Voor de harddenkende Rotterdammer
_FFH1661_roodkapje
Beeld door: beeld: Frank Hanswijk

Op zaterdagavond 1 juni 2013 stond toenmalig wethouder Korrie Louwes in club Corso aan de Kruiskade, om aan te kondigen welk plan de miljoenensubsidie vanuit het beruchte, inmiddels opgeheven jaarlijkse Stadsinitiatief zou krijgen. Het winnende initiatief: een pop-up schaatsbaan. Popkantoor, een ambitieus plan voor een groot poppodium aan de Westblaak, eindigde met iets meer dan 5.300 stemmen als vierde in de race. Het was destijds de zoveelste tegenvaller voor Rotterdamse liefhebbers van livemuziek, na het verdwijnen van poppodia als Nighttown (in 2006) en opvolger WATT (in 2010), Waterfront (in 2010), Heidegger (in 2011), Exit (in 2011) en De Nieuwe Oogst (in 2012). Corso zelf zou twee maanden na die avond faillissement aanvragen. Oorzaken waren legio: popmuziek werd in de subsidieronde van 2012 hard gekort, de techniek, logistiek en isolatie van diverse zalen waren achterhaald, er waren complexe bestuursstructuren opgetuigd en belangen tussen betrokken partijen botsten. De problemen met poppodia leverde de Rotterdamse muziekscene landelijk het predicaat ‘zorgenkindje’ op.

Kleine zaaltjes

Maar wie in die jaren de moeite nam om onder de oppervlakte te kijken, zag juist een van de levendigste muzikale steden van het land. Dat is precies wat muziekjournalist Jasper Willems (1983) deed, toen hij in 2011 Den Bosch verruilde voor Rotterdam. Zijn ervaringen van de afgelopen negen jaar legde hij vast op zijn persoonlijke blog, tot de mensen achter muziekplatform Front (waar hij werkzaam is) hem ervan overtuigden dat zijn verhaal het waard was om in boekvorm te verschijnen. Een succesvolle crowdfundcampagne resulteerde in het boek Rotterdam Goddamn, An Outsider’s Testimony, dat binnenkort verschijnt. Geschreven in het Engels; niet alleen omdat Willems zich beter uitdrukt in die taal – hij is half Amerikaans – maar ook omdat hij vindt dat dit verhaal best buiten de landsgrenzen gehoord mag worden. Willems vertelt vanuit persoonlijk perspectief, maar zijn boek leest als een klassieke ode aan een legendarische muziekscene, zoals die eerder zijn geschreven over steden als New York, Seattle, Liverpool of Manchester. Voor regelmatige bezoekers van Roodkapje of Worm voelt het daardoor alsof ze onderdeel van een stukje geschiedenis zijn geworden. Maar ook voor mensen die zich altijd al afgevraagd hebben wat er zich zoal afspeelde achter de gevels van deze zalen, is Rotterdam Goddamn een leerzaam boek. Het bewijst dat er soms een buitenstaander nodig is om je te laten zien dat er iets bijzonders gaande is in je eigen stad.

Terwijl het nieuws berichtte over weer een mislukte Rotterdamse concertzaal, zag Willems in de ‘underground’ allerlei spannende muzikale ontwikkelingen die de media nooit haalden. Zelf heeft hij overigens weinig op met het woord ‘underground’, want dat is een marketingterm. Willems wil vooral wil laten zien dat het de moeite waard is om verder te kijken dan wat muziekmedia je voorschotelen. “Er zijn nogal starre criteria voor wat het betekent om als stad een succesvol popklimaat te hebben, als een soort bingokaart die je moet invullen. Je moet bijvoorbeeld minstens een poppodium als Tivoli of een Paradiso hebben. Maar Rotterdam is veel funkier dan dat, met allemaal kleine zaaltjes die eigen specialisatie en incrowd hebben. Dat is uniek in Nederland, dus de rest van de muziekindustrie krijgt van buitenaf maar moeilijk grip op Rotterdam. Het voelt obscuur. Maar als je hier woont, zie je vooral hoe interessant en inspirerend het is.”

DSC05454_rotown_dick_pakkert
Beeld door: beeld: Frank Hanswijk

Niet gezellig voor buitenstaanders

Rotterdam Goddamn is vooral een ode aan eigenzinnigheid: de eigenzinnigheid van de stad, van zijn muzikanten en van hun muziek. Ze blijken een goede match met Willems zelf, die zich ook al zijn hele leven regelmatig een buitenbeentje voelt. Dat betekent overigens niet dat hij direct goed kon aarden in Rotterdam. “Dit is een moeilijke stad om vrienden te maken. Het is niet gezellig, in elk geval niet op de Brabantse manier. Er zijn in een hoop kliekjes die hun eigen ding doen en die je als buitenstaander niet direct begrijpt. De Rotterdamse muziekscene voelde besloten, men was niet gretig om te laten zien waar ze mee bezig waren.” Toch oefenden die eigenzinnige Rotterdamse muzikanten een blijvende aantrekkingskracht uit op Willems. In zijn boek beschrijft hij hoe het kwartje viel toen hij in contact kwam met Dagmar Veenstra, een van de programmeurs bij Roodkapje, toen nog gevestigd op de Meent. Hier ontmoette hij mensen die hem maar wat graag lieten zien wat er speelde, met een openheid die hij kenmerkend noemt voor de stad. “Het voelde als thuiskomen,” zegt Willems. “Ik bedoel niet zozeer sociale openheid, maar artistiek en muzikaal openstaan voor verandering en ontwikkeling. Ik denk dat Rotterdammers minder bezig zijn met groei, het gaat meer om het proces van afbreken en opbouwen. Dat heruitvinden vind ik een synoniem voor Rotterdam, als multiculturele havenstad. Allerlei mensen komen en gaan, het is altijd in transitie.”

“Rotterdamse muziek kenmerkt zich door arbeidsethos en vernieuwing, niet door commerciële aantrekkelijkheid”

Fragmentatie

De eigenzinnigheid van de Rotterdamse muziekscene is niet iets van de afgelopen tien jaar. Rotterdam had voor 14 mei 1940 een levendig cultureel centrum, dat door het bombardement vernietigd werd. Bij de wederopbouw van het centrum was er weinig ruimte voor amusement en cultuur: gewerkt moest er worden. Popmuziek vond daarom vooral een plaats in de marge: in jeugdhonken, kunstenaarscafés en op huisfeestjes. Het resulteert in verschillende tegenculturen die tot op de dag van vandaag doorklinken in de stad: freejazz midden jaren zestig, de krakers- en punkscene eind jaren zeventig en de house en gabber in de jaren negentig. (Een goed stuk over de geschiedenis van popmuziek in Rotterdam is het essay ‘Steen, staal en glans – muziek in Rotterdam 1940-2015’ dat Erik Brus schreef naar aanleiding van de viering van 75 jaar wederopbouw). 

Door die fragmentatie kenmerken Rotterdamse muzikanten zich volgens Willems meer door arbeidsethos en streven naar vernieuwing, dan door muzikale genialiteit of het maken van commercieel aantrekkelijke muziek. “Het normale succesverhaal van een muzikant is er een van groei en ontwikkeling. Altijd doorgroeien naar een groter podium, de wereld veroveren. Daar is niks mis mee, maar groei is relatief. Rotterdamse muzikanten die ik leerde kennen, dachten vaak niet zo. Die speelden in Roodkapje voor hun eigen incrowd, mensen die echt voor hen komen, en durven dan risico’s te nemen. Je hebt niets te verliezen, dus je kunt elke keer iets nieuws doen. Daar zijn die kleine zalen, waar Rotterdam er zo veel van heeft, ideaal voor. ” 

_FFH1667_V11
Beeld door: beeld: Frank Hanswijk

In die niches vindt iedere muziekliefhebber zijn eigen kerk: ontmoetingsplekken waar men zichzelf kan zijn, waar nieuwe verbonden worden gesmeed en waar geëxperimenteerd kan worden. Willems meent dat dit een niet te onderschatten invloed heeft op de mogelijkheden die Rotterdam op muzikaal gebied biedt. “Als muzikant en bezoeker kun je cherrypicken. Die gespecialiseerde zalen trekken zo de echte liefhebbers en geven lokaal muzikaal talent de ruimte om ervaring op te doen en beter te worden. Mijn boek gaat over een kleine groep bands die ik zelf leuk vind, maar hetzelfde gebeurde in zalen als BIRD, Mono, BAR of Grounds.”

Een orgie van cultuur

WORM

Lees meer

Video: Een nieuwe generatie zonder poppodium

Voorlopig krijgt Rotterdam geen nieuw poppodium, werd vorige week bekend. Hoe nu verder?…

Het argument dat het ontbreken van een groot poppodium het voor muzikanten lastiger maakt stappen omhoog te maken, wuift Willems dan ook weg. “Nee joh, relativeer dat eens. We wonen in een klein land met belachelijk veel grote popzalen. Binnen drie kwartier sta je in Paradiso. Stel dat alles in de stad gecoördineerd zou worden door zo’n invloedrijke partij, dan kom je er als muzikant juist minder makkelijk tussen. In Rotterdam had je tot 2015 de popacademie van het Zadkine, met docenten die zelf actief waren in de muziekscene en het sociale aspect ervan ook kenden. Ik denk dat dat veel belangrijker is geweest. Niet voor niets komen heel veel Rotterdamse muzikanten van die school. Wie hongerig was om shows te gaan spelen, kreeg via de docenten daar direct een ingang.” Willems wijdt in zijn boek een heel hoofdstuk aan de dynamiek die er door het ontbreken van een poppodium ontstond. “Verschillende partijen doken in het gat. Zoals Immanuel Spoor en Agnita Hoek met het Eendrachtsfestival, Harry Hamelink met Motel Mozaïque of Aziz Yagoub en Niels Nieuborg met REC. Dat zorgt voor een interessant klimaat en bruisende plekken waar kruisbestuiving plaatsvindt. Kijk naar de omgeving van het Schiekadeblok, waar al die scenes samenkwamen en met elkaar flirtten. ‘Een orgie van cultuur’, noem ik het in mijn boek.”

Kleine zalen mogen de voedingsbodem vormen, de Rotterdamse muziekscene leverde afgelopen tien jaar regelmatig baanbrekende artiesten af die ook buiten de stadsgrenzen faam vonden. Rats on Rafts bijvoorbeeld, een van Willems’ persoonlijke favorieten, kreeg een contract bij hiphop-platenlabel Top Notch, speelde op Glastonbury in Engeland en ging op wereldtournee met de beroemde band Franz Ferdinand. “Maar kijk ook naar Ronnie Flex, David Vunk, Naaz of De Likt, die allemaal Lowlands hebben platgespeeld. Of Sevdaliza, zij treedt nu op over heel de wereld. Deze artiesten hebben zich hier in alle rust kunnen ontwikkelen, zonder al te veel druk van de rest van de muziekindustrie. Van hen kun je niet zomaar zeggen: ‘dat klinkt als…’. Dat is belangrijk, want door hun succes laten ze zien dat je er ook kunt komen als je anders bent.”

Rotterdam Goddamn, An Outsider’s Testimony is vanaf 18 december verkrijgbaar via www.fr-nt.nl/rotterdam-goddamn.

Dossier-Horeca—Artikel-1—Ruben-Hamelink–20

Deel van Dossier

Horeca op de fles

Maurice Geluk en Tara Lewis doen onderzoek naar de verschraalde nachthoreca.

Deze banner kun je wegklikken, maar....

..je kunt ook supporter worden! Vers Beton kan alleen bestaan dankzij een bijdrage van lezers. Vanaf 6 euro per maand maak jij onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk.

Nee, ik lees eerst het stuk verder

Robin van Essel

Robin van Essel

Robin van Essel weet een klein beetje van een hele hoop verschillende dingen. Hij zet zijn beetje kennis van een hele hoop, het liefst in om te schrijven over cultuur, het uitgaansleven en festivals. Hij is ook redactiechef bij The Daily Indie, het ‘platform voor het ontdekken van nieuwe muziek’.

Profiel-pagina
frank hanswijk

Frank Hanswijk

Fotograaf

Frank Hanswijk (Rotterdam, 1971) is een Rotterdamse fotograaf. Hij ontwikkelde zich breed met werk in journalistiek, reclame, theater en architectuur. De laatste jaren concentreert zijn werk zich steeds meer op architectuur en landschap. Hij benadert de architectuur niet als object maar als plek waarin de mens, al dan niet op de foto aanwezig, een cruciale rol speelt.

Profiel-pagina
Nog geen reacties

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.