Advertentie

VB – vacaturebank – banners – Hardwerkende – klik hier! – 1456×180
Voor de harddenkende Rotterdammer
AbAb_-VB-xNAVIN-THAKOUR___02242021__04_
Beeld door: beeld: Abdirahmaan Abdikarim

Zelf spreekt Navin Thakoer (1972) liever van ‘style writing’ of gewoon ‘schrijven’. Het woord ‘graffiti’ gebruikt hij niet graag. Dat associeert hij teveel met het imago van vandalisme dat deze vorm van straatkunst had toen hij er zelf als negenjarige mee begon, begin jaren tachtig in Rotterdam-Noord. In Nederland maakte graffiti al een paar jaar daarvoor zijn opwachting, bijvoorbeeld als manier waarop de krakersbeweging ongenoegen uitte over kernproeven of het woningtekort. Thakoer en zijn vrienden vonden hun inspiratie echter bij de kleurrijkere straatkunst die met de hiphopcultuur overkwam uit New York. “Er waren veel parallellen. New York was destijds een desolate, industriële melting pot, het Rotterdam waarin ik opgroeide ook.”

In rapmuziek, breakdancing en graffiti van de Amerikaanse hiphop vonden de Rotterdamse tieners een onderscheidende, verbindende identiteit. De talloze buurthuizen boden ruimte aan hun expressie. “Bijna iedereen schreef, danste, rapte. Het was onderdeel van de stad.” Destijds werd je naar Bureau Halt gestuurd als je werd betrapt bij het zetten van je tag of piece op een muur of trein, vertelt Thakoer. Maar dat weerhield de jongeren, inmiddels vaak georganiseerd in crews, niet om hun signatuur op zo veel mogelijk plekken achter te laten. Graffiti was de ultieme vorm van grootstedelijke zelfexpressie en werd vanaf de jaren negentig steeds meer gezien als een vorm van kunst.

Straatkunst als beleid

Sinds pakweg een jaar of vijftien wordt deze straatkunst ook omarmd door de overheid. Het geeft grauwe buurten letterlijk kleur en vergroot daarmee de leefbaarheid en veiligheid, een idee dat is overgewaaid uit sloppenwijken in Zuid-Amerika en Zuid-Afrika. In Rotterdam heeft straatkunst actief een plek in het Rotterdam. Make It Happen-beleid. En met resultaat: de stad beschikt inmiddels over tientallen muurschilderingen en de wandelroutes erlangs vind je terug in menig reisgids of toeristisch tiplijstje.

En daar wringt de schoen, betoogde kunsthistoricus Sandra Smets in 2019 op Vers Beton. De straatkunst in Rotterdam die wordt gemaakt door organisaties en agentschappen als Mothership, Rewriters en POW! WOW! is vooral interactief en instagrammable, bewust zo gemaakt om als stadspromotie te dienen. Daarmee wordt het volgens Smets ‘tamme achtergrondmuziek’ zonder de gelaagdheid die ruimte geeft aan kritische of activistische inhoud. Straatkunst moet wijken opfleuren, maar omdat de makers geen weerspiegeling zijn van de mensen die in die wijken wonen, gaat deze kunst voorbij aan de sociale kwesties die daar spelen.

Mooi behang

Het opiniestuk van Smets lokte vorig jaar een reactie uit van Jaap van der Doelen van POW! WOW! Hij meent dat de straatkunst op zijn festival wel degelijk een boodschap heeft, ook al is dat misschien niet de boodschap die Smets graag zou zien. Want: “buurtbewoners zijn prima in staat om zelf die grieven uitstekend en volmondig te verwoorden. (…) Daarvoor hebben zij geen expliciete leuzen in de muurschilderingen van goedbedoelende buitenstaanders nodig.”

Dat argument illustreert volgens Thakoer precies waar het misgaat: straatkunst is een speelbal van een overheid en uitvoerende organisaties geworden, waarbij iedereen betrokken wordt behalve de kunstenaars zelf. “POW! WOW! gebruikt kunstenaars als buffer. Laat ik duidelijk zijn: mijn kritiek is niet op de kunstenaars. Wat die maken, is subjectief, ieder zijn smaak. Maar overheid en organisaties hebben verantwoordelijkheid voor met wie ze werken. Veel opdrachten gaan naar buitenstaanders. Ik zie mooi behang, maar herken niet de unieke stem van Rotterdam. Je ziet jaar in jaar uit dezelfde smaak, de rest wordt genegeerd.”

Alleenrecht

Thakoer zag de authentieke stem van de hiphopscene eind jaren negentig al deels verloren gaan, toen hij in de stad actief was met zijn crew Bad Boyz Inc. De overheid begon in te zetten op street culture om grootstedelijke jongeren te bereiken. Tegelijk vond er een wisseling van de wacht plaats: ambtenaren uit de sociale traditie van de jaren zeventig gingen met pensioen en maakten plaats voor de ‘manager-generatie’, zegt Thakoer. “Vroeger was een adviseur bij het RKS (de voorganger van het RRKC, red.) bijvoorbeeld Nederlands dj-kampioen DCS, iemand die zich bewezen had op straat. Maar de nieuwe generatie ambtenaren wierf adviseurs in hun eigen netwerk, die raakvlakken hadden qua opleiding en sociale achtergrond. Die spraken hun eigen ‘taal’, maar hadden geen goede inhoudelijke kennis van zaken uit de praktijk.”

Veel kunstenaars lieten zelf ook na mee te professionaliseren en hun rol als gesprekspartner over de inhoud van straatkunst op te eisen, erkent Thakoer. Zij misten de organisatiekracht om op te boksen tegen agentschappen en organisaties, die afkwamen op het geld dat de overheid beschikbaar stelde. “Je zag dat organisaties met een aantal eigen kunstenaars, zoals Mothership, alles goed afhandelden en daarvoor zijn beloond met bijna het alleenrecht op kunst in de openbare ruimte.”

AbAb_-VB-xNAVIN-THAKOUR___02242021__02_
Beeld door: beeld: Abdirahmaan Abdikarim

Street art has left the street

Thakoer is tegenwoordig nog steeds werkzaam als beeldend kunstenaar. Graffiti keerde hij de rug toe. Hij vindt dat straatcultuur, en daarmee ook het beleid dat jongeren in de wijken moet bereiken, te veel is gekaapt door buitenstaanders. Volgens hem missen die diversiteit en competenties, en vragen ze geen advies over de te adresseren issues. “Het argument van POW! WOW! dat de mensen in de wijken zelf capabel genoeg zijn zich te uiten, is een drogreden. Zij worden in de luren gelegd. Street art has left the street, het is een verdienmodel geworden. Men claimt dat het bedoeld is voor bepaalde groepen in de stad, maar die worden er niet door bediend en er niet voldoende bij betrokken.”

De negatieve gevolgen gaan verder dan een gebrek aan gelaagde straatkunst, meent Thakoer. We zijn ons volgens hem onvoldoende bewust van het achterliggende mechanisme dat in werking treedt wanneer een woningcorporatie straatkunst inzet om de leefbaarheid en veiligheid in een wijk te vergroten. “Dat leidt af van het feit dat die wijk straks hip en onbetaalbaar wordt. Het is een gentrificatiekaravaan die de geschiedenis van de wijk herschrijft. Ze pakken de zak geld aan die ook ergens anders terecht had kunnen komen, en ze trekken weer verder. Vervolgens steekt een drillrapper iemand neer en roepen we: ‘waar zijn die ouders?’ Terwijl de hele sociale cohesie in de wijk kapot is gemaakt.”

Bodemloze putten

Thakoer benadrukt dat dezelfde discussie speelt over de hele breedte van de urban culture. Dat die term inmiddels als racistisch wordt gezien, is volgens hem een direct gevolg van die overheidsbemoeienis. “Door vooringenomenheid en gebrek aan kennis bedienen de mensen die zich ermee bezighouden zich vooral van discriminerende stereotypes. De overheid adopteert urban culture zonder kritische noot. Er wordt heel veel geld in gepompt, maar hoeveel jongeren herkennen zich er werkelijk in? Weinig, denk ik. En wie er wel op afkomt, voldoet aan het stereotiepe beeld.” Thakoer noemt de beruchte mislukkingen van het ‘urban podium’ Mplex en De Nieuwe Oogst als voorbeelden. “Dat zijn ook bodemloze putten gebleken.”

Als de overheid geld in straatcultuur pompt, heeft die ook de verantwoordelijkheid om de autonome stem ervan te laten horen, vindt Thakoer. De oplossing zit in onderkenning: “Overheden moeten zich realiseren dat de kennis niet zit bij de clubs die ze nu binnenhalen. Ze moeten op zoek naar mensen die de kennis wel hebben. Die zijn er genoeg.” Hij is daarom samen met het culturele collectief Concrete Blossom bezig met het opzetten van een aantal debatten dat het onderwerp hoger op de agenda moet zetten.

Rotterdam zou moeten streven naar straatkunst die het misschien minder goed doet op Instagram, maar wel autonoom is, besluit hij. “We willen een unieke stad zijn, niet lullen maar poetsen. Maar willen we een eigen smoel behouden, of niet?”

MarcellaHomsma_02

Lees meer

Hoe Insta-kunst de stad in de uitverkoop zet

Essay over de tendens van grote, kleurrijke kunst die bedoeld is om op Instagram te komen.

Verder lezen?

Word supporter van Vers Beton! Vanaf 6 euro per maand maak jij financieel onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk.

Nee, ik lees eerst het stuk verder

Robin van Essel

Robin van Essel

Robin van Essel (1985) weet een klein beetje van een hele hoop verschillende dingen. Met zijn beetje kennis van een hele hoop schrijft hij het liefst over cultuur, uitgaansleven, media en stedelijke ontwikkeling. Dat kan op allerlei plekken in de wereld zijn, maar het allerliefst houdt hij het bij zijn geboortestad Rotterdam.

Profiel-pagina
IMG_3729

Abdirahmaan Abdikarim

Fotograaf

Om de gefragmenteerde verhalen van de stad oprecht te vertellen, is hij gewend om te bewegen in verschillende werelden. Abdirahmaan Abdikarim met Somalische ouders en opgegroeid in Dordrecht, zoomt in op de verhalen van jonge makers en organisatoren, met een uitgesproken visie op de maatschappij.
Profiel-pagina
Lees één reactie

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.