team kunnen we zeggen dat we veel moeite hebben gedaan om die meerstemmigheid erin te krijgen.”

“Een verhaal kan op vele manieren verteld worden. Er zijn gevoeligheden die niet door iedereen hetzelfde worden beleefd”

Want hoe draagt een niet-witte onderzoeker anders bij aan dit soort onderzoek dan een witte onderzoeker, volgens u?
“Een verhaal kan op vele manieren verteld worden. Er zijn gevoeligheden die niet door iedereen hetzelfde worden beleefd. Maar het is niet zo dat je vanwege een andere huidskleur of achtergrond ineens andere historische bronnen kunt vinden. Als bronnen er niet zijn, dan zijn ze er niet. Neem iemand als Alex van Stipriaan, een witte, inderdaad oudere professor. Natuurlijk kun je vragen of juist hij zo’n onderzoek moet doen. Tegelijkertijd is er niemand ter wereld die zoveel van de Rotterdamse slavernij weet. Hij is veertig jaar bezig met dit onderwerp en ongelofelijk goed thuis in de Surinaamse en Antilliaanse gemeenschap.”

Een veel gehoord kritiekpunt is dat er voornamelijk gebruik wordt gemaakt van witte bronnen – verhalen en informatie opgesteld door witte mensen.
“Dat is voor alle historici van koloniale geschiedenis altijd een frustratie.  Vrijwel alle archiefbronnen zijn gemaakt door witte mensen, die opschreven wat zij belangrijk of waar vonden. Zo’n 35 jaar geleden hield ik eens een lezing getiteld ‘slaaf van de bronnen.’ Daarmee bedoelde ik: de slaafgemaakte die in de bronnen beschreven wordt is heel eendimensionaal, over haar of hem wordt alleen maar gesproken in termen van werk en discipline. Als historicus ben ik daarom slaaf van die eenzijdige bronnen, je komt niet gemakkelijk verder dan wat er in die bronnen staat.”

“Het echt persoonlijke verhaal, dus hoe mensen het zelf beleefden, is moeilijk te vinden. Alex van Stipriaan gebruikt in zijn boek Surinaamse spreekwoorden, odo’s en orale tradities van Curaçao om toch andere verhalen te laten zien. Kortom, je probeert het wel, maar hebt ook niet de illusie dat dit het volledige verhaal is: dat is ook niet onze pretentie.

Als je onderzoek doet naar de naoorlogse migratie vanuit de kolonie naar Nederland, kan je verhalen in je onderzoek meenemen door interviews te doen. Bovendien schreven migranten daar zelf over. Dat is anders dan wanneer je het hebt over de achttiende eeuw. De tot slaaf gemaakten schreven vrijwel nooit. We hebben wel orale overlevering, maar die zegt vooral iets over herinneringen en zegt per se hoe het ooit precies was.”

Jullie hebben gebruik gemaakt van oude bronnen en bestaand materiaal. Maar er is ook nieuw onderzoek gedaan. Kan je dat toelichten?

“Er is eindeloos in het archief gegraven om nieuwe dingen boven tafel te krijgen. Dat is gelukt. Onderzoeker Henk den Heijer beschrijft in zijn artikel voor de bundel Het koloniale verleden van Rotterdam hoe de economische en bestuurlijke betrokkenheid van de Rotterdamse elite bij de koloniën, sterk verweven was. En Gerhard de Kok beschrijft in zijn hoofdstukken de betekenis van de koloniale connecties voor de ontwikkeling van de Rotterdamse industrie en financiële dienstverlening.  Ook de bijdragen die gaan over architectuur, museale collecties, onderwijs, zending en migraties zijn allemaal nieuwe zoektochten geweest.”

Over het laatste boek Rotterdam een postkoloniale stad in beweging: op welke manier moeten we het begrip postkoloniaal interpreteren? In de huidige maatschappelijke discussies over onderwerpen als discriminatie op de arbeidsmarkt, de woningmarkt en gentrificatie, zijn er critici die beargumenteren dat we nog niet kunnen spreken van een postkoloniale fase.

“Rondom dat soort woorden is er altijd heel veel te doen. Postkoloniaal in de zin van ‘het doet er allemaal niet meer toe’? Op die manier hebben we het nooit gebruikt. Postkoloniaal betekent wel: ná de formeel koloniale periode. Het is een periode waar enorm veel erfenissen van die periode wel doorwerken. Daar kijk je naar als je het hebt over postkoloniale geschiedenis.”

Vindt u dat er in het derde boek voldoende aandacht wordt besteed aan die erfenissen?
“Dat geloof ik wel. Er spelen honderden processen in Rotterdam, het boek staat er vol mee, maar het heeft niet de pretentie om een sociaaleconomische of politieke studie van Rotterdam te zijn. Het boek laat zien wat de superdiversiteit is van de stad. Dat gaat voorbij witte Nederlanders en mensen uit de koloniën. Dan is de vraag dus: wat betekent het koloniale verleden in deze superdiverse stad.”

“Het boek laat zien wat de superdiversiteit is van de stad, dat gaat voorbij witte Nederlanders en mensen uit de koloniën”

In de inleiding van het boek wordt de ambitie uitgesproken dat het onderzoek moet verbinden. Daarmee nemen de schrijvers een maatschappelijk standpunt in.
”Dat is natuurlijk omdat je je bewust bent van de maatschappelijke betekenis van historisch onderzoek. Ik hou me bezig met koloniale geschiedenis. Dan zou het heel raar als ik niet schreef over zaken zoals geweld en racisme, want dat is de kern. En dan moet je ook willen meedenken over de hedendaagse gevolgen van die geschiedenis, vind ik.

Tot slot: hoe verwacht u dat het onderzoek ontvangen wordt? Gezien het huidige maatschappelijke debat over racisme, discriminatie en ongelijkheid en de kritiek in de aanloop naar het onderzoek. 

“Daar maak ik mij geen illusies over. Het blijft ingewikkeld. Wij zitten als historici al heel lang in deze discussies. Over bepaalde zaken zijn we in de loop van de tijd anders gaan denken. Maar ik kan niet veranderen dat sommige mensen denken dat de universiteit een instelling is die eigenlijk nooit echt kritisch kan zijn, of dat witte mensen niet geschikt zijn voor dit soort onderzoeken. Tegen alle critici zou ik daarom willen zeggen: kijk éérst naar wat we gedaan hebben en of je daarmee iets kan. Ik denk het wel.” 

vb-live-inarminius

Lees meer

Vers Beton LIVE! Over het koloniale verleden van Rotterdam

Kijk mee via de livestream op maandag 2 november

Verder praten over het koloniale verleden van Rotterdam op 2 november

Op maandag 2 november staat onze talkshow Vers Beton LIVE! volledig in het teken van het koloniaal- en slavernijverleden van Rotterdam naar aanleiding van dit onderzoek. Te gast zijn onder andere de onderzoekers, Peggy Wijntuin, Quinsy Gario, wethouder Wijbenga. Klik hier voor het hele programma

Vanwege de coronamaatregelen is deze editie enkel online te bekijken via een livestream. Je kunt ook via de livestream vanuit huis vragen stellen. 

Tickets kosten 5 euro, voor supporters van Vers Beton is het gratis met de speciale actiecode. Klik hier voor de ticketverkoop. Als je een ticket hebt gekocht krijg je op de dag zelf een link voor de livestream toegestuurd.

Deze banner kun je wegklikken, maar....

..je kunt ook supporter worden! Vers Beton kan alleen bestaan dankzij een bijdrage van lezers. Vanaf 6 euro per maand maak jij onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk.

Nee, ik lees eerst het stuk verder

18209064_10154713209543195_6162322301411381250_o

Caterine Baeten

Programmamaker Vers Beton LIVE

Caterine Baeten combineert mediavraagstukken met politiek. Voorheen op de Coolsingel nu in de Tweede Kamer. Houdt zich ook bezig met het gebrek aan diversiteit in, onder andere, de cultuursector.

Profiel-pagina
Foto-Ez-Silva

Ez Silva

Illustrator

Met haar achtergrond als industrieel vormgever en productontwerper, maakte Ez Silva (Cabo Verde, 1985) een switch naar allround vormgever, illustrator en kunstenaar. Haar werk kan omschreven worden als vrouwelijk, dromerig en mysterieus (de innerlijke gevoelswereld van de hedendaagse vrouw). Omdat in het hedendaagse leven al zoveel digitaal gebeurt, kiest Ez er juist voor om op papier te tekenen. 

Profiel-pagina
Nog geen reacties

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.