Advertentie

VB – vacaturebank – banners – Hardwerkende – klik hier! – 1456×180
Voor de harddenkende Rotterdammer
Portret_Sereh_Mandias_Fotograaf_FleurBeerthuis-5
Beeld door: beeld: Fleur Beerthuis

Tijdens haar architectuurstudie in Delft wilde Sereh Mandias niet alleen leren hoe er wordt gebouwd – ze had ook de behoefte om na te denken over wat er allemaal gebouwd wordt, en waarom. Vandaar dat ze ook filosofie ging studeren, aan de Erasmus Universiteit. Voor Vers Beton schreef ze daarna jarenlang over stedelijke ontwikkeling in Rotterdam. Tegenwoordig geeft ze ontwerples aan architectuurstudenten in Delft en is ze een van de drijvende krachten achter debatcentrum De Dépendance, dat vanaf dit 2021 onder het Rotterdamse cultuurplan valt. De Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur (RRKC) denkt dat “de instelling de potentie heeft uit te groeien tot een belangrijk podium in Rotterdam”. Ik sprak haar over de vraag waarom een publiek debat over architectuur belangrijk is, en over de toekomst van bouwen in Rotterdam. 

air_logo_groot

Lees meer

Mogelijk gemaakt door

Dit artikel is tot stand gekomen dankzij het Architectuur Instituut Rotterdam

De Dépendance is ‘een platform voor stadscultuur’. Wat versta je daar precies onder?

De Dépendance werd in 2009 opgericht door architectenbureau ZUS, dat het leegstaande Schieblock in gebruik had genomen. Het was bedoeld om publiek naar het gebouw te trekken. In die tijd vloog het Berlage Instituut (tot 2011 gevestigd aan de Botersloot, nu opererend onder de naam ‘The Berlage’ aan de faculteit Bouwkunde, TU Delft, red.) nog regelmatig internationale gasten in voor architectuurlezingen. Ook het Nederlands Architectuurinstituut (NAi) organiseerde tentoonstellingen, lezingen en debatten over architectuur. Maar vanaf 2012 gebeurde dat niet meer, en was De Dépendance ineens een van de laatste publieke plekken in Rotterdam voor gesprekken over architectuur. 

In 2013 konden Thijs (Barendse, de partner van Mandias, red.) en ik De Dépendance overnemen. We zijn doorgegaan met de formule van publieke gesprekken, maar we zwerven nu van de ene naar de andere locatie in Rotterdam. De locatie doet ertoe: zo vond de lezing ‘Who Owns the City?’ van Saskia Sassen plaats op de bovenste verdieping van de leegstaande Hofpoort, aan het Hofplein. De onzichtbare kapitaalstromen waar ze over sprak, kon je letterlijk op het Rotterdam Central District projecteren. De stad om ons heen is de lens waar we doorheen kijken.

“Met zijn programma en nomadische karakter weet De Dépendance een levendig netwerk te creëren van vooral studenten, firstjobbers en expats” schrijft de RRKC. Met welke sprekers trekken jullie deze mensen aan? 

We nodigen bekende buitenlandse sprekers uit, met ideeën die je radicaal of op z’n minst ‘anders’ kunt noemen. We laten ze in gesprek gaan met lokale denkers die wij interessant vinden. Die hoeven nog niet bekend te zijn, we kiezen vaak voor aanstormend talent en originele, niet-gangbare stemmen. Onze samenwerkingspartners dragen ook sprekers aan; zoals econoom Kate Raworth, die de internationale bestseller Doughnut Economics schreef. Dankzij Derk Loorbach van onderzoeksinstituut Drift hadden we met haar al contact gelegd voordat haar boek uitkwam. Toen we hoorden dat ze naar Nederland kwam, strikten we haar voor een lezing; de vijfhonderd plekken in het Hofpleintheater waren in no-time uitverkocht.

Daarnaast programmeren wij altijd Engelstalig, omdat we uit ervaring weten hoe groot en geëngageerd de groep internationale studenten in Rotterdam is. Dat betekent overigens niet dat we ons alleen richten op internationale onderwerpen. Toen socioloog en EUR-professor Willem Schinkel de Rotterdamwet behandelde in een lezing over depolitisering van de publieke ruimte, hoorden we na afloop van internationals dat ze stomverbaasd waren dat ze nog nooit van de wet gehoord hadden – terwijl ze al jaren in Rotterdam woonden. Met De Dépendance onderzoeken we de stad in een breder cultureel perspectief, dat gaat eigenlijk niet alleen maar over architectuur. 

Hoe staat het eigenlijk gesteld met het publieke gesprek over architectuur?

Het valt me op dat in Rotterdam het debat vaak gaat over hoe je met architectuur problemen oplost. Terwijl het bijvoorbeeld in Vlaanderen meer gaat over de culturele betekenis van bouwen in de stad. Bij een opening van een tentoonstelling over een bekend Vlaams architectenbureau komen gerust achthonderd bezoekers. Het lijkt alsof de architectuurgemeenschap het elkaar daar meer gunt, terwijl hier iedereen op zijn eigen eilandje zit.

Welke spreker staat er nu bovenaan je verlanglijstje?

Ik zou heel graag Teju Cole, auteur van het boek Open City, naar Rotterdam willen halen. In dat boek dwaalt de hoofdpersoon door de straten van New York, het verhaal bestaat uit een lange gedachtestroom van iemand die wandelt door een grote stad.

Als begeleider van een groep architectuurstudenten van de TU Delft onderzocht je de kwaliteiten van het Museum Boijmans van Beuningen, voorafgaand aan de ingrijpende renovatie van het gebouw. Waarom koos je – samen met architect en co-docent Tomas Dirrix – dit onderwerp uit?

In november 2018 verscheen opeens een visie van ZUS, gemaakt in opdracht van Museum Boijmans van Beuningen, waarin de suggestie werd gewekt dat twee onderdelen van het gebouw zouden verdwijnen. Het Boijmans is drie keer uitgebreid, voor het laatst amper twintig jaar geleden, door de Vlaamse architecten Robbrecht en Daem. Ik was enorm verbaasd en lichtelijk geschokt dat (naast de uitbreiding van Henket, red.) die vleugel zou moeten verdwijnen, want in mijn beleving is die helemaal niet disfunctioneel. Daarnaast speelt de vraag of kapitaalvernietiging wel zo verstandig is.

Hoe hebben de studenten zich in het gebouw verdiept?

We wilden de studenten uitdagen het bestaande gebouw zorgvuldig te doorgronden. We hebben daarvoor contact gelegd met het projectleider van de renovatie van het museum, en we zijn op bezoek gegaan bij Robbrecht en Daem in Gent. De studenten hebben grote maquettes van verschillende fragmenten uit de verschillende bouwperiodes van het gebouw gemaakt, we noemden dat ‘architectonische momenten’. Op basis daarvan hebben ze kleinschalige ingrepen in het gebouw ontwikkeld als alternatief voor grootschalige sloop. Een van de ontwerpen bestond uit de toevoeging van een trap in het bestaande gebouw, die de drukte op de belangrijkste trap zou kunnen verlichten (de verschillende ontwerpen zijn te vinden in dit interview met Mandias en Dirrix, red.).

“Ik vind het onbegrijpelijk dat er amper publieke discussie over het ontwerp van het museum gevoerd is”

Inmiddels heeft Mecanoo als winnaar van de prijsvraag voor de renovatie een visie gemaakt die weliswaar geen ontwerp mag heten, maar wel heel ver is uitgewerkt. Jullie hebben de publicatie met de ontwerpen van de studenten ook aangeboden aan het museum en de gemeente. Heb je daar reactie op gehad?

Ze hebben het in ontvangst genomen, meer niet. Misschien dat het nog ergens ligt. De gemeenteraad is ondertussen enthousiast gemaakt door Mecanoo, alleen is het budget voor de uitvoering nog niet rond. Wat ik kwalijk, of nee, onbegrijpelijk hieraan vind, is dat er tot nu toe geen publieke discussie over het museumontwerp gevoerd is – behalve een gesprek georganiseerd door Architectuur Instituut Rotterdam (AIR). Telkens als er wat spaarzame informatie naar buiten komt, is de besluitvorming al achter de rug. De gemeente zou de rol van gebouweigenaar veel steviger moeten oppakken.

Portret_Sereh_Mandias_Fotograaf_FleurBeerthuis-4
Beeld door: beeld: Fleur Beerthuis

Is dit geen aanleiding voor jou om je er opnieuw mee bezig te houden?

Dat gaat binnenkort zeker gebeuren, op initiatief van The Architecture Foundation, een architectuurcentrum gevestigd in Londen. Zij willen naar aanleiding van de dreigende sloop van de Robbrecht en Daem-vleugel aankaarten hoe er wordt omgegaan met de gebouwen van musea. Ze hebben mij en de Independent School for the City gevraagd een gesprek te organiseren over de druk op musea om door middel van spectaculaire architectuur meer bezoekers te trekken. Er zullen Vlaamse architecten aan deelnemen, waaronder ook Robbrecht en Daem.

Tussen 2012 en 2016 schreef je als chef architectuur en stedelijke ontwikkeling bij Vers Beton ook zo nu en dan over zaken die je niet bevielen, zoals de sloop van twee wederopbouwpanden aan de Westewagenstraat. Je debuteerde op Vers Beton met het artikel Rem Koolhaas: sensitiviteit versus utopie. Je neemt daarin het statement van Rem Koolhaas over dat Rotterdam zich (net als zijn bureau OMA) van ‘Fuck the Context’ in de jaren 1990 naar ‘sensitiviteit en subtiliteit’ heeft ontwikkeld. Vind je dat nog steeds?

O ja, ik weet nog dat ik enorm lang over het schrijven van dat artikel gedaan heb, ik vond het heel spannend. Het stuk gaat over het Stadskantoor, een ontwerp van OMA, dat toen nog gebouwd moest worden. Ik vind dat nog steeds een goed gebouw, het toont namelijk aan dat verdichting in de binnenstad ook een onverwachte uitdrukkingsvorm kan krijgen. Het sluit in zekere zin aan bij een lange Rotterdamse traditie van vernieuwende woningbouw, denk bijvoorbeeld aan het Justus van Effenblok of de Kubuswoningen. De opdracht was om de begane grond als publiek interieur te ontwerpen voor het nieuwe stadskantoor. Maar doordat de gemeente daar van af zag, is de bodem onder het project weggevallen –  dat valt OMA niet te verwijten. Het is natuurlijk tragisch dat Museum Rotterdam zich er nu op stuk bijt.

In 2018 schreef je het artikel Wat nou, architectuurstad? naar aanleiding van de inzendingen voor de Rotterdam Architectuurprijs. Erasmus MC won de prijs uiteindelijk. Jij was kritisch op het algehele niveau van de architectuur. Hoe is het daar nu mee gesteld?

Ik heb niet het idee dat er wezenlijk iets veranderd is, de middelmaat regeert nog steeds. Neem een private ontwikkeling als de Zalmhaventoren (architect: Diederik Dam, red.), een dik monsterachtig volume, op een heel rare plek in de stad bovendien. Riek Bakker noemde het in een interview ‘brute projectontwikkeling’.

Maar ook bij architectenselecties voor publieke projecten is het resultaat vaak teleurstellend, als je kijkt naar wat we nu weten van het ontwerp voor de renovatie en uitbreiding van het Boijmans. Er lijkt in Rotterdam een voorkeur te bestaan voor gebouwen die een direct visueel spektakel bieden. Hierdoor delft architectuur die subtieler of gelaagder is vaak het onderspit. Niet ieder gebouw hoeft een icoon hoeft te zijn. Architectuur zou veel meer moeten zijn dan enkel een beeld dat je als voorbijganger of bezoeker kunt consumeren.

Wat staat Rotterdam te doen?

Waarom ontwikkelt de gemeente geen sterkere visie, in plaats van marktpartijen te laten bepalen waar en hoe te bouwen? De gemeente zou zich kunnen optrekken aan haar eigen geschiedenis van stadsontwikkeling. Het lijkt wel de paradox van deze tijd dat we zo’n grote bouwopgave hebben, maar er nauwelijks echte vernieuwing in de architectuur ontstaat. Terwijl er bijvoorbeeld een schrijnend gebrek is aan betaalbare appartementengebouwen met goed ontworpen buitenruimte en verschillende woningtypen, die ook geschikt zijn voor gezinnen.

vb-mailchimp

Lees meer

Schrijf je in voor de maandelijkse architectuurnieuwsbrief!

Op de hoogte blijven van Vers Beton per mail? Schrijf je in voor onze wekelijkse of maandelijkse nieuwsbrief.

Dossier Architectuur: De Nieuwe Lichting

Rotterdam is de stad van grote gevestigde architectuurbureaus en starchitects. Maar wie staat in de coulissen te trappelen? Hoe kijkt de nieuwe generatie architecten tegen het vak aan? Vers Beton spoort jonge en veelbelovende ontwerpers op en vraagt ze naar hun ideeën over de toekomst van Rotterdam. Lukt het ze om een eigen stempel op de stad te drukken?

Dit dossier is mogelijk gemaakt door AIR, het Architectuur Instituut Rotterdam. Deze organisatie heeft geen invloed gehad op de inhoud van het artikel. (Meer info)

Lees hier alle artikelen in deze serie.

_FFH1320

Lees meer

Startmotor: All-inclusive wonen met een contract dat niet helemaal deugt

Met het net opgeleverde woongebouw Startmotor is Rotterdam-Zuid 560 woningen rijker.

Verder lezen?

Word supporter van Vers Beton! Vanaf 6 euro per maand maak jij financieel onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk.

Nee, ik lees eerst het stuk verder

Teun van den Ende

Teun van den Ende

Teun van den Ende laat zich niet graag leiden door hypes, maar gaat juist op zoek naar de lange lijnen in de ontwikkeling van Rotterdam – en ook andere steden trouwens. Teun combineert populaire cultuur met historisch onderzoek naar de stad.

[email protected]

Profiel-pagina
Fleur.2

Fleur Beerthuis

Fotograaf

Fleur Beerthuis studeerde aan de Willem de Kooning Academie en werkt nu als fotograaf. Ze vindt Rotterdammers geweldig. Door mensen te portretteren ziet zij een glimp van hun werelden. Ze is nieuwsgierig naar hoe andere mensen leven en denken. Met beelden probeert zij hun verhalen zo goed mogelijk over te brengen.

Profiel-pagina
Nog geen reacties

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.