Advertentie

VB – vacaturebank – banners – Hardwerkende – klik hier! – 1456×180
Voor de harddenkende Rotterdammer
Bron: beeld: www.youtube.com

Liever lezen? Hieronder vind je het uitgeschreven minicollege:

Het eerste dat ik in mijn beantwoording wil benadrukken is dit: een ‘wijk’ bestaat helemaal niet. Het woord roept een gevoel van nabijheid op, van een lijn die ooit getrokken is rondom een paar straten. Maar een wijk is vooral een sociale constructie, een bedenksel, iets dat we dag in en dag uit samen actief vormen en hervormen. 

Als een wijk al niet bestaat, dan bestaan zogenaamde ‘probleemwijken’, ‘krachtwijken’ of ‘focuswijken’ al helemaal niet. Deze begrippen worden gebruikt om zogenaamde afwijkingen en het anders-zijn van de aanwezige mensen en plekken centraal te stellen. De combinatie van de aanwezige bevolkingssamenstelling, huizen en publieke ruimtes in deze gebieden voldoet blijkbaar niet aan de heersende normen en stedelijke gemiddelden.

De stelling op basis van mijn onderzoek, dat ik heb uitgevoerd bij DRIFT hier aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, is de volgende: als we sociale problemen op lokaal niveau willen aanpakken moeten we juist de dominante normen en bijpassende aannames actief bevragen. Doen we dat niet, dan houden we bestaande ongelijkheidsrelaties en uitsluitingsmechanismen in stand en vergroten we die zelfs.

Carnisse als ‘slechtste wijk van Rotterdam’?

Tot zover dit meer conceptuele uitje. Ik wil jullie meenemen naar de wijk Carnisse met omstreeks 11.000 inwoners, gelegen in het stadsdeel Charlois in het zuiden van Rotterdam. Voor mijn proefschrift heb ik vijf jaar actieonderzoek uitgevoerd in Carnisse. Met bewoners, wijkwerkers, ondernemers en andere professionals heb ik samengewerkt aan het stimuleren van de lokale veerkracht. Tevens heb ik met collega-onderzoekers ruim 150 interviews afgenomen en tal van sessies bijgewoond en observaties uitgevoerd. 

Onlangs werd de wijk opgeschud door gemeentelijke sloopplannen in de Fazantstraat. Wat mij betreft is dit sloopplan exemplarisch voor de dominante omgang met wijken die afwijken van stedelijke gemiddelden. Want wat blijkt: bewoners uit Carnisse zijn over het algemeen prima tevreden over hun leefomgeving. Over het dorpsgevoel, de aanwezige diversiteit, het nabijgelegen groen en de centrale ligging naast het Zuidplein. Problemen die bewoners noemen zijn: vuilnisoverlast, slechte isolatie van woningen en huisjesmelkers. De gemeente en andere publieke en private instellingen hebben echter een andere dominante probleemperceptie. In deze ‘focuswijk’ zijn de concentratie van onder andere lage en middeninkomens, arbeidsmigranten en kwetsbare groepen problematisch. Niemand zou er langdurig willen blijven wonen. Zo werd Carnisse in een recent Volkskrant-artikel nog bestempeld als de ‘slechtste wijk van Rotterdam’.

Wat is nu eigenlijk het probleem?

Oké, terug naar de notie van de wijk. Van oudsher wordt een wijk gezien als een ‘integratiekader’ waarin een gewenste gemeenschap wordt gevormd. Het mengen van bevolkingsgroepen is al decennia het dominante uitgangspunt in veel wijken. Veelal wordt dit vertaald in  fysiek ingrijpen: sloop- en nieuwbouw waarbij kapitaalkrachtigen, dan wel ‘sterke schouders’, worden geïmporteerd. 

Zo ook in Carnisse, de eerste wijk waar in 2006 de controversiële Rotterdamwet werd ingezet en nog altijd actief is. Echter, in andere wijken is een eenzijdige bevolkingssamenstelling geen enkel probleem. Denk aan gesegregeerde wijken in Kralingen of Hillegersberg. Daar hoor je niemand pleiten voor de import van ‘slappe schouders’.

Een bevinding uit mijn onderzoek is dat achter ‘kwetsbaarheid’ en sociale problemen een verdienmodel ligt. De uitvinding van sociale problemen creëert zelfversterkende systemen die afhankelijk zijn van een constante aanwas en uitvergroting van diezelfde problemen. Een industrie aan partijen – waaronder onderzoekers als ikzelf – heeft baat bij het voortbestaan van de afwijking. 

Noem iets een ‘focuswijk’ en dit legitimeert een constante drang tot innoveren met nieuwe methodieken, type professionals, beleidsaanpakken en -programma’s. Dit zien we bijvoorbeeld terug in Carnisse. In totaal waren de afgelopen tien jaar 107 partijen, plekken en programma’s actief die elkaar constant afwisselden.

Vers Beton – Michael van Kekem – Behoud Fazantstraat – 2020

Lees meer

Hoe de Fazantstraat behouden bleef maar de coalitie elkaar bijna kwijtraakte

Ewoud Kieviet reconstrueert het behouden van de straat in Carnisse, en de gevolgen hiervan

De vraag is echter vooral wat de bewoners van Carnisse ermee opschieten? Weinig, stel ik op basis van mijn onderzoek. Door de permanente tijdelijkheid beklijven opgebouwde netwerken, vaardigheden en financiële stromen zelden bij bewoners zelf. Wel ben ik in de afgelopen jaren getuige geweest van meerdere geslaagde verzetsacties door mensen in Carnisse: niet alleen is de sloop van de eerdergenoemde Fazantstraat recent tegengehouden, maar het wijkcentrum Hart voor Carnisse en de Carnissetuin zijn na een flinke portie politieke strijd behouden gebleven.

Dit verzet en de bewaarde plekken herbergen de kiemen voor een ander verhaal over Carnisse alsmede een andere omgang met Carnisse en vergelijkbare wijken. Op basis van mijn onderzoek stel ik drie omslagen voor.

Van stigmatisering naar een denken in verschil

Ten eerste ligt een sterke focus op de problemen en kwetsbaarheid van mensen en plekken. Het leidt tot een stigmatisering van wijken en haar bewoners. Leg in plaats daarvan de nadruk op een denken en acteren in termen van verschil, zet de potentie en eigenheid van de wijk en haar bewoners centraal.

Van importeren naar het stimuleren van het bestaande

Ten tweede zijn veel interventies gericht op wat er nu niet of onvoldoende aanwezig is in een wijk, en op iets dat geïmporteerd moet worden zoals hoge inkomens of nieuwe methodieken of partijen. In plaats daarvan doe ik een pleidooi voor meer lokale autonomie en eigenaarschap. Verleg de focus op de reeds aanwezige mensen, netwerken en plekken, en zet in op het stimuleren van vaardigheden en kansengelijkheid.

Van tijdelijke innovatie naar basisvoorzieningen

Als laatste de derde omslag: zie wijken als Carnisse niet meer als publieke proeftuinen voor externe en tijdelijke hulpverlening. In plaats van constant te innoveren met nieuwe beleidsmodegrillen doe ik een pleidooi voor het investeren in kwalitatief hoogwaardige en duurzame basisvoorzieningen zoals woningen, gezondheidscentra, scholen en een groene buitenruimte.

Kortom, leer af te wijken: neem de wijk niet als een gegeven, probeer de norm niet op te leggen of te importeren en zet in op de basis. 

Frank van Steenbergen werkt als onderzoeker bij DRIFT aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en promoveerde in 2020 met zijn proefschrift ‘Zonder marge geen centrum: een pleidooi voor rechtvaardige transities’. In zijn proefschrift heeft hij naast de omgang met ‘probleemwijken’ ook de omgang met ‘armoede’ en ‘dak- en thuisloze jongeren’ bestudeerd.

Studio Erasmus

Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met Studio Erasmus van de Erasmus Universiteit. Deze organisatie heeft geen invloed gehad op de inhoud van het artikel. Lees hier meer over samenwerkingen.

Verder lezen?

Word supporter van Vers Beton! Vanaf 6 euro per maand maak jij financieel onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk.

Nee, ik lees eerst het stuk verder

Frank van Steenbergen

Frank van Steenbergen

Frank van Steenbergen is onderzoeker van DRIFT aan de Erasmus Universiteit. Vanuit zijn betrokkenheid bij het project Veerkracht Carnisse heeft hij van dichtbij meegemaakt hoe de Carnissetuin werd gesloten, opnieuw werd opgebouwd tot een gemeenschapstuin en momenteel wordt bedreigd door een sloop.

Profiel-pagina
Lees 3 reacties
  1. Profielbeeld van Gilbert Van Drunen
    Gilbert Van Drunen

    Koffie staat altijd voor je klaar. Voor iedereen. De column die ik toen schreef is van 6 jaar geleden. Ik heb vast ergens nog een opgekruld exemplaar liggen. Nimmer een euro voor gevangen, maar goed. Kon me toen nog niet zoveel deren. Echter; na tal van filmpjes, interviews, gesprekken, denktanken, commissies en al wat niet meer over mijn wijk zijn verschenen, waar makers, schrijvers, drukkers, vormgevers, onderzoekers en weet ik al niet meer een boterham aan verdient hebben… en ik braaf iedere keer gratis, voor nada noppa ben komen opdraven om met lede ogen te moeten zien dat de beloofde kop koffie in Koffie & Ambacht ‘am-me-never-nooit-niet’ ingelost werd, heb ik er een hard hoofd in. Evenwel: welkom. Uit de grond van mijn ondernemershart; welkom. … En begin alsjeblieft niet over… gratis reclame en dat soort bullshit… daarover kan ik je, onder het genot van een Caffè Sospeso, aan de hand van tal van schaamteloze voorbeelden nog veel meer vertellen.

  2. Profielbeeld van Gilbert Van Drunen
    Gilbert Van Drunen

    Florian… wat mij betreft mag deze socioloog zijn diploma inleveren en z’n inkomen wat hij gegenereerd heeft met dit onderzoek terug aan de gemeenschap geven.

    “Voor mijn proefschrift heb ik vijf jaar actieonderzoek uitgevoerd in Carnisse. Met bewoners, wijkwerkers, ondernemers en andere professionals heb ik samengewerkt aan het stimuleren van de lokale veerkracht. Tevens heb ik met collega-onderzoekers ruim 150 interviews afgenomen en tal van sessies bijgewoond en observaties uitgevoerd.”

    … 5 jaar lang in Carnisse samengewerkt met ondernemers om lokale veerkracht te stimuleren en nooit bij mij aangebeld… I rest my case

    1. Profielbeeld van Frank van Steenbergen
      Frank van Steenbergen

      Ha Gilbert, natuurlijk is er wel contact geweest met Koffie & Ambacht binnen het onderzoek Veerkracht Carnisse en die uitwisseling hielp juist ook bij deze visievorming. Het is alweer een tijdje geleden, maar je staat zelfs prominent in het magazine dat we toen uitbrachten (zie p. 50-51): https://drift.eur.nl/wp-content/uploads/2017/02/Carnisse-Magazine.pdf. Hoe dan ook, zet ‘m op daar en ik kom graag weer een keer koffie drinken. Groet, Frank

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.