Voor de harddenkende Rotterdammer

Dit artikel in een minuut:

  • Artikel 8 van de Rotterdamwet regelt dat mensen met een bijstandsuitkering die korter dan zes jaar in Rotterdam wonen, geweigerd mogen wonen in bepaalde wijken.
  • De wet is politiek en juridisch omstreden, maar toch doorgezet omdat toepassing ervan de veiligheid en leefbaarheid van de wijken zou verbeteren.
  • In geen enkele evaluatie is echter aangetoond dat de wet bijdraagt aan de leefbaarheid of veiligheid van wijken.
  • Met name jonge mensen met een migratieachtergrond zijn op grond van de wet geweigerd in ‘slechte’ wijken of straten.
  • Hoewel politiek zwaar omstreden, telt na een recente aanpassing van het afwegingskader het aandeel niet-westerse migranten toch weer mee als teken dat het slecht gaat met een wijk of straat.

>> Check onderaan dit stuk ook de explainervideo

Dit artikel liever luisteren? Klik hier:

Tarwewijk_08
Katendrechtse Lagedijk, Tarwewijk. Beeld door: beeld: Frank Hanswijk

Nathalie Hartjes had in de zomer van 2016 een kamer over en ze wilde die graag verhuren aan de Syrische vluchteling Adel. De deal leek snel gesloten. Het klikte tussen de twee. Zij woonde ruim aan de West-Varkenoordseweg in Hillesluis en kon wel een huisgenoot gebruiken. Het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers ging akkoord, maar toen stak de gemeente een spaak in het wiel. Adel heeft namelijk een bijstandsuitkering. En mensen met een bijstandsuitkering mogen niet in Hillesluis komen wonen. “Hem hing een boete van 1500 euro boven het hoofd als we door zouden zetten. Mij een boete van 4500 euro.”

Nathalie en Adel kregen te maken met de Wet Bijzondere Maatregelen Grootstedelijke Problematiek. Deze wet is onder het grote publiek beter bekend als de Rotterdamwet. Artikel 8 uit de Rotterdamwet geeft de gemeente de mogelijkheid om bepaalde mensen te weren uit geselecteerde wijken: Tarwewijk, Oud-Charlois, Carnisse, Hillesluis of Bloemhof. Wie geen werk heeft of inkomen uit pensioen of studiefinanciering, en korter dan zes jaar in de regio leeft, mag zich niet in deze wijken vestigen.  

De Rotterdamwet is bedoeld om de leefbaarheid in achterstandswijken te verbeteren. Vooral in sommige wijken op Zuid zorgde de eenzijdige bevolkingssamenstelling voor een opeenstapeling van problemen, vond de Rotterdamse gemeenteraad begin deze eeuw. In die wijken wonen relatief veel arme mensen en mensen met een migratieachtergrond. Wie klimt op de sociale ladder, verhuist naar een ‘betere’ wijk. Om deze vicieuze cirkel te doorbreken, is het nodig om in de bevolkingssamenstelling in te grijpen, meende de gemeenteraad. Niet door kansarmen in betere wijken te plaatsen, maar door hen in de slechtste wijken te weren. 

De Rotterdamwet bestaat dit jaar vijftien jaar. Het is dus de hoogste tijd om de balans op te maken. Waar is de wet op gebaseerd? Wie zijn de mensen die geweerd worden? En: hoe pakt de wet uit? Doet hij wat hij belooft?

Vers Beton en OPEN Rotterdam zetten alle evaluaties van de wet op een rij. Uit deze evaluaties blijkt consequent dat er geen enkel bewijs is dat de Rotterdamwet bijdraagt aan een oplossing van de problemen in de wijken. Wat de wet wel doet: discrimineren op basis van inkomen en indirect discrimineren op basis van afkomst. Vooral mensen met een migratieachtergrond die een woning willen huren in deze wijken, worden uitgesloten.

In april 2022 loopt artikel 8 van de Rotterdamwet af en het college van B&W heeft in het coalitieakkoord afgesproken er dan mee te stoppen. Toch werd de wet ook de afgelopen jaren volop ingezet. In Rotterdam en inmiddels ook in een aantal andere steden. 

Deel 1: ‘Allochtonenstop’

De Rotterdamwet ontkiemt in 2003, als het Rotterdamse Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) een toekomstverkenning uitbrengt met de titel Prognose bevolkingsgroepen Rotterdam 2017. Rotterdam zal in de toekomst jonger, armer en zwarter worden, staat in het rapport. Dominic Schrijer is ontsteld. Schrijer is op dat moment dagelijks bestuurder voor de PvdA in deelgemeente Charlois. Hij vreest een toename van kansarme etnische minderheden in zijn deelgemeente van 40,1 procent in 2003 naar 75,8 procent in 2017, wat volgens hem gepaard zal gaan met een verdere verslechtering van de leefbaarheid en veiligheid in de wijk. Hoewel niet alle ‘allochtonen’ kansarm zijn, meent Schrijer, is er wel een probleem ‘met de concentratie van kansarme allochtonen in bepaalde wijken’. “Het gaat onze draaglast te boven!”, schrijft hij alarmerend in een opiniestuk in het Rotterdams Dagblad. 

Om te voorkomen dat er te grote concentraties kansarme migranten in de stad ontstaan, moet Nederland deze groepen spreiden, denkt Schrijer. “Rotterdam hoeft niet de afvoerput van Nederland te zijn”, schrijft hij in het RD. Kansarme ‘allochtonen’ moeten wat hem betreft over heel Nederland worden gespreid en niet alleen over de regio. Schrijer oppert dat woningcorporaties een voorkeursbeleid kunnen gaan voeren voor mensen hoger op de sociale ladder. “Dat je niet zegt: degene bovenaan de lijst krijgt de woning. Maar dat je de voorkeur geeft aan bijvoorbeeld een hoogopgeleid stel, omdat de wijk dat goed kan gebruiken”, aldus Schrijer.

Marco Pastors, dan wethouder van Fysieke Infrastructuur namens Leefbaar Rotterdam, omarmt het idee, en wil eigenlijk nog een stap verder gaan: niet alleen de kansarme ‘allochtonen’ weren, maar alle mensen met een migratie-achtergrond; de Leefbaren pleiten voor een hek om de stad en een algehele ‘allochtonenstop’.

“De kleur is niet het probleem, maar het probleem heeft wel een kleur”

Nota Rotterdam zet door, op weg naar een stad in balans, 2003Tweet dit

Hek

Een fysiek hek komt er niet, wel een juridisch hek. Dat begint met de nota Rotterdam zet door, op weg naar een stad in balans, de opmaat naar de Rotterdamwet. In deze nota schrijft het college onomwonden dat de instroom van migranten uit sociaal-economisch zwakke landen in concentratiewijken zal leiden tot achteruitgang en leefbaarheidsproblemen. “De kleur is niet het probleem, maar het probleem heeft wel een kleur,” staat te lezen in de nota.   

 Selectie op basis van etniciteit komt neer op discriminatie van een bevolkingsgroep en dat is verboden volgens Artikel 1 van de Grondwet. Het plan om bevolkingsgroepen een woning te weigeren vanwege hun land van herkomst ging veel bestuurders bovendien ook wel erg ver. Daarom schrijft men het idee van Schrijer uiteindelijk om: niet mensen met een niet-westerse migratieachtergrond, maar mensen met een bijstandsuitkering zullen geweigerd worden. Dat is ‘hanteerbaarder’ 1en omdat veel mensen met een uitkering een niet-westerse migratieachtergrond hebben, wordt met deze greep toch de beoogde doelgroep bereikt. Van alle bijstandsgerechtigden in 2020 heeft zo’n veertig procent een Nederlandse achtergrond, zo’n tien procent een westerse migratieachtergrond, en zo’n vijftig procent een niet-westerse migratieachtergrond (CBS). 

Om de Rotterdamwet in te kunnen voeren, moet de gemeente Rotterdam wel het Nederlandse parlement mee zien te krijgen. In de grondwet is namelijk opgenomen dat iedereen in Nederland zelf mag kiezen waar zij of hij wil wonen. Als een gemeente mensen structureel wil kunnen weren, zoals de Rotterdamse gemeenteraad wil, moet daar een wet voor komen. De gemeente slaagt. Na een korte pilot, die start op 1 oktober 2004, gaat het parlement mee in het plan en stemt de Eerste Kamer op 20 december 2005 in met de nieuwe wet. Vanaf juli 2006 zal de Rotterdamwet worden toegepast in de wijken Carnisse, Hillesluis, Oud-Charlois en Tarwewijk en vanaf 2010 ook in de wijk Bloemhof. 2

Ellen_en_Nettie_hillesluis_07
Ellen de Ronde en Nettie Veenendaal zijn twee vriendinnen uit Hillesluis. Ze doen actief aan Opzoomeren in de straat en wijk. Ze zijn eigenlijk sociaal werker zonder opleiding en als ze iets geregeld willen hebben via de gemeente spreken ze regelmatig de Stadsmarinier van Hillesluis aan. Beeld door: beeld: Frank Hanswijk

Deel 2: Omstreden wet

Juridisch onomstreden is de wet niet. Meerdere keren komt de wet voor de rechter. Steeds wordt bepaald dat de wet stigmatiserend en discriminerend van aard is – maar dat dat gegeven het maatschappelijk doel van de wet te verantwoorden is. 

Zo waarschuwt de Raad van State, het belangrijkste adviesorgaan van de regering, in 2005, nog voordat de wet is ingevoerd, dat de Rotterdamwet tot indirecte discriminatie op grond van ras kan leiden. Het kabinet legt het advies naast zich neer. Het gaat om indirecte3 discriminatie en pas als er daadwerkelijk sprake is van eventuele feitelijke indirecte discriminatie kan dat getoetst worden, aldus de ministers Alexander Pechtold (Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties), Sander Dekker (Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer) en Rita Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratie) in hun memorie van antwoord aan de Eerste Kamer. Het doel van de wet – het leefbaarder en veiliger maken van de wijken – maakt dat men indirecte discriminatie, bijvoorbeeld op basis van inkomen, geoorloofd vindt.

Stigmatiserend

Een paar jaar later, als de Rotterdamwet nog maar net van kracht is, start de eerste burger een rechtszaak. Een alleenstaande moeder van twee jonge kinderen sleept in 2007 de gemeente voor de rechter wanneer haar een huisvestingsvergunning wordt geweigerd. De vrouw woont op dat moment zo’n twee jaar in Tarwewijk. Omdat de verhuurder van haar woning zijn pand wil verbouwen, vraagt hij haar te verhuizen binnen de wijk. Ze gaat akkoord, maar krijgt dan voor de nieuwe woning plots geen huisvestingsvergunning, omdat ze voor haar inkomen afhankelijk is van een bijstandsuitkering.

De vrouw besluit de overheid voor de rechter te dagen. Deze oordeelt echter in het voordeel van de gemeente. Ook in hoger beroep, in 2009, verliest ze de rechtszaak. Uiteindelijk procedeert ze door tot aan het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, waar ze in 2016 eveneens bot vangt. “Europees Hof keurt ‘Rotterdamwet’ goed”, koppen de kranten. Maar de uitspraak van het Hof is genuanceerder dan dat. 

Zo waarschuwt het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in 2016 en in 2017 dat het stellen van een inkomensgrens voor het afgeven van een huisvestingsvergunning leidt tot stigmatisering van arme mensen, en indirect leidt tot discriminatie op basis van ras en gender, in lijn met de waarschuwing van de Raad van State uit 2005. “De mensen die het hardst worden getroffen door werkloosheid [zijn] immigranten en alleenstaande moeders”, schrijft het Hof. Het stelt ook vast dat arme mensen niet per se een bedreiging vormen voor de openbare veiligheid, en ook niet systematisch de oorzaak zijn van criminaliteit. “Elke stereotyperende wetgeving, vooral waar het gaat om stigmatisering van arme mensen, is per definitie problematisch.” Het oordeel is bovendien niet unaniem: twee van de zeven rechters zijn het niet eens met de uitspraak. 

In 2009 waarschuwt ook de Verenigde Naties Nederland voor de Rotterdamwet. De wet, zo zegt de VN, mag niet leiden tot discriminatie van families met een laag inkomen. Minister Ernst Hirsch Ballin (Justitie) schrijft in zijn verantwoording dat er slechts sprake is van een ‘minimale beperking van het recht op vrijheid van vestiging’. Hij wijst erop dat de maatregelen bedoeld zijn ter bescherming van de openbare orde. ‘In het belang van de openbare orde zijn maatregelen gericht op het vergroten van de leefbaarheid dan ook noodzakelijk.’

Tijdelijke wet

Van het begin af aan wordt de Rotterdamwet beschouwd als tijdelijke wet. In 2005 geldt hij voor maximaal vier jaar, met een optie om nog eens met vier jaar te kunnen verlengen. Dat is de uiterste houdbaarheidsdatum, schrijven ministers Dekker, Pechtold en Verdonk: “dan wel het effect is bereikt dan wel de maatregel is onvoldoende effectief”. De wet mag maximaal acht jaar in een wijk functioneren. 

Minister Dekker belooft dat regering en parlement na acht jaar nog eens de kans krijgen om te debatteren over de resultaten. Dan kan besloten worden of de Wet Bijzondere Maatregelen Grootstedelijke Problematiek ingezet kan blijven worden in andere gebieden, of dat men met het hele project moet stoppen. Na vijf jaar zal er een evaluatie plaatsvinden, benadrukt minister Pechtold, en op grond daarvan kan besloten worden om te stoppen.

Casus: Liza Wolters “Boa’s liepen rondjes door mijn huis”

Hoe sterk de wet in kan grijpen op het persoonlijk leven van mensen, blijkt wel uit de persoonlijke ervaringen van Liza Wolters (28, kunstenaar).

In 2014 verhuisde Wolters van Breda naar Rotterdam. Tot twee keer toe werd haar een huisvestingsvergunning geweigerd. Ze werkte als zzp’er, had verschillende opdrachtgevers, en de gemeente begreep niet goed wat haar inkomstenbronnen precies waren. Dan blijkt de gemeente ook nog eens actief te controleren op overtreders. 

“Ik huurde het huis al, maar bleef er zoveel mogelijk weg. Ik had bezwaar aangetekend tegen de afwijzing van de huisvestingsvergunning en was bang dat ik mijn bezwaar zou saboteren als ik in mijn eigen huis zou verblijven.”

“Toen ik een keer in het huis was, stonden er twee boa’s voor de deur. Ik voelde me echt heel erg betrapt. Het leek echt alsof ik iets verkeerd had gedaan. De boa’s zijn toen door mijn huis rondjes gaan lopen en zeiden: ‘We kunnen dit niet door de vingers zien.’ Ik dacht echt: ‘Wil je dat dit een prettige woonomgeving wordt voor zoveel mogelijk mensen?’ Gelukkig had ik nog dingen in dozen staan omdat ik er niet echt woonde, en liep mijn beroep tegen de tweede afwijzing nog.”

“Het nare is dat je door de gemeente behandeld wordt alsof je iets illegaals of verkeerds doet. Terwijl ik gewoon een woning wilde huren. Mijn spullen stonden al in het huis, maar wel allemaal nog in dozen omdat ik ze niet durfde uit te pakken. Bij de eerste afwijzingsbrief stond namelijk heel concreet wat de consequenties zouden zijn als ik zou worden betrapt in de woning: een fikse boete voor mij en voor de huurbazen. Terwijl: mijn huisbazen wilden mij graag als huurder, maar de gemeente had het laatste woord over wat zij met hun eigendommen mochten doen.”

Uiteindelijk mag Wolters dankzij haar doorzettingsvermogen in de woning blijven wonen. Haar papieren blijken toch te kloppen.  “De Rotterdamwet is erop gebouwd dat veel mensen hem niet begrijpen. Het is allemaal zo onbegrijpelijk en vermoeiend om de juiste mensen te spreken te kunnen krijgen om alles te kunnen regelen”, vertelt ze. “Hoeveel mensen raken in paniek en haken af?”

Carnisse_06
Kinderen uit de wijk Carnisse maken vogelhuisjes op het Amelandseplein, een initiatief van wijkbewoners Karel Steur en de dames van de Laleli Moskee. Ze bleken hetzelfde idee te hebben, dus bundelden zij hun krachten. Beeld door: beeld: Frank Hanswijk

Deel 3: Werkt de Rotterdamwet?

Ondanks alle juridische haken en ogen komt de Rotterdamwet er. Er is immers een hoger doel mee te bereiken. Maar uit een analyse van evaluaties blijkt dat de wet zijn politieke belofte van meer veilige en leefbare wijken niet waarmaakt. 

Om te bepalen of de Rotterdamwet ook geslaagd is, is het belangrijk om een onderscheid te maken tussen het doel van de Rotterdamwet, en het middel. Het doel is de aangewezen wijken leefbaarder en veiliger maken voor de inwoners. Het middel hiervoor is (onder meer) het weren van bewoners met een bijstandsuitkering die korter dan zes jaar in de regio wonen.

Het middel werkt. Uit een analyse van alle evaluaties (zie het kader ‘Evaluaties Rotterdamwet 2005-2017’ onderaan dit artikel) blijkt dat het aantal bijstandsgerechtigden dat naar Rotterdamwetwijken stroomt, terug is gelopen. Dat is niet heel verwonderlijk: wanneer je mensen met een bijstandsuitkering weert uit een wijk, moet je niet vreemd opkijken wanneer hun aantal dan ook daalt.

De evaluaties kunnen niet aantonen dat de Rotterdamwet duidelijke positieve effecten heeft op de leefbaarheid en veiligheid van de wijken

Het doel wordt echter niet aantoonbaar bereikt. Dit blijkt zowel uit de eigen evaluaties van de gemeente (door het COS, het Centrum voor Onderzoek en Statistiek) als duidelijker nog door externe evaluaties. De evaluaties kunnen niet aantonen dat de Rotterdamwet duidelijke positieve effecten heeft op de leefbaarheid en veiligheid van de wijken. In de ene Rotterdamwetwijk gaan de leefbaarheid en veiligheid vooruit, in de andere wijk achteruit. Soms wisselt de beoordeling van een Rotterdamwetwijk per evaluatie of per termijn. Er is kortom geen duidelijk patroon waar te nemen waaruit een causaal verband zou blijken tussen de Rotterdamwet en de (verbeterde of verslechterde) leefbaarheid van de wijken. Sommige partijen in de wijk opperen dat dankzij de Rotterdamwet is voorkomen dat de wijken verder zijn verslechterd, maar ook dat kan niet bewezen worden.

Snoeihard

Met name de eerste externe evaluatie uit 2015, onder leiding van Cody Hochstenbach (Universiteit van Amsterdam), concludeert onomwonden dat de Rotterdamwet niet heeft gewerkt.4 De onderzoekers analyseerden de periode tussen 2006 en 2013 en schrijven dat de Rotterdamwet niet aantoonbaar heeft bijgedragen aan een verbetering van de veiligheid en leefbaarheid in de aangewezen buurten. De UvA-onderzoekers constateren dat de Rotterdamwetwijken het wat betreft veiligheid zelfs slechter zijn gaan doen. Verder schrijven de onderzoekers dat vooral jonge, alleenwonende mannen de dupe zijn van de wet, vaak met een migratieachtergrond (westers en niet-westers).5

Experts

In de begeleidende brief bij de onderzoeksresultaten aan de Eerste Kamer erkent de toenmalig minister van Wonen (Blok) dat de maatregelen niet hebben geleid tot het beoogde doel. Blok schrijft: “Deze maatregel [heeft] niet aantoonbaar bijgedragen aan een verbetering van de veiligheid en leefbaarheid in de aangewezen buurten.” Heldere woorden, zou je denken. 

Opvallend aan de brief van de minister is dat hij naast het onafhankelijke en wetenschappelijke onderzoek zelf ook nog een reeks “experts” heeft opgetrommeld om “te reflecteren” op de uitkomsten van het onderzoek. “Dit waren professionals van de gemeente Rotterdam, de gemeente Schiedam, het Nationaal Programma Rotterdam Zuid, woningcorporatie Woonbron en woningcorporatie Woonstad”, schrijft hij. Waarom hij hun aanvulling nodig acht, licht hij niet toe. Wat ontstaat is een papieren welles-nietes discussie tussen enerzijds de bevindingen van de UvA-onderzoekers en het COS – die beiden concluderen dat de leefbaarheid en veiligheid er niet op vooruit zijn gegaan – en anderzijds de ‘experts’ die de minister zelf gesproken heeft die menen dat zij in de praktijk verschil ervaren in de veiligheid en de leefbaarheid. 

Casus: Imme Visser “Eerst een baan, dan een woning”

Ook Imme Visser moest na een afwijzing van een huisvestingsvergunning op basis van de Rotterdamwet op zoek naar een andere woning. In 2016 verhuist ze samen met een vriendin van Arnhem naar Rotterdam. Aan de Groene Hilledijk vinden ze een fijne woning. Zij werkt drie dagen in de week als communicatieadviseur in Utrecht. 

Beiden zijn net afgestudeerd en op zoek naar een baan in Rotterdam. Met een studie Engels achter de rug zou het allemaal wel goed moeten komen, dacht ze. Ze besluit eerst op zoek te gaan naar een woning en dan pas naar een baan. Maar ze mag er niet wonen. Vanwege haar parttimebaan verdient Visser minder dan het minimumloon. De huisvestingsvergunning wordt afgewezen. 

“Het was allemaal heel onhandig geregeld”, vertelt ze. “Eerst gingen we op huisbezoek, moesten we alle stappen doorlopen met de makelaar, en toen vlak voordat we het huurcontract gingen tekenen, moesten we op afspraak bij de gemeente voor de huisvestingsvergunning. Heel last minute ging het toen mis. We kregen te horen dat we geen vergunning kregen. We moesten op zoek naar een andere woning.”

Uiteindelijk is dat gelukt, ook op Zuid, met een derde huisgenoot. Doordat de huur voor deze woning boven de sociale huurgrens lag, hoefden ze nu niet aan te tonen hoeveel ze per maand verdienden. “Dat vond ik wel vreemd: bij het goedkope huis moesten we bewijzen dat we het konden betalen, bij de duurdere woning was het voldoende om een inkomen te hebben.” 

Bas_jungeriusstraat_Tarwewijk_02
Tarwewijk. Op het plein tussen de Bas Jungeriusstraat en de Verschoorstraat, speelt Argil even met een basketbal. Normaal gesproken oefent hij hier zijn dansmoves met een klein ploegje. Hij woont in de Tarwewijk en ervaart weinig tot geen overlast. Beeld door: beeld: Frank Hanswijk

Deel 4: Dubieuze indicatoren

Dankzij de verschillende evaluaties van COS en de UvA is inmiddels duidelijk geworden dat de Rotterdamwet niet werkt. Toch vraagt de gemeente in 2014 het ministerie van Binnenlandse Zaken of de maximale werkingstermijn van tweemaal vier jaar verlengd kan worden naar maximaal twintig jaar. De redenatie: acht jaar is een te korte periode om te bewijzen dat de Rotterdamwet zorgt voor een betere leefbaarheid. Als het niet in acht jaar werkt, misschien dan wel in twintig. En zo kan het gebeuren dat de gemeenteraad in 2018 de minister wederom vraagt om de Rotterdamwet in de aangewezen wijken te verlengen. 

In eerste instantie gaat het weer om de eerder genoemde wijken, maar in februari 2018 besluit de gemeente de Rotterdamwet fijnmaziger op straatniveau te willen gaan inzetten. Hiervoor wordt de motie ‘Stadsacupunctuur met de Rotterdamwet’ aangenomen. Die volgt het advies uit de dan meest recente evaluatie van de Rotterdamwet door onderzoeksbureau Twynstra Gudde om voortaan niet hele wijken aan te pakken, maar kleinschaliger te werk te gaan. Ook wordt het afwegingskader – de zogenoemde spelregels waarlangs wordt besloten of een gebied of straat al dan niet in aanmerking komt voor de Rotterdamwet – gewijzigd. De Rotterdamse Veiligheidsindex en de Sociale Index voldoen niet langer aan de eisen, omdat je met deze indexen niet kunt inzoomen op straatniveau. Het Cluster Stadsontwikkeling van de gemeente Rotterdam grijpt daarom voortaan – naast de cijfers over het aantal bijstandsgerechtigden in een wijk – alleen nog naar de Leefbaarometer. Die kan wel op (bijna) straatniveau aantonen hoe goed of slecht het volgens de gemeente in een wijk gaat. 

Om per straat te kunnen bepalen of hier de Rotterdamwet nog toegepast kan worden, worden de straten voortaan getoetst aan de hand van drie punten: 

  1. Het aandeel mensen dat in een straat woont en een bijstandsuitkering heeft: het gemeentelijke gemiddelde is 13 procent. Alle straten met meer bijstandsgerechtigden worden onder de loep genomen.
  2. De algemene score in de Leefbaarometer: hoewel de onderzoekers van Twynstra Gudde adviseerden om de Rotterdamwet van toepassing te laten zijn op straten die ‘ruim onvoldoende of zeer onvoldoende’ scoren, besluit de raad nog een stap verder te gaan. Ook straten die ‘onvoldoende’ scoren worden meegenomen. 
  3. De dimensie ‘bewoners’ in de Leefbaarometer.6

En door middel van deze derde dimensie, ‘bewoners’, blijkt het land van herkomst van Rotterdammers mee te wegen bij het selecteren van gebieden voor de Rotterdamwet.

Slechte straten

Dat is opmerkelijk, want in 2006, het jaar dat de Rotterdamwet in werking treedt, wordt het criterium ‘aandeel niet-westerse allochtonen in een wijk’ nog uit de buurtsignalering geschrapt.7, het rekenmodel dat op dat moment gebruikt wordt door de gemeente. Er was veel politieke ophef over het meerekenen van dat criterium. Want het zegt in feite: hoe meer niet-westerse inwoners met een migratieachtergrond er in een wijk wonen, hoe slechter de wijk. 

GroenLinks senator Platvoet herinnert zijn collega’s bij de behandeling van de wet: “Het ware karakter van deze wet stond in het voorstel dat aan de Tweede Kamer werd aangeboden en waarin als derde criterium een percentage allochtonen werd genoemd. Wij vonden dat een schandalig, discriminerend, haast naar racisme riekend voorstel, waar maar liefst vijf ministers hun handtekening onder hebben gezet. Van een ‘slip of the pen’ kan dan ook geen sprake zijn geweest. Dit criterium is via een nota van wijziging wel geschrapt, maar het naakte blamerende feit blijft dat dit kabinet zo’n wetsvoorstel heeft durven indienen.”

Jaren laten ziet het ernaar uit dat de selectie van wijken (of straten) toch – via de dimensie ‘bewoners’ in de Leefbaarometer – weer plaatsvindt op grond van het aandeel mensen met een niet-westerse migratieachtergrond in een wijk.

Leefbaarometer

De Leefbaarometer is omstreden. UvA-onderzoeker Cody Hochstenbach vertelt desgevraagd dat deze buurtsignalering een dubieus instrument is. Buurten met een groot aandeel inwoners met een en een groot aandeel sociale huurwoningen zijn volgens dit instrument slechte buurten. “De leefbaarheid of de veiligheid meten aan de hand van de bevolking is, los nog van de morele en ethische discussie, gewoon broddelwerk”, benadrukt hij. “Mensen met een laag inkomen, of gezondheidsproblematiek, of een migratieachtergrond, hoeven helemaal geen probleem te vormen. Stadsbestuurders zouden verder moeten kijken dan deze bewonerskenmerken als negatief te bestempelen.”

“De leefbaarheid of veiligheid meten aan de hand van de bevolking is, los nog van de morele en ethische discussie, gewoon broddelwerk”

Het stadsbestuur weet dat de Leefbaarometer discriminatoir en omstreden is. Wethouder Bas Kurvers (Bouwen, Wonen en Energietransitie Gebouwde Omgeving) vraagt Ollongren in 2019 nog om de indicatoren die betrekking hebben op een migratieachtergrond te heroverwegen.

Het feit dat het aandeel niet-westerse migranten in de Leefbaarometer meeweegt als negatieve pijler voor bepaalde wijken, leidde de afgelopen jaren meermaals tot discussies, in de gemeenteraad en in de media. Op vragen van de Rotterdamse gemeenteraad over het discriminatoire aspect antwoordde minister Ollongren (Binnenlandse Zaken) in 2019 nog dat een wijk niet verslechtert doordat er meer niet-westerse migranten wonen, maar dat niet-westerse migranten nu eenmaal vaker in wijken wonen waar het niet goed gaat. 

Ondanks de kritiek op de Leefbaarometer als selectie-instrument maakt het stadsbestuur er gebruik van. De eigen meetinstrumenten zouden niet kunnen inzoomen op straatniveau.8 Maar waarom de dimensie ‘bewoners’ daarbij per se in meegenomen moet worden, is onduidelijk. Het voegt niets toe, behalve dat de omstreden indicator ‘kleur’ via een achterdeur toch weer de selectie van wijken gaat medebepalen.

Tarwewijk_05
Leni met haar twee Jack Russels, Max en Magic, op het Mijnsherenplein, Milinxbuurt. Beeld door: beeld: Frank Hanswijk

Over de fotoreportage

Fotograaf Frank Hanswijk bezocht de wijken Bloemhof, Hillesluis, Carnisse en Tarwewijk, op zoek naar de gezichten achter de statistieken. Hij vroeg mensen die hij op straat tegenkwam hoe ze de wijk vonden. Hij bezocht bewoners die zelf initiatief nemen om de wijk te verbeteren door sport- en cultuur activiteiten te organiseren. Op dit moment werkt hij aan een meerjarig project over het woonbeleid in Rotterdam: ‘Waar woont je huis?’

Deel 5: Einde van de Rotterdamwet in Rotterdam?

Komt er binnenkort een einde aan de Rotterdamwet? 

Wel als het aan het huidige college van Burgemeester en Wethouders ligt. In het coalitieakkoord ‘Nieuwe energie voor Rotterdam’ is althans afgesproken dat er na april 2022 geen nieuwe aanvraag meer zal worden gedaan bij de minister voor toepassing van artikel 8 van de wet. Dat betekent dat na zestien jaar mensen met een bijstandsuitkering weer welkom zullen zijn in alle Rotterdamse wijken. 

Toch zijn critici er nog niet gerust op. Het einde van de wet is wel vaker aangekondigd. Bovendien bestaat de Rotterdamwet uit meerdere artikelen en ook die kunnen discriminerend uitpakken voor veel mensen.

Artikel 8 van de wet is het meest omstreden. Dat is het artikel dat gaat over het weren van bijstandsgerechtigden en mensen die korter dan zes jaar in de regio wonen. Dat artikel wordt, is de intentie, in 2022 niet meer in Rotterdam toegepast. Maar daarnaast zijn er ook artikel 9 – een voorrangsregeling voor mensen die werkzaam zijn in bepaalde sectoren – en het nieuwe artikel 10 – een uitsluitingsgrond voor mensen met een verleden van overlastgevend gedrag. 

Inwisselbaar

Artikel 9 zorgt ervoor dat mensen die voldoen aan bepaalde sociaal-economische voorwaarden – denk aan mensen met een maatschappelijk beroep of mensen die werken in de maakindustrie – voorrang kunnen krijgen op een woning. In de raad is hevig gediscussieerd over het verschil tussen artikel 8 en artikel 9, die volgens sommigen haast inwisselbaar zijn. Zo wijst NIDA-gemeenteraadslid Büyükçifci er in de raadsvergadering van 17 december 2020 op dat voortrekken van mensen in een schaarse woningmarkt in feite neerkomt op het weigeren van sociaal zwakkeren: “Of je nu als school zegt: geen plek voor leerlingen van ouders met een migratieachtergrond en een laag opleidingsniveau [of] alleen plek voor leerlingen van ouders zonder migratieachtergrond en een hoog opleidingsniveau […] komt op hetzelfde neer. Even discriminatoir, dezelfde logica als 1+2=3 en 2+1=3.”

Hinderlijk of schadelijk gedrag, ook zonder veroordeling, kan met het nieuwe artikel al leiden tot de weigering van een huisvestingsvergunning

Ook is in 2016 Artikel 10 toegevoegd aan de Rotterdamwet. Volgens dit artikel mag een woning geweigerd worden aan mensen die in het verleden overlast hebben veroorzaakt of crimineel gedrag hebben vertoond. Dat werkt zo: wanneer je een woning wil huren in een straat waar artikel 10 van de Rotterdamwet geldt, moet je een huisvestingsvergunning aanvragen. Hiervoor dien je of een Verklaring Omtrent Goed Gedrag (VOG) te overhandigen, of je wordt gescreend door de politie. Als er bijvoorbeeld vaak meldingen zijn gedaan van geluidsoverlast, kan het zo zijn dat je geen vergunning krijgt. Hinderlijk of schadelijk gedrag, ook zonder (strafrechtelijke) veroordeling, kan dus al leiden tot de weigering van een vergunning.

Milde variant

Kortom, de Rotterdamwet moest er komen om de wijken veiliger en leefbaarder te maken. Bijvoorbeeld door segregatie tegen te gaan en bevolkingsgroepen te mengen. Maar het beoogde effect is niet bereikt. De Rotterdamwet heeft de politieke belofte van meer veilige en leefbare wijken niet waar kunnen maken. Ook niet na een looptijd van vijftien jaar. 

Het juridisch en politiek zwaar omstreden Artikel 8, dat mensen uitsluit en de overheid vergaande mogelijkheden geeft de privésfeer te betreden en de vestigingsvrijheid te beperken, is al die jaren ingezet vanuit de belofte een hoger doel te kunnen bereiken. Dat hogere doel is nooit aantoonbaar gehaald. 

Wat na-resoneert is dat politici hun beleid baseren op een papieren werkelijkheid, die ze aanpassen wanneer de resultaten uitblijven of niet aansluiten bij hun doelen. Evaluatietermijnen zijn verlengd, wijken werden straten. Iedere keer dat de beoogde resultaten niet werden behaald, is de wet of het afwegingskader aangepast. Maar ook dan bleven de resultaten uit.

Dat komt doordat de politiek niet stilstaat bij de vraag waarom de doelen niet worden gehaald. Het antwoord staat eigenlijk in iedere evaluatie: er is geen causaal verband tussen het aandeel bijstandsgerechtigden of niet-westerse migranten in een wijk en de onveiligheid of (on)leefbaarheid. Als Artikel 8 straks in april 2022 wordt afgeschaft in Rotterdam, heeft de gemeente deze mensen desondanks zestien jaar actief geweerd.

We zijn dus nog niet af van de Rotterdamwet. Niet in Rotterdam, waar de wet de komende maanden nog wel op straten toegepast zal worden en straks in milde variant zal doorwerken. En zeker niet in andere gemeenten, zoals Tilburg, Den Bosch en Nijmegen, en randgemeenten zoals Schiedam en Vlaardingen, waar toepassing van de wet pas net begonnen is.  

Explainervideo

In deze uitlegvideo vertelt onderzoeksjournalist Hasna El Maroudi je precies wat de Rotterdamwet wel of niet opgeleverd heeft. Bron: beeld: www.youtube.com

Evaluaties Rotterdamwet 2005-2017

Pilot Rotterdamwet – 2005

  • Periode: oktober 2004 – april 2005 
  • Evaluatie door: Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS)
  • Wijk: Carnisse
  • Middel versus doel: De onderzoekers concluderen dat de pilot heeft gewerkt. De instroom van mensen met een inkomen onder 120 procent van het minimuminkomen is in die periode gedaald. Het middel werkt dus. Volgens betrokkenen zijn er in de hotspotstraten dankzij de Rotterdamwet minder problemen, schrijven de onderzoekers. Het doel, concluderen zij, is dus eveneens behaald. 
  • Opmerkelijk: er is slechts met enkele sleutelpersonen gesproken. Onduidelijk is met hoeveel precies en wie deze personen zijn, of welke rol zij hebben. Het is kortom niet met zekerheid te stellen dat de betere leefbaarheid in de wijk direct te danken is aan de pilot van de Rotterdamwet. 

Eerste evaluatie invoering huisvestingsvergunning Rotterdam – december 2007

  • Periode: 1 juli 2006 – 1 juli 2007
  • Evaluatie door: Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS)
  • Wijken: Tarwewijk, Carnisse, Oud-Charlois en Hillesluis 
  • Middel versus doel: De onderzoekers concluderen dat het middel wordt bereikt, er komen inderdaad minder inwoners met een bijstandsuitkering in de wijken te wonen. Wat betreft het doel concluderen de onderzoekers dat de veiligheid in twee wijken verbeterd is. Alleen: de onderzoekers weten niet of dat dankzij de Rotterdamwet is gebeurd. Er is kortweg geen causaal verband. 9

Tweede evaluatie huisvestingsvergunning Rotterdam – november 2009

  • Periode: juli 2006 – juli 2009
  • Evaluatie door: Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS)
  • Wijken: Tarwewijk, Carnisse, Oud-Charlois en Hillesluis
  • Middel versus doel: De onderzoekers concluderen dat het aantal nieuwe inwoners met een bijstandsuitkering in deze periode in deze wijken lager ligt dan voor de invoering van de Rotterdamwet. Daaruit valt te concluderen dat het middel werkt. Of het doel wordt bereikt is een tweede. Er is geen peil te trekken op de veranderingen op het gebied van veiligheid en leefbaarheid. De onderzoekers wijzen erop dat de Rotterdamwet niet de enige factor is voor de veranderingen. Ofwel: er is geen causaal verband. 10
  • Opmerkelijk: Als de gemeente de eigen regels toepast, zou de Rotterdamwet volgens de onderzoekers kunnen worden beëindigd in Carnisse, Oud-Charlois en Hillesluis. De maatregel zou wel moeten gaan gelden in Bloemhof.  

Derde evaluatie Huisvestingsvergunning Rotterdam – augustus 2012

  • Periode: juli 2009 – juli 2011
  • Evaluatie door: Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS)
  • Wijken: Tarwewijk, Carnisse, Oud-Charlois, Hillesluis en, per 13 juni 2010, Bloemhof
  • Middel versus doel: Door de economische crisis van 2008 en de daaropvolgende recessie groeit het aantal bijstandsgerechtigden in Rotterdam. Dat geldt níet voor de Rotterdamwetwijken. Het middel werkt; wie mensen met een bijstandsuitkering uit de buurt weert, krijgt op den duur minder mensen met een bijstandsuitkering in de buurt. Verandering op het gebied van veiligheid dankzij de Rotterdamwet valt niet te concluderen. Alle Rotterdamwetwijken gaan er bovendien op de Sociale Index op achteruit. Het doel wordt niet bereikt. 11
  • Opmerkelijk: De COS-onderzoekers concluderen dat als de gemeente zich zou houden aan de eigen kaders, de Rotterdamwet in Carnisse en Oud-Charlois kan worden beëindigd. Het is de tweede keer op rij dat de onderzoekers dit concluderen voor deze twee wijken. 

Uit alle drie de evaluaties kan geconcludeerd worden dat het middel werkt: het aantal bijstandsgerechtigden in de betreffende wijken is ingeperkt, doordat deze groep mensen specifiek werd geweerd. Maar dat de leefbaarheid is verbeterd dankzij inzet van de Rotterdamwet, wordt door niemand geconcludeerd. 

Ondanks het feit dat Carnisse en Oud-Charlois tot twee keer toe niet voldoen aan het door de Gemeenteraad zelf opgestelde afwegingskader, vraagt de gemeente het ministerie van Binnenlandse Zaken of de maximale werkingstermijn van tweemaal vier jaar verlengd mag worden naar een maximale werkingstermijn van twintig jaar. Het Rijk keurt het verzoek  goed. 

Universiteit van Amsterdam – 2015

  • Periode: 2006 – 2013 
  • Evaluatie door: Universiteit van Amsterdam, in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
  • Wijken: Tarwewijk, Carnisse, Oud-Charlois, Hillesluis en, per 13 juni 2010, Bloemhof
  • Conclusie Evaluatie: De Rotterdamwet heeft niet bijgedragen aan verbetering van veiligheid of leefbaarheid 
  • Middel versus doel: Naar de wijken verhuizen vooral werkenden (met een laag inkomen). Het middel, bijstandsgerechtigden weren, werkt dus. Over het doel zijn de onderzoekers heel duidelijk: dat wordt niet gehaald. “De Wbmgp heeft niet bijgedragen aan een aantoonbare verbetering van de veiligheid en leefbaarheid in de aangewezen buurten.”
  • Opmerkelijk: In de begeleidende brief bij de onderzoeksresultaten aan de Eerste Kamer erkent de minister van Wonen (Blok) dat de maatregelen niet hebben geleid tot het doel. Blok schrijft: “Anderzijds heeft deze maatregel niet aantoonbaar bijgedragen aan een verbetering van de veiligheid en leefbaarheid in de aangewezen buurten.” 

Wat volgt is een wetsvoorstel tot wijziging van de Wet Bijzondere Maatregelen Grootstedelijke Problematiek. Naast artikel 8 (het weren van bijstandsgerechtigden en mensen die korter dan zes jaar in de regio wonen) en artikel 9 (het voorrang verlenen op sociaal economische gronden) wordt een nieuw artikel toegevoegd, artikel 10: het weigeren van woningzoekenden met “overlastgevend” of “crimineel” gedrag.

Twynstra Gudde – November 2017

  • Periode: 2005 – 2016
  • Evaluatie door: Twynstra en Gudde
  • Wijken: Tarwewijk, Carnisse, Oud-Charlois, Hillesluis en, per 13 juni 2010, Bloemhof
  • Conclusie evaluatie: ‘Gedeeltelijk succesvol’, maar relatie tussen Rotterdamwet en ontwikkeling van de wijken is niet te onderzoeken
  • Middel versus doel: De onderzoekers van Twynstra Gudde noemen de Rotterdamwet gedeeltelijk succesvol, omdat het aantal bewoners dat afhankelijk is van een bijstandsuitkering inderdaad is gedaald of is gelijk gebleven. Het middel werkt dus. Dat betekent niet automatisch dat de leefbaarheid en veiligheid er in die wijken ook op vooruit is gegaan, aldus de onderzoekers. Het doel kan niet worden bewezen, omdat het ‘lastig tot niet te onderzoeken’ is. 
  • Opmerkelijk: De onderzoekers wijzen erop dat Carnisse nog steeds beter scoort dan het gemiddelde van Rotterdam wat betreft het aandeel inwoners met een bijstandsuitkering. “Daarin ligt voor Carnisse dus geen reden voor de toepassing van artikel 8”, schrijven ze.

Het is de derde keer dat Carnisse in een evaluatie niet voldoet aan de eisen om de Rotterdamwet toe te passen. De gemeenteraad zet toch door: in de verlengingsaanvraag van 2018 wordt ook Carnisse meegenomen. De minister keurt ook dan de aanvraag goed.

Deze productie is een samenwerking van Vers Beton en OPEN Rotterdam, en is tot stand gekomen dankzij het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek en de supporters van Vers Beton

vb_fundeer-je-mening

Lees meer

Waardeer je dit dossier? Word dan supporter!

Support Vers Beton en steun onafhankelijke journalistiek in Rotterdam!

Dit artikel lees je gratis...

..maar dit onderzoek heeft maanden werk gekost. Vers Beton kan alleen bestaan dankzij de support van onze lezers. Vanaf 6 euro per maand draag je bij aan onafhankelijke journalistiek over Rotterdam.

Nee, ik lees eerst het stuk verder

  1. Term is van Pieter Bol van het Centrum voor Onderzoek en Statistiek. Hij beschrijft hoe de geprognostiseerde bevolkingsontwikkeling in Rotterdam in combinatie met toenemende overlastproblematiek in de wijk Charlois tot zeer emotionele discussies in de stad leidde. 

    Citaat: Sommigen zagen een sterke samenhang tussen veiligheidsproblemen, sociaal-economische achterstand en etnische achtergrond, anderen bestreden dit fel. De uiteindelijk door college en raad gekozen sociaal-economische invalshoek en de definitie van kansarmen (zij die geen inkomen uit werk hebben), maakten het probleem hanteerbaar. ↩︎

  2. Tussen 2006 en 2010 behoren ook enkele straten buiten deze buurten tot de aangewezen gebieden. Vanaf 2014 wordt de wet ook toegepast in delen van Delfshaven. ↩︎
  3. Ook de Commissie voor Gelijke Behandeling adviseerde de overheid dat de Rotterdamwet kan leiden tot indirect onderscheid op grond van ras. Bepaalde groepen zijn oververtegenwoordigd in lagere inkomensgroepen. Hierdoor kunnen etnische minderheden onevenredig hard getroffen door de inkomenseisen. ↩︎
  4. Het is het eerste onafhankelijke wetenschappelijke onderzoek, in opdracht van de minister, na aandringen van de Eerste Kamer. ↩︎
  5. Hochstenbach werkt in zijn onderzoek niet met de groep daadwerkelijk geweigerden, maar met potentieel geweigerden. Dit gaat om mensen die afgewezen zouden worden voor een huisvestingsvergunning als zij deze zouden aanvragen. Reden hiervoor dat dat het aantal daadwerkelijk geweigerde aanvragen redelijk laag is. In de praktijk ligt het echter in de lijn der verwachting dat de Wbmgp (…) een belangrijke preventieve of afschrikkende werking heeft, aldus Hochstenbach en collegas. En laat nu die potentieel geweigerden vaker tot de groep niet-westerse allochtonen en veel vaker tot de groep westerse allochtonen behoren, aldus Hochstenbach. ↩︎
  6. De Leefbaarometer geeft de leefbaarheidssituatie van gebieden in de stad weer. De Leefbaarometer is opgemaakt uit vijf zogenoemde dimensies, een soort hoofdthemas: Woningen, Bewoners, Voorzieningen, Veiligheid en Fysieke Omgeving . Deze krijgen alle vijf een eigen score aan de hand van de onderliggende indicatoren. ↩︎
  7. Het COS stelde voor om wijken te selecteren op grond van een twaalftal indicatoren. Twee van deze indicatoren gingen over de etnische samenstelling van de wijken, namelijk het aandeel mensen met een niet-westerse migratieachtergrond en het aandeel nieuwkomers korter dan twee jaar in Nederland. Hoe meer inwoners met een niet-westerse migratieachtergrond er in een wijk wonen, des te slechter scoort de wijk volgens het rekenmodel, en des te groter is de kans dat de wijk in aanmerking komt voor toepassing van de Rotterdamwet. ↩︎
  8. Desgevraagd legt de ontwikkelaar van het nieuwe afwegingskader me uit vooral geïnteresseerd te zijn in het aandeel bijstandsgerechtigden binnen de dimensie bewoners van de Leefbaarometer. Toch wordt wel degelijk de hele dimensie bewoners gebruikt in de selectie. En: de daadwerkelijke cijfers van het aantal bijstandsgerechtigden op straatniveau zijn al bekend. De dimensie bewoners voegt in dat opzicht dus helemaal niets toe. ↩︎
  9. De onderzoekers schrijven: Er wordt op vele manieren gewerkt aan de verbetering van de buurten. We kunnen ook deze positieve ontwikkeling niet exclusief toeschrijven aan de HVV-maatregel. ↩︎
  10. De onderzoekers schrijven over veiligheid: Een beoogd positief effect van de HVV-maatregel op de veiligheid in het gebied is dus niet overal zichtbaar. 
    En over de leefbaarheid: De HVV-maatregel is slechts een van de factoren die van invloed zijn op de sociale kwaliteit van wijken.
    ↩︎
  11. De onderzoekers schrijven over veiligheid: Samengevat blijkt dat veiligheid een complex probleem is en dat geldt ontegenzeggelijk ook voor de HVV-wijken (...) In welke mate de HVV-maatregel hierop invloed uitoefent is niet aantoonbaar. ↩︎
LILITH_HasnaClarice_byLailaCohen-4

Hasna El Maroudi

Hasna El Maroudi (Rotterdam, 1985) is co-founder van Magazine Lilith. Ze is journalist, columnist, programmamaker en presentator. Hasna werkt onder meer voor De Volkskrant, De Correspondent en NPO Radio 1. Ze is presentator van de talkshows Vers Beton LIVE. 

[Foto: Laila Cohen]

Profiel-pagina
frank hanswijk

Frank Hanswijk

Fotograaf

Frank Hanswijk (Rotterdam, 1971) is een Rotterdamse fotograaf. Hij ontwikkelde zich breed met werk in journalistiek, reclame, theater en architectuur. De laatste jaren concentreert zijn werk zich steeds meer op architectuur en landschap. Hij benadert de architectuur niet als object maar als plek waarin de mens, al dan niet op de foto aanwezig, een cruciale rol speelt.

Profiel-pagina
Lees één reactie
  1. Profielbeeld van Theresia van Laak
    Theresia van Laak

    Dit toont de waarde van journalistiek om de feiten, met name de politieke gedachtegangen, in dit geval van de (impliciet discriminatieve ) werking van de Rotterdamwet helder te maken. De twee voorbeelden, in de opening en de jonge moeder in de Tarwewijk, laten zien, dat het middel niet bijdraagt aan het gestelde doel (verbetering van de leefbaarheid van de wijken, die er niet zou zijn) . Wel vraag ik me af, of het een bijdrage heeft kunnen leveren aan het tegengaan van de problemen met particuliere huizenbezitters, die hun pand per kamer tegen te hoge prijs verhuurden, met name aan mensen, die hun rechten niet kenden.

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.