Voor de harddenkende Rotterdammer
Vers Beton – Nina Fernande – Museum Rotterdam – header – 2020
Beeld door: beeld: Nina Fernande

Dit artikel in minder dan 1 minuut

  • Het Timmerhuis waar Museum Rotterdam vier jaar geleden onder druk introk, was ongeschikt als museumgebouw en een “verkeerde inschatting”.  
  • Daarnaast oordeelde de RRKC in drie opeenvolgende adviezen kritisch over het museum, terwijl de museumwereld juist lovend was over het hedendaagse verzamelbeleid. 
  • De sluiting is een optelsom van ruim 100 jaar aan (te) ambitieuze plannen, ongeschikte locaties en een gemeenteraad die maar niet besluit wat ze met haar stadsmuseum wil. 
  • Een kwartiermaker moet de komende tijd een nieuwe invulling bedenken voor een stadsmuseum in Rotterdam

Het oudste scheepje van Rotterdam. De grote stadsmaquette van voor het bombardement. Het wandkleed met het nieuwe stadswapen. En ook de zeventiende-eeuwse schilderijen van Hendrik Sorgh. Museum Rotterdam is deze week begonnen deze en andere tentoongestelde werken in te pakken. De spullen gaan vanuit het Timmerhuis voor onbepaalde tijd naar het gemeentelijk depot in Prins-Alexander. Op 26 november maakte de gemeenteraad namelijk de verdeling van de subsidies voor de cultuursector voor de komende vier jaar definitief, en volgde daarin het bikkelharde advies dat de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur (RRKC) deze zomer gaf om het museum in zijn huidige vorm te sluiten.

Locatie, locatie, locatie

Alle partijen zijn het erover eens: het Timmerhuis was niet geschikt als museumlocatie. Het pand op de hoek van de Meent en het Rodezand heeft bijvoorbeeld geen klimaatinstallatie, waardoor de historische collectie enkel achter glas getoond kon worden. Sinds het pand in 2014 als museumlocatie in beeld kwam, greep directeur Paul van de Laar alle kansen om dat te benoemen. Dat het museum er tegen wil en dank in 2016 toch in trok, was volgens hem “een verkeerde inschatting” die door politieke belangen is omgeven. 

Onvrede over de locatie is niet nieuw voor Museum Rotterdam. Sterker nog: het blijkt een rode draad in de 115-jarige geschiedenis van het museum. Er is een stadskaart te vullen met de plekken waar het museum had willen of zullen zitten – van Oostplein tot historisch Delfshaven, van het Museumpark tot de Hoogstraat, en van het Forumgebouw tot de Centrale Bibliotheek. Deze zomer deed het museum bovendien in zijn subsidieaanvraag (in handen van Vers Beton) een gooi naar een nieuwe plek, de toekomstige Cultuurcampus op Zuid. 

Permanente zoektocht

Museum Rotterdam begon in 1905 aan de Korte Hoogstraat, in de kelder van het Schielandshuis waar toen Museum Boijmans was gevestigd. Boijmans kreeg in 1935 een nieuw gebouw in het huidige Museumpark. Hierdoor kreeg Historisch Museum Rotterdam, zoals het vanaf 1948 was gaan heten, het hele Schielandshuis tot zijn beschikking. Uit de museumwereld kreeg het veel waardering voor de manier waarop het met beperkte middelen een helder en aantrekkelijk overzicht van de stadsgeschiedenis wist te presenteren. Niettemin moest het constant knokken voor zijn bestaan. Bij de begrotingsbehandeling van 1955 vroegen wethouders zich bijvoorbeeld af of die collectie wel genoeg voorstelde om tentoon te stellen in zo’n eigen, prominent gebouw.

Het pand overleefde de oorlog en de sloophamer, maar de gevels hadden scheuren, balklagen waren gedeeltelijk vergaan en het dak lekte. Vanaf 1975 werd het Schielandshuis gerenoveerd, om pas in oktober 1986 weer volledig open te gaan. In hetzelfde jaar 1975 kocht de gemeente graanpakhuis de Dubbelde Palmboom in Delfshaven aan als dependance van Historisch Museum Rotterdam, samen met de tingieterij in het nabijgelegen Zakkendragershuisje. Eind jaren zeventig trok die dependance jaarlijks ruim 150 duizend bezoekers.

Vanaf eind jaren negentig valt het woord ‘nieuwbouw’ in de beleidsstukken van het museum. Noch het Schielandshuis, noch dependance de Dubbelde Palmboom zijn namelijk gebouwd als museum, zo vond ook de voorganger van RRKC, de Rotterdamse Kunststichting, in haar Kunstenplan Advies in 1998. Werd het Schielandshuis voorheen trots een stadspaleis genoemd, inmiddels was de tijdgeest veranderd en vielen kwalificaties als ‘poppenhuis’1. Het pand was altijd al klein, onpraktisch en niet goed toegankelijk. 

Maar vooral paste het met zijn chique uitstraling niet goed bij de nieuwe ambitie van het museum, die vanaf eind jaren negentig steeds duidelijker werd. Behalve historisch museum wilde het namelijk ook een stadsmuseum zijn, met meer aandacht voor de hedendaagse stad en de mensen die er wonen. “Wil het museum daadwerkelijk tot een echt aantrekkelijk eigentijds stadsmuseum kunnen uitgroeien en het beoogde beleid doorvoeren”, schreef de toen net aangetreden museumdirecteur Hans Walgenbach in 2000, “dan is een geschikt gebouw een voorwaarde.” Het had een uitspraak uit 2020 kunnen zijn. 

Met die nieuwe ambitie volgde het museum een internationale trend. Musea van de eigen stad of streek werden in wetenschappelijke literatuur steeds meer gezien als manier om naast toerisme en citymarketing ook sociale cohesie te versterken. Een nieuwe naam onderstreepte die ambitie. In 2011 werd ‘historisch’ geschrapt.

Ambitieuze plannen

Tot tweemaal toe heeft het museum een extern bureau een nieuw museaal concept laten maken, zonder dat het daarvoor een locatie beschikbaar had. In 2008 liet het museum ambitieuze plannen uitwerken door ontwerpbureau Kossmann&DeJong in samenwerking met Next Architects. Het beoogde gebouw was het wederopbouwpand van voormalig warenhuis Galerie Modernes aan de Hoogstraat. Ook de gemeenteraad, ten tijde van cultuurwethouder Orhan Kaya en daarna Rik Grashoff (beiden GroenLinks), sprak zich al jaren uit voor een nieuw stadsmuseum. “Alles lag klaar,” herinnert toenmalig directeur Walgenbach zich, “alleen werd het politieke besluit maar niet genomen2.” En toen trokken de financiële crisis en de bezuinigingen die erop volgden een dikke streep3 door de verhuizing.

In 2009 besloot de gemeente dat de huur van het Schielandshuis met ingang van de eerstvolgende cultuursubsidieperiode (2013) verhoogd werd tot een zogeheten kostendekkend bedrag. Daarmee had het museum een extra reden om het Schielandshuis uit te gaan: de jaarlijkse huurprijs zou namelijk bijna het dubbele worden van de tot dan toe betaalde 498.348 euro. Het museum liet zijn oog vallen op nieuwbouwproject Forum van architect Rem Koolhaas aan de Lijnbaan. Dat zou een superkubus worden van tachtig meter doorsnee. Het idee van hoge, lichte ruimtes op een plek met veel publiek was erg verleidelijk voor het museum. De gesprekken met de ontwikkelaar van Forum, Multi Vastgoed, gaven aankomend directeur Paul van de Laar bovendien zoveel vertrouwen in een verhuizing naar het in 2016 op te leveren gebouw, dat hij voorsorteerde op vertrek uit het Schielandshuis. 

Maar toen kwam in mei 2012 het RRKC met een kritisch advies over Museum Rotterdam. Het werd met een derde gekort op de subsidie, tot 3.750.000 euro. Voor een paar jaar ‘overwinteren’ in het Schielandshuis, zoals Van de Laar het noemde, was ineens onvoldoende budget. Het museum vertrok niet in 2016 maar al per 1 januari 2013 uit het Schielandshuis om locatiekosten te besparen en ontsloeg tientallen medewerkers. Het koos voor een zwervend pop-upbestaan in afwachting van zijn verhuizing naar Forum. Raadsleden stelden daarbij kritische vragen: zou het museum voldoende zichtbaar en relevant blijven?

In 2014 vond de volgende tegenslag plaats: de gesprekken met Forum liepen spaak. “De beloften die ontwikkelaar Multi Vastgoed had gedaan, konden niet worden waargemaakt”, verklaart Van de Laar aan Vers Beton. De bouw werd uitgesteld, Multi Vastgoed zelf werd overgenomen en verloor de regie. “Het nieuwe Forum met de Primark erin was een totaal ander concept dan wat ons voor ogen stond.” Museum Rotterdam was dakloos én had geen zicht meer op een nieuwe locatie.

Politieke druk

Na een zwervend bestaan als pop-upmuseum4 kwam het atrium van het pas gerenoveerde en uitgebreide Timmerhuis in beeld, waarvan de gemeente eigenaar is. Ook dat gebouw, op de hoek van de Meent en het Rodezand, was niet gebouwd als museum. Je zag de ingang makkelijk over het hoofd. De historische objecten stonden achter glas, want er was geen goede klimaatregeling. En voor een drankje of toiletbezoek moesten bezoekers (weliswaar binnendoor) naar het naastgelegen restaurant Thoms. De staf huurde kantoren verderop in de straat omdat daar in het museum geen plek voor was.

Waarom is het museum in 2016 dan toch naar het Timmerhuis gegaan? In zijn brief aan de gemeenteraad van 3 november 2020 noemt Van de Laar het een “feitelijk gedwongen inkwartiering’’. In een tussentijds evaluatiegesprek met de RRKC in april 2014 (verslag in handen van Vers Beton) liet hij al weten “het huurcontract voor het Timmerhuis niet te tekenen” omdat het pand niet voldeed: klimatologisch niet op orde en te duur5. Maar hoge ambtenaren van de afdelingen Vastgoed en Cultuur waren ervan overtuigd dat het Timmerhuis wél een goede locatie was, licht Van de Laar toe aan Vers Beton.

De directeur voelde zich onder druk gezet om hiermee in te stemmen. In informele gesprekken werden zijn bezwaren van tafel geveegd, met als argument dat de collectie niet bijzonder of belangrijk genoeg zou zijn om moeilijk te doen over het gebrek aan klimaatregeling in het Timmerhuis. “Onze collectie, zo zei men mij telefonisch, was niet van A-niveau”. Van de Laar kreeg de indruk dat hij geen subsidie zou krijgen als hij niet zou instemmen met het Timmerhuis als locatie. 

Het Museum Rotterdam werd daardoor min of meer gedwongen te verhuizen naar een pand dat zijn doodvonnis werd. Toenmalig cultuurwethouder Adriaan Visser (D66) bevestigt aan Vers Beton dat er druk op de directie is uitgeoefend rondom de verhuizing naar het Timmerhuis. Huidig wethouder Said Kasmi (D66) zegt dat hij op deze kwestie niet kan ingaan omdat het voor zijn tijd was, maar kan zich indenken dat in het lege Timmerhuis trekken “in elk geval een beter scenario was dan blijven pop-uppen”. 

Vers Beton – Nina Fernande – Museum Rotterdam – vervolg – 2020
Beeld door: beeld: Nina Fernande

Masterplan

Van de Laar tekende een huurcontract voor vijf jaar en liet sinds de intrek in 2016 geen gelegenheid onbenut om te benadrukken dat het Timmerhuis tijdelijk was. Rotterdam verdiende iets beters. “Bij een wereldstad hoort een stadsmuseum van formaat dat zich kan meten met de andere grote havensteden. Steden als Hamburg, Liverpool, Marseille en Antwerpen hebben de afgelopen jaren veel geïnvesteerd in iconische museumgebouwen”, stelde het museum in zijn meerjarenbeleidsplan uit 2020 (in bezit van Vers Beton). 

Met dat ideaal voor ogen had Van de Laar in 2014 het gerenommeerde ontwerpbureau voor tentoonstellingen Ralph Appelbaum Associates in New York benaderd voor een nieuw masterplan voor het museum. Wethouder Visser liet er een externe expert (directeur Paul Spies van het Amsterdam Museum) naar kijken, die positief oordeelde. Maar de mogelijkheden in het Timmerhuis waren beperkt en zo kon het plan van Appelbaum alleen in sterk afgeslankte vorm worden gerealiseerd. Het oorspronkelijke plan van Appelbaum bleef voor Van de Laar het droomdoel, dat ook het uitgangspunt vormde voor de subsidieaanvraag van afgelopen zomer en de gooi naar de Cultuurcampus op Zuid. 

Toch oordeelt de RRKC in haar fatale advies van juni 2020 juist “dat de museumorganisatie geen visie heeft.” Was het ambitieuze masterplan uit 2014 dan niet (meer) voldoende? Volgens wethouder Kasmi was dat document bij hem bekend, antwoordt hij aan Vers Beton, net als bij de RRKC-commissie Museale collecties en Erfgoed, die de subsidieaanvragen voor het cultuurplan beoordeelt. “Maar de inhoud van het masterplan en de aansluiting die het museum met het publiek had, waren niet voldoende onderbouwd”, zegt Kasmi. Algemeen RRKC-voorzitter Jacob van der Goot wil niet ingaan op vragen van Vers Beton over het advies over het museum. De commissieleden die de aanvraag beoordeelden, konden ook geen nadere toelichting geven op de gepubliceerde adviezen.

Voortrekkersrol

In de ontstane beeldvorming is het museum op drift, met een ontevreden directeur en (te) ambitieuze plannen. Maar terwijl Museum Rotterdam van de gemeente weinig steun krijgt, wordt het in de (inter)nationale museumwereld geroemd, vooral om zijn wijkprojecten en hedendaags verzamelbeleid, zoals in het programma Echt Rotterdams Erfgoed. “Maar daarvoor lijkt bij jullie in Rotterdam heel weinig waardering en interesse te bestaan”, zegt Paul Spies, museumbestuurder in Berlijn en oud-directeur van het Amsterdam Museum tegen Vers Beton.

In juni 2020 stuurde Marc de Beyer, directeur van Museum Gouda, een open brief aan wethouder Kasmi die door 45 musea in het land werd ondertekend. De instellingen riepen op het museum open te houden “omdat dit naar ons idee de beste garantie biedt voor de door de RRKC gewenste omslag.” “Museum Rotterdam vervult met zijn hedendaags verzamelbeleid een voortrekkersrol”, licht De Beyer toe aan Vers Beton. Maar, erkent hij ook: “Het is lastig om van de spullen en verhalen die je ophaalt in de wijken een aantrekkelijke presentatie in je museum te maken.”

En dat is – al jaren – de kern van de kritiek van de RRKC. Sinds 2012 oordeelde de raad in drie adviezen op rij dat er onvoldoende samenhang is tussen de activiteiten van het museum in de wijken en dat wat het museum in zijn tentoonstellingen laat zien. Het museum is er niet goed in geslaagd om buiten de museumwereld een overkoepelend verhaal over zijn twee verschillende kanten – de historische en de hedendaagse – voor het voetlicht te brengen. Het is daarbij de vraag of een andere locatie de inhoudelijke kritiek van de RRKC had opgelost.

Weinig draagvlak

Het Rotterdamse dansgezelschap Scapino haalde recent 60.000 handtekeningen op in een lobby voor behoud van rijkssubsidie. Een petitie van het museum tegen het snoeiharde advies van de RRKC deze zomer om “het museum te sluiten” ontving niet meer dan 10.000 handtekeningen uit de stad. Dat is tekenend voor een museum dat al decennia worstelt met zijn zichtbaarheid en waardering. Ook de open brieven uit de nationale en internationale museumwereld overtuigden Kasmi niet. “Het laat loyaliteit naar elkaar zien als cultuurinstellingen. Maar ik kon me daar niet door laten leiden. De RRKC is er om hierin te adviseren, die neem ik serieus.”

In de beslissende raadsvergadering van 26 november was raadslid Ruud van der Velden (PvdD) een van de weinigen die zich boos maakte. Daar noemde hij het uiteindelijke besluit een minachting voor de cultuur en historie van de stad. Ook zette de “politieke uitspraak” van voorzitter Jacob van der Goot in NRC, dat de RRKC “klaar” was met Museum Rotterdam, bij Van der Velden kwaad bloed. In een gesprek met Vers Beton noemt oud-directeur Hans Walgenbach de procedure van oordelen eenzijdig en ondoorzichtig. De harde wijze van formuleren in het advies hekelt hij ook: “Rücksichtslose spierballentaal”.  

Die kritiek op het adviesproces aan de gemeente door de RRKC werd politiek breder gedeeld. Op 26 november nam de raad een motie aan om vanaf de volgende cultuurperiodes in het adviesproces van de RRKC een mogelijkheid tot reageren in te bouwen voor de instellingen, en ook voor deze periode een kans te geven bepaalde adviezen te herzien. “Maar voor Museum Rotterdam had wederhoor niets uitgemaakt”, zegt D66-raadslid Elene Walgenbach (dochter van de oud-directeur) stellig. “Ik denk niet dat je nog vier jaar budget moet besteden aan iets waarover je het eens bent dat het niet ideaal is.”

Doormodderen

Cultuurwethouder Kasmi sluit zich aan bij het advies van de RRKC dat er een “stadsmuseale functie” moet komen waar “het verhaal van de stad” op een aantrekkelijke manier wordt verteld. De gemeenteraad ziet dat met het huidige Museum Rotterdam niet gebeuren – niet op deze plek en ook niet met deze organisatie6. “Het is breed gedeeld dat je niet kunt bouwen op een plek waar geen toekomst is”, zegt raadslid Walgenbach. Het aantal bezoekers (75.000 in 2019) speelde ook mee. De ondergrens om een instelling met gegarandeerde gemeentesubsidie te kunnen worden ligt bij 100.000 bezoekers7. Maar dat aantal haalde het museum enkel in de jaren zeventig, toen museumbezoek nog gratis was.  

 

Toch liet de gemeente haar museum jarenlang doormodderen. “Er waren inderdaad te veel signalen die niet op groen stonden”, erkent Kasmi, die in 2018 aantrad. Zoals dat het gebouw niet voldeed en de locatie te weinig bekend was. Hij wist van de signalen, maar “kon niet op eigen houtje iets in gang zetten”. En vooral: hij wilde niet zonder advies van de RRKC handelen, om politieke willekeur te voorkomen. “Misschien hoopten we  met z’n allen tegen beter weten in dat het beter zou gaan.” Maar dat gebeurde niet. “Een Formule 1-coureur, maar zonder goede auto”, noemt Kasmi museumdirecteur Paul van de Laar. “Als ze vier jaar geleden in een goed pand gekomen waren, hadden we dit gesprek nu niet gehad.”

Toekomst

Anders dan het RRKC-advies luidt, verdwijnt het huidige museum wat Kasmi betreft niet geheel. Er wordt een “tussenperiode” ingelast voor een “overgang naar het stadsmuseum van de toekomst, dat er in de volgende cultuurperiode moet zijn.” Van de Laar ziet geen toekomst voor zichzelf in het museum. Hij is per 1 december hoofd van de afdeling Geschiedenis aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Het museum krijgt de komende vier jaar 1,7 miljoen euro gemeentesubsidie om de collectie te beheren en de andere locatie (’40-’45 NU aan de Coolhaven, sinds 2012 een dependance) open te houden voor publiek. Om de nieuwe stadsmuseale functie uit te denken, stelt de gemeente een kwartiermaker aan. Delen van de collectie worden de komende tijd op andere plekken tentoongesteld. Voor de kwartiermaker en de tijdelijke presentaties is door de gemeente een half miljoen euro vrijgemaakt. Zeven vaste en tientallen tijdelijke medewerkers en zzp-ers verliezen hun baan, vertelt Van de Laar. 

vb-mailchimp

Lees meer

Schrijf je in voor de wekelijkse nieuwsbrief

Op de hoogte blijven van Vers Beton per mail? Schrijf je in voor de wekelijkse nieuwsbrief

Het stadsmuseum van de toekomst is volgens Kasmi: “een goed pand op een gave plek waar de hele collectie te zien is, onder leiding van een gedreven directeur die goed aanvoelt hoe hij of zij het museum voor Rotterdammers, en zeker ook voor scholen, aantrekkelijk maakt.” Ironisch genoeg ziet de wethouder dat zelf het liefst in de te renoveren centrale bibliotheek, de plek waar Van de Laar al in 2014 op voorsorteerde. Zo sluit Kasmi aan in een lange rij van wethouders die nadenken over hoe het stadsmuseum nu écht tot zijn recht moet komen.

En het Timmerhuis? De gemeente was al eigenaar van het pand en neemt het na de verhuizing van de collectie zelf in gebruik. Voortaan zijn er door de grote glazen voorpui enkel ambtenaren achter hun beeldscherm te zien.

Over dit artikel

Verschillende medewerkers van Museum Rotterdam zijn benaderd, maar wilden niet of alleen op achtergrondbasis meewerken aan dit artikel. De museale raad van toezicht wilde geen vragen beantwoorden. Datzelfde geldt voor de voorzitter van de RRKC en de commissieleden die de aanvraag van het museum hebben beoordeeld. 

Dit onderzoek is een samenwerking van Vers Beton en OPEN Rotterdam, en is tot stand gekomen met steun van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek en de supporters van Vers Beton.

Reportage: Emotionele bezoekers nemen afscheid van Museum Rotterdam Bron: beeld: www.youtube.com

Deze banner kun je wegklikken, maar....

..je kunt ook supporter worden! Vers Beton kan alleen bestaan dankzij een bijdrage van lezers. Vanaf 6 euro per maand maak jij onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk.

Nee, ik lees eerst het stuk verder

  1. Dit waren de woorden van ontwerper Herman Kossmann, die het ontwerp voor de nieuwe beoogde locatie van het museum in het gebouw Galerie Modernes aan de Hoogstraat had gemaakt. Paul van de Laar haalde deze woorden aan tijdens een inspreekbijdrage in een raadsvergadering in 2012: ↩︎
  2. Een raadsbrief uit 2007 toont de slepende kwestie: 
    In opdracht van het vorige college werd in 2002/2003 onderzoek gedaan naar een nieuwe gezamenlijke huisvesting van het Historisch Museum Rotterdam en het Nationaal Onderwijsmuseum. De uitkomsten van het onderzoek voor een nieuwe locatiekeuze werden in maart 2004, aan het vorige college gepresenteerd. Voor de uitwerking van het nieuwe concept van het Stadsmuseum willen wij nu de volgende uitgangspunten hanteren... Meer info
    ↩︎
  3. In een raadsbrief uit 2009 schreef het college: Wij hebben vanwege de ontoereikende financiële middelen besloten om gedurende de lopende Cultuurplanperiode, in elk geval tot en met 2012 niet te investeren in een nieuw Stadsmuseum en dit naar alle betrokken partijen te communiceren. Meer info ↩︎
  4. Nadat de huur van het Schielandshuis was opgezegd, waren er tentoonstellingen in gebouw Las Palmas op de Wilhelminapier, in het nieuwe Centraal Station en was er de zeer succesvolle tentoonstelling De aanval in onderzeebootloods RDM. ↩︎
  5. De huurprijs werd uiteindelijk op jaarbasis € 265.237 exclusief servicekosten. Bron: jaarrekening 2019. Meer info ↩︎
  6. In het cultuurplan schrijft Kasmi: Museum Rotterdam heeft met zijn plan voor 2021-2024 niet kunnen overtuigen dat het de omslag in gang kan zetten die nodig is om het stadsmuseum van de toekomst te worden. De huidige organisatie heeft naar onze mening niet het juiste antwoord weten te vinden op de vragen van deze tijd. Wij constateren dat Museum Rotterdam ondanks verschillende omzwervingen er op de huidige locatie onvoldoende in geslaagd is een substantieel deel van de Rotterdamse bevolking naar het museum te trekken. Meervoudige perspectieven zijn nodig in de organisatie en in de RVT om de aansluiting te hervinden met de diverse Rotterdamse bevolking en ander potentieel publiek. Daarbij is een andere visie nodig op de wijze van verzamelen en tentoonstellen. Lees meer. ↩︎
  7. Vanaf 100.000 bezoekers kan een instelling in de Rotterdamse Culturele Basis opgenomen worden en is dan sowieso verzekerd van subsidie. Ter vergelijk: het Amsterdam Museum trok vorig jaar 170.000 bezoekers, maar daarvan kwam 54,5 procent uit het buitenland, plus nog 21,8 procent dagjesmensen uit Nederland. ↩︎
foto-susan-LI

Susan Hogervorst

Susan Hogervorst is historicus en werkt als docent en onderzoeker aan de Open Universiteit en de Erasmus Universiteit Rotterdam. Samen met Patricia van Ulzen schreef ze ‘Rotterdam en het bombardement. 75 jaar herinneren en herdenken’.

Profiel-pagina
ava Willemijn Sneep

Willemijn Sneep

Adjunct-hoofdredacteur en eindredacteur

Willemijn Sneep is na wat omzwervingen en een master Journalistiek in het schattige Leiden weer terug in de enige wereldstad die Nederland rijk is. Als freelance journalist kan ze zich geen betere thuisbasis wensen. [email protected]

Profiel-pagina
05_Nina Fernande_integratie

Nina Fernande

Illustrator

Nina Fernande (1987) is een illustrator. Ze woont en werkt in Rotterdam. Als ze niet aan Franstalige chansons werkt, kleurt, faxt en streept ze simpele maar krachtige platen. Ze typeert haar werk als cartoonesk zonder het grafische element te verliezen.

Profiel-pagina
Nog geen reacties

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.