Voor de harddenkende Rotterdammer
Vers_Beton_20_11_3_Willem de Kam
Beeld door: beeld: Willem de Kam

In het voormalige postkantoor aan de Van Vollenhovenstraat in Rotterdam bevinden zich de net gerenoveerde werkruimtes van Studio Playtime. Spierwit, betonvloeren in het zicht, grote glazen puien en in kleur gespoten elektraleidingen. Het is de natuurlijke habitat van de homo creativus: ontwerpers, vormgevers en fotografen. Waar Frederik Pöll (36) de werkruimte normaal gesproken deelt met zestien andere creatieve ondernemers, is er vanwege de huidige coronamaatregelen maar een handjevol mensen aanwezig.

Frederik Pöll Bureau voor Architectuur richt zich voornamelijk op gebouwen die zich niet zomaar prijsgeven. Cultuurhistorische gebouwen die volgens Pöll een ‘ankerpunt’ in de stad zijn. Gebouwen waar verhalen in verscholen liggen. “Wat ik heel fascinerend vind is dat we in onze projecten voortbouwen aan gebouwen die er al stonden voordat wij geboren werden en die er ook nog zullen zijn wanneer wij er niet meer zijn. Ik vind het bijzonder om daar een tijdslaag aan toe te voegen.” Geen conceptuele aandachttrekkers dus, maar architectuur die zich wil verantwoorden tegenover wat er al was.

Werken aan een ontwerp, begint voor Pöll allereerst met het opsporen van de verhalen en geschiedenis van een gebouw, als een detective. Eerste stop: het stadsarchief. “In Rotterdam is het altijd spannend wat je zult aantreffen”, vertelt hij. Door het bombardement van de Tweede Wereldoorlog zijn vrijwel alle bouwtekeningen uit de periode 1905-1940 in vlammen opgegaan. “Waar normaal gesproken het schetsontwerp tot aan de laatste verbouwing is vastgelegd, moet je in Rotterdam vaak tevreden zijn met een tekening van tientallen jaren na het bombardement.”

air_logo_groot

Lees meer

Mogelijk gemaakt door

Dit artikel is tot stand gekomen dankzij het Architectuur Instituut Rotterdam

Zelfs met gebrekkig bewijs, gaat hij op zoek naar sporen die hem naar de kern van het oorspronkelijke ontwerp leiden. Pas wanneer hij het betreffende gebouw met de bijbehorende verhalen begrijpt, kruipt hij weer terug in de huid van architect. Dat hij aan historische gebouwen werkt, betekent dat hij vroeg of laat zijn ideeën moet verdedigen tegenover welstands- en monumentencommissies.

Het voortraject kost dan meer tijd, en het is soms ook niet makkelijk om iedereen op een lijn te krijgen. Maar je hoort Pöll daar niet over klagen. “Zulke cultuurhistorische gebouwen dwingen het af, die verdienen het.”

Droomwoning in Spoorpunt

Voor zijn ontwerp van de bijzondere zelfbouwwoning in het gebouw Spoorpunt aan de Insulindestraat in de wijk Bergpolder, kreeg Pöll een heel ander soort commissie tegenover zich: een familie met twee jonge dochters die per se een vide in hun nieuwe huis wilden. 

Vanwege de geringe oppervlakte was het geen optie om die vide aan de gevel van hun woonkamer te maken, dat zou namelijk ten koste gaan van een slaapkamer van een van de dochters. ‘In de eerste instantie waren ze bereid om samen in een stapelbed te gaan slapen, ik moest ze overtuigen dat ze, als ze ouder werden, wel hun eigen kamer zouden willen’. En zo ontstond het idee om de vide in het hart van de woning te plaatsen, boven de keuken en met de  kamers die zich eromheen bevinden. “Vanuit de slaapkamer boven kan je helemaal door het pand heen kijken naar de eettafel beneden, het is echt een waanzinnig huis.”

Het gezin had dan ook de volledige vrijheid om hun droomwoning te realiseren. Het markante wigvormige Spoorpunt-gebouw had daarvoor jaren leeg gestaan. Zonder ingrijpen had alleen sloop nog verlossing kunnen bieden. Uit besef van de karakteristieke waarde van het gebouw, werd toch gekozen voor herontwikkeling. De gemeente verkocht het gebouw in 2016 aan een ontwikkelaar die het gebouw herontwikkelde tot achttien nieuwe, toekomstbestendige casco’s, waarin bewoners zelf aan de slag konden.

Vers_Beton_20_11_11_Willem de Kam
Beeld door: beeld: Willem de Kam

Sinds de start van zijn bureau in 2013 richt Pöll zich al op transformaties van cultuurhistorisch waardevolle gebouwen. In Rotterdam, beroemd en berucht om zijn baanbrekende internationale architectuur, ziet hij de laatste jaren ook meer waardering ontstaan van dit soort gebouwen. Met name voor de wederopbouwarchitectuur. “Het historisch besef neemt toe. Nu de kern van het centrum langzaam volwassen wordt, begint de wederopbouwarchitectuur haar waarde te tonen, maar dit heeft wel vijftig of zestig jaar geduurd. Tien jaar geleden wilde niemand in het Industriegebouw zitten en nu is het een van de meest gevierde gebouwen in het Hoogkwartier.”

Gemeentelijk vastgoed

De gemeente Rotterdam lijkt met dit besef nog te stoeien. Pöll observeerde hoe ambtenaren de laatste jaren experimenteerden met het toepassen van nieuwe criteria in de verkoop van maatschappelijk vastgoed. Er werd niet alleen naar de prijs gekeken maar ook naar hoe een geïnteresseerde partij het vastgoed wilde ontwikkelen. Die experimenteerruimte leidde tot de herontwikkeling van de twee oude kledingfabrieken aan de Middellandstraat, waar nu de Dirk van den Broek-supermarkt zit en voorheen het oude Wijkpaleis. 

De panden hebben geen beschermde status, maar toch koos de gemeente ervoor om specifieke voorwaarden aan de herontwikkeling te stellen. In de transformatie die Pöll ontwierp blijft het gebouw behouden en is de maatschappelijke functie in een andere vorm teruggekomen. Het wordt een combinatie: een gezondheidscentrum op straatniveau, daarboven 29 zorgwoningen in het sociale segment en op het dak een bewonersrestaurant met uitzicht op de stad.

“Verkopen van maatschappelijk vastgoed, met selectie op het beste plan is een mooi instrument om te sturen op ontwikkeling van de stad”

Tevreden kijkt Pöll terug naar de rol van de gemeente in het Middelland-project. Al ziet hij ook dat deze rol niet altijd makkelijk is: hoe beoordeel je als gemeente wat het beste plan is? “De stad kiest er nu weer vaker voor om maatschappelijk vastgoed te verkopen voor de hoogste prijs. Ik vind dat een weggegooide kans: het afstoten van maatschappelijk vastgoed met de selectie van het beste plan is voor de gemeente een mooi instrument om te sturen op ontwikkeling van de stad.”

Vers_Beton_20_11_1_Willem de Kam
Beeld door: beeld: Willem de Kam

Geen beschermde status

Zo kijkt hij vaker kritisch naar gemeentelijk beleid. De twee gesloopte kantoorgebouwen aan de Westewagenstraat (tegenover de Laurenskerk) noemt hij ook als voorbeeld. Ze waren onderdeel van het stedelijke wederopbouw-ensemble met grand café Dudok en het HUF-gebouw aan de Hoogstraat. “Maar als het geen beschermde status heeft en je mag er volgens het bestemmingsplan hoger bouwen, dan kun je als architect weinig doen wanneer een ontwikkelaar vooral geld wil verdienen”, stelt hij. 

Een gemiste kans dus. De jonge architect zag allerlei manieren om de bestaande gebouwen te programmeren en te activeren. “De identiteit en de rijke geschiedenis van zo’n gebouw kunnen de nieuwe invulling juist versterken. Je ziet dat in de transformaties van bijvoorbeeld Het Industriegebouw en de Fenix I in Katendrecht. In zo’n gebouw zit een kracht die wat voor de stad betekent.”

Pöll geniet van de mogelijkheden die Rotterdam biedt als het gaat om haar monumenten. ‘In Rotterdam is er meer ruimte voor vernieuwing, dan in andere steden. In een project in Meppel waar ik aan werk, kost het me jaren om een extra verdieping aan een bestaand gebouw toe te voegen. Als je dan kijkt naar de plannen voor het Postkantoor aan de Coolsingel (een 150 meter hoge woontoren bovenop het bestaande gebouw red.), dan is het natuurlijk geweldig dat dat zoiets hier gewoon kan”. 

Vers_Beton_20_11_6_Willem de Kam
Beeld door: beeld: Willem de Kam

Met zijn voorliefde voor monumentale panden, lijkt hij maar weinig met nieuwe in-your-facebouwprojecten te hebben. Subtiel ontwijkt Pöll onderwerpen zoals het Boijmans Depot. Hij laat het liever aan de tand des tijds over om daar een oordeel over te vellen. “Het gaat er uiteindelijk over hoe dierbaar gebouwen worden voor hun omgeving, hoe we er over vele jaren op terugkijken.” Op De Markthal, die er ook nog niet lang staat, wil hij wel ingaan. “Als ik zie welke impact de Markthal heeft op de bewoners van de stad, dan ben ik daar best cynisch over. Persoonlijk heb ik niet zoveel met zulke ingrepen. Het werkt goed voor het toerisme, maar nu dat is weggevallen is het een doods gebouw geworden.” Leuk om bezoek één keer mee naartoe te nemen, vindt hij. Maar meer dan dat is het ook niet. 

Toch moet er zeker ruimte voor vernieuwing zijn volgens Pöll. “Dat is ook goed voor de stad. Maar als architect heb je de verantwoordelijkheid om te zoeken naar duurzame oplossingen en resultaten. Ik heb de overtuiging dat dat alleen kan lukt als de gebouwen zich verhouden tot hun omgeving”, zegt hij stellig. “En daarvoor is het nodig dat de architect het karakter van een plek, de omliggende gebouwen en het eigen gebouw in zijn werk erkent.”

vb-mailchimp

Lees meer

Schrijf je in voor de maandelijkse architectuurnieuwsbrief!

Op de hoogte blijven van Vers Beton per mail? Schrijf je in voor onze wekelijkse of maandelijkse nieuwsbrief.

Dossier Architectuur: De Nieuwe Lichting

Rotterdam is de stad van grote gevestigde architectuurbureaus en starchitects. Maar wie staat in de coulissen te trappelen? Hoe kijkt de nieuwe generatie architecten tegen het vak aan? Vers Beton spoort jonge en veelbelovende ontwerpers op en vraagt ze naar hun ideeën over de toekomst van Rotterdam. Lukt het ze om een eigen stempel op de stad te drukken?

Dit dossier is mogelijk gemaakt door AIR, het Architectuur Instituut Rotterdam. Deze organisatie heeft geen invloed gehad op de inhoud van het artikel. (Meer info)

Lees hier alle artikelen in deze serie.

Deze banner kun je wegklikken, maar....

..je kunt ook supporter worden! Vers Beton kan alleen bestaan dankzij een bijdrage van lezers. Vanaf 6 euro per maand maak jij onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk.

Nee, ik lees eerst het stuk verder

San Dino Arcilla

San Dino Arcilla

San Dino Arcilla is werkzaam als architect. Buiten de praktijk zoekt hij naar verhalen die een andere realiteit beschrijven. Met een fascinatie voor het bijzonder lelijke vindt hij Rotterdam de mooiste stad van het land.

Profiel-pagina
willem_profielfoto

Willem de Kam

Fotograaf

Willem de Kam (1988) studeerde grafisch ontwerp aan de Willem de Kooning Academie. Hij fotografeert nu full-time alles van schreeuwende voetbalsupporters tot kruiswoordpuzzelende bejaarden. Hij doet dit voor diverse media en opdrachtgevers uit de culturele en commerciële sector.

Profiel-pagina
Nog geen reacties

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.