Voor de harddenkende Rotterdammer
Vers Beton – Daan Timmer – Onderwijsvernieuwing – 2020
Beeld door: beeld: Daan Timmer

Wie een tijdje niet in de Hoogstraat was geweest, herkende de straat afgelopen zomer bijna niet meer terug. De straat is autovrij, parkeerplekken zijn omgetoverd tot picknickplekken en overal staan plantenbakken die de straat opfleuren. Het lijkt alsof de straat een opfrisbeurt heeft gehad, bedoeld om wat extra gezelligheid en terrasruimte te creëren voor de coronazomer. Maar zonder dat je het doorhebt, begeef je je in de Hoogstraat in een heus stadslab, waarin geëxperimenteerd wordt om de buurt veiliger, groener en duurzamer te maken. 

Stadslabs zijn een modieus verschijnsel – in de afgelopen jaren schoten ze als paddestoelen uit de grond. Toch is niet altijd meteen duidelijk wat zo’n stadslab nou precies is, en wat voor impact het heeft op de stad.

Oorspronkelijk komt het lab uit de medische wereld. In living labs ontwerpen verschillende partners oplossingen voor een zorgprobleem, die vervolgens in een levensechte setting worden getest. Volgens het Rathenau Instituut zijn er in Rotterdam dertien initiatieven die zichzelf living lab noemen. 

Robothandschoen

Marijke Will-Janssen is innovation manager bij Medical Delta, een samenwerkingsverband van universiteiten, UMC’s en hogescholen in Zuid-Holland, waaronder de Hogeschool Rotterdam en de Erasmus Universiteit. Over de telefoon vertelt ze over het nut van living labs: “De ontwikkeling van veel medische producten strandt in de vertaalslag naar de markt en de uiteindelijke gebruiker. Een lab helpt om al die verschillende stappen als een geheel te benaderen.” 

Zo ontwikkelde Medical Delta in het Living Lab Rehabilitation Technology bijvoorbeeld de SenseGlove: een robothandschoen die gebruikt wordt in combinatie met een VR-bril. Bedoeld om mensen die bijvoorbeeld een beroerte hebben gehad op een veilige manier te laten revalideren.

Will-Janssen: “Bij de ontwikkeling van de SenseGlove waren verschillende partijen vanaf het begin betrokken. Onderzoekers van de TU Delft hebben samen met de Delftse VR-ontwikkelaar CleVR en Rijndam Revalidatie, binnen het living lab een virtuele omgeving ontwikkeld voor handrevalidatie. De behandelaars gaven aan welke oefeningen belangrijk zijn, en aan patiënten werd gevraagd welke handelingen zij leuk en uitdagend vinden om te doen.” 

Op deze manier werken de dokter, de ingenieur en de patiënt nauw samen aan een product. Dat verhoogt de kans van slagen. Zo werd er bij SenseGlove uiteindelijk een virtuele keuken ontwikkeld waarin verschillende handelingen geoefend kunnen worden, zoals het pakken van pannen of het tikken van een eitje.  

Daarnaast is het voordeel van een lab dat er in een zo echt mogelijke omgeving getest kan worden. Will-Janssen: “Nieuwe chirurgische instrumenten kun je bijvoorbeeld niet zomaar testen in een echte operatiekamer. Vanuit een living lab wordt in een hogeschool, ziekenhuis of zorginstelling de werkelijkheid nagebootst zodat de medische instrumenten goed getest kunnen worden.” 

Luchtkwaliteit in de stad

Labs komen niet meer alleen in de medische wereld voor, ook bij duurzaamheidsvraagstukken wordt er inmiddels gebruik van gemaakt. Hans Quak is logistiek onderzoeker bij TNO en werkte mee aan het Green Deal 010 Zero Emission-lab. Dat was een samenwerking tussen de gemeente, TNO en zeven Rotterdamse transportbedrijven, met als doel het verbeteren van de luchtkwaliteit in de stad.

Quak vertelt per telefoon: “Inmiddels is zero emission in het Rotterdams klimaatakkoord opgenomen. In 2030 moet alle stadslogistiek uitstootvrij zijn. Maar goederen moeten natuurlijk nog wel vervoerd worden. Het ontwikkelen van bijvoorbeeld elektrische vrachtauto’s is duur, en de klant wil er nog niet voor betalen.”

Net als in de medische wereld gaat het bij innovatieve duurzaamheidsoplossingen vaak mis zodra het wetenschappelijke concept in het echte leven toegepast moet worden. Dat komt deels doordat het publieke belang bij dit soort vragen groter is dan het private belang. Quak: “Dat remt innovatie. Dus hebben we een lab opgezet, om wetenschappelijk onderzoekers, beleidsmakers en de vervoersbedrijven op het juiste moment en op een goede manier bij elkaar te laten komen.”

Natuurlijk komen die partijen elkaar ook zonder zo’n lab ook tegen, maar dat verloopt niet altijd op een constructieve manier. Quak: “Zonder lab zie je vaak dat vervoerders pas bij de gemeente aankloppen als ze last hebben van regelgeving. En de gemeente benadert onderzoekers misschien pas als ze iets geëvalueerd willen hebben, enzovoorts. Een lab kan ervoor zorgen dat het gezamenlijk doel vanaf het begin duidelijk is.”

“Een lab biedt de mogelijkheid iets uit te proberen zonder dat het succesvol hoeft te zijn, mislukken mag”

En wat maakt een lab als Green Deal 010 Zero Emission anders dan een gewoon project van de gemeente, zoals herontwikkeling van een gebied?  “Bij een project ken je je vertrekpunt A, en je kent de bestemming C. Je weet alleen nog niet wat B precies is. Bij een lab ken je B en C niet. Sterker nog, je weet vaak ook niet wat A is,” legt Sabrina Huizinga uit. Huizinga is socioloog en promovendus aan de Erasmus Universiteit. 

Tijdens een wandeling om de Kralingse Plas vertelt ze over haar onderzoek naar stadslabs in Rotterdam:  “Een lab schept de mogelijkheid om iets uit te proberen zonder dat het succes hoeft te hebben. Mislukken mag. Het is ook vaak zo dat labs die op subsidie draaien, zich niet aan de hand van strikte prestatie-indicatoren hoeven te verantwoorden.” 

Labs bieden dus ruimte om te experimenteren, en stroomlijnen de samenwerking tussen partijen met verschillende belangen. Stadslabs, in brede zin, stimuleren ook inspraak van bewoners of gebruikers. In Rotterdam zijn er dan ook veel van dit soort initiatieven te vinden, zowel formele als informele. 

Wildgroei

Huizenga vermoedt dat er naast effectiviteit ook een opportunistische reden is voor de wildgroei aan labs in de stad. “Er is geld vanuit de Europese Unie beschikbaar, en ook het Stimuleringsfonds voor de Creatieve Industrie sponsort 52 labs in Nederland. Huizenga: “Die subsidies gaan vaak naar mensen die al bezig waren met een mooi project in de stad, en de term ‘lab’ zijn gaan gebruiken omdat het geld oplevert. Het Getijdenpark noemt zich nu bijvoorbeeld Maashaven Stadslab. Op die manier konden ze geld krijgen van het Stimuleringsfonds.”

Robbert de Vrieze is al vanaf het begin van de stadslab-beweging als maatschappelijk ontwerper en architect betrokken bij verschillende initiatieven, zoals het Stadslab luchtkwaliteit – de Groene Connectie in de wijk Bospolder-Tussendijken en gebiedsontwikkeling Hart van Zuid. Hij ziet de financiering voor stadslabs als onderdeel van een trend, waarbij de gedachte is dat iedereen een bijdrage kan leveren aan de stad. 

“Er is een bredere behoefte en Rotterdamse traditie om particuliere initiatieven meer ruimte te geven. Dat zie je in terug in meerdere subsidies zoals Opzoomer Mee, CityLab en het participatiefonds van de gebiedscommissies,” vertelt hij over de telefoon vanuit zijn auto.

Tegenbeweging van burgers

Maar volgens Huizenga is het idee dat iedereen evenveel te zeggen heeft in zo’n verband misleidend. Huizenga: “In Cool-Zuid is bijvoorbeeld een lab opgezet voor de ontwikkeling van het gebied en de woontorens. Het is zeker de intentie van het lab om bewoners en lokale ondernemers bij de ontwikkeling te betrekken. Maar het is zot om te denken dat die evenveel invloed hebben als bijvoorbeeld de projectontwikkelaar of de gemeente.”

“Het is zot om te denken dat bewoners evenveel invloed hebben als de projectontwikkelaar of de gemeente”

Het betrekken van ‘gewone mensen’ is wel een essentieel onderdeel van een lab. Daardoor worden ze vaak als bottom-upinitiatieven gezien. Huizenga is daar kritisch over: “In stadslabs zijn de initiatiefnemers vaak architecten of zelfbenoemde ‘stadmakers’. Die behoren tot een bepaalde creatieve klasse: ze zijn vaak hoger opgeleid, ze hebben de middelen om dingen voor elkaar te krijgen en ze weten de weg te vinden binnen de gemeente.”

De Vrieze beaamt dat, maar hij vindt deze kritiek op inclusiviteit ook een dooddoener in de discussie. “Het is een illusie om te denken dat je met iedereen kan participeren. Het gaat erom, om vanuit de eerste mensen die je wel meekrijgt, de kring steeds groter te maken.”

Dat is volgens De Vrieze een verbetering als je het vergelijkt met de oude, ‘technocratische’, manier van doen, die gestoeld is op marktdenken, en waarin de rollen van de partijen duidelijk verdeeld zijn. De Vrieze: “Eigenlijk zijn stadslabs een soort tegenbeweging van het neoliberalisme. De burger wordt niet langer alleen gezien als consument, maar kan een bijdrage leveren aan het maken van de stad, zonder te wachten op een plan van de overheid, of de uitvoering van de markt.”

frame_8090

Lees meer

Zo werken ontwerpers en ondernemers aan de ontwikkeling van hun Delfshaven

Slotstuk in de driedelige serie van Rotterdam-West als creatieve zone.

De Vrieze benadrukt dat stadslabs juist de vraag stellen over inclusiviteit en ongelijkheid. “Er kan een democratiserende werking uitgaan van de open structuur van een stadslab. In gebiedsontwikkeling oude stijl kunnen bewoners, kunstenaars en creatieven enorm veel betekenen voor een wijk, terwijl de winst ergens anders neerstrijkt als het gebied meer waard wordt. Binnen een stadslab is er de ruimte om hier kritische vragen over te stellen, en om eigenaarschap anders te organiseren. Dat zie je bijvoorbeeld gebeuren bij het bij ZOHO Citizens en het Keilepand in het Merwe Vierhavengebied.”

Evalueren en aanpassen

Ruth Höppner is medeoprichter van de Veldacademie, een kenniscentrum dat een sterke verbinding met de wijk zoekt. Zij bekijkt de labs met een wetenschappelijke bril. Ze vindt de ruimte voor experimentatie en mislukking een grote meerwaarde. “Je weet met een lab van te voren nog niet welke kant het opgaat. Je probeert iets uit, evalueert en past dingen aan gedurende het traject. Zo kunnen we kennis opdoen over hoe we andere complexe sociale vraagstukken het best kunnen aanpakken.”

Voor die feedbackloops van evalueren en aanpassen, zet de Veldacademie studenten in. Höppner: “In september laten we studenten van de Hogeschool Rotterdam data verzamelen zodat we de sociale netwerken van buurtbewoners in kaart kunnen brengen. In januari start een scriptietraject met Erasmus Universiteit, waarin studenten aan de slag gaan met die data. Die inzichten verbinden aan de evaluatie van het proces van een lab.”  

Overal in de stad vinden dus experimenten plaats waarbij bewoners in meer of mindere mate betrokken zijn. Wat heeft dat nou uiteindelijk voor impact op de stad? De robothandschoen en de virtuele keuken die ontwikkeld zijn in het lab van Medical Delta worden nu in revalidatie-instellingen gebruikt: een duidelijk resultaat. Bij grotere veranderingsvraagstukken, zoals over duurzaamheid of sociale cohesie is het veel lastiger om vast te stellen wat het effect van een lab is geweest. 

Höppner: “We zien in Veerkrachtig Bospolder-Tussendijken bijvoorbeeld dat daar in reactie op corona veel initiatieven heel snel van de grond zijn gekomen, zoals een pop-up weggeefwinkel. Dat komt denk ik omdat het netwerk er door de stadslabs al was, mensen kunnen elkaar makkelijk vinden en waren al gewend om samen te werken. Maar we hebben niet hetzelfde onderzoek gedaan in bijvoorbeeld de Afrikaanderwijk. Zonder controlegroep is het lastig te zeggen hoe effectief het lab nou echt is.”

vb-mailchimp

Lees meer

Schrijf je in voor de wekelijkse nieuwsbrief

Op de hoogte blijven van Vers Beton per mail? Schrijf je in voor de wekelijkse nieuwsbrief

Het Green Deal 010 Zero Emission-lab heeft een duidelijk succes behaald. Quak: “Breytner is de eerste logistieke dienstverlener in Rotterdam die ‘zero emissie’ is. Dat bedrijf rijdt nu volledig met elektrische trucks.” Eind vorig jaar werd dan ook aangekondigd dat het lab een vervolg krijgt: het Lab Zero Emissie Stadslogistiek. Quak: “In dit vervolg wordt er, behalve naar de techniek, ook gekeken hoe je de markt voor stedelijke uitstootvrije logistiek verder kan ontwikkelen. Hierbij kan je ook denken aan het verminderen van het aantal ritten in de stad, zodat er minder vrachtauto’s nodig zijn, waardoor daar ook weer minder stedelijke ruimte voor gebruikt wordt.” 

Deze banner kun je wegklikken, maar....

..je kunt ook supporter worden! Vers Beton kan alleen bestaan dankzij een bijdrage van lezers. Vanaf 6 euro per maand maak jij onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk.

Nee, ik lees eerst het stuk verder

Manon

Manon Dillen

Manon (1992) is econoom en filosoof. Ze heeft haar hart verloren aan de stad die er geen schijnt te hebben.

Profiel-pagina
daan_timmer

Daan Timmer

Illustrator

Daan Timmer, 28 jaar, is al van kleins af aan bezig met illustratie en ontwerp. Sinds hij in 2015 afstudeerde aan de WDKA werkt hij als grafisch ontwerper. Daarnaast timmert hij ook hard aan de weg als freelance illustrator en heeft een eindeloze fascinatie voor gezichten en de verhalen die erachter schuilgaan. Deze verhalen spelen samen met zijn eigen rijke achtergrond een grote rol in zijn werk.

Profiel-pagina
Nog geen reacties

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.