Voor de harddenkende Rotterdammer
393A9968a_online
Beeld door: beeld: Florine van Rees

Een SHOWBOX speelt zich af in een leegstaande ruimte, die om de paar maanden door een andere kunstenaar wordt ingericht. Het is een openbare tijdelijke tentoonstelling, die op verschillende locaties in de stad op kan duiken.

Zo kan het dat je op de Mathenesserweg, Marconiplein of de Westzeedijk soms een etalage ziet die gevuld is met wonderlijke ballonnen, een kleurrijke installatie, intrigerende zwart-wit-foto’s of een brugwachtershuisje dat na zonsondergang dienst doet als een sprookjesachtige lantaarn. Sinds 2018 worden deze openbare tentoonstellingen georganiseerd door Foundation MESH, een organisatie die ruimte maakt voor artistieke experimenten en publieke kunstwerken.  

De tentoongestelde kunst gaat in zekere zin op in het straatbeeld: anders dan bij bijvoorbeeld de metershoge Bospoldervos, die een eindje verderop pontificaal over de Schiedamseweg uit staat te kijken. Een SHOWBOX kun je zo een paar keer voorbijlopen voordat je doorhebt dat er binnen iets interessants gebeurt. Volgens curator Danijel Stoiljkovic is dat ook de bedoeling. “We willen het niet teveel pushen. Op deze manier is het bijna kunst als een subliminal message.

Hoe zijn jullie met dit project begonnen?

Inger: “Toen we in 2016 begonnen met Foundation MESH hebben we eerst een aantal gewone tentoonstellingen georganiseerd. In het begin was ons doel vooral nog om internationale relaties op te bouwen tussen de Nederlandse kunstwereld en kunstenaars in voormalig Joegoslavië, waar Danijel veel contacten heeft. Vandaar ook de naam ‘mesh’: netwerk.”

Danijel: “Dat was meer klassiek, in een galerie-achtige setting. Door te experimenteren zijn we vervolgens tot dit concept gekomen. We zagen namelijk het effect van publieke kunstwerken, zoals een grote muurschildering, en daar waren we erg blij mee. Er is daarbij geen afstand tussen mensen en de kunst. Het is er gewoon. Je hoeft er niet speciaal naar te zoeken, je kunt het gewoon zien in je eigen omgeving. Dat geeft een heel andere beleving.

Inger: “Bij die eerste tentoonstellingen merkten we inderdaad dat er een drempel is tussen het publiek en wat zich binnen afspeelt. Het kan intimiderend zijn om ergens zomaar naar binnen te lopen. Dan denken mensen dat ze iets moeten kopen of ergens voor moeten betalen, of dat het niet voor hen bedoeld is. Toen zijn we gaan experimenteren met tentoonstellingsvormen waarbij die drempel verdwijnt. Zoals de SHOWBOX: de kunst is binnen tentoongesteld, maar je kunt het vanaf de straat bekijken.”

En je kunt dan ook de kunstenaar aan het werk zien?

Danijel: “Ja, de hele productie is openbaar. Je kan dus het hele proces zien: hoe verschillende mensen te werk gaan, welke materialen er gebruikt worden, hoe lang het duurt. Daarom proberen we ook een breed spectrum aan disciplines en kunst te presenteren. Er wonen natuurlijk heel veel verschillende mensen in een stad, dus er zijn heel veel verschillende smaken.”

Inger: “Een tijdje geleden hadden we een kunstenaar die drie maanden lang bezig is geweest op de etalageruit van een van de panden die we tijdelijk beheren, hier in de straat. Hij maakte om de paar dagen weer een nieuw kunstwerk op het raam, over het oude kunstwerk heen. Doordat hij daar bijna constant bezig was maakte hij veel contact met de buurtbewoners en werd het een heel levend ding.”

Hoe vinden jullie de kunstenaars voor jullie projecten?

Danijel: “Meestal zoek ik zelf naar een toepassing, gebaseerd op wat er bij de beschikbare locatie past. Maar soms zijn er ook kunstenaars die zelf met een idee naar ons toekomen, want de ruimtes zijn natuurlijk zichtbaar vanaf straat en dan zien ze een concept voor zich waaraan ze kunnen werken. Hoe langer we bezig zijn met dit project, des te groter ons netwerk van kunstenaars wordt.”

“Als kunstenaar kan je eraan gewend raken om in de setting van een galerie te denken”

“Het is wel belangrijk dat de kunstenaars zin hebben om uit hun comfortzone te treden en een beetje te experimenteren. Als kunstenaar kun je eraan gewend raken om in een bepaalde setting te denken, het werk moet bijvoorbeeld in een galerie passen, omdat het anders niet wordt verkocht. Hier hebben ze de vrijheid om te doen wat ze willen, ze kunnen iets uitproberen wat het gebruikelijke publiek niet van ze verwacht. Dit is een experiment, en zo reageren mensen er ook op. Sommigen zeggen: “sorry, dit vind ik geen kunst”, anderen vinden het juist supermooi.” 

Waarom vinden jullie het eigenlijk zo belangrijk dat kunst toegankelijk is?

Danijel: “Ik kom uit Belgrado, Servië, waar de culturele sector erg onderbelicht was. Dat heeft de culturele sfeer bepaald – het nationaal museum was twintig jaar lang gesloten, hele generaties zijn opgegroeid zonder kunst en cultuur. En dan merk je dat mensen het contact ermee verliezen. Kunst wordt dan iets van de hoge klasse, of van mensen die veel geld hebben.

Toen ik op een gegeven moment in aanraking kwam met kunst, leerde ik ook meteen heel veel mensen en mogelijkheden kennen. Ik leerde dat er ook iets anders mogelijk is dan wat ik op school had geleerd. Als je omringd wordt door creativiteit, leer je ook creatief denken. Het is daarom goed als kinderen opgroeien met een makkelijke toegang tot kunst, zonder dat ze er actief naar op zoek hoeven te gaan. Als kunst er gewoon is, dan leren ze vanzelf dat het mogelijk is.”

Een ongemakkelijke bijwerking van kunst in de openbare ruimte is dat het als een voorbode gezien kan worden van gentrificatie, waardoor huizenprijzen stijgen. Houden jullie daar rekening mee bij jullie werk?

Inger: “Wat denk ik lastig is bij gentrificatie is dat er vanuit de stad of het beleid heel erg wordt gepusht om aandacht te geven aan een bepaald gebied. Dan moeten alle festivals en kunst ineens naar één bepaalde plek, zoals je nu bijvoorbeeld op Zuid ziet gebeuren. Dat beleid werkt gentrificatie in de hand, en kunstenaars komen daar een beetje ongemakkelijk tussen te zitten. Zij kunnen er eigenlijk niets aan doen, maar hun kunst wordt wel een soort voorbode van hogere huizenprijzen. 

Maar ik denk dat wij niet zo in dat proces zitten, omdat we ons erg richten op verspreiding en tijdelijkheid. We proberen ons aanbod zoveel mogelijk te verspreiden door de verschillende wijken van Rotterdam, om juist de centralisatie van kunst en cultuur tegen te gaan. Daardoor maken wij ook geen deel uit van gebiedsontwikkeling, ofzoiets. We willen zoveel mogelijk mensen bereiken, maar we hebben geen grote impact op de omgeving.” 

393A9976a_online
Danijel Stoiljkovic en Inger van Beek in de SHOWBOX door Joost Vermeer Beeld door: beeld: Florine van Rees

Door de coronacrisis zijn veel traditionele kunstinstellingen gesloten. Is jullie rol daardoor de afgelopen tijd veranderd?

Danijel: “Dat is lastig om te zeggen.”  

Inger: “We zijn in principe gewoon doorgegaan met programmeren zoals we altijd als deden – daarbij hadden we gelukkig geen last van de coronacrisis, we konden ons programma gewoon uitvoeren. Ons publiek bestaat uit de mensen die hier dagelijks langskomen, en dat is niet veranderd. Maar het is geloof ik niet zo dat er ineens allemaal mensen massaal hierheen kwamen omdat het museum dicht was.” 

Danijel: “Wat wel echt veranderd is door corona zijn onze openingen, en de mogelijkheden om te netwerken. We hebben ook meer met lokale kunstenaars gewerkt, omdat reizen niet meer mogelijk was. Ons idee is eigenlijk juist om netwerken te creëren, om kunstenaars te helpen contacten op te doen. Maar omdat er geen evenementen of avonden meer georganiseerd kunnen worden, gebeurt dat nu niet.” 

Inger: “Aan de ene kant hebben we dus dezelfde problemen als andere instellingen, maar aan de andere kant ook weer helemaal niet.” 

Jullie staan op het punt om van de Mathenesserweg, waar jullie vier jaar lang hebben geprogrammeerd, weg te verhuizen. Wat zijn jullie de komende tijd van plan?

Danijel: “Elk jaar leren we weer iets nieuws, en zien we weer iets dat we eerder niet gezien hebben. We gaan zeker verder – niet dat we per se meer locaties willen, maar wel willen we steeds nieuwe manieren van tentoonstellen vinden.”

Inger: “We vinden het belangrijk om steeds weer te ontwikkelen en vernieuwen. Dus als we iets alweer een tijdje hebben gedaan, dan proberen we weer op een nieuwe manier naar onze presentaties te kijken. Tijdelijkheid zit in onze organisatie verweven. 

En het verspreiden over de stad blijft belangrijk. We gaan op deze locatie weg, wat aan de ene kant natuurlijk jammer is, maar dat opent ook weer deuren om in andere wijken iets te gaan doen. We zijn nu dus bezig met het tijdelijk inrichten van brugwachtershuisjes, bijvoorbeeld, en laatst hebben we een ruimte in Noord ingevuld.”

Danijel: “Deze stad verandert natuurlijk ook steeds, dus het is alleen maar logisch dat wij mee veranderen.”

AbAb_-VB-xNAVIN-THAKOUR___02242021__05_

Lees meer

Navin Thakoer: “Street art is een gentrificatiekaravaan geworden die de geschiedenis van de wijken herschrijft”

Robin van Essel interviewt beeldend kunstenaar Navin Thakoer.

Deze banner kun je wegklikken, maar....

..je kunt ook supporter worden! Vers Beton kan alleen bestaan dankzij een bijdrage van lezers. Vanaf 6 euro per maand maak jij onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk.

Nee, ik lees eerst het stuk verder

Amarens Eggeraat

Eindredacteur

Amarens Eggeraat (1992) is schrijver, journalist en voormalig stadsgids. Bij Vers Beton doet ze eindredactie.

Profiel-pagina
10547749_10154894484515486_7617606655025449823_o_1000

Florine van Rees

Fotograaf

Florine van Rees (1988) is afgestudeerd als modevormgever en benut haar kennis in de beeldvorming. Met een modische blik benadert ze documentaire onderwerpen in de fotografie. Een samenspel van kleur, contrast, textuur en lijnen staat hierin centraal. Naast haar werk als fotograaf mede-beheert Florine ook het online magazine www.slash-zine.com waar vooral inspiratie gedeeld wordt.

Profiel-pagina
Nog geen reacties

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.