Voor de harddenkende Rotterdammer
AbAb_-Vers-Beton-x-Said-El-Haji___03102020__01_
Beeld door: beeld: Abdirahmaan Abdikarim

Succesvol schrijver was je al: in 2000 publiceerde je je eerste roman De dagen van Sjaitan. Hoe werd jij ineens taalleraar?

“Vier jaar geleden zwoegde ik aan een boek dat maar niet lukte. Het voelde alsof mijn verbeelding op was. Ik besloot dat ik te weinig meemaakte thuis achter mijn toetsenbord. Bij toeval sprak ik mijn buurman hierover, en hij wees me op de taalschool om de hoek. ‘Mooi’, dacht ik. ‘Weg van huis, maar niet te ver, ik hoef niet per se gediplomeerd te zijn, ik spreek een hoop mensen met verschillende achtergronden en misschien doe ik inspiratie op.’ Het bleek veel meer voor me te betekenen, het werk heeft me gegrepen. Ik ben op dit moment een opleiding aan het volgen om een docentendiploma te halen naast dat ik blijf schrijven.”

Waarom greep het je zo?

“Omdat ik in veel van mijn leerlingen de situatie van mijn moeder herkende, denk ik. Haar wereld is om allerlei redenen klein gebleven. Mijn vader was dominant en vond dat zij niet buiten mocht komen. Zij kwam nooit in contact met Nederlanders en heeft de taal nooit leren spreken. Wij, haar kinderen, waren uiteindelijk de enigen met wie ze sprak. Ik had medelijden met haar. Als ik anderen zoals zij de taal kon leren, had ik het gevoel dat ik haar ook aan het helpen was.”

Heeft jouw lerarenbaan jouw beeld van de maatschappij veranderd?

“Ja, absoluut. Ten eerste is mijn zelfbeeld, over míjn plek in de maatschappij, veranderd. Vroeger dacht ik dat ik het zwaar had en dat ik door mijn afkomst achter stond. Ook was ik heel erg streng voor de mensen die het zwaar hadden in deze maatschappij. Ik dacht eigenlijk dat dat bij hen wel meeviel. Maar: ik kan nu met zekerheid zeggen dat er mensen zijn die geïsoleerd, alleen en hulpeloos leven. Die werkelijk hun eigen straat niet uit kunnen, die niet weten hoe die straat heet, niet eens het concept ‘adres’ begrijpen. Zij zijn onzichtbaar. Ik kan mezelf niet meer zielig vinden. Mijn leerlingen hebben dat beeld compleet gerelativeerd. Mijn leven is heel goed en bevoorrecht.”

“Voor autochtonen ben ik dan wel weer strenger geworden. Dat sommigen hulp weigeren te bieden, en tegelijkertijd vinden dat de ander zich moet aanpassen. Dat komt toch echt van twee kanten! Hoe leer je in vredesnaam de Nederlandse taal als iedereen direct in het Engels tegen je begint? Of met opzet extra moeilijke woorden gebruikt? Daar word ik tegenwoordig boos van. Een tweede taal leren op latere leeftijd is voor iedereen moeilijk, laat staan al die andere factoren die meespelen.”

Zoals?

“Waar je woont speelt mee in je taalvaardigheid. In een dorp vol autochtonen word je gedwongen naar de Nederlandse slager te gaan. Je leert de taal dan de hele dag door. Als je in een enclave van een grote gemeenschap woont, hoef je nooit met Nederlandstaligen om te gaan. Nederlands praten gaat dan niet vanzelf. In mijn klassen, ook op de universiteit, was ik de enige Marokkaan. Ik denk dat dat mijn taalvaardigheid erg heeft beïnvloed.”

Bovendien heeft elke gemeente zijn eigen beleid. Hier zijn we met Leefbaar op het stadhuis, heel dol op strenge regels. Ironisch genoeg houd ik erg van die duidelijkheid in de taallessen: niet bidden, niet eten, niet roken, niet bellen, nooit. Klaar! In Den Haag hebben ze daar een andere kijk op. Mis je een kwartiertje? Als je daardoor wel naar de lessen blijft komen dient het uiteindelijk het grotere plaatje. Daar had ik veel moeite mee toen ik daar moest invallen.”

“En natuurlijk speelt je achtergrond een grote rol. Uit watvoor land kom je? Het Chinees is bijvoorbeeld een schrijfcultuur, in Marokko gaat het om praten. Die verschillen zie ik ook terug in de spreek- en schrijfcompetenties in de klas. Hoeveel scholing heeft een leerling hiervoor gehad? Ik heb leerlingen voor mijn neus die universitair geschoold zijn in hun eigen taal, anderen hebben twee jaar basisschool gehad, of minder. Voordat zij een tweede taal leren, moeten ze eigenlijk nog leren schrijven, en voordat ze leren schrijven moeten ze eigenlijk leren léren. Stilzitten, overleggen met anderen, zelfstandig werken. Nederlandse stijl lesgeven is niet overal evident.

Dan is er nog de docent die verschil kan maken. Toen ik begon was het onderwijsbeleid nog dat ongeschoolde leraren, de laagste niveaus les moesten geven. Inmiddels weten we dat je juist veel meer competenties moet hebben op die niveaus. Op de laagste niveaus, ben je eigenlijk half een maatschappelijk werker.”

AbAb_-Vers-Beton-x-Said-El-Haji___03102020__03_
Beeld door: beeld: Abdirahmaan Abdikarim

Hoe kijk je aan tegen de verplichte inburgering waar deze lessen onderdeel van zijn?

“Ik heb er geen bezwaar tegen dat de lessen verplicht zijn. Sterker nog, ik vind het goed. Sommige mensen zitten in een neerwaartse spiraal van onvermogen en negativiteit en dat zitten ze al zo lang dat ze het vanzelfsprekend zijn gaan vinden. Ze leven geïsoleerd en halen weinig voldoening uit hun leven. Die komen dan ook met grote tegenzin naar de les. Leren gaat bij deze mensen met minuscule pasjes. Maar ze wonen al tientallen jaren in Nederland en in al die tijd hebben ze nooit geleerd deel te nemen aan de samenleving. Ze kennen hun eigen wijk niet eens. Als ze de taallessen niet volgen worden ze gekort op hun uitkering. Enerzijds zet dat kwaad bloed, maar anderzijds doorbreekt de plicht wel iets voor ze. Je komt onder de mensen.”

Waarom besloot je over de NT2-lessen te schrijven?

“Ik ben schrijver. Ik verwerk dingen door ze op papier te zetten. Als positief mens kwam ik dagelijks in klasjes vol pessimisme. De leerlingen zijn nukkig, ze hebben smoesjes. Ik heb cursisten in de klas die het vernederend vinden om gedwongen te worden op taalles te gaan. Dat is letterlijk en figuurlijk ziekmakend. Diabetes, migraines, pijnlijke armen en benen. Ze denken dat ze niks kunnen. Dat vond ik heftig, want ik wilde ze vooruit helpen. Ik had het met ze te doen.” 

vers_beton_said

Lees meer

Taalles: Eerzame mensen

Said El Haji deelt wat hij meemaakt met de leerlingen in zijn Nederlandse taalles.

Er gebeurden ook heftige dingen in de klas. In één van mijn lessen zei ik een Marokkaanse vrouw dat zij haar rinkelende telefoon niet mocht opnemen. Ze werd woedend, stormde het lokaal uit en was tien minuten later terug met haar twee zoons. Die kwamen mij op een dreigende manier terechtwijzen, met veel bravoure en mannelijk eergevoel. Die heb ik ook!

Maar ik moet op zulke momenten mijn kalmte bewaren. Bij elk zeurtje, elke stugheid of werkweigering moet ik de kalme, liefst ook charmante docent blijven. Ik ben ook maar een mens! Ik kropte dat op en lag dan soms wakker. Dus ik moest het ergens kwijt. Elke avond als ik thuis was, gaf ik al die negativiteit een plek door te schrijven. Door er creatief mee bezig te zijn, slokte het me niet op.

Je wilde het ook laten zien aan anderen. Delen met mensen.

“Klopt, ik deelde korte schrijfsels op Facebook. Daar kwamen een hoop reacties op. Mijn volgers vonden het oprecht leuk en interessant. Ze wilden meer lezen en spoorden me aan om te blijven delen. Daar is dus mijn column hier op Vers Beton van gekomen en dát is op z’n beurt een bundel geworden.

Voor mij zijn deze columns uiteindelijk een manier geworden om de mensen die onzichtbaar zijn en in Nederland geen stem hebben, mensen zoals mijn moeder, te laten zien. Ik hoop dat iedereen mijn boek leest en zo mijn cursisten, zij het geanonimiseerd, leert kennen. Dan zijn ze toch aan het woord.”

Lees hier de columns die Said El Haji schreef voor Vers Beton

Lees meer

Deze banner kun je wegklikken, maar....

..je kunt ook supporter worden! Vers Beton kan alleen bestaan dankzij een bijdrage van lezers. Vanaf 6 euro per maand maak jij onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk.

Nee, ik lees eerst het stuk verder

IMG_2709

Basia Dajnowicz

Basia Dajnowicz (1988) is na de Achterhoek, Arnhem en Antwerpen eindelijk in Rotterdam terechtgekomen. Die krijg je hier nooit meer weg. In het dagelijks leven rammelt ze op haar toetsenbord en maakt ze domme grappen.

Profiel-pagina
IMG_3729

Abdirahmaan Abdikarim

Fotograaf

Om de gefragmenteerde verhalen van de stad oprecht te vertellen, is hij gewend om te bewegen in verschillende werelden. Abdirahmaan Abdikarim met Somalische ouders en opgegroeid in Dordrecht, zoomt in op de verhalen van jonge makers en organisatoren, met een uitgesproken visie op de maatschappij.
Profiel-pagina
Nog geen reacties

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.